Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel Inning Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Geldend van 01-01-2018 t/m heden

Beleidsregel Inning Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Begripsbepalingen

  • Administratieve sanctie: Bij beschikking opgelegde geldelijke boete in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

  • Administratiekosten: De administratiekosten, bedoeld in artikel 11a van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994.

  • AICE: Administratie en Informatie Centrum voor de Executieketen

  • Betrokkene: Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd.

  • Breed moratorium: Afkoelingsperiode die door de rechter in het kader van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening is opgelegd.

  • Briefadres: Het adres dat de natuurlijke persoon tot wie de beschikking zich richt als zodanig in de BRP heeft op laten nemen. Een postbusadres kan niet als briefadres fungeren.

  • BRP: Basis Registratie Personen

  • CJIB: Het Centraal Justitieel Incassobureau

  • CRR: Centraal register rijbewijzen

  • CVOM: Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie

  • DRZ: Domeinen Roerende Zaken

  • Incassofase: De fase die intreedt als in de inningsfase geen volledige betaling is verricht. In deze fase kan met of zonder dwangbevel beslag worden gelegd op de goederen van betrokkene, of kunnen dwangmiddelen worden toegepast.

  • Inningsfase: De uitvoeringsfase waarin aan betrokkene een beschikking en aanmaningen met daaraan gehecht optisch leesbare acceptgirokaarten (OLA) worden verzonden.

  • I&I: Directie Inning en Incasseren van het CJIB

  • Last tot tenuitvoerlegging: Het AICE zorgt er namens de Minister voor dat de tenuitvoerleggingsorganisaties tijdig vernemen dat een administratiefrechtelijke beslissing ten uitvoer moet worden gelegd, zodat zij daartoe kunnen overgaan. Het AICE verstrekt daartoe namens de Minister een last tot tenuitvoerlegging. In geval van vrijheidsbenemening wordt de zwaardere variant, een last tot aanhouding verstrekt aan de politie.

  • Minister: De Minister voor Rechtsbescherming

  • MSNP: Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen

  • NVVK: Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren

  • Onherroepelijk: Een administratieve sanctie is onherroepelijk als er geen rechtsmiddel meer tegen openstaat.

  • OM: Openbaar Ministerie

  • RDW: Dienst Wegverkeer. Voor deze beleidsregel van belang als beheerder van het rijbewijs- en kentekenregister.

  • Rechtspersoon: In deze beleidsregel wordt onder het begrip rechtspersoon mede begrepen de vennootschap onder firma.

  • Verblijfadres: Het adres waar degene tot wie de beschikking zich richt daadwerkelijk verblijft, voor zover het afwijkt van het woonadres/briefadres.

  • Verhaal met dwangbevel: De Minister is bevoegd, indien betaling uitblijft, een dwangbevel uit te vaardigen. Dit dwangbevel wordt in handen gegeven van een gerechtsdeurwaarder, en verschaft het recht zich op de goederen van degene tot wie de beschikking zich richt te verhalen.

  • Verhaal zonder dwangbevel: De Minister kan verhaal nemen op inkomsten uit arbeid, pensioenen, wachtgelden en andere periodieke uitkeringen en/of op het tegoed en de kredietruimte bij een bank van een betrokkene. De betrokkene wordt hierover in kennis gesteld door middel van een kennisgeving verhaal.

  • Vestigingsadres: Het adres waar de rechtspersoon/onderneming tot wie de beschikking zich richt volgens de Kamer van Koophandel gevestigd is.

  • Wahv: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

  • Woonadres: Het adres waar de natuurlijke persoon tot wie de beschikking zich richt volgens de Gemeentelijke Basisadministratie woonachtig is.

  • WSNP: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

1. Inleiding

  • 1. Het CJIB int namens de Minister administratieve sancties en administratiekosten op grond van de Wahv, waaronder de incasso van de administratieve sancties, de daarop gevallen verhogingen en de administratiekosten.

  • 2. Dit document bevat beleidsregels die door het CJIB bij de inning en incasso van de administratieve sancties in het kader van de Wahv worden gehanteerd.

2. Uitgangspunten

  • 3. Het CJIB verricht de handelingen ten aanzien van de inning en incasso (inclusief de toepassingen van de dwangmiddelen inning rijbewijs en buitengebruikstelling) namens de Minister. Het dwangmiddel gijzeling wordt gevorderd door de officier van justitie van het parket CVOM die daarbij wordt ondersteund door het CJIB.

  • 4. Het CJIB verstrekt met inachtneming de vigerende privacywetgeving informatie met betrekking tot de uitvoering van de administratieve sancties en de daarbij betrokken instanties en personen. Uit wet, regelgeving en praktijk is een aantal algemene beginselen voor de tenuitvoerlegging te distilleren. Bij de tenuitvoerlegging van administratieve sancties gelden de volgende uitgangspunten:

    • de uitvoering van opgelegde administratieve sancties draagt bij aan het belang van de rechtshandhaving in ruime zin;

    • alle sancties dienen zo snel, zeker, efficiënt en maatschappelijk verantwoord mogelijk te worden geïnd;

    • de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn mede bepalend voor het te voeren tenuitvoerleggingsbeleid/de uitvoering van werkzaamheden als bestuursorgaan.

  • 5. Uitgangspunten bij fasen en instrumenten:

    • zaken die in de inningsfase niet of niet geheel zijn betaald gaan in beginsel door naar de incassofase;

    • de Wahv laat ruimte om de maatregelen in de incassofase flexibel in te zetten. In beginsel wordt de voor betrokkene minst bezwarende maatregel ingezet;

    • de Wahv laat ruimte om de dwangmiddelen in de dwangfase flexibel in te zetten, mits de maatregelen in de incassofase niet (volledig) tot resultaat hebben geleid. In beginsel wordt het voor betrokkene minst bezwarende dwangmiddel ingezet. Het dwangmiddel gijzeling wordt pas ingezet als andere dwangmiddelen niet (volledig) tot resultaat hebben geleid.

3. Hoofdlijnen inning en incasso

3.1. Inningsfase

  • 6. Het CJIB maakt beschikkingen aan in de zin van de Wahv, gebaseerd op de door de opsporingsinstantie aangeleverde gegevens. Het CJIB draagt zorg voor de verzending van de beschikking.

  • 7. Betrokkene dient ervoor zorg te dragen dat het verschuldigde bedrag vóór de vervaldatum is bijgeschreven op de rekening van het CJIB. Als datum van betaling geldt in beginsel de datum waarop de rekening van het CJIB is gecrediteerd (6:114 lid 2 Burgerlijk Wetboek). Als de betaling niet tijdig bij het CJIB is ontvangen en dit is te wijten aan een fout van de bank (hetgeen moet blijken uit door de betrokken te overleggen schriftelijke verklaring van de bankinstelling) dan word(t)(en) de eventueel opgelegde verhoging(en) ongedaan gemaakt.

  • 8. Een betrokkene kan in daartoe aangewezen gevallen gebruik maken van de mogelijkheid om een administratieve sanctie in maandelijkse termijnen te betalen. De inhoud van het betalingsregelingenbeleid staat in het ‘beleidskader betalingsregelingen’ dat op de website van het CJIB (www.cjib.nl) is gepubliceerd.

  • 9. Indien een beschikking of aanmaning die is toegezonden aan een Nederlandse ingezetene onbestelbaar retour wordt ontvangen, wordt aan de afdeling bevolking van de laatst bekende woongemeente een adres gevraagd. Voor rechtspersonen gebeurt deze verificatie bij de Kamer van Koophandel. Wanneer de beschikking ook op het in de BRP opgenomen adres onbestelbaar blijkt te zijn, wordt de beschikking geacht aan de betrokkene bekend te zijn.

  • 10. Alvorens een zaak door gaat naar de incassofase verricht het CJIB standaard een adresverificatie in de BRP of de Kamer van Koophandel.

  • 11. Afhankelijk van het resultaat van de adresverificatie wordt aan betrokkene al dan niet een nieuwe beschikking of eerste of tweede aanmaning verzonden of de zaak doorgezet naar de incassofase.

  • 12. Als het CJIB ten laste van een betrokkene een vordering heeft en tegelijkertijd aan deze betrokkene een bedrag moet voldoen, dan vindt, voor zover mogelijk, verrekening plaats van de openstaande vorderingen. Betrokkene wordt schriftelijk over de verrekening bericht.

  • 13. Als een betrokkene beroep instelt bij de kantonrechter dient de zekerheidstelling aan het CJIB te worden betaald. Als de kantonrechter het beroep gegrond verklaart dan wordt het CJIB hierover geïnformeerd en wordt de zekerheid gerestitueerd, tenzij hoger beroep openstaat.

  • 14. Als de rechter in een beroepsprocedure een veroordeling in de kosten ten behoeve van de indiener van het beroepschrift heeft uitgesproken dan worden de kosten na melding van de onherroepelijke beslissing aan het CJIB aan betrokkene vergoed. Er is in deze procedure geen grondslag voor de vergoeding van wettelijke rente (renteverlies).

3.2. Incassofase

  • 15. Zaken die in de inningsfase niet of niet geheel zijn betaald gaan in beginsel door naar de incassofase. De incassomaatregelen zijn verhaal zonder dwangbevel, waarbij beslag kan worden gelegd op periodieke inkomsten of de bankrekening, en verhaal met dwangbevel waarbij het openstaande bedrag aan een gerechtsdeurwaarder ter verdere incasso wordt overgedragen.

3.2.1. Incassofase EU-onderdanen

  • 16. Alle zaken die zijn opgelegd aan een EU-ingezetene (niet woonachtig in Nederland) en die niet of niet geheel zijn betaald, worden na de inningsfase voor verdere tenuitvoerlegging overgedragen aan de EU-lidstaat waar de betrokkene woont. Dit geldt niet wanneer de overdracht niet mogelijk blijkt doordat het Kaderbesluit erkenning geldelijke sancties niet is geïmplementeerd door desbetreffende EU-lidstaat of indien er andere redenen zijn om niet over te dragen. De overdracht gebeurt tot maximaal vijf jaar nadat de administratieve sancties onherroepelijk is geworden. Indien overdracht niet mogelijk blijkt wordt ten laste van betrokkene nationaal een last tot aanhouding uitgezet bij de politie.

  • 17. Indien de EU-lidstaat, waaraan de zaak voor tenuitvoerlegging is overgedragen, een bericht van acceptatie heeft verzonden, wordt de afloop van de zaak uit die lidstaat afgewacht. Indien (volledige) tenuitvoerlegging in die EU-lidstaat niet mogelijk is (gebleken) kan alsnog een last tot aanhouding worden aangemaakt en worden aangeleverd aan de politie.

3.3. Verhaal

3.3.1. Algemeen

  • 18. De kosten van het verhaal komen binnen wettelijke grenzen ten laste van degene aan wie de beschikking is opgelegd.

3.3.2. Verhaal zonder dwangbevel

  • 19. In eerste instantie wordt getracht het bedrag van de sanctie te incasseren door toepassing van verhaal zonder dwangbevel. Heeft dit geen of onvoldoende resultaat dan kan worden over gegaan tot het toepassen van verhaal met dwangbevel.

  • 20. Verhaal zonder dwangbevel middels beslag op een bankrekening wordt toegepast bij sancties waarvan het sanctiebedrag inclusief verhogingen maximaal € 500,00 bedraagt. Per maand wordt indien voor meerdere administratieve sancties verhaal zonder dwangbevel wordt toegepast maximaal € 500,00 door middel van verhaal zonder dwangbevel van de rekening van een natuurlijk persoon geïncasseerd.

3.3.3. Verhaal met dwangbevel

  • 21. Indien verhaal zonder dwangbevel niet mogelijk is (gebleken) kan worden overgegaan tot het toepassen van verhaal met dwangbevel.

  • 22. Het dwangbevel wordt ter betekening en, zo nodig, ter tenuitvoerlegging aan de gerechtsdeurwaarder overgedragen.

3.4. Kosten van verhaal

3.4.1. Doorberekening van kosten van verhaal met dwangbevel

3.4.2. Kosten verhaal zonder dwangbevel

  • 25. De door het CJIB in het kader van de toepassing van verhaal zonder dwangbevel te maken kosten worden op betrokkene verhaald.

3.4.3. Verzet (gedeeltelijk) gegrond verklaard

  • 26. Als de betrokkene verzet instelt tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel en het verzet door de kantonrechter gegrond of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard is het niet langer mogelijk het volledige dwangbevel ten uitvoer te leggen. Het dwangbevel wordt als de uitspraak onherroepelijk is geworden conform de uitspraak van de rechter afgedaan.

3.5. Verzet tegen het verhaal met en zonder dwangbevel

  • 27. Op het moment dat een verzet bij het CJIB is aangemeld, wordt, wanneer sprake is van verhaal met dwangbevel, de deurwaarder bericht de incasso tijdelijk stop te zetten.

  • 28. Het CJIB beoordeelt het verzetschrift en verzorgt binnen 4 weken een commentaar dat vergezeld van het zaakoverzicht naar de betreffende locatie van de sector kanton van de rechtbank wordt gezonden. Medewerkers van het CJIB kunnen ter zitting optreden als gemachtigde van de Minister.

  • 29. Het CJIB beoordeelt of naar aanleiding van een uitspraak van de kantonrechter hoger beroep ingesteld wordt en verzorgt in voorkomende gevallen het beroepschrift.

  • 30. Als de rechter in een verzetprocedure een veroordeling in de kosten ten behoeve van de indiener van het verzetschrift heeft uitgesproken dan worden de kosten na melding van het onherroepelijke vonnis aan betrokkene vergoed.

4. Dwangmiddelen

  • 31. Als de verhaalsmogelijkheden zijn uitgeput kunnen dwangmiddelen worden toegepast teneinde betaling af te dwingen. In beginsel wordt gekozen voor het voor betrokkene minst bezwarende dwangmiddel. De mogelijke dwangmiddelen zijn: inneming van het rijbewijs van de betrokkene, buitengebruikstelling van het voertuig en gijzeling van de betrokkene.

  • 32. De dwangmiddelen inneming van het rijbewijs van de betrokkene en buitengebruikstelling van het voertuig worden zonder machtiging van de rechter toegepast. Machtiging tot toepassing van het dwangmiddel gijzeling wordt met ondersteuning van het CJIB door de officier van justitie bij de kantonrechter gevorderd.

  • 33. De bevoegdheid om dwangmiddelen toe te passen bestaat tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde sanctie onherroepelijk is geworden. Indien een betalingsregeling is toegestaan is de maximale termijn voor toepassing van dwangmiddelen zes jaar.

4.1. Inneming van het rijbewijs

  • 34. De inneming van het rijbewijs wordt toegepast ten aanzien van natuurlijke personen vanaf 16 jaar aan wie een sanctie is opgelegd.

  • 35. Na registratie van de vordering tot inneming van het rijbewijs in het Centraal Rijbewijzenregister wordt een aanschrijving verzonden aan betrokkene met de mededeling dat deze voor de in de aanschrijving vermelde vervaldatum het rijbewijs moet inleveren dan wel de openstaande vordering dient te betalen ter voorkoming van de inneming van het rijbewijs.

  • 36. Als het rijbewijs van betrokkene reeds is ingevorderd uit anderen hoofde dan wordt beoordeeld of binnen een periode van drie maanden inneming van het rijbewijs alsnog kan plaatsvinden.

  • 37. Het niet voldoen aan de vordering het rijbewijs in te leveren en het rijden zonder rijbewijs is strafbaar.

