Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Peace and Security 4 All)[Regeling vervalt per 01-01-2020.]

Geldend van 29-08-2017 t/m heden

Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 14 augustus 2017, nr. MINBUZA-2017 4000000581, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Peace and Security 4 All)

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 op het terrein van gelijke rechten en kansen voor vrouwen en meisjes voor activiteiten gericht op uitvoering van het Nationaal Actieplan 1325 en het betrekken van jongeren, religieuze leiders en mannen en jongens dan wel de thema’s: Tegengaan van gewelddadig extremisme en/of humanitaire hulp & wederopbouw, gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

  • 1 Voor subsidieverlening in het kader van het Peace and Security 4 All fonds geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2019 een subsidieplafond van € 450.000.

  • 2 Ten hoogste drie aanvragen komen voor toekenning van subsidie in aanmerking, waarbij geldt dat een subsidie niet meer zal bedragen dan € 150.000.

Artikel 3

Aanvragen om in aanmerking te komen voor een subsidie in het kader van het Peace and Security 4 All fonds worden ingediend in de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 30 november 2017.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2020 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

namens deze,

de plaatsvervangend Directeur-Generaal Internationale Samenwerking,

R.M. Buijs

Doelen en Criteria Peace and Security 4 All fonds

Introductie

Nederland steunt de agenda voor internationale vrouwen, vrede en veiligheid en heeft in dat kader driemaal een Nationaal Actieplan (NAP) 1325 ontwikkeld voor de periode 2008–2011, de periode 2012–2015 en de periode 2016–2019. Deze derde NAP-periode kent een duidelijke focus op het bevorderen van een voorwaardenscheppende omgeving en politieke ruimte voor betekenisvolle participatie van vrouwen in alle facetten van vrede en veiligheid. Vrede en veiligheid worden gekoppeld aan een actieve en krachtige rol van lokale vrouwen. Het NAP 1325, hierna aangeduid als NAP, is een uitgebreid samenwerkingsverband tussen ministeries, Nederlandse ontwikkelings-en vredesorganisaties, migrantenorganisaties, kennisinstellingen en netwerken. Dit samenwerkingsverband streeft naar sterkere gezamenlijke onderlinge afstemming, strategiebepaling en samenwerking in de focuslanden met als doel het verbeteren van de situatie en de positie van vrouwen (en mannen) in (post)conflict en fragiele gebieden. De diversiteit van het partnerschap geeft het de potentie om goed geïnformeerde analyses te maken, complementair te werken en samen meerwaarde te creëren. Op het moment van de start van dit fonds zijn meer dan 70 organisaties ondertekenaar van het NAP1.

Probleemstelling

Er is de afgelopen 16 jaar veel bereikt, vooral op gebied van normstelling, maar de uitvoering van de agenda voor vrouwen, vrede, veiligheid agenda moet beter. De ambities van de verschillende resoluties staan in schril contrast met de werkelijkheid. In conflictgebieden is de situatie van vrouwen nauwelijks verbeterd en soms zelfs verslechterd. Ten behoeve van verbeterde implementatie van het NAP financiert NL van 2016–2019 acht landenprogramma’s. Binnen deze programma’s blijft een aantal thema’s en doelgroepen echter achter, hoewel deze wel in het Nederlandse NAP of uit contextanalyses naar voren komen als thema’s die aandacht behoeven en doelgroepen waarmee te weinig wordt samengewerkt binnen de vrouwen, vrede & veiligheid agenda. Het gaat hierbij om het betrekken van, en samenwerken met, jongeren, religieuze leiders en mannen en jongens bij implementatie van de vrouwen, vrede en veiligheid agenda, en om de thema’s: Tegengaan van gewelddadig extremisme en/of humanitaire hulp & wederopbouw.

Om betere en duurzamere resultaten te behalen binnen het NAP, beoogt het ministerie van Buitenlandse Zaken met het Peace and Security 4 All (PS4A) fonds in te zetten op vernieuwende en resultaatgerichte projecten die zich richten op ten minste één van deze onderbelichte groepen of thema’s. Hiervoor is in totaal 450.000 euro beschikbaar voor een periode van twee jaar, waarmee maximaal drie projectvoorstellen zullen worden gesubsidieerd. De subsidies bedragen elk maximaal € 150.000 per aanvraag voor de gehele looptijd van twee jaar (2018–2019). De activiteiten starten niet eerder dan 1 januari 2018 en worden uiterlijk afgerond op 31 december 2019.

