Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling basisregistratie ondergrond

Geldend van 01-01-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 december 2017, nr. IENM/BSK-2017/205700, houdende regels met betrekking tot de basisregistratie ondergrond (Regeling basisregistratie ondergrond)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 5, tweede lid, 8, derde lid, 9, vierde lid, 17, eerste lid, 24, derde lid, en 25, tweede lid, van de Wet basisregistratie ondergrond;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Inrichting van de basisregistratie ondergrond

Artikel 2

De basisregistratie ondergrond wordt vormgegeven aan de hand van een systeembeschrijving, die wordt gevormd door de Globale Architectuurschets Basisregistratie Ondergrond, en de Programma Start Architectuur Basisregistratie Ondergrond, beide opgenomen in bijlage I bij deze regeling.

Artikel 3

Bij de administratieve inrichting van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, worden de processen ter uitvoering van de verplichtingen die bij of krachtens de wet op de Organisatie rusten op een zorgvuldige, transparante, consistente en gebruiksvriendelijke wijze vormgegeven, uitgevoerd en gemonitord.

Artikel 4

Bij de technische inrichting van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, wordt:

  • a. voor het houden van de basisregistratie ondergrond een uitwijkconfiguratie beschikbaar gesteld, en

  • b. van de in de basisregistratie ondergrond opgenomen gegevens en modellen iedere werkdag een back-up gemaakt.

Artikel 5

Met betrekking tot beveiliging van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, treft de Organisatie technische en organisatorische maatregelen om gegevens en modellen, in het bijzonder persoonsgegevens, te beveiligen tegen inbreuk, verlies en onrechtmatige verwerking.

Hoofdstuk 3. Controle van de basisregistratie ondergrond

Artikel 6

De controle wordt uitgevoerd met volledige medewerking van de Organisatie en bestaat uit een primaire controle en, als bij de primaire controle tekortkomingen zijn geconstateerd die zijn opgenomen in het oordeel van de controlerende partij, een hercontrole.

Artikel 7

  • 1 Bij de primaire controle vindt in ieder geval een beoordeling plaats van de adequate uitvoering van de volgende aspecten binnen de Organisatie:

    • a. de opzet en het bestaan van maatregelen en procedures die in de borging van de wettelijke eisen moeten voorzien met inachtneming van de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 2, en

    • b. de werking van de getroffen maatregelen en procedures.

  • 2 De primaire controle is in ieder geval gericht op de volgende elementen:

    • a. de inrichting en organisationele inbedding van en interne besluitvorming over de basisregistratie ondergrond,

    • b. de processen, bedoeld in artikel 3,

    • c. de conformiteit en de continuïteit van de gebruikte in beheer en in ontwikkeling zijnde systemen,

    • d. de kwaliteit en kwantiteit van de in de basisregistratie ondergrond beschikbare gegevens en modellen,

    • e. de verwerking van persoonsgegevens, en

    • f. de activiteiten, genoemd in artikel 14, eerste lid.

Artikel 8

  • 1 De resultaten van de primaire controle worden neergelegd in een primair controlerapport.

  • 2 Uiterlijk één week na de primaire controle wordt een concept van dat rapport ter bevestiging van de geconstateerde feiten aan de Organisatie gezonden.

  • 3 Het primair controlerapport wordt uiterlijk één maand na de primaire controle door de controlerende partij vastgesteld en aan de Organisatie en de Minister gezonden.

Artikel 9

  • 1 Als bij de primaire controle tekortkomingen zijn geconstateerd die zijn opgenomen in het oordeel van de controlerende partij, stelt de Organisatie binnen één maand na de vaststelling van het primair controlerapport een verbeterrapport op, waarin de maatregelen worden beschreven die getroffen zijn ter verbetering van de geconstateerde tekortkomingen.

  • 2 Het verbeterrapport wordt na vaststelling onverwijld aan de Minister gezonden.

  • 3 Op basis van het verbeterrapport vindt een hercontrole plaats. De hercontrole heeft alleen betrekking op de punten ten aanzien waarvan tekortkomingen zijn geconstateerd en heeft tot doel het op systematische wijze toetsen of door de Organisatie zodanige maatregelen zijn getroffen dat aan de wet en de daarop berustende bepalingen op dat moment op adequate wijze uitvoering is gegeven.

  • 4 De resultaten van de hercontrole worden in een hercontrolerapport vastgelegd.

Hoofdstuk 4. Het bronhouderportaal

Artikel 10

De Minister stelt op grond van artikel 9, vierde lid, van de wet een online service, genaamd bronhouderportaal, beschikbaar. Het bronhouderportaal maakt het voor bronhouders en voor ondernemingen en rechtspersonen die in opdracht van bronhouders zorg dragen voor de levering van brondocumenten mogelijk in overeenstemming met artikel 9, eerste lid, van de wet brondocumenten langs elektronische weg te leveren.

Hoofdstuk 5. Standaarden voor de registratie ondergrond

Artikel 11

De catalogus bestaat uit de onderdelen, opgenomen in bijlage II bij deze regeling:

  • a. Geotechnisch sondeeronderzoek;

  • b. Booronderzoek bodemkundig boormonsterprofiel;

  • c. Grondwatermonitoringput.

Hoofdstuk 6. Inzage in en verstrekking van gegevens

Artikel 12

  • 1 De verlening van inzage in de registratie ondergrond, het register brondocumenten en het register inzake meldingen modellen als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet, vindt plaats via een website, een webservice en de generieke digitale infrastructuur van de overheid.

  • 2 De verlening van inzage vindt plaats met inachtneming van de catalogus.

  • 3 De verlening van inzage via de generieke digitale infrastructuur, bedoeld in het eerste lid, vindt tevens plaats met inachtneming van door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringshandelingen op grond van richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PbEU, L 108) inzake dataspecificaties.

Artikel 13

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van inzage door en verstrekking aan bestuursorganen als de gegevens via een beveiligde digitale koppeling door of in naam van het desbetreffende bestuursorgaan zijn geleverd.

Artikel 14

  • 1 Voor het op verzoek verstrekken van gegevens of authentieke modellen anders dan door middel van internet of anders dan op digitale of geautomatiseerde wijze is op grond van artikel 25, tweede lid, van de wet, per kwartier of een gedeelte van een kwartier dat een medewerker van de Organisatie daaraan heeft besteed, verschuldigd:

    • a. als het een administratief medewerker betreft: € 19,50;

    • b. als het een technisch medewerker betreft: € 24,–;

    • c. als het een senior technisch medewerker betreft: € 26,–;

    • d. als het een projectleider of technisch specialist betreft: € 28,50;

    • e. als het een assistent projectmanager betreft: € 31,50;

    • f. als het een projectmanager betreft: € 34,–.

  • 2 Onverminderd het eerste lid is een vergoeding ter hoogte van de kostprijs verschuldigd voor de middelen die zijn gebruikt voor het verstrekken als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 15

Voor zover in de bijlage I en II bij deze regeling ten aanzien van producten technische voorschriften zijn gesteld als bedoeld in de richtlijn (EU) nr. 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241), worden met die producten gelijkgesteld producten die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met die technische voorschriften wordt nagestreefd.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling basisregistratie ondergrond.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H. Ollongren

Bijlage I. behorend bij artikel 2 van de Regeling basisregistratie ondergrond

Deze bijlage betreft de Globale Architectuurschets Basisregistratie Ondergrond en de Programma Start Architectuur Basisregistratie Ondergrond en is tevens gepubliceerd op www.basisregistratieondergrond.nl.

Bijlage II. behorend bij artikel 11 van de Regeling basisregistratie ondergrond

Deze bijlage betreft de catalogus en is tevens gepubliceerd op www.basisregistratieondergrond.nl.