Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling innovatieve windenergie op zee[Regeling vervalt per 01-01-2022.]

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 24 oktober 2017, nr. WJZ/17160973, houdende regels over de subsidiëring van de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van innovatieve windenergie op zee (Regeling innovatieve windenergie op zee)

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L187);

  • besluit: Besluit stimulering duurzame energieproductie;

  • kavel V: kavel V van het windenergiegebied Borssele zoals aangewezen in Kavelbesluit V windenergiegebied Borssele (Stcrt. 2016, 14551);

  • kavelbesluit: kavelbesluit als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee;

  • minister: Minister van Economische Zaken;

  • netto P50-waarde vollasturen: het aantal vollasturen, waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;

  • nominaal vermogen: maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit;

  • windenergiegebied Borssele: windenergiegebied Borssele, aangewezen in het nationaal waterplan, bedoeld in artikel 4.1 van de Waterwet, zoals vastgesteld voor de periode 2016 tot en met 2021.

Artikel 2

De minister kan voor een project voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee met de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie die is gelegen op kavel V, op aanvraag subsidie verstrekken bestaande uit:

Artikel 3

Het nominale vermogen van de productie-installatie, bedoeld in artikel 2, bedraagt tenminste 6 MW en ten hoogste 20 MW.

Artikel 4

Aanvragen om subsidie worden ontvangen in de periode van 2 januari 2018 tot 18 januari 2018 17:00 uur.

Artikel 5

  • 1 Een aanvraag om subsidie bevat ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 6

Artikel 7

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt € 59.000.000.

Artikel 8

  • 2 De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:

    • a. het project meer bijdraagt aan de kostprijsreductie van windenergie op zee;

    • b. de mogelijke bijdrage van het project aan de Nederlandse economie groter is;

    • c. het project vernieuwender is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek en de Nederlandse kennispositie meer wordt versterkt;

    • d. de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, de deelnemende partijen en de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet.

  • 3 De minister kent per rangschikkingscriterium ten minste één en ten hoogste 5 punten toe.

  • 4 Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie aan meer dan één producent subsidie zou worden verstrekt.

  • 5 Indien meerdere aanvragen gelijk zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast op basis van de hoogte van de door de desbetreffende aanvragers gevraagde subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, waarbij een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate de gevraagde subsidie voor deze kosten, exclusief een verhoging als bedoeld in artikel 18, vierde of vijfde lid, lager is. Indien op basis hiervan meerdere aanvragen gelijk zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking vast door middel van loting.

Artikel 9

  • 1 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie in gebruik binnen 5 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

  • 2 Indien het wijzigingsbesluit kavelbesluit V windenergiegebied Borssele (Stcrt. 2017, 48875) later onherroepelijk wordt dan de datum van de beschikking tot subsidieverlening, neemt de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik binnen 5 jaar na de datum waarop dat wijzigingsbesluit onherroepelijk is geworden.

Artikel 10

  • 1 De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-ontvanger overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bijlage.

  • 2 De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger binnen vier weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening aantoont dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de overeenkomst opgenomen in de bijlage is afgegeven.

  • 3 Indien niet tijdig aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste of tweede lid, is voldaan wordt subsidie verleend voor de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking.

Artikel 11

Bij de beschikking tot subsidieverlening kan de verplichting worden opgelegd tot indiening van ten hoogste één rapportage per jaar over de voortgang en resultaten van het project, die naar het oordeel van de minister kwalitatief voldoende is en waarin de subsidieontvanger de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project wordt opgedaan openbaar maakt.

§ 2. Exploitatiesubsidie

Artikel 12

Deze paragraaf is van toepassing op subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a.

Artikel 13

Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste € 0,05449 per kWh.

Artikel 14

  • 1 De subsidie wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2 De minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger bepalen dat het tijdstip van aanvang van de periode, bedoeld in het eerste lid, voor twee gedeelten van de beschikking tot subsidieverlening verschilt. Tussen de tijdstippen van aanvang zit een periode van tenminste twee maanden.

Artikel 15

Artikel 16

De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 42 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

§ 3. Investeringssubsidie

Artikel 17

Deze paragraaf is van toepassing op subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b.

Artikel 18

  • 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 45% van de subsidiabele kosten.

  • 2 De subsidiabele kosten worden berekend in overeenstemming met artikel 41, zesde lid, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 3 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

  • 4 Het in het eerste lid genoemde percentage wordt met 20 procentpunten verhoogd, indien de aanvrager een kleine onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de kleine onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 5 Het in het eerste lid genoemde percentage wordt met 10 procentpunten verhoogd, indien de aanvrager een middelgrote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de middelgrote onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 19

  • 1 De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 41 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2 De subsidie wordt verstrekt overeenkomstig artikel 41, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 20

  • 1 De voor subsidie in aanmerking komende kosten worden berekend en gestaafd met bewijsstukken, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2 Indien de subsidie in meerdere tranches wordt uitgekeerd, worden de in aanmerking komende kosten gedisconteerd overeenkomstig artikel 7, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 21

  • 1 De minister verstrekt ambtshalve voorschotten voor een subsidie die nog niet is vastgesteld.

  • 2 De minister verstrekt het eerste voorschot binnen twee weken na aanvang van de activiteiten.

  • 3 De volgende voorschotten worden verstrekt binnen twee weken na 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober voor de in het desbetreffende kwartaal te maken kosten.

  • 4 Als datum van aanvang van de activiteiten geldt de dag na het voldoen aan de opschortende voorwaarde bedoeld in artikel 10, tweede lid, of, indien deze later is, de datum die in het plan is opgenomen voor de start van de activiteiten.

  • 5 Het voorschot bedraagt 90% van het bedrag dat in het desbetreffende kwartaal maximaal voor subsidie in aanmerking komt.

  • 6 De minister berekent de hoogte van het maximaal voor subsidie in aanmerking komende bedrag door de in de periode tussen twee mijlpalen te maken subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met het in artikel 18 bepaalde subsidiepercentage en te delen door het aantal voorschotmomenten in deze periode.

  • 7 Het geheel van voorschotten bedraagt niet meer dan het voorschotpercentage maal de maximale hoogte van de subsidie.

  • 8 De subsidie-ontvanger meldt het de minister indien de subsidiabele kosten zoals opgenomen in de mijlpalen in het plan in het desbetreffende kwartaal meer dan 25% afwijken van de begroting.

Artikel 22

In afwijking van artikel 70, eerste lid, van het besluit, dient de subsidie-ontvanger een aanvraag om tussentijdse subsidievaststelling in binnen 13 weken na het tijdstip waarop de productie-installatie in gebruik is genomen.

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 23

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 en vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidie die voor die datum is verleend.

Artikel 24

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling innovatieve windenergie op zee.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 24 oktober 2017

De Minister van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Bijlage behorende bij artikel 10

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van de Regeling innovatieve windenergie op zee
  • 1. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,;

    en

  • 2. ......... ......., gevestigd te......... (hierna te noemen: Ondernemer);

..................................................

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

  • a. De Minister van Economische Zaken heeft blijkens beschikking met kenmerk ......., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verstrekt als bedoeld in artikel 2 van de Regeling innovatieve windenergie op zee, hierna te noemen Regeling.

  • b. De Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-ontvanger.

  • c. De Minister van Economische Zaken beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de productie-installatie, bedoeld in de Beschikking, tijdig in gebruik zal nemen.

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie, bedoeld in de Beschikking, tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 9 van de Regeling bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie

  • 1. De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen vier weken na de datum van de Beschikking ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld te houden voor een bedrag groot € 600.000 (zegge: zeshonderdduizend euro) door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model opgenomen in de bijlage.

