Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017

Geldend van 11-10-2017 t/m heden

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 oktober 2017, nr. 2017-0000142158, tot vaststelling van de beleidsregel in het kader van de bestuursrechtelijke handhaving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 18f, zesde lid, en 18n, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

Besluit:

Artikel 1

Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel.

Boetebedragen overtreding artikel 7

Duur onderbetaling

≤ 1 maand

>1 – < 3 maanden

3 – < 6 maanden

≥ 6 maanden

< 5%

€ 500

€ 750

€ 1.000

€ 1.250

5% – < 10%

€ 750

€ 1.000

€ 1.250

€ 2.000

10% – < 25%

€ 1.250

€ 2.000

€ 3.000

€ 4.500

25% – < 50%

€ 2.000

€ 3.000

€ 4.500

€ 7.000

≥ 50%

€ 3.000

€ 4.500

€ 7.000

€ 10.000

Minder dan € 50 onderbetaling: € 500.

Artikel 2

  • 1 Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 7a van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel.

    Boetebedragen overtreding artikel 7a

    Periode waarin ten minste eenmaal het loon niet giraal is uitbetaald

     

    ≤ 1 maand

    € 500

    >1 – < 3 maanden

    € 750

    3 – < 6 maanden

    € 1.000

    6 maanden of langer

    € 1.250

Artikel 3

  • 2 Indien een werkgever kan aantonen dat hij na een schriftelijke volmacht van de werknemer het ingehouden bedrag heeft voldaan aan een derde ter voldoening van een betalingsverplichting van de werknemer en anderszins geen bedrag heeft ingehouden dat op grond van artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag niet is toegestaan, wordt in afwijking van het eerste lid de boete vastgesteld overeenkomstig de tabel in artikel 2, tenzij ten aanzien van dezelfde werknemer tevens een overtreding van enig ander artikel van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt geconstateerd. Deze matiging vindt slechts plaats indien de volmacht is afgegeven voorafgaand aan de inhouding.

  • 4 Om te bepalen of ten aanzien een overtreding van artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag een boete wordt opgelegd, wordt van het totale bedrag van loon en vergoedingen op de in artikel 626 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek genoemde opgave het deel van het loonbedrag en vergoedingen dat hoger is dan het wettelijk minimumloon afgezet tegen de niet toegestane inhoudingen op en verrekeningen met het wettelijk minimumloon. Indien het totaalbedrag aan niet toegestane inhoudingen en verrekeningen hoger is dan het deel van het loon en vergoedingen dat hoger is dan het wettelijk minimumloon, wordt een boete opgelegd voor een overtreding van artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

  • 5 Indien een werkgever kan aantonen dat een verrekening in strijd met artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag slechts de verrekening betreft van hetgeen op het loon in een voorgaande betaalperiode teveel is betaald en het ook kenbaar voor de werknemer was dat deze verrekening teveel betaald loon betreft, wordt geen boete opgelegd indien het verrekende bedrag per betaalperiode niet meer bedraagt dan 10% van het voor de werknemer geldend wettelijk minimumloon. De mogelijkheid tot verrekening van teveel betaald loon in de vorige zin geldt voor de werkgever voor een periode van zes maanden vanaf de datum waarop er sprake is van teveel betaald loon. Dit lid is niet van toepassing indien ten aanzien van dezelfde werknemer tevens een overtreding van enig andere artikel van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt geconstateerd.

  • 6 Indien de werkgever hetgeen op het loon in een voorgaande betaalperiode teveel is betaald met het minimumloon heeft verrekend en niet voldoet aan de voorwaarden in het vorige lid, wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien niet eerder dezelfde overtreding, te weten het verrekenen van teveel betaald loon, is begaan. Indien de werkgever eerder dezelfde overtreding heeft begaan wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd, waarvan de hoogte wordt vastgesteld overeenkomstig de tabel in artikel 2.

Artikel 4

Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel, met dien verstande dat een bestuurlijke boete uitsluitend wordt opgelegd als de betaalde vakantiebijslag minder bedraagt dan 8% van het minimumloon, bedoeld in artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Boetebedragen overtreding artikel 15

Onderbetaling

 

< 5% of minder dan € 50

€ 250

5% – < 10%

€ 500

10% – < 25%

€ 1.000

25% – < 50%

€ 1.500

≥ 50%

€ 2.000

Artikel 5

  • 2 De boete voor een overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt gematigd, indien de werkgever kan aantonen dat sprake is geweest van een arbeidsduur die korter was dan zes maanden. In dat geval wordt de boetehoogte bepaald aan de hand van onderstaande tabel.

    Boetebedragen overtreding artikel 18b, tweede lid, bij arbeidsduur korter dan zes maanden

    Duur tewerkstelling

     

    ≤ 1 maand

    € 5.000

    >1 – < 3 maanden

    € 7.000

    3 – < 6 maanden

    € 9.000

Artikel 6

  • 1 Bij samenloop ten aanzien van dezelfde werknemer van overtreding van de artikelen 7, 7a of 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, kan de opgelegde boete nooit hoger zijn dan de boete die zou zijn opgelegd als het gehele bedrag waarvoor overtredingen zijn vastgesteld, niet zou zijn uitbetaald en de werkgever beboet zou zijn volgens de tabel in artikel 1.

  • 2 Voor de werkgever als natuurlijk persoon wordt bij een overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete gehanteerd: 0,6 maal het boetenormbedrag.

  • 3 De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, ingeval er sprake is van meer werknemers ten aanzien van wie overtredingen zijn begaan, uit de som van het per werknemer vastgestelde boetebedrag.

Artikel 7

  • 1 In afwijking van de artikelen 1, 3 en 4 wordt geen boete opgelegd, indien de mate waarin de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 1 en 3 gezamenlijk of artikel 4 afzonderlijk, niet worden nagekomen minder bedraagt dan € 50. Er wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing waarbij de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld alsnog aan zijn verplichtingen tot girale betaling van het volledige wettelijk minimumloon en/of de betaling van de wettelijke minimumvakantiebijslag te voldoen en binnen vier weken na het constateren van de overtreding schriftelijke bewijsstukken te overleggen waaruit dat blijkt. Indien de werkgever in gebreke blijft, wordt alsnog een bestuurlijke boete opgelegd.

  • 2 In afwijking van artikel 2 wordt geen boete opgelegd, indien het bedrag aan loon waarvoor de verplichting, bedoeld in artikel 2 niet wordt nagekomen minder bedraagt dan € 50, maar dit bedrag anders dan giraal is betaald. Er wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing.

  • 3 In afwijking van het eerste lid wordt een boete opgelegd volgens de boetebedragen die gelden bij een overtreding van artikel 7a, indien volledige nabetaling van het wettelijk minimumloon anders dan giraal heeft plaatsgevonden.

  • 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de overtreding is geconstateerd binnen een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de dag waarop eerder eenzelfde of soortgelijke overtreding is geconstateerd waarvoor een schriftelijke waarschuwing is gegeven of een bestuurlijke boete is opgelegd.

Artikel 8

  • 1 Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.

  • 2 Indien rechtspersonen langer dan zes aaneengesloten maanden op dezelfde bouwlocatie werkzaamheden verrichten, wordt die bouwlocatie beschouwd als nevenvestiging als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9

De boete voor overtreding van de artikelen 7, 7a, 13, 15 en/of 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt met 50% verhoogd indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, of daarmee gelijkgestelde, waarvan een wettelijk vertegenwoordiger eerder wettelijk vertegenwoordiger was van een andere rechtspersoon, of daarmee gelijkgestelde, ten aanzien waarvan een overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is geconstateerd, en waarvan de bedrijfsactiviteiten en de locatie waar of van waaruit de werkzaamheden worden verricht dezelfde zijn gebleven.

Artikel 10

  • 1 Indien de werkgever een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in de artikelen 1 en 3, wordt hem tevens een last onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel.

    Dwangsom per dag

    Duur onderbetaling

    ≤ – 1 maand

    >1 – < 3 maanden

    3 – < 6 maanden

    ≥ 6 maanden

    < 5%

    € 20

    € 25

    € 50

    € 75

    5% – < 10%

    € 25

    € 50

    € 75

    € 100

    10% – < 25%

    € 50

    € 75

    € 100

    € 150

    25% – < 50%

    € 75

    € 100

    € 150

    € 200

    ≥ 50%

    € 100

    € 200

    € 300

    € 400

  • 2 Indien de werkgever een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 4, wordt hem tevens een last onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel.

    Dwangsom per dag

    Onderbetaling

    Dwangsom per dag

    < 5%

    € 20

    5% – < 10%

    € 25

    10% – < 25%

    € 50

    25% – < 50%

    € 75

    ≥ 50%

    € 100

  • 3 De last onder dwangsom, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt niet opgelegd, indien de werkgever uit eigen beweging aan zijn verplichtingen heeft voldaan en daarvan binnen vier weken na het constateren van de overtreding schriftelijk bewijs heeft geleverd.

  • 4 Het maximale bedrag dat een werkgever per werknemer aan dwangsom kan verbeuren bedraagt € 40.000,–.

  • 5 Aan de werkgever wordt geen last onder dwangsom opgelegd indien:

    • a. de overtreding de verrekening van teveel betaald loon betreft;

    • b. de overtreding de verrekening van een contant voorschot betreft.

  • 6 In afwijking van het eerste lid, wordt een werkgever uitsluitend een last onder dwangsom opgelegd indien hij in de periode tussen 1 januari 2017 en de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze beleidsregel in strijd met artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag inhoudt op of verrekent met het minimumloon, maar niet langer inhoudt op of verrekent met het minimumloon op of na de dag van inwerkingtreding van deze beleidsregel. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de tabel in het eerste lid.

Artikel 11

Het totaal aan op te leggen boetes kan per werknemer niet hoger zijn dan € 12.000,–, onverminderd de bevoegdheid om de boete te verhogen op grond van artikel 18f, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Artikel 12

Artikel 13

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 3 oktober 2017

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher