Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging van de inspecteur-generaal van de Nederlandse [...] van het Ministerie van Economische Zaken 2017

Geldend van 20-10-2017 t/m heden

Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van 27 september 2017, nr. TRCVWA/2017/7984, houdende verlening van ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken 2017 (Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 2017)

De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit,

gelet op artikel 18 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015 en artikel 2, derde en vierde lid, van de Plantenziektenwet;

besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • b. de directeuren: de directeur Strategie, de directeur Handhaven, de directeur Keuren, de Business Change Director, de directeur CFO/Financiën en de directeur Bedrijfsvoering van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • c. de directeur BuRO: de directeur van het Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • d. de Chief Veterinary Inspector: de Chief Veterinary Inspector van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • e. de Director National Plant Protection Organisation: de Director National Plant Protection Organisation van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • f. de divisiehoofden: de divisiehoofden van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • g. de afdelingshoofden: de afdelingshoofden van een directie of divisie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • h. de teamleiders Bestuurlijke maatregelen: de teamleiders van de Teams Bestuurlijke maatregelen 1 en 2 van de divisie Juridische Zaken van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • i. de directieraad: het collectief van de onder a en b bedoelde functionarissen;

  • j. de toezichthoudende dierenartsen: de toezichthoudende dierenartsen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • k. de inspecteurs van de Afdeling Dier: de inspecteurs van de Afdeling Dier van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • l. de inspecteurs van de Afdeling Plant, Vis, EU en Natuur: de inspecteurs van de Afdeling Plant, vis, EU en Natuur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • m. de inspecteurs medewerker toezicht van de Afdeling Plant, Vis, EU en Natuur: de inspecteurs medewerker toezicht van de Afdeling Plant, Vis, EU en Natuur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

§ 2. Taakverdeling

Artikel 2

Aan de inspecteur-generaal is voorbehouden: het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling betreffende de volgende aangelegenheden:

  • a. personeelsaangelegenheden, met uitzondering van de in artikel 3, tweede en derde lid, bedoelde aangelegenheden;

  • b. aangelegenheden op het werkterrein van een directeur of divisiehoofd:

    • 1°. ten aanzien waarvan de inspecteur-generaal in een incidenteel geval mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of

    • 2°. die door een directeur of divisiehoofd aan de inspecteur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de inspecteur-generaal door een andere directeur of divisiehoofd moeten worden behandeld.

Artikel 3

  • 1 Aan de directeuren, divisiehoofden en de afdelingshoofden wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen het door de directieraad jaarlijks vastgesteld bedrag niet te boven gaat.

  • 2 Aan de directeuren wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het op grond van artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenaren Reglement afnemen van eed of belofte van ambtenaren werkzaam voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

  • 3 Aan de directeuren, de divisiehoofden en de afdelingshoofden wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

    • a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;

    • b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;

    • c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;

    • d. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken op het gebied van opleiding van personeel;

    • e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen en buiten de Europese Unie.

  • 4 Aan de directeuren en divisiehoofden wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

    • a. het ondertekenen van het personeelsgespreksverslag als bedoeld in de Regeling personeelsgesprek sector Rijk;

    • b. het werven en selecteren van interne en externe sollicitanten voor de vervulling van vacatures;

    • c. het aanstellen in tijdelijke en vaste dienst van medewerkers;

    • d. het beëindigen van het dienstverband van in tijdelijk en vaste dienst aangestelde medewerkers op aanvraag van de betrokkene (ontslag op eigen verzoek);

    • e. het inschakelen van uitzendkrachten en stagiairs;

    • f. het toekennen van de salarisschaal aan medewerkers in tijdelijke en vaste dienst;

    • g. het toekennen van een salarisverhoging binnen de functionele schaal;

    • h. het toekennen van een toelage in verband met het waarnemen van een hoger gewaardeerde functie;

    • i. het toekennen van een toelage in verband met het werken op ongebruikelijke uren, met uitzondering van het vaststellen van een afwijkende dan wel aanvullende regeling als bedoeld in artikel 17, negende lid, van het BBRA 1984;

    • j. het nemen van beslissingen inzake overwerk als bedoeld in artikel 23 BBRA 1984, met uitzondering van het elfde lid;

    • k. het nemen van beslissingen inzake woon-werkverkeer en het accorderen van tijdschrijfregistratie;

    • l. het accorderen dat een medewerker afwijkt van het maximaal over te boeken vakantieaanspraken;

    • m. het verlenen van verlof, buitengewoon verlof, zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, ouderschapverlof en de PAS-regeling;

    • n. het beslissen op aanvragen in P-Direkt, waaronder een aanvraag in het kader van IKAP;

    • o. het toekennen van een ambtsjubileumgratificatie;

    • p. het beslissen op een aanvraag in het kader van de geldende regels inzake scholingsfaciliteiten;

    • q. het opleggen van een verplichting tot het volgen van scholing;

    • r. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken op het gebied van opleiding van personeel;

    • s. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties voor deze en voor dienstreizen binnen en buiten de Europese Unie.

    • t. het uitvoering geven aan arbeidsgezondheidskundige begeleiding;

    • u. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen op grond van artikel 69 van het ARAR tot een bedrag van € 1000.

Artikel 4

Aan de Chief Veterinary Inspector, de Director National Plant Protection Organisation, de toezichthoudende dierenartsen, de inspecteurs van de Afdeling Dier, de inspecteurs van de Afdeling Plant, Vis, EU en Natuur en de inspecteurs medewerker toezicht van de Afdeling Plant, Vis, EU en Natuur wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op hun werkterrein.

Artikel 5

Aan de directeur Strategie en het divisiehoofd Juridische Zaken wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep tegen besluiten op hun werkterrein.

Artikel 6

Aan de teamleiders Bestuurlijke maatregelen 1 en 2 wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten tot oplegging van bestuurlijke boeten en bestuurlijke maatregelen op hun werkterrein.

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 7

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Bedrijfsvoering, de directeur van de Auditdienst Rijk, de Algemene Rekenkamer en aan degenen aan wie krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging is verleend.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2017.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken 2017.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Utrecht, 27 september 2017

R.J.T. van Lint

inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit