Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke subsidieregeling drinkwater en afvalwater Bonaire 2017[Regeling vervalt per 01-01-2019.]

Geldend van 06-09-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 1 september 2017, nr. IENM/BSK-2017/213443, houdende vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling voor de drinkwatervoorziening en afvalwatervoorziening te Bonaire voor 2017 (Tijdelijke subsidieregeling drinkwater en afvalwater Bonaire 2017)

Artikel 1. (begripsomschrijvingen)

In deze regeling en daarop gebaseerde besluiten wordt verstaan onder:

  • minister: minister van Infrastructuur en Milieu;

  • RWZI: rioolwaterzuiveringsinstallatie te Bonaire, beheerd door de subsidieontvanger;

  • subsidieontvanger: Water- en Energiebedrijf Bonaire N.V., te Bonaire.

Artikel 2. (subsidieverlening)

  • 1 Aan de subsidieontvanger kan op aanvraag subsidie worden verleend met als doel het dekken van een deel van de kosten over het kalenderjaar 2017 die worden verdisconteerd in het vaste gebruikstarief en het wegtransporttarief voor drinkwater, teneinde deze tarieven die in rekening worden gebracht bij afnemers, te verminderen.

  • 2 Aan subsidieontvanger kan op aanvraag subsidie worden verleend met als doel het dekken van de exploitatietekorten van de RWZI over het kalenderjaar 2017.

Artikel 3. (subsidiebedrag)

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 2.125.000, inclusief eventueel verschuldigde BTW.

  • 2 De subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 1.700.000, inclusief eventueel verschuldigde BTW.

Artikel 4. (aanvraag)

  • 1 De aanvraag om subsidie voor het kalenderjaar 2017 wordt uiterlijk 31 december 2017 ingediend.

  • 2 De aanvraag voor 2017 bevat de volgende gegevens en bescheiden:

    • a. een projectplan of plan van aanpak met betrekking tot de wijze waarop de subsidie bijdraagt aan het doel van de subsidieverlening, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, met een beschrijving van de prestaties die in 2017 met de subsidie worden bekostigd;

    • b. het benodigde subsidiebedrag in euro’s met een gespecificeerde begroting die een goed inzicht geeft in de kosten van de te subsidiëren activiteit en het effect van de subsidie erop, waaronder een liquiditeitsoverzicht waaruit de benodigde subsidie blijkt;

    • c. indien voorschotten worden gevraagd, een weergave van de liquiditeitsbehoefte gedurende het kalenderjaar; dit kan het liquiditeitsoverzicht, bedoeld onder b, zijn;

    • d. de gegevens van de aanvrager, waaronder het bankrekeningnummer en een bewijs dat deze op naam van de aanvrager staat.

Artikel 5. (verplichtingen subsidieontvanger)

  • 1 De voor 2017 te subsidiëren activiteiten moeten uiterlijk 31 december 2017 zijn verricht.

  • 2 De subsidieontvanger is verplicht onverwijld een schriftelijke melding aan de minister te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel vóór de in het eerste lid genoemde datum zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen uiterlijk op de in het eerste lid genoemde datum zal worden voldaan.

  • 3 De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit door de minister op elk moment op eenvoudige en duidelijke wijze de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten kunnen worden afgeleid. De subsidieontvanger verleent hiertoe aan de minister of door haar aangewezen personen toegang tot door subsidieontvanger gebruikte plaatsen en medewerking aan de gegevensverstrekking.

  • 4 De administratie en de daarbij behorende stukken worden gedurende tenminste vijf jaren bewaard.

  • 5 Indien door een ander bestuursorgaan voor dezelfde activiteiten subsidie wordt verstrekt, doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan de minister.

  • 6 De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister alle medewerking aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitoefenen van de gesubsidieerde activiteiten een bijdrage heeft geleverd aan het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid.

Artikel 6. (intrekken of wijzigen van de subsidieverstrekking)

De minister kan een beschikking tot subsidieverlening of subsidievaststelling intrekken of wijzigen indien:

  • a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

  • b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidieverlening of subsidievaststelling verbonden verplichtingen;

  • c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling zou hebben geleid, of

  • d. de subsidieverlening of subsidievaststelling anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

Artikel 7. (subsidievaststelling)

  • 1 De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 mei 2018 bij de minister een aanvraag tot subsidievaststelling in.

  • 2 De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling door middel van een financiële verantwoording aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 3 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de subsidieontvanger een financieel verslag over waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten. Dit verslag gaat vergezeld van een goedkeurende verklaring van een registeraccountant, accountant-administratieconsulent of andere onafhankelijke accountant volgens het bij de beschikking tot subsidieverlening gevoegde controleprotocol van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, waarin wordt verklaard dat de subsidie rechtmatig is besteed aan de activiteiten en dat de subsidieverplichtingen zijn nageleefd.

  • 4 Binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, stelt de minister de subsidie vast.

  • 5 De subsidie kan lager worden vastgesteld dan het subsidiebedrag als:

    • a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

    • b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; of

    • d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

Artikel 8. (betaling)

Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de bekendmaking van de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.

Artikel 9. (voorschotten)

Aan de subsidieontvanger kunnen voorschotten worden verleend van ten hoogste 100 procent van de in artikel 3 genoemde subsidiebedragen.

Artikel 10. (onverschuldigde betaling)

Indien na de intrekking, wijziging of vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 6 of 7 sprake is van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen worden deze door de minister teruggevorderd.

Artikel 11. (inwerkingtreding)

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de voor het kalenderjaar 2017 krachtens deze regeling verstrekte subsidies.

Artikel 12. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling drinkwater en afvalwater Bonaire 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus