Tijdelijke regeling aannemelijkheid slachtofferschap mensenhandel

[Regeling vervalt per 01-01-2019.]
Geldend van 01-01-2018 t/m heden

Tijdelijke regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 18 december 2018, nr 2169425, houdende regels over de pilot vaststelling van aannemelijkheid slachtofferschap mensenhandel (Tijdelijke regeling aannemelijkheid slachtofferschap mensenhandel)

De Minister voor Rechtsbescherming,

Overwegende dat met het Schadefonds Geweldsmisdrijven overeenstemming is bereikt over deze regeling;

Besluit:

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. (instelling en taak subcommissie)

  • 1 Er is een Subcommissie slachtofferschap mensenhandel.

  • 2 De subcommissie maakt deel uit van de commissie.

  • 3 De subcommissie heeft tot taak om op aanvraag een deskundigenbericht uit te brengen over de vraag of het aannemelijk is dat de aanvrager slachtoffer is van mensenhandel.

Artikel 3. (aanvraag om een deskundigenbericht)

  • 1 Een aanvraag om een deskundigenbericht kan slechts worden ingediend door degene die aangifte heeft gedaan van mensenhandel, jegens de aanvrager in Nederland gepleegd, welke aangifte is gevolgd door een sepot dat of door vrijspraak die dateert van na 2017.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde vereisten van aangifte en sepot of vrijspraak gelden niet als de aanvrager geen aangifte kon of wilde doen wegens ernstige bedreigingen of een medische of psychische beperking.

  • 3 Tenzij het tweede lid van toepassing is, kan een aanvraag slechts worden ingediend binnen vier weken na de datum van het sepot of de vrijspraak.

  • 4 Een aanvraag kan tot en met 31 december 2018 worden ingediend, met gebruikmaking van een door de subcommissie vastgesteld formulier.

  • 5 Op het formulier wordt de aanvrager verzocht om de subcommissie toestemming te geven om aan derden gegevens en bescheiden te vragen en om relevante derden op de hoogte te brengen van de aanvraag en de stand van de procedure.

Artikel 4. (te verstrekken gegevens en bescheiden)

  • 1 De aanvrager verstrekt aan de subcommissie de gegevens en bescheiden die de subcommissie nodig heeft om een deskundigenbericht te kunnen uitbrengen en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

  • 2 De subcommissie kan de aanvraag buiten behandeling laten als de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door de subcommissie gestelde termijn aan te vullen.

Artikel 5. (gelegenheid tot horen)

  • 1 Voordat de subcommissie een deskundigenbericht uitbrengt, stelt zij de aanvrager en zo nodig derden in de gelegenheid te worden gehoord.

  • 2 Van het horen kan worden afgezien als:

    • a. de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk is,

    • b. kennelijk onaannemelijk is dat de aanvrager slachtoffer is van mensenhandel,

    • c. de aanvrager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord,

    • d. de aanvrager niet binnen een door de subcommissie gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord, of

    • e. kennelijk aannemelijk is dat de aanvrager slachtoffer is van mensenhandel.

Artikel 6. (inlichtingen vragen)

Als de aanvrager de in artikel 3, vijfde lid, bedoelde toestemming heeft gegeven, kan de subcommissie aan daarvoor in aanmerking komende autoriteiten, colleges, ambtenaren en andere personen de inlichtingen vragen die zij ter vervulling van haar taak nodig acht.

Artikel 7. (termijn uitbrengen deskundigenbericht)

  • 1 De subcommissie brengt het deskundigenbericht uit binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De termijn wordt opgeschort gerekend vanaf de dag na die waarop de aanvrager is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 4, tweede lid, te herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

  • 3 De subcommissie kan het uitbrengen van het deskundigenbericht voor ten hoogste zes weken verdagen.

  • 4 Verder uitstel is mogelijk voor zover de aanvrager daarmee instemt.

Artikel 8. (al dan niet gebruiken van deskundigenbericht)

De aanvrager bepaalt zelf of hij het deskundigenbericht al dan niet verstrekt aan derden.

Artikel 9. (samenstelling subcommissie)

  • 1 Voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2018 worden benoemd tot lid van de subcommissie:

    • a. mevrouw A.H. Claassen, MSc, te Amsterdam;

    • b. mevrouw mr. C. Dettmeijer te Den Haag;

    • c. mevrouw mr. A. Koopsen te Amsterdam;

    • d. de heer dr. J.J.M. van Rij te Ouddorp;

    • e. mevrouw prof. mr. dr. C.R.J.J. Rijken te Etten-Leur;

    • f. mevrouw M. Tankink, PhD, te Heemstede.

  • 2 De heer mr. R.R. Knobbout te Rijswijk, lid van de commissie, wordt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2018 tevens benoemd tot lid en voorzitter van de subcommissie.

Artikel 10. (beleidsregels)

De commissie stelt beleidsregels vast over de toepassing van deze regeling. De beleidsregels worden bekendgemaakt door plaatsing op www.schadefonds.nl.

Artikel 11. (werkwijze subcommissie)

  • 1 De subcommissie beslist met meerderheid van stemmen. Voor zover de stemmen staken geeft het oordeel van de voorzitter de doorslag.

  • 2 De subcommissie stelt een reglement op voor haar werkzaamheden en de inrichting daarvan.

Artikel 12. (verwerking van persoonsgegevens)

  • 1 Ten behoeve van de behandeling van de aanvraag verwerkt de subcommissie persoonsgegevens. De commissie is verwerkingsverantwoordelijke.

  • 2 De persoonsgegevens worden maximaal twee jaar bewaard.

Artikel 13. (subsidie voor uitvoering van deze regeling)

De Minister voor Rechtsbescherming verstrekt de commissie een subsidie voor de kosten van de uitvoering van deze regeling, voor zover niet op andere wijze in de vergoeding van deze kosten kan worden voorzien. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14. (overgangsrecht)

Deze regeling blijft van toepassing op een aanvraag die is ingediend voor 1 januari 2019.

Artikel 15. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling aannemelijkheid slachtofferschap mensenhandel.

Artikel 16. (looptijd van deze regeling)

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018 en vervalt met ingang van 1 januari 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Rechtsbescherming,

S. Dekker

Terug naar begin van de pagina