Besluit Bevoegdhedencommissie vo

[Regeling vervalt per 01-10-2018.]
Geldend van 09-12-2017 t/m heden

Besluit van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 29 november 2017, nr. VO/1116700, houdende instelling van de Commissie bevoegdheden bij nieuwe vakken in het voortgezet onderwijs (citeertitel: Besluit Bevoegdhedencommissie vo)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een Bevoegdhedencommissie vo.

  • 2 De commissie heeft tot taak ten behoeve van het onderwijs te adviseren over passende bevoegdheden voor nieuwe vakken in het voortgezet onderwijs.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming en ontslag

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zeven leden.

  • 2 De voorzitter en de andere leden worden door de Minister benoemd.

  • 3 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

  • 4 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Minister een ander lid benoemen.

  • 5 De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de Minister.

Artikel 4. Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld met een duur van een jaar, te rekenen van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 5. Leden

  • 1 Tot bezoldigd lid van de commissie worden benoemd:

    • a. B.S. Eilander te Zoetermeer, tevens voorzitter;

    • b. namens Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs: A. van der Drift te Winsum;

    • c. namens Federatie van Onderwijsvakorganisaties: drs. H. van der Ree te Nieuwerkerk aan de IJssel;

  • 2 Tot onbezoldigd lid van de commissie worden benoemd:

    • a. namens Stichting Platforms VMBO: R.F. Baaten te Oldebroek;

    • b. namens Onderwijscoöperatie: drs. S.J. de Groot BEd te Delfzijl;

    • c. namens Algemeen Directeurenoverleg Educatieve Faculteiten: drs. J.F. van Meegen te Leiden;

    • d. namens VO-raad: A.S.M. Peters te Goirle;

    • e. namens Vereniging Nederlandse Universiteiten: T.D. Wassenaar MSc te Utrecht.

Artikel 6. Secretariaat

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2 Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

Artikel 7. Werkwijze

  • 1 De commissie kan zich, na toestemming van de Minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

  • 2 De commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij tot een besluit komt en de manier waarop zij verslag doet van dit besluit.

  • 3 De commissie biedt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen vijf maanden na haar instelling een planning aan de Minister aan.

Artikel 8. Inwinnen van inlichtingen

De leden van de commissie zijn bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de opdracht van de commissie.

Artikel 9. Informatieplicht

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 10. Rapportage en verantwoording

  • 1 De commissie brengt een eindrapportage uit aan het eind van haar instellingstermijn.

  • 2 De commissie kan uit eigen beweging of op verzoek van de Minister gedurende het jaar een of meerdere tussenrapportages uitbrengen.

Artikel 11. Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 12. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum

Dit besluit treedt in werking de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2017. Het besluit vervalt op 1 oktober 2018.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Terug naar begin van de pagina