Beoogd wordt door middel van co-creatie een brede groep organisaties, die ondertekenaar zijn van het Nederlands NAP, op unieke wijze te laten samenwerken. Dit kan bijdragen aan nieuwe samenwerkingsvormen en mogelijk ook methodologieën die repliceerbaar zijn op verschillende locaties. De groep NAP-ondertekenaars heeft aangegeven strategisch met elkaar te willen samenwerken door gezamenlijk activiteiten en actoren in kaart te brengen. Ook kunnen de organisaties gezamenlijk bepalen waar Nederland ten opzichte van andere spelers een meerwaarde kan hebben en dit uitwerken in een gezamenlijke strategie. Ontwikkelingen in fragiele landen zijn moeilijk te plannen. Een mate van flexibiliteit en lef is nodig om innovatieve en kansrijke initiatieven te ondersteunen als de situatie in één van de focuslanden daarom vraagt. Alleen als het NAP inspeelt op de unieke diversiteit van zijn ondertekenaars, de problematiek in de focuslanden en het maken van gezamenlijke analyses en strategieën komt de meerwaarde van het NAP tot zijn recht2.

Om te komen tot co-creatie zullen BZ en WO=MEN een meerdaagse workshop organiseren. Deze wordt gefaciliteerd door een externe partij: Butterfly Works. Beoogd wordt dat de workshop zal resulteren in de ontwikkeling van maximaal drie projectvoorstellen van 150.000 euro per voorstel. Deelnemers aan de co-creatie workshop nemen gezamenlijk een besluit over welke drie projectvoorstellen zullen worden ingediend, waarbij de voorstellen moeten kunnen rekenen op aantoonbare steun van het merendeel van de organisaties die aan de co-creatie workshop deelnemen. Het idee voor dit fonds is tot stand gekomen n.a.v. brainstormen tussen de coördinatoren van het NAP: BZ en WO=MEN.

Benadering en doelen PS4A fonds

  • Concrete resultaten behalen op gebied van betrekken en samenwerking met één of meer van de volgende onderbelichte groepen: 1) jongeren, en/of 2) mannen en jongens, en/of 3) religieuze leiders, en/of thema’s: 1) tegengaan van gewelddadig extremisme en/of 2) humanitaire hulp & wederopbouw, en daardoor bijdragen aan verbeterde implementatie van het NAP.

  • Maatschappelijke organisaties in de focuslanden zelf (zuid-zuid) én in Nederland (noord-zuid / noord-noord) werken samen en delen inzichten en geleerde lessen in relatie tot de vrouwen, vrede en veiligheid agenda en hun projecten.

  • Het project sluit aan bij de behoeften van lokale bevolking en de context van de betreffende focuslanden en draagt bij aan het creëren van een voorwaardenscheppende omgeving.

Toelichting Thematische en Doelgroep focus

Betrekken van doelgroepen:

In de samenwerking met onderstaande groepen gaat het om het veranderen van – gezamenlijk gevormde en in stand gehouden – sociale relaties die leiden tot genderongelijkheid.

  • Betrekken van jongeren binnen de vrouwen, vrede en veiligheid agenda: De wereld kent momenteel de grootste generatie jonge mensen ooit. Deze groep wordt vaak geassocieerd of geconfronteerd met gewelddadig conflict. Met de VN Veiligheidsraadresolutie 2250 van 2015 over Jeugd, Vrede en Veiligheid erkende de Verenigde Naties de kritieke rol van de jeugd bij het bevorderen en handhaven van de internationale vrede.

  • Betrekken van mannen en jongens binnen de vrouwen, vrede en veiligheidsagenda: Het thema gender wordt vaak ten onrechte louter geassocieerd met vrouwen. Door in partnerschap met jongens en mannen interventies uit te voeren kan worden bijgedragen aan systematische verandering van gender ongelijkheid in conflict- en fragiele landen.

