Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel reglementen curriculumontwikkeling po en vo[Regeling vervalt per 01-08-2019.]

Geldend van 14-09-2017 t/m heden

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 september 2017, nr. PO/1249868, tot vaststelling van beleidsregels houdende reglementen voor het selecteren van ontwikkelteams en ontwikkelscholen voor het ontwikkelen van het curriculum door leraren en schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs (Beleidsregel reglementen curriculumontwikkeling po en vo)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Beleidsregels ontwikkelteams

De beleidsregels voor het selecteren van leraren en schoolleiders in ontwikkelteams worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 bij dit besluit.

Artikel 2. Beleidsregels ontwikkelscholen

De beleidsregels voor het selecteren van ontwikkelscholen worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 2 bij dit besluit.

Artikel 3. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 augustus 2019.

Artikel 4. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel reglementen curriculumontwikkeling po en vo.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker

Bijlage 1. behorende bij de Beleidsregel reglementen curriculumontwikkeling po en vo

Reglement selectie van ontwikkelteams

In dit reglement vindt u de regels voor deelname aan de ontwikkelteams voor curriculum.nu (voor leraren en schoolleiders). Door het indienen van uw aanmelding gaat u akkoord met deze regels.

1. Ontwikkelteams

De staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft in 2014 het startsein gegeven voor een bezinning op het huidige curriculum van het primair en voortgezet onderwijs. Begin 2016 heeft het Platform Onderwijs2032 na een maatschappelijke dialoog het advies ‘OnsOnderwijs2032’ uitgebracht. Vervolgens is de haalbaarheid in de onderwijspraktijk onderzocht en een dialoog met leraren gevoerd. Er zijn diverse inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd en er is geconcludeerd dat leraren een belangrijke rol moeten krijgen in het ontwikkelproces. De ontwikkelfase van de herziening van het curriculum loopt vanaf juli 2017 – begin 2019. Zie voor de processtappen de visual.

Bijlage 259145.png

Wie doet wat?

Minister van OCW

Is verantwoordelijk voor het verstrekken van de subsidie en neemt daarvoor de formele besluiten.

Coördinatiegroep

Bestaat uit de (vice)voorzitters van de PO-Raad, VO-raad, AVS, Onderwijscoöperatie, LAKS en Ouders & Onderwijs en adviseert de minister.

DUS-I

Voert de subsidieregeling en de toetsingsprocedure uit en organiseert een evenutele lotingsprocedure (onderdeel eerste ronde selectieproces).

Selectiebureau

Is een professioneel selectiebureau dat in opdracht van de coördinatiegroep het selectieproces begeleidt, voert de eerste en tweede ronde van de selectieprocedure uit.

Selectiecommissie

Bestaat uit leden die de coördinatiegroep heeft benoemd uit leraren, (waaronder één voorgedragen vanuit de betrokken vakverenigingen), schoolleiders (of oud-leraren en -schoolleiders met recente ervaring op dit gebied), Stichting Leerplanontwikkeling of een medewerker van Curriculum.nu. Voert de derde ronde van de selectieprocedure uit en adviseert de coördinatiegroep.

De ontwikkelfase staat onder regie van de coördinatiegroep. Deze coördinatiegroep zal de deelnemers aan de ontwikkelteams, die conform dit reglement zijn geselecteerd, aan de minister van OCW voordragen om de bevoegde gezagen waarvoor zij werkzaam zijn voor subsidie in aanmerking te laten komen.

De ontwikkelteams maken onderdeel uit van het landelijk proces van curriculumontwikkeling: curriculum.nu. Er komen 9 ontwikkelteams van leraren en schoolleiders voor de leergebieden Nederlands, rekenen-wiskunde, Engels, burgerschap, digitale geletterdheid, mens en maatschappij, mens en natuur, kunst en cultuur, en bewegen en sport. Elk ontwikkelteam zal bestaan uit ten minste 14 personen: 6 po- en 6 vo-leraren, 1 po- en 1 vo-schoolleider. In dit reglement wordt verstaan onder po-leraar of po-schoolleider: een leraar of schoolleider die werkzaam is op een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. In dit reglement wordt verstaan onder vo-leraar of vo-schoolleider: een leraar of schoolleider die werkzaam is op een school voor praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, vmbo, havo of vwo. Voor Engels worden 8 extra leraren toegevoegd (2 po en 6 vo). Voor po worden er 2 extra leraren toegevoegd, omdat er voor Engels veel in het po moet gebeuren. Voor vo worden er 6 extra leraren toegevoegd, zodat er binnen dit ontwikkelteam een deelteam ingericht kan worden voor 2 vo-leraren Frans, 2 vo-leraren Duits en 2 vo-leraren Spaans. Tot nu toe zijn de kerndoelen en eindtermen voor moderne vreemde talen vrijwel gelijk. Naar alle waarschijnlijkheid gaat het eindniveau in het Engels in het po verhoogd worden, waardoor ook het startniveau in het vo hoger wordt. Het startniveau in het vo voor Frans, Duits en Spaans blijft echter hetzelfde. Voor mens en maatschappij worden 2 extra vo-leraren en 2 extra po-leraren per leergebied toegevoegd en voor mens en natuur worden 3 extra vo-leraren (waaronder een vo-leraar aardrijkskunde) en daarmee ook 3 extra po-leraren toegevoegd. Hierdoor kan elke discipline binnen deze leergebieden vertegenwoordigd zijn in een ontwikkelteam. Voor vo is een extra aardrijkskundeleraar bij mens en natuur nodig vanwege de inhoudelijke raakvlakken. Voor digitale geletterdheid en voor burgerschap worden 2 extra po-leraren toegevoegd, omdat dit leergebieden zijn waar in het po veel op moet gebeuren. Over het geheel genomen bestaat er zo ook een balans in de inzet van po- en vo-leraren.

De ontwikkelteams ontwikkelen bouwstenen die de essentie beschrijven van wat leerlingen moeten kennen en kunnen in een doorlopende leerlijn van primair naar voortgezet onderwijs, rekening houdend met verschillende niveaus en in afstemming met het vervolgonderwijs. Kenmerkend voor de werkwijze van de ontwikkelteams is dat zij in een periode van 9 maanden vier keer 3 opeenvolgende dagen (ontwikkelsessie) bij elkaar komen om te werken aan de ontwikkeling van bouwstenen. Het startpunt voor de ontwikkelteams ligt bij de praktijk, aangevuld met wetenschappelijke inzichten. Na elke ontwikkelsessie delen de ontwikkelteams zo breed mogelijk de tussenproducten met ontwikkelscholen en vele netwerken (waaronder vakverenigingen), professionals (waaronder die uit het vervolgonderwijs en van lerarenopleidingen) en belangstellenden om inbreng en feedback te verkrijgen, alsmede een nadere concretisering of uitwerking. Dit resulteert in een basis van waaruit de huidige kerndoelen en eindtermen na politieke besluitvorming herzien kunnen worden. De ontwikkelteams zijn werkzaam in de periode van februari 2018 tot en met januari 2019.

