Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen

Geldend van 01-01-2018 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 20 december 2017, nr. IENM/BSK-2017/180307, houdende regels voor de conformiteitsbeoordeling van vaste biomassa voor energietoepassingen (Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 13, 16, eerste en derde lid, 19 en 20, eerste lid, van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 2. Duurzaamheidseisen

De duurzaamheidseisen voor de categorieën vaste biomassa, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het besluit zijn opgenomen in bijlage D in samenhang met bijlage B.

Artikel 3. Beheerseisen

De beheerseisen, bedoeld in artikel 16, derde lid, van het besluit zijn opgenomen in bijlage C.

Artikel 4. Verificatieprotocol

  • 1 Het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 13 van het besluit, is het Verificatieprotocol duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen.

  • 2 Indien een nieuwe versie van het verificatieprotocol beschikbaar is, wordt die door de Minister van Economische Zaken en Klimaat op de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geplaatst.

Artikel 5. Inspecteurs

De inspecteurs van de Nederlandse emissieautoriteit worden aangewezen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 19 van het besluit.

Artikel 6. Redelijke termijn

De redelijke termijn, bedoeld in artikel 20, eerste en tweede lid, van het besluit, bedraagt zes maanden.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 1 november 2017, houdende regels inzake de conformiteitsbeoordeling van vaste biomassa voor energietoepassingen door erkende conformiteitsbeoordelingsinstanties (Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen) (Stb. 2017, 427) in werking treedt. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na de datum van inwerkingtreding van dat besluit, treedt deze regeling in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met het tijdstip waarop het genoemde besluit in werking is getreden.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

S. van Veldhoven-van der Meer

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

E.D. Wiebes

Bijlage A. Begrippen

  • andere bosproducten: alle producten uit het bos die geen hout zijn, inclusief materialen die van bomen verkregen worden.

  • bedreigde planten- en diersoorten: planten- en diersoorten die minimaal als ‘bedreigd’ geclassificeerd zijn in de mondiale rode lijst van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) en de richtlijnen van de IUCN voor de regionale toepassing van de rode lijst van de IUCN.

  • biodiversiteit: variabiliteit van levende organismen van alle oorsprongen, waarbij de diversiteit binnen soorten, tussen soorten en van ecosystemen is inbegrepen.

  • biomassaproducent: rechtspersoon die biogene grondstoffen verzamelt en verwerkt tot vaste biomassa voor de toepassing bij een energieproducent.

  • bos: terrein groter dan 0,5 hectare, bezet met bomen groter dan 5 meter en een kroonbedekking van meer dan 10% of met bomen die deze grenswaarden kunnen bereiken, niet zijnde een gebied dat overwegend stedelijk of agrarisch in gebruik is.

  • bosbeheer: plannen en uitvoeren van activiteiten gericht op het beheer en gebruik van bossen en andere beboste gebieden ter verwezenlijking van bepaalde doelstellingen op economisch, sociaal, cultureel of milieugebied.

  • bosbeheerder: eigenaar, concessiehouder of persoon die in een andere hoedanigheid verantwoordelijk is voor het beheer en de exploitatie van een bosbeheereenheid.

  • bosbeheereenheid: één of meer bospercelen die als één geheel worden beheerd.

  • chemicaliën: stoffen die potentieel gevaarlijk zijn voor de gezondheid of het milieu of die materiële schade kunnen aanrichten.

  • duurzaam bosbeheer: beheer en gebruik van bossen en beboste gebieden op een manier en met een intensiteit waarmee hun productiviteit, biologische diversiteit, regeneratiecapaciteit en vitaliteit behouden blijft, evenals het vermogen om nu en in de toekomst de relevante economische, ecologische en sociale functies op lokaal, nationaal en mondiaal niveau te vervullen, waarbij koolstofvoorraden op lange termijn behouden of vergroot worden en geen schade aan andere ecosystemen wordt toegebracht.

  • dunningen: selectief of systematisch verwijderen van bomen uit een min of meer gelijkjarig bos met het doel de groei, waaronder de diktegroei, en de gezondheid van de resterende bomen te bevorderen.

