Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling cursusfaciliteiten en studietoelage

Geldend van 28-08-1987 t/m heden

Regeling cursusfaciliteiten en studietoelage

De Staatssecretaris van Defensie

Gelet op de artikelen 6 en 7 van de Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht 1982 (Stb. 1982, 648);

Besluit:

Hoofdstuk 1. Cursusfaciliteiten

Artikel 1

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. hoofd dienstonderdeel

    • 1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;

    • 2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;

    • 3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;

    • 4°. de commandant van het Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra;

  • b. de commandant de commandant van het onderdeel waar de militair is geplaatst.

  • c. militair de militair, bedoeld in artikel 154a, eerste lid, van het AMAR.

Artikel 2

  • 1 Aan de militair kan met het oog op het volgen van een studie of opleiding in het belang van het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij op zijn verzoek door het hoofd defensieonderdeel een tegemoetkoming in de daartoe noodzakelijk gemaakte kosten worden verleend.

  • 2 De tegemoetkoming zoals bedoeld in het voorgaande lid kan op verzoek van de militair na de datum van ingang van zijn ontslag tot ten hoogste een jaar worden voortgezet.

    Permanente link

Artikel 3

  • 1 De kosten voor les, college-, inschrijvings-, practicum-, tentamen-, examen- en diplomagelden komen voor volledige vergoeding in aanmerking.

  • 2 In de kosten voor de aanschaf van studiemateriaal en leermiddelen wordt over het jaar 2017 een tegemoetkoming verstrekt van ten hoogste € 648,00.

  • 3 De gemaakte excursie-, reis- en verblijfkosten komen voor volledige vergoeding in aanmerking, doch uitsluitend indien wordt aangetoond dat deze kosten voor de studie of opleiding noodzakelijk waren.

  • 4 De verlening van de in de voorgaande leden genoemde faciliteiten blijft voor het volgen van praktisch vliegonderricht achterwege.

Artikel 4

De militair kan met het oog op het volgen van een studie eenmalig op kosten van Defensie een beroepskeuze/studieadvies inwinnen. In bijzondere gevallen kan het hoofd defensieonderdeel de militair op diens verzoek toestaan om meer dan eenmaal op kosten van Defensie een dergelijk advies in te winnen.

Artikel 5

Indien op basis van vrijwilligheid door de commandant aan te wijzen deskundig defensiepersoneel hiervoor beschikbaar is, kan de militair aanspraak maken op studiebegeleiding.

Artikel 6

Voor zover de bestaande infrastructurele voorzieningen het toelaten wordt door de commandant aan de militair ruimte ter beschikking gesteld ten behoeve van studie.

Artikel 7

  • 1 De militair worden geen werkzaamheden of diensten opgedragen op de dag waarop hij tentamen of examen aflegt, tenzij het dienstbelang zulks onvermijdelijk maakt.

  • 2 De militair worden geen werkzaamheden of diensten opgedragen op de dag die voorafgaat aan de dag waarop hij examen of tentamen aflegt, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet.

Hoofdstuk 2. Studietoelage

Artikel 8

(Vervallen).

Artikel 9

  • 1 Door het hoofd defensieonderdeel kan aan de militair een studietoelage worden toegekend, indien hij met het oog op het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij aan een in Nederland gevestigde en erkende onderwijsinstelling niet-schriftelijk wetenschappelijk, algemeen vormend of vakonderricht volgt.

  • 2 De in het voorgaande lid van dit artikel bedoelde studietoelage dient als tegemoetkoming bij het financieren van de uitgaven, die de militair gedurende de periode, waarvoor de toelage voor zijn persoon wordt verleend, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, redelijkerwijs moet doen, ter zake van:

    • a. verschuldigde studiegelden, waaronder begrepen inschrijvings- en practicumgelden;

    • b. de aanschaffing van de benodigde leermiddelen, met uitzondering van schrijfgereedschap;

    • c. tentamen- en examengelden;

    • d. levensonderhoud;

    • e. huisvesting;

    • f. reizen en excursies, die in verband met de studie moeten worden gemaakt;

    • g. andere met de studie verband houdende uitgaven dan die hiervoren zijn genoemd.

  • 3 De verlening van een studietoelage blijft voor het volgen van praktisch vliegonderricht achterwege.

Artikel 10

  • 1 Een studietoelage kan worden toegekend in de vorm van:

    • a. een beurs;

    • b. een renteloos voorschot, of;

    • c. een gemengde studietoelage, die gedeeltelijk uit een beurs en gedeeltelijk uit een renteloos voorschot bestaat.

  • 2 Het voor de eerste maal toekennen van een studietoelage geschiedt tot een door het hoofd defensieonderdeel te bepalen bedrag en voor de duur van ten hoogste één jaar.

  • 3 Zolang de militair zijn opleiding binnen een, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, redelijke termijn nog niet heeft voltooid, kan hem bij een bevredigend studieverloop telkens voor de duur van ten hoogste één jaar opnieuw een studietoelage worden verleend tot een door het hoofd defensieonderdeel te bepalen bedrag.

Artikel 11

  • 1 Een verzoek om in aanmerking te komen voor een studietoelage kan slechts worden ingewilligd, indien naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel:

    • a. de militair de geschiktheid voor de uitoefening van het door hem verlangde beroep bezit en verwacht mag worden, dat hij over voldoende aanleg en ontwikkeling beschikt om het gewenste onderricht met gunstig resultaat te kunnen volgen;

    • b. het gewenste onderricht voor de militair doelmatig is;

    • c. de aan het volgen van dat onderricht verbonden, kosten verantwoord zijn;

    • d. de militair zich reeds tijdens zijn aanstelling op de uitoefening van het door hem verlangde beroep heeft voorbereid, door het – voor zover daartoe de gelegenheid was – buiten de diensturen volgen van schriftelijk of mondeling onderricht;

    • e. de militair de bevoegdheid tot het afleggen van examens in de door hem beoogde studierichting bezit.

  • 2 Een verzoek om in aanmerking te komen voor een studietoelage kan worden afgewezen, indien, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel in de kosten van de door de militair beoogde opleiding door het verlenen van een studietoelage uit anderen hoofde genoegzaam is of zal worden voorzien.

  • 3 Indien de militair, die in beginsel voor toekenning van een studietoelage in aanmerking komt, gedurende de periode, waarvoor de toelage zal worden verleend, over netto-inkomsten, verkregen uit eigen arbeid, kan beschikken, die (vermoedelijk) meer bedragen dan een door het hoofd defensieonderdeel vast te stellen bedrag, wordt het meerdere van die inkomsten op de te verlenen toelage in mindering gebracht, met dien verstande, dat hij altijd een studietoelage als tegemoetkoming in de kosten zoals genoemd in artikel 9, tweede lid, onder a, b, c, f en g ontvangt.

  • 4 Een studietoelage wordt in één bedrag of in termijnen uitbetaald.

Artikel 12

Indien de militair aan wie een in termijnen uit te betalen studietoelage is verleend, na ontvangst van een gedeelte van het toelagebedrag, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, wegens onvoldoende aanleg of ontwikkeling bij zijn opleiding onbevredigende vorderingen maakt of die opleiding voortijdig beëindigt, blijft de verdere uitbetaling van de toelage achterwege.

Artikel 13

De militair die – na toekenning van een toelage in de vorm van een renteloos voorschot – zijn opleiding heeft voltooid of haar voortijdig heeft beëindigd is, indien geen eerdere algehele aflossing heeft plaatsgevonden, verplicht die gelden binnen een tijdvak van 15 jaren, aanvangende op een door het hoofd defensieonderdeel te bepalen tijdstip en in door het bevoegd gezag vast te stellen termijnen, terug te betalen, tenzij het bevoegd gezag om redenen van billijkheid anders bepaalt.

Artikel 14

  • 1 Alvorens de militair voor de eerste maal in het genot van een studietoelage wordt gesteld, verplicht hij zich bij een op schrift gestelde verklaring (schuldbetekenis), met inachtneming van hetgeen in deze uitvoeringsvoorschriften ter zake is bepaald, alle hem met het oog op zijn opleiding als studietoelage te verstrekken gelden terug te betalen, die daarvoor in aanmerking zullen komen.

  • 2 De militair, die een verzoek tot toekenning van een studietoelage heeft ingediend of aan wie een zodanige toelage is toegekend, is verplicht het hoofd defensieonderdeel alle gegevens te verstrekken, die deze met betrekking tot het verlenen en/of terugbetalen van de toelage nodig heeft.

Hoofdstuk 3. Wervingsmaatregel burgerrijbewijzen

Artikel 15. Opleiding burgerrijbewijs

Ten aanzien van de in bijlage 1 en 2 genoemde categorieën personeel wordt het criterium ‘studie of opleiding in het belang van het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij’ als bedoeld in artikel 2 zodanig verruimd dat daaronder tevens wordt begrepen:

  • a. het volgen van een theoriecursus rijvaardigheid B;

  • b. het volgen van een rijopleiding voor het rijbewijs B tot een maximum van 40 rijlessen;

  • c. het afleggen van het theorie-examen rijvaardigheid B inclusief één herexamen en het praktijk-examen rijopleiding rijbewijs B inclusief één herexamen,

waarbij de kosten tot een maximum van € 2.000,= worden vergoed.

Artikel 16. Aanvullende rijopleiding

Voor de militair behorend tot de in bijlage 1 en 2 genoemde categorieën personeel die reeds in het bezit is van een rijbewijs B, wordt onder het criterium ‘studie of opleiding in het belang van het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij’ als bedoeld in artikel 2 mede begrepen een voertuigbeheersingscursus dan wel het zich eigen maken van theoretische en praktische vaardigheden verband houdende met het besturen van andere motorvoertuigen of aanhangwagens waarbij de kosten tot een maximum van € 500,= worden vergoed.

Artikel 17

Aanspraak op de in artikel 15 en 16 genoemde faciliteiten hebben:

  • a. militairen die bij aanstelling voorbestemd zijn voor een functie binnen een van de categorieën personeel zoals opgenomen in bijlage 1 dan wel;

  • b. militairen die reeds een functie vervullen binnen een van de categorieën personeel zoals opgenomen in bijlage 2 en die een aanstelling voor bepaalde tijd met een periode van ten minste 2 jaar verlengen, voor zover zij gedurende die verlenging deel uitmaken van een van de categorieën personeel zoals opgenomen in bijlage 2,

waarbij de totale aanspraak per militair beperkt blijft tot één maal de faciliteiten zoals opgenomen in artikel 15 en één maal de faciliteiten zoals opgenomen in artikel 16.

Artikel 18. Voorwaarden aanspraak

Teneinde aanspraak te kunnen maken op de in artikel 15 en 16 genoemde faciliteiten dient:

  • a. de militair de initiële opleiding met goed gevolg te hebben afgerond en;

  • b. de voor de militair geldende proeftijd te zijn verstreken.

Artikel 19. Beëindiging aanspraak

  • 1 Aanspraak op de in artikel 15 en 16 genoemde faciliteiten vervalt dan wel verlening van de faciliteiten eindigt op het moment dat:

    • a. de aanstelling van de militair wordt beëindigd binnen de initiële aanstellingsperiode dan wel indien de aanspraak is ontstaan in verband met een verlenging van de aanstelling, binnen die verlengde aanstellingsperiode;

    • b. de militair als bedoeld in artikel 17, onder a, niet langer behoort tot de categorie personeel als genoemd in bijlage 1;

    • c. de militair als bedoeld in artikel; 17, onder b, niet langer behoort tot de categorie personeel als genoemd in bijlage 2.

  • 2 Indien de omstandigheden genoemd onder b of c niet aan de militair te wijten zijn, behoudt de militair aanspraak op de faciliteiten.

  • 3 In afwijking van het gestelde in het tweede lid van artikel 2 eindigt de aanspraak op de datum van ingang van het ontslag van de militair.

Artikel 20. Loonheffing

De loonheffing alsmede de inhoudingen als bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, welke over de ingevolge artikel 15 en 16 genoemde faciliteiten zijn verschuldigd, komen voor rekening van het Ministerie van Defensie.

Artikel 21. Citeertitel en inwerkingtreding

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling cursusfaciliteiten en studietoelage’ en treedt in werking met ingang van de datum van dagtekening. De regeling wordt gepubliceerd in de MP 31-300, waarvan mededeling wordt gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Defensie

Voor deze

De Hoofddirecteur Personeel

P.F.M. Reesink

Schout-bij-nacht

Bijlage 1. Overzicht categorieën personeel 2007 (aanstelling)

Overzicht categorieën personeel

(ad. Art 17a)

Koninklijke Marine

Koninklijke Landmacht

- gevechtsfuncties dan wel gevecht ondersteunende functies op het niveau van soldaat dan wel korporaal waaraan een VFB-eis is verbonden van niveau VFB-TFO, VFB-3 of VFB-4.

Koninklijke Luchtmacht

Koninklijke Marechaussee

Bijlage 2. Overzicht categorieën personeel 2007 (verlenging)

Overzicht categorieën personeel

(ad. Art 17b)

Koninklijke Marine

Koninklijke Landmacht

– gevechtsfuncties dan wel gevechtsondersteunende functies op het niveau van soldaat dan wel korporaal waaraan een VFB-eis is verbonden van niveau VFB-TFO, VFB-3 of VFB-4.

Koninklijke Luchtmacht

Koninklijke Marechaussee