Aan elk ontwikkelteam zijn ontwikkelscholen verbonden. Deze scholen geven inbreng en feedback op de tussenproducten van de ontwikkelteams. Verder maken zij op het leergebied van hun ontwikkelteam eigen uitwerkingen voor hun school en geven dit ter inspiratie mee aan hun ontwikkelteam. Op deze wijze worden de ervaringen van ontwikkelscholen benut in het landelijk proces van curriculumontwikkeling. Voor de meeste leergebieden wordt gestreefd naar 4 po-scholen en 4 vo-scholen. In dit reglement wordt verstaan onder een po-school: een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. In dit reglement wordt verstaan onder vo-school: een school voor praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, vmbo, havo of vwo. Voor het leergebied Engels wordt gestreefd naar 6 po-scholen en 6 vo-scholen, omdat voor het primair onderwijs Engels een uitgebreider onderdeel van het curriculum wordt en in het voortgezet onderwijs ook leraren van andere moderne vreemde talen betrokken kunnen worden. Voor de leergebieden mens en maatschappij en mens en natuur wordt gestreefd naar 6 po-scholen en 6 vo-scholen, zodat elke discipline vertegenwoordigd kan zijn in een ontwikkelteam. Er wordt een koppeling nagestreefd tussen de ontwikkelteams en ontwikkelscholen. Zo kan een leraar uit het ontwikkelteam contactpersoon zijn voor een ontwikkelschool. Ook kan het zo zijn dat de leraar uit een ontwikkelteam van een ontwikkelschool afkomstig is.

2. Algemene informatie: van aanmelding naar selectie tot subsidiebesluit

Dit reglement beschrijft de procedure die leraren en schoolleiders volgen om al dan niet geselecteerd te worden als deelnemer aan een ontwikkelteam en de bijbehorende procedure voor een bevoegd gezag van een school om in aanmerking te komen voor subsidie.

Aanmelding van leraren/schoolleiders voor selectie van de ontwikkelteams

Het selectieproces wordt begeleid door het selectiebureau. Leraren en schoolleiders (hierna: kandidaten) die in aanmerking willen komen, kunnen zich aanmelden via een online portal op www.curriculum.nu (punt 3). In de aanmelding verklaart de kandidaat dat hij voldoet aan de toetsingscriteria (punt 6a), vult de gegevens in over de categorisering (punt 6b) en verklaart dat hij voldoet aan de verplichtingen van een ontwikkelteam (punt 7). De leraar motiveert daarbij zijn aanmelding en beantwoordt verschillende vragen over de selectiecriteria en competenties (punt 6d). Bij de categorieën (punt 6b) wordt onder andere gekeken naar de variatie in schoolsoorten. In dit reglement betekent dit dat er wordt gezocht naar een teamsamenstelling van leraren en schoolleiders die werkzaam zijn in (s)bao, (v)so, pro, vmbo, havo en vwo en dat er daarbinnen gelet wordt op variatie in onder- en bovenbouw. Het bevoegd gezag stelt de leraar dan wel de schoolleider in staat om hem de taken uit te laten voeren, die bij zijn deelname aan het ontwikkelteam horen (tenzij een zwaarwegend organisatorisch belang van de school zich daartegen verzet). De kandidaat voegt daarom bij zijn aanmelding een verklaring van het bevoegd gezag dat het instemt dat de kandidaat zich aanmeldt.

Toetsings- en selectieprocedure

De Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) gaat na of de aanmelding aan alle eisen voldoet (punten 5a en 6a). Vervolgens deelt het selectiebureau op basis van categorieën de kandidaten in per ontwikkelteam (punt 6b). Mochten er na die indeling in totaal meer dan 1.200 kandidaten positief door de toetsingsprocedure zijn gekomen, dan kan er geloot worden (een factor 8 van het totaal aantal benodigde leraren/schoolleiders) (punt 6c). Een loting kan noodzakelijk zijn om te waarborgen dat de belasting van het selectieproces in redelijke verhouding staat tot de duur van de te leveren inspanning van de leraren en schoolleiders. Een andere situatie kan zijn dat er voor een bepaalde categorie van een leergebied zeer veel aanmeldingen zijn. De kwalitatieve voorselectie kan dan te weinig onderscheidend zijn om kandidaten objectief te selecteren. Ook in dat geval kan de coördinatiegroep beslissen dat een loting noodzakelijk is. Om tegelijkertijd zoveel mogelijk kandidaten een kans te geven en de diversiteit in de teams te waarborgen, wordt de loting zo gericht mogelijk ingezet. Daarom kan er in een categorie slechts geloot worden indien er meer dan acht kandidaten zijn voor één positie. Het selectiebureau beoordeelt daarna in een kwalitatieve voorselectie de overgebleven aanmeldingen op basis van de selectiecriteria (punt 6d) en presenteert maximaal 300 kandidaten aan de selectiecommissie. Deze commissie voert de inhoudelijke gesprekken met kandidaten. De selectiecriteria zijn leidend tijdens die gesprekken. De selectiecommissie adviseert de coördinatiegroep welke 148 kandidaten aan de minister voorgedragen kunnen worden. De coördinatiegroep stelt het advies van de selectiecommissie vast.

Subsidieaanvraag van het bevoegd gezag

De coördinatiegroep legt het vastgestelde advies van de selectiecommissie voor aan de minister, inclusief welke bijbehorende bevoegde gezagen voor subsidie in aanmerking kunnen komen (punt 5c). De aanmelding van de kandidaat is tevens de subsidieaanvraag van het betreffende bevoegd gezag. Dit betekent dat het bevoegd gezag geen aparte aanvraag meer hoeft in te dienen.