  • ecologische cycli: natuurlijke processen waarbij elementen in verschillende vormen voortdurend worden uitgewisseld tussen de verschillende compartimenten van het ecosysteem, inclusief nutriënten-, koolstof- en waterkringlopen.

  • ecologische functies: functies die het bos vervult die samenhangen met ecologie, waaronder klimaatregulering, controle van erosie, bodemvorming, waterretentie, koolstofopslag, waterzuivering, bestuiving, instandhouding en ontwikkeling van biodiversiteit.

  • energieteeltsystemen: teeltsystemen die specifiek zijn gericht op de productie van biomassa voor energiedoeleinden, waarbij zeer snel groeiende boomsoorten in hoge dichtheid zijn aangeplant en na een korte rotatieperiode worden geoogst.

  • groep- of regioverband: juridische entiteit waarin verschillende bosbouwondernemingen in een bepaald gebied samenwerken dan wel bedrijven die samen actief zijn in een bepaald segment van het handelsketensysteem.

  • habitat: de plaats of het soort gebied waar een organisme of populatie van nature voorkomt.

  • handelsketensysteem: samenstel van regels, procedures en documenten op bedrijfsniveau, waarmee een koppeling gemaakt wordt tussen de bron van het materiaal en het punt in de keten waar een claim wordt gedaan over het materiaal.

  • houtplantage: bos bestaande uit gelijkjarige bomen van één of enkele soorten, exoten of inheemse soorten, aangelegd in een gelijkmatig verband door planten of zaaien met houtproductie als doel.

  • jaarlijks toelaatbare kap: het volume hout dat gemiddeld binnen een omschreven gebied gekapt mag worden, uitgedrukt in kubieke meters hout per jaar.

  • juridisch gebruiksrecht: door een overheidsinstantie of wettelijk bevoegde instantie of persoon verleend recht om in een bepaald gebied bosbouwactiviteiten uit te voeren.

  • levering: hoeveelheid biomassa die is ingezet voor energieproductie en waarvan de fysieke en duurzaamheidseigenschappen voor de gehele levering gelijk zijn.

  • massabalans: handelsketensysteem op grond waarvan de duurzaamheidseigenschappen in boekhoudkundige zin toegewezen blijven aan de levering van biomassa, terwijl het fysiek mengen van biomassa met verschillende duurzaamheidseigenschappen is toegestaan.

  • natuurlijk bos: bos dat van nature is ontstaan en zich langs natuurlijke weg heeft ontwikkeld en dat veel van de oorspronkelijke karakteristieken en kernelementen van inheemse ecosystemen bevat.

  • natuurlijk kapitaal: voorraad van alle hernieuwbare en niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen, zoals lucht, mineralen en plant- en diersoorten, die samen in een toevoer van diensten voorzien die de welvaart en het welzijn van mensen ondersteunen.

  • reduced impact logging: oogsttechnieken en -methodes die ontwikkeld zijn om onnodige schade aan bos, milieu en te oogsten hout te voorkomen en tegelijkertijd veilige werkomstandigheden te bevorderen.

  • rondhout: onbewerkt hout van de stam van een boom.

  • rotatietijd: periode tussen aanleg en oogst of daaropvolgende eindkap van een bosopstand, met inachtneming van optimale lopende aanwas.

  • stronk: gedeelte van een boom dat aan de wortel blijft vastzitten nadat de stam is geveld.

  • veengebied: gebied met een bodem waarbij binnen de zone tot 80 cm diepte moerig materiaal voorkomt over een aaneengesloten dikte van minstens 40 cm.

  • wetlands: land dat permanent of gedurende een groot gedeelte van het jaar onder water staat of verzadigd is met water.

Bijlage B. Duurzaamheidseisen vaste biomassa

  Eis voor broeikasgasemissie
P1 Het gebruik van biomassa leidt tot een substantiële reductie van de uitstoot van broeikasgassen, berekend over de gehele keten, in vergelijking met het gebruik van fossiele brandstoffen

1.1

De berekende reductie van CO2eq uitstoot is gemiddeld over een jaar minimaal 70% ten opzichte van de EU-referentiewaarde. De gemiddelde uitstoot van CO2eq bedraagt maximaal 56 g CO2eq/MJ voor elektriciteit en 24 g CO2eq/MJ voor warmte. Geen enkele levering van biomassa leidt tot een uitstoot boven de waarde van 74 g CO2eq/MJ voor elektriciteit en 32 g CO2eq/MJ voor warmte. De berekende maximale CO2eq-uitstoot is gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidscriteria voor biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen.