  • Betrekken van religieuze leiders binnen de vrouwen, vrede en veiligheidsagenda: Extremistische ideologieën zijn vaak religieus en politiek gemotiveerd. Het is dan ook slim om met religieuze leiders te werken. Een succesvol vredesproces is transformatief en schept ruimte voor een breed aantal actoren, waaronder vrouwen, jongeren, mannen, en ook gemeenschaps- en religieuze leiders actoren3.

Thema’s

  • Humanitaire hulp & wederopbouw: Ontheemde vrouwen zijn in de nasleep van een conflict vaak belangrijke leiders, partners en lobbyisten in hulp- en herstel activiteiten. Hoewel dit thema één van de prioriteiten van het NAP is, zijn er weinig actuele activiteiten die zich richten op hulp & herstel behoeften van de lokale bevolking en ontheemden.

  • Tegengaan van gewelddadig extremisme: De opkomst van radicalisering, gewelddadig extremisme en terrorisme is een actuele uitdaging. Gewelddadige extremistische groepen richten zich soms doelbewust op vrouwenrechten en de rollen en lichamelijke integriteit van vrouwen in conflict- en postconflict samenlevingen. Hun extremistische ideologieën worden gebruikt om hun acties te rechtvaardigen. Ook worden vrouwen gezien als belangrijke belanghebbenden en bondgenoten om radicalisering en gewelddadig extremisme te voorkomen. Tegelijkertijd kunnen vrouwen(organisaties) meer zijn dan slachtoffer of bondgenoot. Het doorgronden van de verschillende rollen en posities van vrouwen(organisaties) is cruciaal voor een goede aanpak. CVE wordt meestal vanuit een internationaal veiligheidsperspectief benaderd, terwijl een geïntegreerde benadering – waarbij aandacht voor de bredere impact van geweld op een lokale gemeenschap en onafhankelijkheid en eigenaarschap van vrouwenorganisaties wordt bewaakt – belangrijk is.

Criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dient een aanvraag te voldoen aan de volgende criteria. Indien een aanvraag niet voldoet aan één of meer criteria wordt de aanvraag afgewezen.

1. Thematiek

De activiteiten in het projectvoorstel voldoen aan onderstaande kenmerken:

  • 1.1 Het voorstel draagt bij aan duurzame implementatie van de doelstellingen van het NAP. Verduurzaming van NAP-subdoelen: de activiteiten dragen bij aan (1) bescherming van vrouwen en meisjes en hun rechten in conflict- en post-conflictsituaties, 2) het bestrijden van gendernormen die obstakels voor duurzame vrede zijn, en 3) het creëren van gelijke deelname van vrouwen en mannen aan conflictpreventie en -oplossing, vredesopbouw, hulpverlening en wederopbouw. De activiteiten beogen impact te creëren die ook na afloop van de activiteiten langdurige positieve effecten hebben. De activiteiten zijn daarnaast duurzaam in de zin dat ze aansluiten bij de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.

  • 1.2 Doelgroep of thema: de activiteiten dragen bij aan het behalen van resultaten op minstens één van de eerder aangegeven doelgroepen en/of thema’s: 1) betrekken van jongeren, mannen en jongens, en/of religieuze leiders binnen de vrouwen, vrede en veiligheid agenda, 2) werken op thema’s: Tegengaan van gewelddadig extremisme en/of humanitaire hulp & wederopbouw

2. Capaciteit

De aanvrager/penvoerder is in staat tot adequaat financieel beheer en kan door (ervarings)deskundigheid met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten waarborgen.

Toelichting:
  • a) In het geval dat de aanvrager/penvoerder PARTOS ISO-9001 gecertificeerd is, wordt de aanvrager/penvoerder geacht te voldoen aan drempelcriterium.

  • b) In het geval dat de aanvrager een geldige Framework Partnership Agreement (FPA) met de Europese Commissie (DG ECHO) heeft gesloten, wordt de aanvrager/penvoerder eveneens geacht te voldoen aan drempelcriterium D.6 mits de FPA geldig is zowel op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend als bij de start van het programma.

