Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Commissie onderzoek fipronil in eieren

Geldend van 26-10-2017 t/m heden

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 oktober 2017, houdende instelling van de commissie die onderzoek doet naar fipronil in eieren (Instellingsbesluit Commissie onderzoek fipronil in eieren)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2;

  • b. de ministers: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Economische Zaken.

Artikel 2. Instelling

Er is een Commissie onderzoek fipronil in eieren.

Artikel 3. Taak

  • 1 De commissie heeft tot taak:

    • a. onderzoek te doen naar de rol en verantwoordelijkheid van de verschillende actoren in de eierketen ten aanzien van de borging van de voedselveiligheid;

    • b. onderzoek te doen naar de rol en verantwoordelijkheid van de verschillende actoren in de toezichtketen ten aanzien van de borging van de voedselveiligheid;

    • c. onderzoek te doen naar de wijze waarop de verschillende actoren (privaat en publiek) gehandeld hebben in de afhandeling van de crisis;

    • d. onderzoek te doen naar de wijze waarop de verschillende EU landen en de Europese Commissie gehandeld hebben en hoe er beter kan worden afgestemd;

    • e. het uitbrengen van een rapport waarin de uitkomsten van de onderdelen a tot en met d worden beschreven en waarin aanbevelingen worden geformuleerd.

  • 2 De commissie is bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.

Artikel 4. Samenstelling, benoeming

  • 1 De commissie bestaat uit de voorzitter, mevrouw mr. W. Sorgdrager.

  • 2 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

  • 3 Bij tussentijds vertrek van de voorzitter kunnen de ministers een andere voorzitter benoemen.

Artikel 5. Instellingsduur

  • 1 De commissie start op 1 oktober 2017 met het onderzoek.

  • 2 De commissie wordt opgeheven vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht, behoudens voor zover de commissie nog wordt verzocht toelichting te geven op het eindrapport.

Artikel 6. Secretariaat

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2 De commissie voorziet zelf in haar secretariaat.

  • 3 Het secretariaat is onafhankelijk en voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

  • 4 De ministers dragen, op verzoek van de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

Artikel 7. Werkwijze

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover zij dat voor de vervulling van haar taak nodig acht.

  • 3 De commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij het onderzoek uitvoert, waaronder in ieder geval over de wijze waarop zij personen hoort en daarvan verslag doet.

  • 4 De commissie bepaalt welke bevindingen zij, in het kader van hoor en wederhoor, voorlegt aan personen of instanties die door deze bevindingen worden geraakt of die daartegen bedenkingen zouden kunnen hebben.

Artikel 8. Inwinnen van inlichtingen; medewerkingsplicht ambtenaren

  • 1 De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instanties en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

  • 2 De onder de verantwoordelijkheid van de ministers vallende ambtenaren verlenen de commissie de verlangde medewerking, voor zover deze samenhangt met de ambtelijke taak en binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders. De commissie krijgt toegang tot alle informatie die zij nodig heeft.

  • 3 De commissie zal zich over de aan haar geboden medewerking verantwoorden in het onderzoeksrapport.

Artikel 9. Kosten van de commissie

  • 1 De kosten van de commissie komen ten laste van de begrotingen van de ministers. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen;

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek;

    • c. de reiskosten van de voorzitter;

    • d. de kosten voor publicatie van rapportages, en

    • e. de kosten voor het secretariaat van de commissie.

  • 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting aan de ministers aan.

Artikel 10. Vergoeding voorzitter

Artikel 11. Openbaarmaking

  • 1 De commissie legt haar bevindingen vast in een rapport. Het rapport wordt niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de ministers uitgebracht of overgedragen.

  • 2 Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de ministers uitgebracht.

Artikel 12. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na afloop van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2017.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie onderzoek fipronil in eieren.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.I. Schippers