  Eis voor bodembeheer bij reststromen uit natuur- en landschapsbeheer en agrarische reststromen
P2 De kwaliteit van de bodem wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt

2.1

De beste werkwijzen worden toegepast voor de instandhouding of verbetering van de bodem en de bodemkwaliteit met het oog op de productie of de beheerdoelstellingen zoals deze zijn vastgelegd in een beheerplan.

  Eisen voor koolstof en verandering in landgebruik
P3 Productie van ruwe biomassa leidt niet tot de vernietiging van koolstofreservoirs

3.1

Biomassa is niet afkomstig van structureel gedraineerd land dat op 1 januari 2008 veengebied was, tenzij kan worden aangetoond dat de teelt en het oogsten van deze grondstoffen geen ontwatering van een voorheen niet-ontwaterde bodem met zich meebrengen.

3.2

Biomassa is niet afkomstig van land dat na 1 januari 2008 is geconverteerd van wetlands naar andere of drogere ecosystemen.

3.3

Biomassa is niet afkomstig van houtplantages die na 31 december 1997 zijn aangelegd door middel van conversie van natuurlijke bossen, tenzij de bosbeheerder niet direct of indirect verantwoordelijk is voor de conversie. Biomassa afkomstig van houtplantages die na 1997 zijn aangelegd door middel van conversie van gedegradeerde natuurlijke bossen, of op gedegradeerde gronden is vrijgesteld van deze eis indien dit ecologisch en economisch verantwoord is en indien de bosbeheerder niet direct of indirect verantwoordelijk is voor de degradatie.

P4 Gebruik van biomassa leidt niet tot het ontstaan van een langlopende koolstofschuld

4.1

De bosbeheereenheid waaruit het hout afkomstig is, wordt beheerd met het oog op het op lange termijn of middellange termijn behouden of vergroten van koolstofvoorraden.

4.2

Biomassa is niet afkomstig van boomstronken tenzij de stronken al om een andere reden dan de hout- of biomassaproductie zijn verwijderd.

4.3

Gemiddeld minder dan de helft van het volume van de jaarlijkse rondhoutproductie uit bossen wordt gebruikt als biomassa voor energieopwekking. Rondhout afkomstig uit dunningen of uit productiebossen met een rotatietijd van 40 jaar of minder is vrijgesteld van deze eis.

P5 Biomassaproductie leidt niet tot indirecte verandering van landgebruik (Indirect Land Use Change (ILUC))

5.1

Bij biomassa die afkomstig is van energieteeltsystemen die na 1 januari 2008 zijn aangelegd, is aangetoond dat er sprake is van een laag risico van indirecte verandering van landgebruik. Biomassa uit bosbeheereenheden kleiner dan 500 hectare is vrijgesteld van deze eis.

  Eisen voor duurzaam bosbeheer
P6 Relevante internationale, nationale, regionale en lokale wet- en regelgeving wordt nageleefd

6.1

De bosbeheerder heeft het juridisch gebruiksrecht van het bos.

6.2

De bosbeheerder voldoet aan alle verplichtingen tot het betalen van belastingen en royalty’s.

6.3

Anticorruptiewetgeving wordt nageleefd. Bij gebrek aan anticorruptie wetgeving treft de bosbeheerder andere anticorruptiemaatregelen die in verhouding staan tot de schaal en intensiteit van de beheeractiviteiten en het risico op corruptie.

P7 Biodiversiteit wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt

7.1

Terreinen met een hoge beschermingswaarde en representatieve gebieden van bostypen die binnen de bosbeheereenheid voorkomen, zijn in kaart gebracht, geïnventariseerd, worden beschermd en zo mogelijk versterkt. De terreinen kunnen één of meer van de volgende waarden omvatten: diversiteit aan soorten, ecosystemen en habitats, ecosysteemdiensten, ecosystemen op landschapsniveau en culturele waarden.

7.2

Er zijn maatregelen getroffen voor de bescherming van beschermde en bedreigde planten- en diersoorten en indien van toepassing voor de versterking van de populatie en hun habitat.

7.3

Conversie van bossen binnen de bosbeheereenheid naar andere vormen van grondgebruik, met inbegrip van houtplantages, is niet toegestaan, tenzij deze:

- betrekking heeft op een geringe oppervlakte niet groter dan 5% van de oppervlakte van die bosbeheereenheid op de peildatum 1 januari 2008, en

- leidt tot duidelijke langetermijnvoordelen voor natuurbehoud, en

- geen schade toebrengt aan of bedreiging vormt voor terreinen met een hoge beschermingswaarde.

7.4

In het geval van houtplantages bestaat een voorkeur voor inheemse soorten. Een relevant gedeelte van het areaal van de houtplantage moet zich opnieuw kunnen ontwikkelen tot natuurlijk bos.

7.5

De exploitatie van andere bosproducten dan hout, inclusief de producten van jacht en visserij, wordt gereguleerd, gemonitord en gecontroleerd, om de instandhouding van de biodiversiteit binnen de bossen te waarborgen.

P8 De reguleringsfunctie en de kwaliteit, gezondheid en vitaliteit van het bos worden in stand gehouden en waar mogelijk versterkt

8.1

De bodemkwaliteit van de bosbeheereenheid wordt in stand gehouden en zo nodig verbeterd, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar kusten, rivieroevers, erosiegevoelige gedeelten en hellingen.

8.2

De waterbalans en -kwaliteit van zowel grondwater als oppervlaktewater in de bosbeheereenheid, alsook benedenstrooms buiten de bosbeheereenheid, wordt minimaal behouden en waar nodig verbeterd.

8.3

Belangrijke ecologische cycli, inclusief koolstof- en nutriëntenkringlopen, die in de bosbeheereenheid voorkomen, blijven behouden.

8.4

Onnodige schade aan het ecosysteem wordt voorkomen door toepassing van reduced impact logging en voor de omstandigheden meest geschikte methoden en technieken voor wegenbouw.

8.5

Indien branden worden gebruikt voor het bereiken van beheerdoelstellingen, zoals regeneratie van specifieke boomsoorten, zijn er adequate veiligheidsmaatregelen getroffen.

8.6

Het bosbeheer is gericht op het voorkomen en beheersen van ziekten en plagen voor zover deze een bedreiging vormen voor het natuurlijk kapitaal.

8.7

Het gebruik van chemicaliën is slechts toegestaan indien maximaal gebruik van ecologische processen en duurzame alternatieven ontoereikend blijkt. Het gebruik van pesticiden die door de Wereldgezondheidsorganisatie geclassificeerd zijn als type 1A en 1B en van gechloreerde koolwaterstoffen is niet toegestaan.

8.8

Het ontstaan van anorganisch afval en zwerfvuil wordt voorkomen dan wel verzameld, op de aangegeven plaatsen opgeslagen en op een milieuverantwoorde wijze afgevoerd.

P9 De productiecapaciteit van hout en relevante andere bosproducten dan hout wordt in stand gehouden om de toekomst van de bossen te waarborgen

9.1

De productiecapaciteit van ieder bostype binnen de bosbeheereenheid wordt in stand gehouden.

9.2

De bosbeheereenheid wordt adequaat beschermd tegen illegale exploitatie van hout en niet-houtige bosproducten, inclusief de producten van jacht en visserij, illegale vestiging van nederzettingen, illegaal landgebruik, illegaal gestichte branden en overige illegale activiteiten.

P10 Duurzaam bosbeheer wordt gerealiseerd op basis van een beheersysteem

10.1

Het bosbeheer is gericht op realisatie van de doelstellingen die in een plan voor het bosbeheer zijn vastgelegd en omvat de cyclus van inventarisatie en analyse, planning, uitvoering, monitoring, evaluatie en bijstelling.

10.2

Er is een plan voor bosbeheer dat minimaal bestaat uit:

– een beschrijving van de huidige staat van de bosbeheereenheid;

– langetermijndoelstellingen gericht op de ecologische functies van de bosbeheereenheid;

– de jaarlijks toelaatbare kap per bostype en, indien van toepassing, de jaarlijks toelaatbare exploitatie van andere bosproducten dan hout, berekend op basis van betrouwbare en actuele gegevens;

– een begroting voor de uitvoering van het plan voor bosbeheer.

10.3

Essentiële elementen voor het bosbeheer zijn op kaarten aangegeven.

10.4

De uitvoering van het plan voor het bosbeheer wordt periodiek gemonitord en de ecologische effecten van het bosbeheer worden geëvalueerd.

10.5

Het bosbeheer wordt uitgevoerd door vakbekwame medewerkers en boswerkers. De vakbekwaamheid en kennis worden op peil gehouden door middel van adequate periodieke scholing.

P11 Beheer in groep- of regioverband biedt voldoende waarborgen voor duurzaam bosbeheer

11.1

Een groep of regioverband staat onder leiding en toezicht van een zelfstandige juridische entiteit.

11.2

Een groep of regioverband voldoet aan de eisen voor duurzaam bosbeheer. Bovendien voldoet het bosbeheer van ieder lid van een groep of regioverband aan deze eisen voor zover deze van toepassing zijn op het beheer van dat bos.

  Eisen voor het handelsketensysteem
P12 Er is een handelsketensysteem voor de biomassa van de eerste schakel in de keten tot aan de energieproducent dat voorziet in een koppeling tussen de bron en het materiaal in het product of de productlijn, en waarvan de broeikasgasuitstootgegevens van iedere afzonderlijke schakel bekend zijn

12.1

Iedere schakel in het handelsketensysteem is eindverantwoordelijk en beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem dat waarborgt dat aan de eisen van het handelsketensysteem wordt voldaan.

12.2

Iedere schakel in het handelsketensysteem beschikt over de voor haar organisatie relevante broeikasgasuitstootgegevens die verkregen zijn volgens een methodiek, gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidseisen voor biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen.

12.3

Iedere schakel in het handelsketensysteem bewaart gedurende minimaal vijf jaar alle documentatie die nodig is om aan te tonen dat aan de toepasselijke duurzaamheidseisen is voldaan.

12.4

Iedere schakel in het handelsketensysteem registreert per inkomende en uitgaande levering biomassa de hoeveelheden en de op grond van deze regeling vereiste duurzaamheidsinformatie.

12.5

Bij het mengen en splitsen van leveringen met verschillende duurzaamheidseigenschappen in het handelsketensysteem maakt een schakel gebruik van een massabalans.

Bij het mengen geldt:

– de methode wordt ten minste op het niveau van een locatie toegepast;

– de organisatie definieert de periode met een maximum van een jaar, waarover de ingaande en uitgaande leveringen worden gemeten en maakt deze kenbaar;

– alle duurzaamheidseigenschappen van een uitgaand mengsel kunnen naar aard en hoeveelheid herleid worden tot die van de ingaande leveringen, rekening houdend met de van toepassing zijnde conversiefactoren.

12.6

Leveringen uit de categorieën 1 en 2 die louter voldoen aan de eisen 1.1, 3.1, 3.2, 3.3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 7.1, en 7.3 worden bij het mengen met andere leveringen op de massabalans als gecontroleerde biomassa onderscheiden. Voor gecontroleerde biomassa is de biomassaproducent de eerste schakel van de handelsketen en is de bron de bosbeheereenheid of een gedefinieerd aanvoergebied.

P13 Bij een groepsmanagementsysteem voor het handelsketensysteem voldoet de groep als geheel aan dezelfde eisen als de eisen die aan afzonderlijke bedrijven gesteld worden

13.1

Een groep staat onder leiding van een juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de groep als geheel. De entiteit beschikt over een managementsysteem alsmede over technische en menselijke hulpmiddelen waarmee het aantal deelnemende locaties binnen de reikwijdte van het systeem wordt aangestuurd. De entiteit voert jaarlijks een audit uit bij een deel van de aangesloten groepsleden.

13.2

De groep werkt conform de eisen 12.1 tot en met 12.6. Daarnaast voldoet ieder groepslid aan deze eisen voor zover deze op de werkzaamheden van dat lid van toepassing zijn.

13.3

De groepsleiding beschikt over een registratiesysteem waarin worden opgenomen:

– namen en adressen van de groepsleden;

– een verklaring van ieder lid waarin het lid verklaart te voldoen aan de eisen van het handelsketensysteem;

– de inkomende en uitgaande leveringen van elk van de afzonderlijke groepsleden.

Bijlage C. Beheerseisen

  • 1. Er is een breed gedragen behoefte aan het schema en aan een conformiteitsbeoordeling die op grond van het schema wordt verricht.

  • 2. De totstandkoming van het schema is transparant en de deelname aan de totstandkoming van het schema staat open voor eenieder.

  • 3. De werkwijzen in verband met de totstandkoming van het schema zijn vastgelegd en betreffen ten minste de aan de totstandkoming deelnemende partijen en de wijze waarop besluiten over de totstandkoming worden genomen.

  • 4. Bij de totstandkoming en het beheer van het schema wordt aantoonbaar deskundigheid ingebracht ten aanzien van de duurzaamheidseisen waarop het schema betrekking heeft.

  • 5. Het schema is openbaar of is onder eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toegankelijk.

  • 6. De schemabeheerder behoudt het gebruik van het schema voor aan de conformiteitsbeoordelingsinstantie waarmee een overeenkomst is afgesloten, tenzij de schemabeheerder de enige conformiteitsbeoordelaar is.

  • 7. De schemabeheerder heeft effectieve procedures geïmplementeerd voor de behandeling van klachten en beroepen. Beroepen worden behandeld door personen die niet direct betrokken zijn bij het ontwikkelen en het beheren van het document.

  • 8. De schemabeheerder beschikt over een systeem van versiebeheer van het schema.

Bijlage D. Categorieën vaste biomassa met bijbehorende duurzaamheidseisen alsmede bron en eerste schakel in de handelsketen

Tabel 1. Duurzaamheidseisen van bijlage B per categorie vaste biomassa

Duurzaamheidseisen

Categorie vaste biomassa

Broeikasgas-emissie

Bodem-beheer

Koolstof en verandering landgebruik

Duurzaam bosbeheer

Handelsketen-systeem

1. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden

1.1

 

3.1–3.3, 4.1–4.3, 5.1

6.1–6.3, 7.1–7.5, 8.1–8.8, 9.1–9.2, 10.1–10.5, 11.1–11.2

12.1–12.6, 13.1–13.3

2. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden kleiner dan 500 ha

1.1

 

3.1–3.3, 4.1–4.3

6.1–6.3, 7.1–7.5, 8.1–8.8, 9.1–9.2, 10.1–10.5, 11.1–11.2

12.1–12.6, 13.1–13.3

3. Reststromen uit natuur- en landschapsbeheer

1.1

2.1

   

12.1–12.6, 13.1–13.3

4. Agrarische reststromen

1.1

2.1

   

12.1–12.6, 13.1–13.3

5. Biogene rest- en afvalstromen

1.1

     

12.1–12.6, 13.1–13.3

Tabel 2. Onderscheid tussen bron en eerste schakel in de handelsketen per categorie vaste biomassa

Categorie vaste biomassa

Bron

Eerste schakel handelsketensysteem

1. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden

Bosbeheereenheid

Bosbeheerder

2. Houtige biomassa uit bosbeheereenheden kleiner dan 500 ha

Bosbeheereenheid of gedefinieerd aanvoergebied, waar de bosbeheereenheid deel van uitmaakt

Bosbeheerder of biomassaproducent

3. Reststromen uit natuur- en landschapsbeheer

Gedefinieerd aanvoergebied

Eerste inzamelpunt

4. Agrarische reststromen

Gedefinieerd aanvoergebied

Eerste inzamelpunt

5. Biogene rest- en afvalstromen

Bedrijf dat het restproduct genereert

Eerste inzamelpunt