  • c) Indien een de aanvrager/penvoerder geen PARTOS ISO-9001 certificering heeft verkregen, noch beschikt over een geldige FPA met DG ECHO, zal de capaciteit van de organisatie worden getoetst (COCA Light) aan de hand van de volgende documenten.

    • 1. De twee meest recente jaarverslagen inclusief jaarrekening en controleverklaring (Indien beschikbaar)

    • 2. Specificatie van de inkomstenbronnen*

    • 3. Beschrijving van de personele capaciteit (zowel omvang en deskundigheid) alsmede het beloningsbeleid

    • 4. Beschrijving op welke wijze het toezicht is geregeld

    • 5. Organisatiestructuur

    • 6. Gedragscode of integriteitsbeleid*

    • 7. Anti-fraude en anti-corruptiebeleid *

* Toelichting document 2: (specificatie inkomensbronnen): Voor dit document geldt dat dit alleen hoeft te worden ingediend wanneer dit niet blijkt uit de jaarverslagen of indien de jaarverslagen (document 1) nog niet bestaan of beschikbaar zijn.

* Toelichting document 6 en 7 (gedragscode en integriteit & anti-fraude en anti-corruptie): Voor deze documenten geldt dat deze alleen dienen te worden ingeleverd wanneer deze reeds bestaan. Indien bovenstaande documenten niet bestaan dient de organisatie dit kort uit te leggen in het in te dienen voorstel (Volgens principe: Comply or explain).

3. Geografische reikwijdte

Het projectvoorstel betreft activiteiten gericht op één of meerdere van de volgende focuslanden uit het NAP II en III, aangevuld met Mali, met oog op omvangrijke Nederlandse betrokkenheid (o.a. MINUSMA) bij Mali. De landenlijst bestaat dan uit: Afghanistan, Colombia, de Democratische Republiek Congo, Irak, Jemen, Libië, Syrië, Zuid-Sudan, Sudan, Burundi, de Palestijnse gebieden en Mali. De landen- of regiokeuze moet worden onderbouwd met een context analyse.

4. Budget en termijn

4.1 Budget: het projectvoorstel heeft een budget van maximaal 150.000 euro, dat wordt onderbouwd met een begroting en een toelichting. De gehanteerde tarieven en overhead moeten in verhouding staan tot uit te voeren activiteiten. Per projectvoorstel zal niet meer dan 150.000 worden gesubsidieerd.

4.2 Termijn: De middelen voor de uitvoering van de activiteiten moeten binnen de termijn 2018–2019 worden besteed.

5. Organisaties

  • 5.1 Dit fonds is uitsluitend beschikbaar voor NAP-ondertekenaars die geen deel uitmaken van de acht landen-consortia aan welke een subsidie is verleend in het kader van het besluit Vrouwen, vrede en veiligheid 2016–2019.4

  • 5.2 Dit fonds is uitsluitend beschikbaar voor organisaties die actief deel hebben genomen aan de co-creatie workshop. Voor deze workshop kan iedere NAP-ondertekenaar die geen deel uitmaakt van de genoemde acht consortia zich aanmelden (zie instructies onderaan dit document in algemene informatie). Uiteindelijk moeten de aan de workshop deelnemende organisaties tot een gezamenlijk gedragen besluit komen over welke (maximaal drie) voorstellen worden ingediend en wie de aanvrager/penvoerder is van een voorstel. Deze voorstellen moeten kunnen rekenen op aantoonbare steun van het merendeel van de organisaties die aan de co-creatie workshop deelnemen.

  • 5.3 De aanvrager/penvoerder en eventuele mede-indieners zijn op 31 juli 2017 ondertekenaar van het Nationaal Actieplan Vrouwen, vrede en veiligheid 2016–2019.

  • 5.4 Indien een aanvraag wordt ingediend namens een consortium is de aanvrager/penvoerder een Nederlandse non-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk en een rechtspersoonlijkheid.

    • Onder ngo wordt verstaan een niet op winst gerichte en niet door een overheidsinstantie opgerichte of aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie die beschikt over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht in het land waar de ngo statutair gevestigd is.