  • 2. De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen 12 maanden na de datum van de Beschikking ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld te houden voor een bedrag groot € 2.000.000 (zegge: twee miljoen euro) door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model opgenomen in de bijlage.

  • 3. De verplichting, bedoeld in het tweede lid, vervalt indien de Staat de Beschikking binnen 12 maanden nadat deze is afgegeven intrekt.

Artikel 3. Vrijval van de garantie

  • 1. De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgaranties te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.

  • 2. Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Bank.

  • 3. De Staat zendt schriftelijk bericht als bedoeld in het eerste lid ten aanzien van de gehele bankgarantie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, op het moment dat de bankgarantie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is afgegeven.

Artikel 4. Boetes

  • 1. Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot € 200.000 (zegge: tweehonderdduizend euro).

  • 2. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van € 200.000 (zegge: tweehonderdduizend euro) verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.

  • 3. Indien de Staat de Beschikking binnen 12 maanden nadat deze is afgegeven intrekt op verzoek van de Ondernemer zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing en is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete eenmalig en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is een bedrag verschuldigd groot € 600.000 (zegge: zeshonderdduizend euro).

  • 4. Indien de Ondernemer de bankgarantie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, niet binnen 12 maanden na de datum van de Beschikking heeft gesteld, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete eenmalig een bedrag verschuldigd groot € 600.000 (zegge: zeshonderdduizend euro). De boete is verschuldigd door het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

  • 5. De boetes, bedoeld in het eerste en tweede lid, in totaal ten hoogste tien, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

  • 6. De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer een boete verschuldigd is geworden.

  • 7. Indien het desbetreffende kavelbesluit na de datum van de Beschikking wordt gewijzigd als gevolg van een beroepsprocedure kan de Ondernemer binnen 6 weken na die wijziging verzoeken tot intrekking van de Beschikking zonder dat een boete verschuldigd is op grond van het derde lid of voor het niet tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie in de daaropvolgende periode.

Artikel 5. Vrijwaring

  • 1. Aan de inhoud van door de Staat beschikbaar gestelde onderzoeksrapportages betreffende het windenergiegebied Borssele kan de Ondernemer jegens de Staat geen rechten ontlenen.

  • 2. Het aanvangen van de bouw van de productie-installatie voordat het desbetreffende kavelbesluit onherroepelijk is geworden, is voor rekening en risico van de Ondernemer.

Artikel 6. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

  • 1. Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen.

  • 2. Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van beide bankgaranties door de Staat aan de Bank.

Artikel 7. Domiciliekeuze en berichtgevingen

  • 1. De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.

  • 3. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.

  • 4. De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.

Artikel 8. Rechtskeuze

  • 1. Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

  • 2. Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

Artikel 9. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst Wind op zee Staat/...................... kavel V Borssele’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .......

Ondernemer

te ’s-Gravenhage op ....................

De Minister van Economische Zaken.

Bijlage behorende bij de uitvoeringsovereenkomst wind op zee staat/......................

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

............................., gevestigd te ......., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

  • A. ........................... , gevestigd te ........, (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door ...................., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken op ............. de ‘Uitvoeringsovereenkomst Wind op zee Staat/.... kavel V Borssele’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend;

  • B. De Ondernemer volgens artikel 2 van de uitvoeringsovereenkomst binnen vier weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld dient te houden voor een bedrag groot € 600.000 en binnen 12 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld dient te houden voor een bedrag groot € 2.000.000, beiden door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie welke luidt conform het model dat als Bijlage bij die overeenkomst behoort;

  • C. De Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden;

VERKLAART ALS VOLGT

  • 1. De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van € ... (€ 600.000 danwel € 2.000.000).

  • 2. Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de Uitvoeringsovereenkomst.

  • 3. De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.

  • 4. Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.

  • 5. De Minister van Economische Zaken zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank.

  • 6. Op deze bankgarantie is Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.

  • 7. Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres: ...............

Getekend te

op

De Bank.