Besluiten van de minister

De minister besluit over de aanmeldingen voor een ontwikkelteam en de subsidieaanvragen op basis van het advies van de coördinatiegroep. De minister zal een aanmelding en een subsidieaanvraag om deel te nemen aan een ontwikkelteam toewijzen, indien de coördinatiegroep positief over de leraar of schoolleider heeft geadviseerd en er geen zwaarwegende redenen zijn om van dat advies af te wijken. De minister zal een aanmelding en een subsidieaanvraag om deel te nemen aan een ontwikkelteam afwijzen, indien een leraar of schoolleider niet is geselecteerd op basis van de toetsings- of selectieprocedure.

3. Aantal aanmeldingen

Aanmeldingen worden uitsluitend ingediend door de leraar/schoolleider via de Aanmelding deelnemers ontwikkelteams via de online portal op www.curriculum.nu. Een kandidaat kan zich voor maximaal twee leergebieden aanmelden, maar een kandidaat kan slechts voor één leergebied geselecteerd worden. Bovendien kan vanuit één vestigingsnummer de school zich als ontwikkelschool aanmelden én kan een leraar of schoolleider zich aanmelden in een ontwikkelteam (voor een team met hetzelfde of met een ander leergebied).

4. Termijnen

Aanmeldingen om aan een ontwikkelteam deel te nemen (en waarvoor het bevoegd gezag van die deelnemer voor het kalenderjaar 2018 subsidie kan ontvangen), kunnen door een leraar/schoolleider, met instemming van het bevoegd gezag, ingediend worden vanaf 18 september 2017 tot en met 13 oktober, 15.00 uur, 2017. Uiterlijk op 15 december 2017 maakt de coördinatiegroep aan de kandidaten bekend of zij als deelnemer zijn geselecteerd. Hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. De minister zal op basis van het advies van de coördinatiegroep formeel besluiten over deelname en subsidieverstrekking.

5. Toetsings- en selectieprocedure

  • a. Toetsingsprocedure. DUS-I beoordeelt of de aanmelding volledig is, de instemming van het bevoegd gezag met de aanmelding is toegevoegd, en of de leraar/schoolleider zich bereid heeft verklaard zich te houden aan de verplichtingen waaraan een ontwikkelteam gebonden is (punt 7).

  • b. Selectieprocedure. De selectieprocedure bestaat uit verschillende ronden. In de eerste ronde worden alle deelnemers in categorieën ingedeeld in ontwikkelteams (punt 6b). Mochten er na die indeling in totaal meer dan 1.200 mogelijke kandidaten positief door de toetsingsprocedure zijn gekomen, dan kan er geloot worden (punt 6c). In de tweede ronde beoordeelt het selectiebureau in een kwalitatieve voorselectie de overgebleven aanmeldingen op basis van de selectiecriteria (punt 6d) en presenteert maximaal 300 kandidaten aan de selectiecommissie voor de volgende ronde: het selectiemoment. Deze commissie voert de inhoudelijke gesprekken met kandidaten. De selectiecriteria zijn leidend tijdens die gesprekken. Voor elk leergebied is er een selectiecommissie die uit ten minste vier leden bestaat. De leden van de selectiecommissie worden door de coördinatiegroep benoemd uit leraren (waaronder één voorgedragen vanuit de betrokken vakverenigingen), schoolleiders, Stichting Leerplanontwikkeling en een medewerker van Curriculum.nu. De coördinatiegroep stelt het advies van de selectiecommissie vast en legt dit voor aan de minister, inclusief welke bijbehorende bevoegde gezagen voor subsidie in aanmerking kunnen komen (punt 5c).

  • c. Besluit. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanmelding en subsidieaanvraag.

  • d. Afwijzing. Indien DUS-I, het selectiebureau of de selectiecommissie een aanmelding en subsidieaanvraag op basis van de toetsings- of selectieprocedure afwijst, zal de minister de aanmelding en subsidieaanvraag afwijzen. Dit betekent dat de kandidaat niet in aanmerking komt als deelnemer van een ontwikkelteam en het bevoegd gezag geen subsidie ontvangt. De minister voegt het advies van DUS-I, het selectiebureau of de selectiecommissie toe ter motivering van de afwijzing.

  • e. Verlenging van de procedure. Indien voor een leergebied te weinig leraren of schoolleiders van een schoolsoort een aanmelding hebben ingediend, kan de minister de aanmeldingsprocedure voor die schoolsoort voor dat leergebied verlengen. Indien voor een leergebied te weinig kandidaten worden geselecteerd, kan de minister de aanmeldings-, toetsings- of selectieprocedure voor dat leergebied voor die schoolsoort opnieuw starten. In beide gevallen worden de nieuwe termijnen en nieuwe procedure in ieder geval bekend gemaakt in de Staatscourant en op: www.curriculum.nu.

  • f. Reservelijst. Indien een leraar/schoolleider na het besluit van de minister, bedoeld in onderdeel c, niet (meer) kan deelnemen aan een ontwikkelteam, treedt het bevoegd gezag in overleg met de coördinatiegroep. De coördinatiegroep kan de minister adviseren de aanwijzing in te trekken en een nieuwe kandidaat aan te wijzen.

6. Toetsings- en selectiecriteria

  • a. Toetsingscriteria. Een aanmelding wordt door DUS-I getoetst op onderstaande criteria:

    Voor de leraren geldt:

    • Een leraar heeft een relevante lesbevoegdheid voor het leergebied waarvoor hij zich aanmeldt;

    • Een leraar geeft op 1 september 2017 les op een school, waarbij de aanstelling voor lesgeven ten minste 0,4 fte is;

    • Een leraar is bereid om tussenproducten van en werkwijzen in de ontwikkelteams breed te communiceren en toe te lichten;

    • De leraar heeft instemming van het bevoegd gezag om zich aan te melden. Het bevoegd gezag is zich ervan bewust dat, indien de leraar wordt geselecteerd, dit bevoegd gezag als subsidieaanvrager wordt aangemerkt.

    Voor de schoolleiders geldt:

    • Een schoolleider is op 1 september 2017 werkzaam als schoolleider op een po- of vo-school;

    • Een schoolleider is bereid om tussenproducten van en werkwijzen in de ontwikkelteams breed te communiceren;

    • De schoolleider heeft instemming van het bevoegd gezag om zich aan te melden. Het bevoegd gezag is zich ervan bewust dat, indien de schoolleider wordt geselecteerd, dit bevoegd gezag als subsidieaanvrager wordt aangemerkt.

