Wpg-machtigingsbesluit Bopz-dossier

Geldend van 22-12-2017 t/m heden

Besluit ingevolge artikel 18, tweede lid, van de Wet politiegegevens van de Minister van Justitie en Veiligheid van 13 december 2017, kenmerk 2162881 houdende toestemming aan de korpschef van politie tot het verstrekken van politiegegevens aan leden van het openbaar ministerie ten behoeve van opname van die politiegegevens in het Bopz-dossier (Wpg-machtigingsbesluit Bopz-dossier)

De Minister van Justitie en Veiligheid;

Gelet op artikel 18, tweede lid, van de Wet politiegegevens;

Overwegende:

dat de officier van justitie op grond van het bepaalde in de Wet Bopz is belast met het doen van verzoeken bij de rechter strekkende tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf van een persoon in een psychiatrisch ziekenhuis, alsmede andere verzoeken krachtens die wet;

dat voornoemde verzoekschriften verband houden met het ernstige vermoeden dat een persoon is gestoord in zijn geestvermogens, de stoornis van de geestvermogens van die persoon gevaar doet veroorzaken, en dit gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend, dan wel het gevaar buiten een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of een verpleeginrichting, slechts door het stellen en naleven van voorwaarden kan worden afgewend;

dat een verzoekschrift van de officier van justitie, op grond van artikel 278, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, onder meer de gronden waarop het berust, waaronder begrepen bescheiden die het verzoek kunnen onderbouwen, dient te bevatten;

dat de Commissie Hoekstra aanbeveelt dat de officier van justitie zijn verzoekersrol actiever moet inzetten en dat de officier van justitie de rechter een completer beeld dient te verschaffen door naast medische informatie ook politiële en justitiële achtergrondinformatie alsmede sociale gegevens aan het verzoekschrift (Bopz-dossier) toe te voegen (Rapport onderzoekscommissie strafrechtelijke beslissingen openbaar ministerie naar aanleiding van de zaak-Bart van U., blz. 219-220, bijlage bij Kamerstukken II 2014/15, 29 279, 247, blg. 538215);

dat het openbaar ministerie in opvolging van de aanbevelingen van de Commissie Hoekstra een verbeterprogramma heeft opgesteld dat onder meer behelst dat door leden van het openbaar ministerie actief relevante bescheiden, waaronder politiemutaties, worden opgevraagd en toegevoegd aan het verzoekschrift verbeterprogramma maatschappelijke veiligheid. Maatregelen OM na onderzoeksrapport commissie Hoekstra naar aanleiding van de zaak Van U., p. 15, bijlage bij Kamerstukken II 2015/16, 29 279, 286, blg. 625436);

dat na inwerkintreding van het wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg (Kamerstukken I 2016/17, 32 399, A) de verstrekking van politiegegevens aan de officier van justitie kan plaatsvinden op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van de Wet politiegegevens, dat voorziet in de verstrekking van politiegegevens aan leden van het openbaar ministerie voor zover zij deze behoeven voor de uitvoering van hun bij of krachtens de wet opgedragen taken;

dat ten behoeve van de uitvoering van de politietaak politiegegevens worden verwerkt en uit die politiegegevens gronden kunnen worden ontleend die relevant zijn voor opname in het verzoekschrift;

dat ingevolge artikel 18, tweede lid, van de Wet politiegegevens de Minister van Justitie en Veiligheid toestemming of opdracht kan geven tot het verstrekken van door hem te omschrijven politiegegevens voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang;

dat met het verstrekken van politiegegevens aan leden van het openbaar ministerie ten behoeve van opname van die politiegegevens in het verzoekschrift, gelet op het doel waartoe het verzoekschrift strekt, een zwaarwegend algemeen belang is gediend, bestaande uit het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid, en voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen;

dat het met het oog op voornoemd zwaarwegend algemeen belang noodzakelijk is dat politiegegevens aan leden van het openbaar ministerie worden verstrekt ten behoeve van opname van die politiegegevens in het verzoekschrift, zodat de officier van justitie en de rechter deze kunnen betrekken respectievelijk bij het verzoek en bij de beslissing op het verzoek tot het verlenen van een machtiging;

dat gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van degene op wie een politiegegeven betrekking heeft aan het verstrekken van die politiegegevens nadere voorwaarden dienen te worden gesteld;

dat dit machtigingsbesluit voorziet in een tijdelijke grondslag totdat de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang en de met die wetten verband houdende uitvoeringswetgeving in werking treedt.

Besluit:

Artikel 1

  • 2 De in het eerste lid bedoelde politiegegevens betreffen uitsluitend politiegegevens die worden verwerkt ingevolge artikel 8 van de Wet politiegegevens en waaraan gronden kunnen worden ontleend die relevant zijn voor opname in het verzoekschrift.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde politiegegevens worden niet verstrekt indien het opsporingsbelang zich hiertegen verzet.

Artikel 2

Het College van procureurs-generaal treft maatregelen die waarborgen dat de verstrekte politiegegevens uitsluitend worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

Artikel 3

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Dit besluit vervalt op de dag dat het wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg kracht van wet heeft verkregen en in werking treedt.

’s-Gravenhage, 13 december 2017

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina