Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling examenreglement staatsexamens vo 2018[Regeling vervalt per 31-12-2018.]

Geldend van 01-10-2017 t/m heden

Regeling van het College voor Toetsen en Examens van 26 juni 2017, nummer CvTE-17.01280 houdende vaststelling van het examenreglement staatsexamens vo en examenreglement staatsexamens vo BES 2018 (Regeling examenreglement staatsexamens vo 2018)

Artikel 1. Examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs 2018

Het examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a van de Wet College voor toetsen en examens en artikel 13 eerste en derde lid, van het Staatsexamenbesluit VO, wordt vastgesteld voor het jaar 2018 als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 2. Examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs BES 2018

Het examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs BES, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a van de Wet College voor toetsen en examens en afdeling 1, artikel 12 eerste en derde lid, van het Staatsexamenbesluit VO BES, wordt vastgesteld voor het jaar 2018 als opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2017 ten behoeve van de staatsexamens vwo-havo-vmbo in 2018 en vervalt per 31 december 2018.

Artikel 4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling examenreglement staatsexamens vo 2018.

Artikel 5. Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Het College voor Toetsen en Examens,

de voorzitter,

P.J.J. Hendrikse

Bijlage 1. behorende bij artikel 1 van de Regeling examenreglement staatsexamens vo 2018, van 26 juni 2017, nummer CvTE-17.01280

Examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs 2018, voor staatsexamen vwo, staatsexamen havo en staatsexamen vmbo

Examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs

Volgens artikel 2 lid 3 sub a van de Wet College voor toetsen en examens stelt het College bij regeling het examenreglement vast. Het examenreglement omvat procedurele en organisatorische regelingen voor de uitvoering van het centraal examen en het college-examen en inhoudelijke bepalingen.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit Reglement wordt verstaan onder:

  • Centraal examen: het centraal examen bedoeld in artikel 4 lid 1 van het Staatsexamenbesluit VO;

  • College-examen: het college-examen bedoeld in artikel 4 lid 1 van het Staatsexamenbesluit VO;

  • College: het College genoemd in artikel 2 lid 1 van de Wet College voor toetsen en examens;

  • Commissie staatsexamens VO: commissie namens het College belast met het organiseren en afnemen van staatsexamens Voortgezet Onderwijs;

  • Deelstaatsexamen: het examen in één of meer van de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken;

  • DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, de uitvoeringsdienst van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • Examenonderdeel: het centraal examen of het college-examen;

  • Onze Minister: onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • Staatsexamen: het staatsexamen ter verkrijging van een diploma vwo, havo of vmbo.

Artikel 2. Aanmelden

  • 1. Kandidaten die geen leerling zijn van een vso-school dienen zich aan te melden vóór 1 januari 2018. Wijzigingen op de aanmelding kunnen worden doorgegeven tot uiterlijk 1 februari 2018.

    Een afwijkende wijze van examineren als bedoeld in artikel 6 dient voor 1 februari 2018 per mail of brief bij DUO te worden aangevraagd.

  • 2. VSO-scholen dienen hun leerlingen aan te melden voor 1 december 2017; wijzigingen op de vso-aanmelding en voor kandidaten die verblijven in een penitentiaire inrichting, kunnen worden doorgegeven tot uiterlijk 1 februari 2018.

    Een afwijkende wijze van examineren als bedoeld in artikel 6 dient voor 1 februari 2018 per mail aan DUO te worden doorgegeven.

  • 3. Een kandidaat mag zich aanmelden voor zowel meerdere vakken als meerdere examensoorten, met de volgende beperkingen:

    • a. Een kandidaat mag zich per examensoort aanmelden voor maximaal één vak meer dan nodig voor het behalen van een diploma in elk van de profielen.

    • b. Als een kandidaat zich bij de staatsexamens aanmeldt voor twee vakken waarvan de schriftelijke examens samenvallen, krijgt hij voor één van deze vakken uitstel naar het tweede tijdvak.

    • c. Een kandidaat mag zich niet aanmelden voor één en hetzelfde vak voor twee verschillende examensoorten.

    • d. Een kandidaat mag zich niet aanmelden voor de rekentoets op meer dan één niveau.

    • e. Een kandidaat mag zich niet aanmelden voor één en hetzelfde vak, al dan niet van dezelfde examensoort, bij de staatsexamens èn elders.

    • f. Een kandidaat mag zich niet aanmelden voor de rekentoets, al dan niet op hetzelfde niveau, bij de staatsexamens èn elders.

Artikel 3. Indeling examen

  • 1. Het staatsexamen bestaat uit een aantal vakken en een rekentoets. Daaraan wordt voor havo en vwo een profielwerkstuk toegevoegd en voor vmbo theoretische leerweg en vmbo gemengde leerweg een profielwerkstuk of sectorwerkstuk.

  • 2. Een staatsexamenvak bestaat uit een centraal examen en/of een college-examen. Het centraal examen is identiek aan het centraal examen voor de dagscholen.

    Het college-examen bestaat uit:

    • a. een schriftelijke toets en een mondeling examen, of

    • b. een schriftelijke toets, of

    • c. een mondeling examen, of

    • d. een praktisch examen.

  • 3. Het staatsexamen wordt afgenomen overeenkomstig het desbetreffende examenprogramma, vastgesteld op grond van artikel 7 van het Eindexamenbesluit VO.

  • 4. Ten aanzien van het college-examen geldt dat:

    • a. keuzes die ingevolge het in het derde lid bedoelde examenprogramma moeten of kunnen worden gemaakt door de school, worden gemaakt door het College, en

    • b. het College kan afwijken van de voorschriften met betrekking tot het schoolexamen die om praktische redenen in het college-examen niet uitvoerbaar zijn, rekening houdend dat het college-examen zoveel mogelijk gelijkwaardig blijft aan het schoolexamen.

  • 5. Het College stelt jaarlijks op grond van artikel 2 lid 4 sub a van de wet College voor toetsen en examens voor elk vak een programma van toetsing en afsluiting vast in de vorm van vakinformatie.

  • 6. De vakinformatie bevat, naast de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen voor het centraal examen, regels omtrent alle onderdelen van het college-examen.

    In de vakinformatie wordt in elk geval aangegeven:

    • a. welke onderdelen van het examenprogramma tijdens het centraal examen en welke onderdelen tijdens het college-examen worden getoetst;

    • b. de wijze waarop het college-examen plaatsvindt;

    • c. welke hulpmiddelen tijdens het centraal examen en college-examen zijn toegestaan (zie vakinformatie Regeling toegestane hulpmiddelen);

    • d. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het college-examen en het eindcijfer tot stand komt.

Artikel 4. Vakken staatsexamen

Artikel 8 van het Staatsexamenbesluit heeft betrekking op de vakken voor het behalen van het diploma vwo, havo en/of vmbo.

Zie de bijlagen 1, 2, 3 en 4.

Artikel 5. Examendossier, werkstukken

  • 1. Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het college-examen, zoals dit in de vakinformatie is vastgelegd.

    Werkstukken, boekenlijsten, artikelen, songteksten/gedichten (zie de vakinformatie) dienen vóór 1 april 2018 in tweevoud opgestuurd te worden naar DUO, afdeling staatsexamens VO, Postbus 30158, 9700 LK Groningen.

    Van het tijdig ingezonden materiaal ontvangt de kandidaat een ontvangstbevestiging.

    Een uitzondering vormen de werkstukken voor tekenen en handvaardigheid: deze dienen te worden meegebracht naar het college-examen.

    Voor vso-schoolkandidaten liggen de werkstukken op de afgesproken datum klaar ter controle door de plaatselijk voorzitter mondeling.

  • 2. Wanneer het op te sturen materiaal niet tijdig door DUO (afdeling staatsexamens VO) is ontvangen, wordt de kandidaat voor het betreffende vak niet opgeroepen voor het college-examen of wordt de reeds verstuurde oproep ingetrokken.

    De kandidaat wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Artikel 6. Afwijkende wijze van examineren

Het College kan toestaan dat een kandidaat met een beperking het eindexamen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van de kandidaat. Tenzij sprake is van een objectief waarneembare – lichamelijke – beperking dient de kandidaat een deskundigenverklaring te overleggen als beschreven in artikel 33 van het Staatsexamenbesluit VO.

Indien de aanpassing het centraal examen betreft, kan deze in ieder geval bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets met 30 minuten. Andere aanpassingen kunnen plaatsvinden op basis van voorstellen in het deskundigenrapport.

Artikel 7. Onregelmatigheden

  • 1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan het College maatregelen nemen. De kandidaat krijgt daarvan schriftelijk bericht.

  • 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar kunnen worden genomen, zijn:

    • a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen of het centraal examen;

    • b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer toetsen van het college-examen of het centraal examen van het betreffende vak;

    • c. het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;

    • d. minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onder a tot en met c.

  • 3. Indien de ontzegging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking heeft op een kandidaat die in meer dan één vak examen aflegt, kan de ontzegging betrekking hebben op de toetsen van alle vakken.

  • 4. Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het College de kandidaat het betreffende diploma of certificaat en de cijferlijst onthouden, of kan het College bepalen dat aan de betrokken kandidaat dat diploma of certificaat en die cijferlijst, slechts kunnen worden uitgereikt nadat opnieuw examen is afgelegd in de door het College aan te wijzen onderdelen en op de door het College te bepalen wijze.

  • 5. Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat.

  • 6. De kandidaat kan tegen een besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, bezwaar maken bij het College. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt vijf dagen nadat het besluit aan de kandidaat is bekendgemaakt op de voorgeschreven wijze. Het College beslist binnen 14 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift, tenzij hij deze termijn gemotiveerd verlengt met ten hoogste 14 dagen. Het College stelt bij zijn beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. Het College deelt zijn beslissing op het bezwaar mee aan de kandidaat, aan de wettelijke vertegenwoordigers indien de kandidaat minderjarig is en aan de inspectie.

  • 7. De kandidaat die zonder een door het College aanvaarde reden afwezig is bij enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen in een vak, is uitgesloten van verdere deelname aan het centraal examen en het college-examen in dit vak. Een eventueel al afgelegd centraal examen en/of al afgelegde onderdelen van het college-examen in dit vak wordt/worden ongeldig verklaard.

Artikel 8. Examenafname schriftelijk, digitaal en mondeling

  • 1. Een kandidaat wordt alleen toegelaten tot het examen indien hij de examenoproep en een geldig identiteitsbewijs kan tonen.

  • 2. Bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen, dient de kandidaat 30 minuten voor aanvang van het examen in de examenzaal aanwezig te zijn.

  • 3. Een kandidaat die te laat komt bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen, mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de examenzitting tot het examenlokaal worden toegelaten. Zijn examen eindigt uiterlijk op het aangegeven eindtijdstip van deze examenzitting.

  • 4. Bij alle vakken van vwo en havo, met uitzondering van het profielwerkstuk, en bij alle talen bij het vmbo krijgt de kandidaat 20 minuten voorbereidingstijd. Daarvoor wordt de kandidaat 25 minuten voor aanvang van het mondeling examen verwacht in het voorbereidingslokaal om zich op het examen voor te bereiden. Deze voorbereiding is een verplicht onderdeel van het examen. De precieze aard van deze voorbereiding staat in de vakinformatie.

    Indien een kandidaat zich te laat voor de voorbereiding meldt, wordt de tijd die de kandidaat te laat is, niet gecompenseerd. Zijn examen begint op het in het rooster aangegeven tijdstip.

  • 5. Als de kandidaat zich minder dan 5 minuten na het in het rooster aangegeven begintijdstip van zijn mondeling examen meldt bij de examinatoren, dan wordt het examen gewoon afgenomen. De door de kandidaat gemiste tijd wordt aan het eind van het examen toegevoegd. Bij de beoordeling wordt geen rekening gehouden met het feit dat de kandidaat zich niet of te kort heeft kunnen voorbereiden.

    Als de kandidaat zich 5 minuten of meer na het in het rooster aangegeven begintijdstip van zijn mondeling examen meldt bij de examinatoren, dan komt dit examen te vervallen.

  • 6. Een kandidaat die tijdens een zitting onwel wordt, kan onder begeleiding het examenlokaal verlaten. In overleg met de kandidaat beoordeelt de plaatselijk voorzitter of de door hem aangewezen vervanger, of de kandidaat het werk mag hervatten. Indien dat zo is, kan de gemiste tijd aan het eind van de zitting worden ingehaald. Indien de kandidaat het werk niet kan hervatten, overlegt de plaatselijk voorzitter met de algemeen examenleider. Wanneer het examen ongeldig wordt verklaard, wordt de kandidaat, indien mogelijk, op een ander moment in de gelegenheid gesteld het examen opnieuw afleggen.