4.2. Buitengebruikstelling van het voertuig

  • 38. Als het dwangmiddel inneming van het rijbewijs niet kan worden toegepast of niet tot resultaat heeft geleid, kan buitengebruikstelling van het voertuig worden toegepast.

  • 39. De buitengebruikstelling vindt plaats ten aanzien van het motorrijtuig of de aanhangwagen waarmee de gedraging is begaan of een gelijksoortig voertuig waarover de betrokkene vermag te beschikken. De buitengebruikstelling vindt plaats voor een periode van maximaal vier weken. De buitengebruikstelling vindt in beginsel plaats ten aanzien van voertuigen van zowel natuurlijke- als rechtspersonen.

  • 40. Betrokkene en kentekenhouder (als dat een ander is dan de betrokkene) worden op de hoogte gebracht van de (voorgenomen) overdracht van een voertuig aan DRZ

  • 41. Indien het buitengebruik gestelde voertuig wordt verkocht, dan strekt na voldoening van de betreffende vordering de meeropbrengst eerst tot voldoening van andere nog bij het CJIB openstaande onherroepelijke vorderingen. Een eventueel restant van de meeropbrengst wordt in Rijk’s kas gestort.

4.3. Gijzeling

  • 42. Indien geen volledige betaling heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de innings- en incassomogelijkheden genoemd in de artikelen 22 tot en met 27 en de artikel 28a, 28b en artikel 30 Wahv dient te worden afgewogen of toepassing gegeven kan worden aan het dwangmiddel gijzeling.

    Bij deze afweging dient rekening gehouden te worden met de volgende criteria:

    • De betrokkene heeft de leeftijd van 16 jaar nog niet bereikt.

    • Er is sprake van betalingsonmacht.

    • De kantonrechter heeft ten aanzien van dezelfde betrokkene binnen een voorafgaande periode van een half jaar meerdere verzoeken op inhoudelijke gronden afgewezen en er hebben zich in de positie van betrokkene geen relevante wijzigingen voorgedaan.

    Indien aan een van deze criteria wordt voldaan, blijft overdracht aan de officier van justitie achterwege.

  • 43. Het CJIB kan het dossier overdragen aan de officier van justitie met daarbij het verzoek om toepassing te geven aan artikel 28 Wahv.

  • 44. Het CJIB draagt na toewijzing van de machtiging gijzeling zorg voor de tenuitvoerlegging van de verkregen machtiging. Het AICE maakt een last tot aanhouding en levert deze aan bij de politie.

4.4. Last tot tenuitvoerlegging

  • 45. In geval van toepassing van de dwangmiddelen buitengebruikstelling voertuig en/of gijzeling wordt door het AICE een last tot tenuitvoerlegging cq last tot aanhouding aangemaakt en voor tenuitvoerlegging aangeboden aan de politie. De lasten worden aangemaakt voor zowel betrokkenen met als zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

5. Toepassing voorlopige maatregel

  • 46. Het CJIB wordt door de politie op de hoogte gesteld van de inbewaringstelling van het voertuig. Het CJIB informeert de Dienst Domeinen en geeft opdracht tot taxatie van het in bewaring gestelde voertuig. Afhankelijk van de waarde van het voertuig verzoekt het CJIB de Domeinen Roerende Zaken over te gaan tot vernietiging dan wel verkoop van het voertuig.

6. Betalingsregelingen, schuldhulpverlening en insolventies

6.1. Betalingsregelingen

  • 47. Voor Wahv-sancties kunnen betalingsregelingen worden getroffen. De wijze waarop betalingsregelingen kunnen worden aangevraagd staat vermeld op de website van het CJIB.

6.2. Minnelijke regelingen

  • 48. Het CJIB werkt volgens een afgesloten convenant of een intentieverklaring samen met instellingen die lid zijn van de NVVK of schuldhulp verlenen, dan wel met organisaties waarmee soortgelijke afspraken zijn gemaakt. Na afloop van een succesvol minnelijk traject kan het CJIB de inning van het restantbedrag van Wahv-sancties beëindigen. Het CJIB stelt hierbij als randvoorwaarde dat tijdens het minnelijk traject nieuw ontstane vorderingen tijdig zijn voldaan.