    • Onder Nederlandse ngo wordt verstaan: opgericht in Nederland, volgens Nederlands recht en statutair in Nederland gevestigd.

Voor bovengenoemde bullets geldt de volgende toelichting:
  • De aanvrager/penvoerder toont dit aan door een kopie van de oprichtingsstatuten als bijlage bij de aanvraag te voegen. In het geval van een alliantie dienen ook de oprichtingsstatuten van alle mede-indieners bijgevoegd te worden. Daarnaast onderbouwt de aanvrager/penvoerder dit aan de hand van de opgevraagde documenten zoals beschreven onder criteria 2 m.b.t. capaciteit.

  • In het geval van een alliantie omvat de aanvraag een, door alle alliantieleden, getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin in ieder geval afspraken zijn neergelegd over (i) de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van het samenwerkingsverband, (ii) de wijze waarop de besluitvorming in het samenwerkingsverband plaatsvindt, (iii) de wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de deelnemers en (iv) de wijze waarop de naleving van de aan een subsidie verbonden verplichtingen jegens de minister is gewaarborgd, inclusief de zorg voor gezamenlijke geaggregeerde rapportages.

6. Wat het fonds niet dekt

  • Particuliere initiatieven of projecten gefocust op het bouwen of opzetten van materiele voorzieningen zoals scholen en waterputten, of infrastructuur komen niet in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit fonds.

  • Initiatieven die proselitisme (mede) beogen;

  • Activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks een subsidie of bijdrage ten laste van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt ontvangen;

Toelichting:

De aanvrager/ penvoerder dient in box m in onderstaande annex aan te geven voor welke activiteiten reeds een subsidie of bijdrage wordt ontvangen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

7. Relevantie en haalbaarheid

  • 7.1 De activiteiten van het projectvoorstel vloeien logisch voort uit een context analyse van het focusland en zijn beleidsmatig relevant.

  • 7.2 Het voorstel bevat een heldere uiteenzetting van de link met en de relevantie van de voorgestelde activiteiten voor de geïdentificeerde thematiek en landen.

  • 7.3 Het verband tussen de beoogde resultaten en de benodigde middelen is helder en realistisch en de beoogde resultaten zijn SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) geformuleerd.

  • 7.4 Het voorstel zet overtuigend uiteen welke interventiestrategieën gekozen zijn en waarom. Deze keuze vloeit logisch voort uit de probleemstelling en de beoogde resultaten.

8. Complementariteit met bestaande landen programma’s NAP 2016–2019

De activiteiten dragen bij aan de doelstellingen5 van het Nederlands Vrouwen, vrede veiligheid-beleid zoals vastgesteld in het Nederlands NAP en is duidelijk complementair aan bestaande activiteiten die in het focusland worden ondernomen door de alliantie, andere ngo’s en multilaterale instellingen en betreft daardoor een vernieuwende activiteit in het focusland.

9. Inclusieve aanpak

Het projectvoorstel hanteert een inclusieve aanpak. Dit betekent dat activiteiten altijd worden uitgevoerd in samenwerking met de lokale gemeenschap en lokale organisaties, waarvan de rol in het projectvoorstel wordt beschreven.

10. Aanvraag

De aanvrager(s) komt voor maximaal één subsidieaanvraag in (het) gekozen land(en) of regio in aanmerking. Dat kan zijn een individuele subsidieaanvraag of een aanvraag in één alliantieverband waarbij geen onderscheid wordt gemaakt in penvoerders en mede-indieners. Indien een aanvrager meerdere aanvragen indient voor één land of thema, dan wel in meerdere aanvragen voor hetzelfde focusland participeert, hetzij als penvoerder, hetzij als mede-indiener, worden deze aanvragen allen afgewezen. In totaal zullen maximaal drie voorstellen worden gehonoreerd.

Algemene informatie

De co-creatie workshop zal worden georganiseerd op 28 en 29 september en 5 en 6 oktober. De workshop bedraagt vier dagen in totaal en zal worden gefaciliteerd door Butterfly Works. Geïnteresseerde NAP ondertekenaars dienen zich uiterlijk 8 september aan te melden voor deelname aan de workshop via Celine Herbiet (celine@butterflyworks.org).

Na afloop van de workshop worden drie voorstellen die op steun kunnen rekenen van de meerderheid van de organisaties die aan de workshop deelnemen bij het Ministerie ingediend. Elke aanvraag moet worden ingediend door een aanvrager, of in geval van een aanvraag die namens een alliantie wordt ingediend, een penvoerder. Deze dienen uiterlijk 13 november 2017 te zijn ingediend.

Een beoordelingscommissie, bestaande uit verschillende beleidsmedewerkers van het ministerie met expertise op het gebied van de thema’s en betreffende landen, beoordelen de ingediende voorstellen aan de hand van de hierboven beschreven criteria en doelstelling. Alleen voorstellen die aantoonbaar voldoen aan alle bovenstaande criteria zullen worden gehonoreerd.

Voorstellen kunnen ingediend worden bij TFVG@minbuza.nl. Een projectvoorstel beslaat bij voorkeur niet meer dan 10 pagina’s. Indien het de inhoudelijke onderbouwing van het voorstel ten goede komt, is het de aanvrager/penvoerder toegestaan om hiervan af te wijken.

Annex 1. Algemene gegevens van de aanvrager en aanvraag

a. Naam aanvragende organisatie/penvoerder

 

b. Adres

 

c. Telefoonnummer

 

d. E-mail adres

 

e. Naam directeur(en) (met vermelding de heer/mevrouw)

 

f. Naam contactpersoon van de aanvraag (met vermelding van de heer/mevrouw), e-mailadres contactpersoon en telefoonnummer waarop contactpersoon bereikbaar is.

 

g. Land waarin de aanvragende organisatie/penvoerder statutair gevestigd is.

 

h. Wilt u dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken via de e-mail met u correspondeert, inclusief formele documenten zoals beschikkingen? Zo ja, vermeld het juiste e-mailadres dat hiervoor kan worden gebruikt.

 

i. Indien u penvoerder bent van een alliantie, geef aan welke overige organisaties participeren in deze aanvraag als mede-indieners.

 

j. Naam bank + rekeningnummer (IBAN) van de aanvrager/penvoerder

 

k. Inkomsten aanvrager (totaalbedrag jaarlijkse organisatiebegroting) en in een geval van een alliantie tevens inkomsten van de mede-indieners (per organisatie totaalbedrag jaarlijkse organisatiebegroting).

2014:

2015:

2016:

l. Land(en) waarvoor de aanvrager/alliantie subsidie aanvraagt.

m. (Afghanistan, Colombia, de Democratische Republiek Congo, Irak, Jemen, Libië, Syrië, Zuid-Sudan, Sudan, Burundi, de Palestijnse gebieden, Mali)

 

n. Geef aan of, en zo ja welke, subsidie(s) uw organisatie reeds ontvangt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, welk bedrag, welke looptijd en welke activiteit het betreft (activiteitennummer). U kunt deze informatie in een apart genummerde appendix toevoegen.

 
  • ^ [1]

    The Netherlands National Action Plan on Women, Peace and Security 2016–2019.

  • ^ [2]

    Evaluatie Pilotfonds 1.

  • ^ [3]

    (Bron: SG Report A/67/499-S/2012/746).

  • ^ [4]

    Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 3 mei 2016, nr. MINBUZA-2016.242245, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Vrouwen, vrede en veiligheid 2016–2019), Stcrt. 2016, nr. 2450.

  • ^ [5]

    Signatories of the Dutch NAP have agreed to work towards the following overall objective: Contribute to an enabling environment for women’s participation and empowerment in conflict and post-conflict environments, so they can meaningfully participate in conflict prevention, resolution, peacebuilding, protection, relief and recovery. To help create an enabling environment, three specific goals have been formulated:

    • 1) Better protect women and girls in conflict and post-conflict situations from violence and violations of their rights;

    • 2) Subvert harmful underlying gender norms, which are obstacles to sustainable peace;

    • 3) sure that women have equal leverage in conflict prevention and resolution, peacebuilding, relief and recovery at all levels, and that their efforts are acknowledged and supported (The Netherlands National Action Plan on Women, Peace and Security 2016–2019).