  • 7. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College,

    • a. in het eerste tijdvak verhinderd is bij één of meer schriftelijke toetsen of examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het tweede of derde tijdvak de gemiste toetsen of examens alsnog af te leggen. Het uitstel wordt verleend voor niet meer vakken dan die nodig zijn voor een profiel (vwo en havo) of een sector (vmbo), met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere examensoorten, slechts voor één examensoort uitstel kan krijgen.

    • b. in het eerste tijdvak verhinderd is bij een of meer mondelinge of praktische examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde of vierde tijdvak de gemiste examens alsnog af te leggen. Het uitstel wordt verleend voor niet meer vakken dan die nodig zijn voor een profiel (vwo en havo) of een sector (vmbo), met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere examensoorten, slechts voor één examensoort uitstel kan krijgen.

    • c. In één examenjaar kan een kandidaat slechts eenmaal uitstel worden verleend voor onderdelen van het college-examen naar een volgend tijdvak.

  • 8. Om in aanmerking te komen voor uitstel naar een ander examenmoment, meldt de kandidaat binnen 8 dagen zijn afwezigheid per mail via stexvo@duo.nl of schriftelijk bij DUO, afdeling staatsexamens VO, Postbus 30158, 9700 LK Groningen. In de berichtgeving dient te worden vermeld:

    • a. Naam en adres van de kandidaat;

    • b. Datum van de gemiste proef en het desbetreffende vak;

    • c. De reden van de absentie/verhindering;

    • d. Bij ziekte of ongeval: naam, adres en telefoonnummer van de geconsulteerde arts;

    In geval van een andere dringende reden voor de absentie dan ziekte of ongeval dient de kandidaat of dienen wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat bewijzen te leveren van de onmogelijkheid om deel te nemen aan het examen. Zonder deze bewijzen kan de afwezigheid als een onregelmatigheid worden beschouwd (zie artikel 7 van dit reglement).

  • 9. Wanneer de kandidaat in het staatsexamenjaar een examenvak niet afrondt, komen de reeds behaalde resultaten voor het betreffende vak te vervallen.

Artikel 9. Gang van zaken tijdens het examen

  • 1. Tenzij anders is bepaald, dient schriftelijk werk te worden gemaakt op papier van de staatsexamens. De kandidaat voorziet elk papier van zijn naam, examennummer en vermeldt, indien van toepassing, het type grafische rekenmachine.

  • 2. Voor het gebruik van hulpmiddelen en schrijfmaterialen: zie vakinformatie en Regeling toegestane hulpmiddelen op Examenblad.nl.

  • 3. Het examenwerk mag niet met potlood worden gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing op tekeningen.

  • 4. De kandidaat mag geen papier, andere hulpmiddelen of informatiedragers, tabellen en boeken dan voorgeschreven, apparatuur waaronder begrepen digitale hulpmiddelen, horloges en middelen met een telefoon- of camerafunctie, jassen en tassen meenemen in de examenzaal.

  • 5. De toezichthouders mogen materialen en hulpmiddelen tijdens de zitting controleren en algemene aanwijzingen geven.

  • 6. De kandidaat die iets wilt vragen steekt een hand op en wacht op een reactie van de toezichthouder. Tijdens het examen mag de kandidaat alleen met toestemming van de toezichthouder de examenruimte verlaten.

  • 7. Na het verstrijken van de examentijd stopt het examen. Nadat al het examenwerk is ingenomen of de apparatuur is afgesloten bij digitale afnames, mag de kandidaat de examenruimte verlaten.

  • 8. Eenmaal ingeleverd werk mag niet worden gewijzigd of aangevuld.

  • 9. Examenwerk dat door de kandidaat buiten de examenruimte is gebracht, verliest zijn geldigheid.

  • 10. Alle opgaven en verstrekte papieren blijven tijdens de zitting in de examenruimte.

Artikel 10. Beoordeling mondeling of praktisch college-examen

  • 1. In de vakinformatie is aangegeven waarop de kandidaat tijdens het college-examen wordt beoordeeld en is de weging van de cijfers voor de verschillende onderdelen vastgelegd.

  • 2. Inhoudelijke toetsing van een werkstuk of boekenlijst gebeurt tijdens de afname van het mondeling of het praktisch gedeelte van het college-examen. In de vakinformatie is aangegeven welke invloed de beoordeling van het werkstuk, de bijbehorende presentatie en de beantwoording van daarover gestelde vragen heeft bij de bepaling van het cijfer voor het college-examen.