6.3. Faillissement, surséance van betaling en WSNP, breed moratorium

  • 49. In het geval dat blijkt, bijvoorbeeld uit een afschrift van de rechterlijke uitspraak, dat een betrokkene failliet is verklaard, surséance van betaling is verleend of een wettelijke schuldsanering is toegepast, kan geen betaling worden afgedwongen. In dat geval moet de vordering worden gefixeerd.

  • 50. Vorderingen op zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, die dateren van vóór en op de faillissementsdatum/WSNP-datum worden ingediend bij de curator/bewindvoerder. Voor vorderingen op een natuurlijk persoon die dateren van na de faillissementsdatum/WSNP-datum wordt alleen het inningtraject gevolgd. Vorderingen op een rechtspersoon die dateren van na de faillissementsdatum worden na afloop van het faillissement afgeboekt.

  • 51. In geval van surséance van betaling worden voor alle vorderingen gedurende de surséance geen kostenverhogende maatregelen getroffen.

  • 52. In geval van een breed moratorium worden gedurende de looptijd van het moratorium geen verhaalsmaatregelen genomen. Gelegde beslagen worden opgeschort.

7. Bijzondere omstandigheden

7.1. Adresgegevens

  • 53. Het CJIB hanteert de adresgegevens zoals deze worden aangeleverd door de opsporingsinstantie. Wanneer de gedraging is geconstateerd op kenteken zijn deze adresgegevens afkomstig uit het kentekenregister, welke is gekoppeld aan de BRP. Wanneer een betrokkene vervolgens verzoekt om wijziging van zijn adresgegevens in een ander adres dan het BRP-adres, kan hieraan worden voldaan met betrekking tot de specifieke zaak waarin hierom verzocht wordt. Betrokkene wordt erop gewezen dat deze wijziging alleen voor die specifieke zaak geldt en wordt voor verdere aanpassing van de gegevens verwezen naar de BRP

  • 54. Indien er sprake is van curatele of schuldenbewind wordt het adres van de bewindvoerder gebruikt vanaf datum publicatie uitspraak. Zo nodig wordt een zaak teruggezet in een eerdere fase.

  • 55. Ingeval van onderbewindstelling en mentorschap wordt het adres van de bewindvoerder of mentor gebruikt vanaf het moment dat het CJIB in kennis is gesteld van de onderbewindstelling c.q. het mentorschap. Zo nodig wordt een zaak teruggezet in een eerdere fase.

7.2. Buiteninvorderingstelling

  • 56. Het CJIB beëindigt de inning van de administratieve sanctie als dit voortvloeit uit enige wettelijke- of verdragsbepaling.

  • 57. Het CJIB kan, onverminderd hetgeen in wet- en regelgeving is bepaald, de administratieve sanctie buiten invordering stellen op basis van het beleid van de Minister of het OM of indien dit wordt besloten op basis van redelijkheid of doelmatigheid.

  • 58. De officier van Justitie kan de inning van de administratieve sanctie(s) beëindigen als met de voortzetting daarvan geen redelijk doel wordt gediend. Het CJIB voert de beslissing van de Officier van Justitie uit.

8. Klachten

  • 59. Klachten die betrekking hebben op door het CJIB toegepaste procedures worden zelfstandig door het CJIB afgehandeld. Klachten die betrekking hebben op de sanctie zelf of op door het OM, de politie of een andere aanleverende instantie gebruikte procedure worden voor zover dat niet al is gebeurd met een verzoek om verdere afhandeling aan het parket, respectievelijk de politie of de andere aanleverende instantie, gezonden.

9. Vaststelling beleidsregel

  • 60. Deze beleidsregel is vastgesteld door de Minister voor Rechtsbescherming.