  • b. Categorisering. De leraren en schoolleiders die geselecteerd zijn op basis van de toetsingsprocedure worden ingedeeld bij het leergebied waarvoor zij zich hebben ingeschreven. Zij kunnen ten hoogste voor één leergebied worden geselecteerd. Het streven is om de ontwikkelteams zodanig samen te stellen dat zij een zo representatief mogelijke afspiegeling vormen van de variëteit van het Nederlandse onderwijsbestel en dat zij gezamenlijk de benodigde competenties bezitten. Daarom worden de genomineerde leraren en schoolleiders binnen het leergebied in zodanige categorieën ingedeeld dat in de selectie bij voorkeur:

    • de verschillende schoolsoorten in Nederland vertegenwoordigd zijn;

    • de vo-leraren representatief zijn voor de verschillende vo-vakken van een leergebied;

    • variatie is in de ervaring en opleiding die leraren/schoolleiders hebben (startend/reeds lange tijd werkzaam als leraar/schoolleider, variatie in ervaring in curriculumontwikkeling, voor het po: lesgevend in de onderbouw of bovenbouw, voor het vo: eerste of tweedegraadsbevoegdheid);

    • variatie is tussen kandidaten op het gebied van de competenties samenwerkingsgericht, resultaatgerichtheid, omgevingssensitiviteit;

    • variatie is in de omgeving van vestiging van de school waar de leraar/schoolleider werkzaam is (stedelijk/ruraal); en

    • variatie is in de denominatie (openbaar, bijzonder, onderwijsfilosofie) van de school waar de leraar/schoolleider werkzaam is.

    Met uitzondering van de hierna genoemde leergebieden, worden de leraren en schoolleiders in zodanige categorieën ingedeeld dat in het selectieproces ten minste 6 po- en 6 vo-leraren overblijven en 1 po- en 1 vo-schoolleider. Bij een aantal ontwikkelteams – te weten Engels, mens en maatschappij, mens en natuur, burgerschap en digitale geletterdheid – wijkt de grootte van het ontwikkelteam iets af. Voor Engels worden 8 extra leraren toegevoegd (2 po en 6 vo), voor mens en maatschappij worden 2 extra vo-leraren en 2 extra po-leraren per leergebied toegevoegd, voor mens en natuur worden 3 extra vo-leraren (waaronder een vo-leraar aardrijkskunde) en 3 extra po-leraren toegevoegd, voor digitale geletterdheid worden 2 extra po-leraren toegevoegd, evenals voor burgerschap 2 extra po-leraren.

  • c. Loting. Indien er in totaal meer dan 1.200 kandidaten positief door de toetsingsprocedure zijn gekomen, kan er geloot worden. De coördinatiegroep kan hiertoe beslissen indien het aantal kandidaten per categorie van een leergebied als bedoeld in onderdeel b zodanig is dat de verwachting is dat er in de tweede ronde (kwalitatieve voorselectie) te veel kandidaten zijn van vergelijkbare geschiktheid of dat de belasting van de selectieprocedure onevenredig groot wordt ten opzichte van de gevraagde inspanning van de ontwikkelteams. Indien er wordt geloot, blijven er per categorie acht kandidaten over die naar de tweede ronde gaan. Dit aantal kan voor alle categorieën en leergebieden verhoogd worden, indien dit de redelijke belastbaarheid van het selectieproces niet in de weg staat. Indien er voor een categorie acht of minder kandidaten voor een beschikbare positie zijn, worden zij van de loting uitgesloten. DUS-I organiseert de loting indien de coördinatiegroep daartoe heeft besloten. De loting wordt uitgevoerd door een notaris.

  • d. Selectiecriteria. Na een eventuele loting en met zoveel mogelijk inachtneming van de categorieën, bedoeld in punt 6b, wordt een aanmelding in ieder geval beoordeeld op onderstaande criteria:

    • Motivatie voor het gehele traject en voor een specifiek ontwikkelteam;

    • Onderzoekende houding/omgeving. Voor de leraar geldt dat hij een onderzoekende houding en vaardigheden heeft; voor de schoolleider geldt dat hij in de school een omgeving heeft gecreëerd die een onderzoekende houding en vaardigheden van leraren stimuleert;

    • Bijdrage van de kandidaat aan curriculumontwikkeling of schoolontwikkeling;

    • Samenwerkingsgericht;

    • Resultaatgericht;

    • Omgevingssensitiviteit binnen en buiten het onderwijsveld;

    • Communicatieve vaardigheden (t.b.v. het toelichten van tussenproducten en werkwijzen).

    Indien op basis van bovenstaande criteria te veel kandidaten overblijven van vergelijkbare geschiktheid, wordt gekozen voor de kandidaat die het meest bijdraagt aan de diversiteit in het ontwikkelteam.

    Op www.curriculum.nu wordt een nadere uitwerking van de selectiecriteria bekendgemaakt.

7. Verplichtingen ontwikkelteam gedurende het traject

Bij deelname aan een ontwikkelteam geldt gedurende het traject een aantal verplichtingen. Deze zijn:

  • a. Het bevoegd gezag stelt de betrokken leraar/schoolleider in staat om mee te doen aan de activiteiten van het ontwikkelteam, die tenminste 274 klokuren van de betrokken leraar/schoolleider beslaan en verleent hen hiertoe imperatief verlof.

  • b. Het bevoegd gezag vervangt de betrokken leraren/schoolleiders voor tenminste 274 klokuren.

  • c. De deelnemer zet zich gedurende de loop van het traject actief in om deel te nemen aan de ontwikkelsessies, de voorbereiding daarop en het actief ophalen van feedback en het geven van presentaties bij landelijke en regionale bijeenkomsten en overige netwerken.

  • d. De leraar/schoolleider doet mee in een nog op te zetten begeleidend evaluatie- en monitoringsonderzoek om de ervaringen van leraren en schoolleiders in dit proces in kaart te brengen.

Bij het niet nakomen van de subsidieverplichtingen kan de subsidie worden teruggevorderd.

8. Begeleiding

De coördinatiegroep ondersteunt leraren en schoolleiders bij hun deelname aan een ontwikkelteam. De geselecteerde deelnemers ontvangen gedurende het kalenderjaar 2018 ondersteuning in de vorm van:

  • a. Netwerk van collega-ontwikkelaars. De geselecteerde deelnemers aan de ontwikkelteams vormen met de bijbehorende ontwikkelscholen een netwerk waarin zij gestimuleerd en gefaciliteerd worden om van en met elkaar te leren.

  • b. Podium. Naast een digitaal podium zullen de deelnemers de kans krijgen hun tussenproducten te presenteren, uit te wisselen en aan te scherpen tijdens landelijke en regionale bijeenkomsten.

  • c. Financiën. De minister bereidt een subsidieregeling voor om de betrokken bevoegde gezagen te compenseren voor het vervangen van leraren en schoolleiders. De subsidieregeling bevat de aanspraken en verplichtingen om voor subsidie in aanmerking te komen; deze subsidieregeling zal voor 18 september 2017 in werking treden.

9. Wijziging en vervallen van het reglement

  • a. Dit reglement geldt als beleidsregel voor de afhandeling van de selectieprocedure, in voorbereiding op de daadwerkelijke subsidieverstrekking door de minister.

  • b. De geselecteerde leraren, schoolleiders en hun bevoegd gezag kunnen aan dit reglement geen rechten ontlenen voor de subsidieverstrekking. De subsidie wordt verstrekt op grond van de Subsidieregeling curriculumontwikkeling leraren en schoolleiders po en vo. Deze reglementen geven de kaders aan.

  • c. Dit reglement vervalt indien de Subsidieregeling curriculumontwikkeling leraren en schoolleiders po en vo niet in werking treedt. In dat geval zijn de geselecteerden niet gehouden aan de verplichtingen in dit reglement. Tevens komen de bevoegde gezagen van de geselecteerden in dat geval niet in aanmerking voor subsidie voor ontwikkeltijd.

Bijlage 2. behorende bij de Beleidsregel reglementen curriculumontwikkeling po en vo

Reglement selectie van ontwikkelscholen

In dit reglement vindt u de regels voor deelname van de ontwikkelscholen voor curriculum.nu. Door het indienen van uw aanmelding als ontwikkelschool gaat u akkoord met deze regels.

1. Ontwikkelscholen

De staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft in 2014 het startsein gegeven voor een bezinning op het huidige curriculum van het primair en voortgezet onderwijs. Begin 2016 heeft het Platform Onderwijs2032 na een maatschappelijke dialoog het advies ‘OnsOnderwijs2032’ uitgebracht. Vervolgens is de haalbaarheid in de onderwijspraktijk onderzocht en een dialoog met leraren gevoerd. Er zijn diverse inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd en er is geconcludeerd dat leraren een belangrijke rol moeten krijgen in het ontwikkelproces. De ontwikkelfase van de herziening van het curriculum loopt vanaf juli 2017 – begin 2019. Zie voor de processtappen de visual.

Bijlage 259146.png

Wie doet wat?

Minister van OCW

Is verantwoordelijk voor het verstrekken van de subsidie en neemt daarvoor de formele besluiten.

Coördinatiegroep

Bestaat uit de (vice)voorzitters van de PO-Raad, VO-raad, AVS, Onderwijscoöperatie, LAKS en Ouders & Onderwijs en adviseert de minister.

DUS-I

Voert de subsidieregeling en de toetsingsprocedure uit en organiseert een eventuele lotingsprocedure (onderdeel eerste ronde selectieproces).

Selectiebureau

Is een professioneel selectiebureau dat in opdracht van de coördinatiegroep het selectieproces begeleidt, voert de eerste ronde van de selectieprocedure uit.

Selectiecommissie

Bestaat uit leden die de coördinatiegroep heeft benoemd uit leraren, (waaronder één voorgedragen vanuit de betrokken vakverenigingen), schoolleiders en bestuurders (of oud-leraren, -schoolleiders en bestuurders met recente ervaring op dit gebied), Stichting Leerplanontwikkeling of een medewerker van Curriculum.nu. Voert de tweede en derde ronde van de selectieprocedure uit en adviseert de coördinatiegroep.

De ontwikkelfase staat onder regie van de coördinatiegroep. Deze coördinatiegroep zal de ontwikkelscholen, die conform dit reglement zijn geselecteerd, aan de minister van OCW voordragen om de bevoegde gezagen waartoe zij behoren voor subsidie in aanmerking te laten komen.

De ontwikkelscholen maken onderdeel uit van het landelijk proces van curriculumontwikkeling curriculum.nu. Er komen 9 ontwikkelteams van leraren en schoolleiders, voor de leergebieden Nederlands, rekenen-wiskunde, Engels, burgerschap, digitale geletterdheid, mens en maatschappij, mens en natuur, kunst en cultuur, en bewegen en sport. Elk ontwikkelteam zal bestaan uit ten minste 14 personen: 6 po- en 6 vo-leraren, 1 po- en 1 vo-schoolleider. In dit reglement wordt verstaan onder po-leraar of po-schoolleider: een leraar of schoolleider die werkzaam is op een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. In dit reglement wordt verstaan onder vo-leraar of vo-schoolleider: een leraar of schoolleider die werkzaam is op een school voor praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, vmbo, havo of vwo. Zie het Reglement selectie van ontwikkelteams voor de leergebieden waar extra leraren worden toegevoegd aan de ontwikkelteams.

De ontwikkelteams ontwikkelen bouwstenen die de essentie beschrijven van wat leerlingen moeten kennen en kunnen in een doorlopende leerlijn van primair naar voortgezet onderwijs, rekening houdend met verschillende niveaus en in afstemming met het vervolgonderwijs. Kenmerkend voor de werkwijze van de ontwikkelteams is dat zij in een periode van 9 maanden vier keer 3 opeenvolgende dagen (ontwikkelsessies) bij elkaar komen om te werken aan de ontwikkeling van bouwstenen. Het startpunt voor de ontwikkelteams ligt bij de praktijk, aangevuld met wetenschappelijke inzichten. Na elke ontwikkelsessie delen de ontwikkelteams zo breed mogelijk de tussenproducten met ontwikkelscholen en vele netwerken (waaronder vakverenigingen), professionals (waaronder die uit het vervolgonderwijs en van lerarenopleidingen) en belangstellenden om inbreng en feedback te verkrijgen, alsmede een nadere concretisering of uitwerking. Dit resulteert in een basis van waaruit de huidige kerndoelen en eindtermen na politieke besluitvorming herzien kunnen worden. De ontwikkelteams zijn werkzaam in de periode van februari 2018 tot en met januari 2019.

Aan elk ontwikkelteam zijn ontwikkelscholen verbonden. Deze scholen geven inbreng en feedback op de tussenproducten van de ontwikkelteams. Verder maken zij op het leergebied van hun ontwikkelteam eigen uitwerkingen voor hun school en geven dit ter inspiratie mee aan hun ontwikkelteam. Op deze wijze worden de ervaringen van ontwikkelscholen benut in het landelijk proces van curriculumontwikkeling. Voor de meeste leergebieden wordt gestreefd naar 4 po-scholen en 4 vo-scholen. In dit reglement wordt verstaan onder een po-school: een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. In dit reglement wordt verstaan onder vo-school: een school voor praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, vmbo, havo of vwo. Voor het leergebied Engels wordt gestreefd naar 6 po-scholen en 6 vo-scholen, omdat voor het primair onderwijs Engels een uitgebreider onderdeel van het curriculum wordt en in het voortgezet onderwijs ook leraren van andere moderne vreemde talen betrokken kunnen worden. Voor de leergebieden mens en maatschappij en mens en natuur wordt gestreefd naar 6 po-scholen en 6 vo-scholen, zodat elke discipline vertegenwoordigd kan zijn in een ontwikkelteam. Er wordt een koppeling nagestreefd tussen de ontwikkelteams en ontwikkelscholen. Zo kan een leraar uit het ontwikkelteam contactpersoon zijn voor een ontwikkelschool. Ook kan het zo zijn dat de leraar uit een ontwikkelteam van een ontwikkelschool afkomstig is.

2. Algemene informatie: van aanmelding naar selectie tot subsidiebesluit

Dit reglement beschrijft de procedure die scholen volgen om al dan niet geselecteerd te worden als ontwikkelschool en de bijbehorende procedure voor een bevoegd gezag van een school om in aanmerking te komen voor subsidie.

Aanmelding van de school voor selectie van ontwikkelscholen

Het selectieproces wordt begeleid door het selectiebureau. Scholen die in aanmerking willen komen, kunnen zich aanmelden via een online portal op www.curriculum.nu (punt 3). In de aanmelding verklaart de school tot welke categorie de school behoort (punt 6a), geeft aan in welke mate zij samenwerkt met diverse partners (punt 6c), toont aan in welke mate zij voldoet aan de inhoudelijke selectiecriteria (punt 6d) en verklaart dat zij voldoet aan de verplichtingen van een ontwikkelschool (punt 7). Bij de categorieën wordt onder andere gekeken naar de variatie in schoolsoorten. In dit reglement betekent dit dat er wordt gezocht naar scholen uit (s)bao, (v)so, pro, vmbo, havo en vwo en dat er daarbinnen gelet wordt op variatie in onder- en bovenbouw. De school voegt bij zijn aanmelding een verklaring van het bevoegd gezag dat het instemt dat de school zich aanmeldt.

Toetsings- en selectieprocedure

De Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) gaat na of de aanmelding aan alle eisen voldoet (punt 5a). Vervolgens deelt het selectiebureau op basis van categorieën de scholen in per leergebied (punt 6a). Mochten er na die indeling in totaal meer dan 672 positief door de toetsingsprocedure zijn gekomen, dan kan er geloot worden (een factor 8 van het totaal aantal benodigde scholen) (punt 6b). Een loting kan noodzakelijk zijn om te waarborgen dat de belasting van het selectieproces (waaronder die van de selectiecommissies die deels samengesteld zijn uit leraren en schoolleiders) in redelijke verhouding staat tot de duur van de te leveren inspanning van de scholen. Een andere situatie kan zijn dat er voor een bepaalde categorie van een leergebied zeer veel aanmeldingen zijn. De kwalitatieve voorselectie kan dan te weinig onderscheidend zijn om kandidaten objectief te selecteren. Ook in dat geval kan de coördinatiegroep beslissen dat een loting noodzakelijk is. Om tegelijkertijd zoveel mogelijk scholen een kans te geven en de diversiteit tussen de scholen te waarborgen, wordt de loting zo gericht mogelijk ingezet. Daarom kan er in een categorie slechts geloot indien er meer dan acht scholen zijn voor één positie. De selectiecommissie beoordeelt daarna de overgebleven scholen op samenwerkingscriteria (punt 6c). Deze samenwerkingscriteria zijn zodanig dat een ontwikkelschool met zoveel mogelijk relevante partners samenwerkt in de curriculumontwikkeling. Op grond van die criteria nomineert de selectiecommissie maximaal 168 scholen voor de volgende ronde waarin de scholen op inhoudelijke selectiecriteria worden beoordeeld (punt 6d). Op basis daarvan adviseert de selectiecommissie de coördinatiegroep welke 84 scholen aan de minister als ontwikkelschool voorgedragen kunnen worden. De coördinatiegroep stelt het advies van de selectiecommissie vast.

Subsidieaanvraag van het bevoegd gezag

De coördinatiegroep legt het vastgestelde advies van de selectiecommissie voor aan de minister, inclusief welke bijbehorende bevoegde gezagen voor subsidie in aanmerking kunnen komen (punt 5c). De aanmelding van de school is tevens de subsidieaanvraag van het betreffende bevoegd gezag. Dit betekent dat het bevoegd gezag geen aparte aanvraag meer hoeft in te dienen.

Besluiten van de minister

De minister besluit over de aanmeldingen voor een ontwikkelschool en de subsidieaanvragen op basis van het advies van de coördinatiegroep. De minister zal een aanmelding en een subsidieaanvraag om deel te nemen als ontwikkelschool toewijzen, indien de coördinatiegroep positief over de school heeft geadviseerd en er geen zwaarwegende redenen zijn om van dat advies af te wijken. De minister zal een aanmelding en een subsidieaanvraag om deel te nemen als ontwikkelschool afwijzen, indien een school niet is geselecteerd op basis van de toetsings- of selectieprocedure.

3. Aantal aanmeldingen

Aanmeldingen worden uitsluitend ingediend door de school via de Aanmelding ontwikkelscholen via de online portal op www.curriculum.nu. Het bevoegd gezag kan voor meerdere vestigingsnummers verklaren dat het instemt met de aanmelding als ontwikkelschool.

Eén vestigingsnummer kan zich voor maximaal twee leergebieden aanmelden als ontwikkelschool. Echter, een vestigingsnummer kan slechts voor één leergebied geselecteerd worden. Hierdoor wordt de variëteit in soorten aanpakken en het uitwerken en beproeven in verschillende schoolpraktijken bevorderd. Bovendien kan vanuit één vestigingsnummer de school zich als ontwikkelschool aanmelden én kan een leraar zich aanmelden in een ontwikkelteam (voor een team met hetzelfde of met een ander leergebied).

4. Termijnen

Aanmeldingen om als ontwikkelschool te worden aangemerkt (en waarvoor het bevoegd gezag van die school voor het kalenderjaar 2018 subsidie kan ontvangen), kunnen door de betreffende school, met instemming van het bevoegd gezag, worden ingediend vanaf 18 september tot en met 13 oktober, 15.00 uur, 2017. Uiterlijk op 15 december 2017 maakt de coördinatiegroep bekend welke scholen zij als ontwikkelscholen hebben geselecteerd. Hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. De minister zal op basis van het advies van coördinatiegroep formeel besluiten over deelname en subsidieverstrekking.

5. Toetsings- en selectieprocedure

  • a. Toetsingsprocedure. DUS-I beoordeelt of de aanmelding volledig is, de instemming van het bevoegd gezag met de aanmelding is toegevoegd, en of de school zich bereid heeft verklaard zich te houden aan de verplichtingen waaraan de ontwikkelschool gebonden is (punt 7).

  • b. Selectieprocedure. De selectieprocedure bestaat uit verschillende ronden. In de eerste ronde worden alle scholen in categorieën ingedeeld per leergebied (punt 6a). Mochten er na die indeling in totaal meer dan 672 mogelijke scholen positief door de toetsingsprocedure zijn gekomen, dan kan er geloot worden (punt 6b). In de tweede ronde beoordeelt de selectiecommissie de overgebleven scholen op basis van de samenwerkingscriteria (punt 6c). Er gaan maximaal 168 geselecteerde scholen door naar de volgende ronde in de selectieprocedure: het selectiemoment. Op dat moment worden de 168 scholen door een selectiecommissie beoordeeld op de inhoudelijke selectiecriteria (punt 6c). Voor elk leergebied is er een selectiecommissie die uit ten minste vier leden bestaat. De leden van de selectiecommissie worden door de coördinatiegroep benoemd uit leraren (waaronder één voorgedragen vanuit de vakverenigingen), schoolleiders en bestuurders (of oud-leraren, -schoolleiders en -bestuurders met recente ervaring op dit gebied), Stichting Leerplanontwikkeling of een medewerker van Curriculum.nu. De coördinatiegroep stelt het advies van de selectiecommissie vast en legt dit voor aan de minister, inclusief welke bijbehorende bevoegde gezagen voor subsidie in aanmerking kunnen komen (punt 5c).

  • c. Besluit. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanmelding en subsidieaanvraag.

  • d. Afwijzing. Indien DUS-I, het selectiebureau of de selectiecommissie een aanmelding en subsidieaanvraag op basis van de toetsings- of selectieprocedure afwijst, zal de minister de aanmelding en subsidieaanvraag afwijzen. Dit betekent dat de school niet in aanmerking komt als ontwikkelschool en het bevoegd gezag geen subsidie ontvangt. De minister voegt het advies van DUS-I, het selectiebureau of de selectiecommissie toe ter motivering van de afwijzing.

  • e. Verlenging van de procedure. Indien voor een leergebied te weinig scholen van een schoolsoort een aanmelding hebben ingediend, kan de minister de aanmeldingsprocedure voor die schoolsoort voor dat leergebied verlengen. Indien voor een leergebied te weinig scholen van een bepaalde schoolsoort worden geselecteerd, kan de minister de aanmeldings-, toetsings- of selectieprocedure voor dat leergebied voor die schoolsoort opnieuw starten. In beide gevallen worden de nieuwe termijnen en nieuwe procedure in ieder geval bekend gemaakt in de Staatscourant en op: www.curriculum.nu.

6. Selectiecriteria

  • a. Categorisering. De scholen die geselecteerd zijn op basis van de toetsingsprocedure worden ingedeeld bij het leergebied waarvoor zij zich hebben ingeschreven. Om een zo representatief mogelijke afspiegeling van de variëteit van het Nederlandse onderwijsbestel tot uitdrukking te brengen in de te selecteren ontwikkelscholen, worden de scholen binnen het leergebied in zodanige categorieën ingedeeld dat in de selectie bij voorkeur:

    • de verschillende schoolsoorten vertegenwoordigd zijn;

    • scholen vertegenwoordigd zijn die a) nog in het begin staan van een aanpassing van het schoolcurriculum rond het gekozen leergebied en b) die al enige tijd met deze aanpassing rond het gekozen leergebied aan de slag zijn;

    • variatie is in de omgeving van vestiging van de school (stedelijk/ ruraal);

    • variatie is in denominatie (openbaar, bijzonder, onderwijsfilosofie) tussen scholen;

    • variatie is in de scholen voor primair onderwijs die wel en die niet in aanmerking komen gewichtengeld; en

    • variatie is in schoolgrootte.

    Met uitzondering van de hierna genoemde leergebieden, worden de scholen in zodanige categorieën ingedeeld dat in het selectieproces bij voorkeur 4-po- en 4-vo-scholen overblijven. Bij een aantal leergebieden – te weten Engels, mens en maatschappij, mens en natuur – wijkt het aantal ontwikkelscholen iets af, namelijk 6-po-scholen en 6-vo-scholen.

  • b. Loting. Indien er in totaal meer dan 672 scholen positief door de toetsingsprocedure zijn gekomen, kan er geloot worden. De coördinatiegroep kan hiertoe beslissen indien het aantal scholen per categorie van een leergebied als bedoeld in onderdeel a zodanig is dat de verwachting is dat er in de tweede ronde (samenwerkingscriteria) te veel kandidaten zijn van vergelijkbare geschiktheid of dat de belasting van de selectieprocedure onevenredig groot wordt ten opzichte van de gevraagde inspanning van de ontwikkelteams. Indien er wordt geloot, blijven er per categorie acht scholen over die naar de tweede ronde gaan. Dit aantal kan voor alle categorieën en leergebieden verhoogd worden, indien dit de redelijke belastbaarheid van het selectieproces niet in de weg staat. Indien er voor een categorie acht of minder scholen voor een beschikbare positie zijn, worden zij van de loting uitgesloten. DUS-I organiseert de loting indien de coördinatiegroep daartoe heeft besloten. De loting wordt uitgevoerd door een notaris.

  • c. Samenwerkingscriteria. Na een eventuele loting en met zoveel mogelijk inachtneming van de categorieën, bedoeld in onderdeel a, wordt een aanmelding door de selectiecommissie beoordeeld op onderstaande criteria:

    • De mate waarin (een deel van) het overige lerarenteam bij de curriculumontwikkeling wordt betrokken.

    • De mate waarin leerlingen en ouders betrokken worden in aanpassingen in het curriculum.

    • De mate waarin de school andere po- of vo-scholen in de curriculumontwikkeling betrekt.

    • De mate waarin de school samenwerkt met lerarenopleidingen om leraren op te leiden.

    • De mate waarin de school samenwerkt met voorschoolse instellingen (waar relevant voor een ontwikkelteam en indien er sprake is van een po-school) of met instellingen voor vervolgonderwijs (indien er sprake is van een vo-school).

    • De mate waarin een school andere leergebieden van het schoolcurriculum betrekt.

    De selectiecommissie nomineert voor de volgende ronde de 168 scholen die, met zoveel mogelijk inachtneming van de categorieën, bedoeld in onderdeel a, op de bovenstaande criteria het hoogste scoren.

    Op www.curriculum.nu wordt een nadere uitwerking van de selectiecriteria bekendgemaakt.

    Indien op basis van bovenstaande criteria te veel scholen overblijven van vergelijkbare geschiktheid, wordt gekozen voor de scholen die het meeste bijdragen aan de diversiteit tussen de ontwikkelscholen.

  • d. Inhoudelijke selectiecriteria. De selectiecommissie selecteert de genomineerde scholen, bedoeld in onderdeel c, op basis van de onderstaande criteria, en met zoveel mogelijk inachtneming van de categorieën, bedoeld in punt 6a:

    • De mate waarin de school ervaring heeft met curriculumontwikkeling in het betreffende leergebied, of in een ander leergebied;

    • De mate waarin leraren de mogelijkheid hebben om eigen lesinhoud te ontwikkelen;

    • De mate waarin de school de geschiktheid van de leraren die intensief zullen meewerken aan de curriculumontwikkeling van het leergebied heeft gemotiveerd;

    • De mate waarin het schoolteam een omgeving heeft gecreëerd die een onderzoekende houding en onderzoekende vaardigheden van leraren stimuleert en het collegiaal leren in de school bevordert;

    • De motivering van de school om mee te doen aan het traject en de bijzondere kenmerken in het voorstel van de school die kunnen bijdragen aan een variëteit aan inzichten voor de curriculumontwikkeling.

7. Verplichtingen ontwikkelschool gedurende het traject

Bij deelname als ontwikkelschool geldt gedurende het traject een aantal verplichtingen. Deze zijn:

  • a. Het schoolteam spant zich in om samen te werken met het ontwikkelteam en de andere ontwikkelscholen van het leergebied.

  • b. Het schoolteam reflecteert in de door de coördinatiegroep vastgestelde maanden op concepten van het ontwikkelteam volgens een vast format en geeft inbreng voor de volgende ontwikkelsessie van een ontwikkelteam. Het schoolteam betrekt leerlingen en ouders in deze reflectie.

  • c. Het schoolteam beproeft tussenproducten van het gekozen ontwikkelteam in zoveel mogelijk leerjaren van de betreffende schoolsoort en werkt dit met eigen activiteiten verder uit (bijvoorbeeld door het ontwikkelen van lesmateriaal).

  • d. Het schoolteam bespreekt de voortgang van het eigen initiatief met een lid van het ondersteuningsteam van het ontwikkelteam.

  • e. Het schoolteam doet open en actief mee in de online-werkomgeving en maakt hierin resultaten, kennis en ervaringen die tijdens het proces worden opgedaan, zoveel mogelijk zelf openbaar en stelt deze op verzoek beschikbaar aan andere scholen. Het schoolteam deelt verder offline de opgedane expertise, onder andere door minimaal vier keer per jaar presentaties te geven bij landelijke en regionale bijeenkomsten of overige netwerken.

  • f. De school doet mee in een nog op te zetten begeleidend evaluatie- en monitoringsonderzoek om de ervaringen van leraren, schoolleiders en hun teams in dit proces in kaart te brengen.

  • g. Het bevoegd gezag stelt de betrokken leraren/schoolleiders in staat om mee te doen aan de activiteiten als ontwikkelschool, die tenminste 648 klokuren beslaan en verleent hen hiertoe imperatief verlof.

  • h. Het bevoegd gezag vervangt de betrokken leraren/schoolleiders voor tenminste 648 klokuren.

Bij het niet nakomen van de subsidieverplichtingen kan de subsidie geheel of ten dele worden teruggevorderd.

8. Begeleiding

De coördinatiegroep ondersteunt schoolteams met het uitwerken van hun initiatief als ontwikkelschool. De geselecteerde ontwikkelscholen ontvangen gedurende het kalenderjaar 2018 ondersteuning in de vorm van:

  • a. Deskundigheid. Voor geselecteerde initiatieven is een deskundige van SLO beschikbaar voor enkele uren per maand. Deze deskundige ondersteunt inhoudelijk bij het beproeven en uitwerken van de tussenproducten uit de ontwikkelteams, begeleidt de ontwikkelschool inhoudelijk bij de opzet en ontwikkeling van het eigen curriculuminitiatief. Verder is er ondersteuning beschikbaar bij het zoeken naar oplossingen voor de vervanging van leraren.

  • b. Netwerk van collega-ontwikkelaars. De geselecteerde ontwikkelscholen vormen met de ontwikkelteams een netwerk waarin zij gestimuleerd en gefaciliteerd worden om van en met elkaar te leren.

  • c. Podium. Naast een digitaal podium krijgen deelnemende scholen de kans hun ontwikkelstappen te presenteren, uit te wisselen en aan te scherpen tijdens landelijke en regionale bijeenkomsten.

  • d. Financiën. De minister bereidt een subsidieregeling voor om de bevoegde gezagen te compenseren voor het vervangen van leraren en schoolleiders. De subsidieregeling bevat de aanspraken en verplichtingen om voor subsidie in aanmerking te komen; deze subsidieregeling zal voor 18 september 2017 in werking treden.

9. Wijziging en vervallen van het reglement

  • a. Dit reglement geldt als beleidsregel voor de afhandeling van de selectieprocedure, in voorbereiding op de daadwerkelijke subsidieverstrekking door de minister.

  • b. De geselecteerde scholen en hun bevoegd gezag kunnen aan dit reglement geen rechten ontlenen voor de subsidieverstrekking. De subsidie wordt verstrekt op grond van de Subsidieregeling curriculumontwikkeling leraren en schoolleiders po en vo. Deze reglementen geven de kaders aan.

  • c. Dit reglement vervalt indien de Subsidieregeling curriculumontwikkeling leraren en schoolleiders po en vo niet in werking treedt. In dat geval zijn de geselecteerde scholen niet gehouden aan de verplichtingen in dit reglement. Tevens komen de bevoegde gezagen van de geselecteerde scholen in dat geval niet in aanmerking voor subsidie voor ontwikkeltijd.