Artikel 11. Profielwerkstuk en ‘oriëntatie op studie en beroep’ vwo/havo

Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn voor het betreffende profiel. Het profielwerkstuk heeft betrekking op ten minste één vak dat bij de uitslagbepaling is betrokken. Dit vak dient een studielast te hebben van minimaal 320 uur voor havo en minimaal 400 uur voor vwo.

Artikel 12. Profielwerkstuk/sectorwerkstuk en ‘loopbaanoriëntatie en begeleiding’ vmbo

Het sectorwerkstuk dient te gaan over een maatschappelijk relevant onderwerp dat past bij de beroepswereld van de betreffende sector.

Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel. Derhalve is het profielwerkstuk naar de inhoud een vakoverstijgend werkstuk, dat betrekking heeft op een thema uit het profiel waarbinnen de kandidaat het examen doet. De beoordelingscriteria worden binnen de vakinformatie omschreven.

Artikel 13. Rekentoets

De rekentoets is een verplicht onderdeel van het staatsexamen. Hoe het cijfer van de rekentoets meetelt bij het bepalen van de uitslag, is opgenomen in de uitslagregeling volgens artikel 15.

Artikel 14. Uitslag

  • 1. De uitslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld op grond van (voor zover van toepassing):

    • a. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte cijferlijsten;

    • b. één of meer door het College uitgereikte cijferlijsten;

    • c. één of meer cijferlijsten van scholen voor voortgezet onderwijs;

    • d. één of meer cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;

    • e. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte bewijzen van ontheffing;

    • f. één of meer door het College uitgereikte bewijzen van ontheffing.

    Vakken met een onvoldoende eindcijfer mogen bij de uitslag worden betrokken. De uitslagregeling geldt ook als de examens voor de bij de uitslag betrokken vakken in verschillende jaren zijn afgenomen.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde cijferlijsten en bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het kalenderjaar van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de cijferlijst of de ontheffing berust, nog geen 10 jaren zijn verstreken.

  • 3. Niet alle op de door de kandidaat ingeleverde documenten vermelde vakken hoeven bij de uitslagbepaling te worden betrokken. De overgebleven vakken dienen een staatsexamen te vormen.

  • 4. In dit jaar behaalde resultaten van vakken die bij de uitslagbepaling betrokken zijn, mogen niet worden vervangen door eerder voor deze vakken behaalde resultaten.

  • 5. De uitslag luidt ‘geslaagd ’ of ‘afgewezen’.

Artikel 15a. Uitslagregeling vmbo tl en gl

  • 1. De kandidaat die het staatsexamen theoretische of gemengde leerweg in het vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

    • a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en

    • b. hij voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en de rekentoets heeft afgelegd en

    • c. hij onverminderd onderdeel b:

      • 1. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of

      • 2. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of

      • 3. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; en

    • d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; en

    • e. hij, als het een staatsexamen gemengde of theoretische leerweg betreft, voor het profielwerkstuk of sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.

  • 2. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de theoretische leerweg het eindcijfer van een profielvak of beroepsgericht keuzevak behorende tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 25 van het Eindexamenbesluit VO niet betrokken, tenzij deze vakken samen tenminste een volledig beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel d, van dat besluit vormen. In dat geval is het vierde lid van overeenkomstige toepassing. Het beroepsgerichte programma van de gemengde leerweg bestaat uit een profielvak en minimaal twee beroepsgerichte keuzevakken.

  • 3. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak. De kandidaat in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg heeft ten minste vier beroepsgerichte keuzevakken.

  • 4. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt in de gemengde leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van het profielvak en alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak, met dien verstande dat het eindcijfer voor het profielvak daarbij net zo vaak meetelt als het aantal eindcijfers van beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken.

  • 5. Het eindcijfer, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt bepaald als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

  • 6. De kandidaat die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, is afgewezen voor het staatsexamen.

Artikel 15b. Uitslagregeling havo/vwo

  • 1. De kandidaat die staatsexamen havo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

    • a. het rekenkundig gemiddelde van de door hem bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is

      en

    • b. hij de rekentoets heeft afgelegd

      en

    • c. hij

      • 1. voor alle vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of

      • 2. voor één van de vakken het eindcijfer 5 en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of

      • 3. voor één van de vakken het eindcijfer 4 en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, of

      • 4. voor twee van de vakken het eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken het eindcijfer 4 en voor één van de vakken het eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt

      en

    • d. hij voor de vakken Nederlandse taal (en literatuur), Engelse taal (en literatuur) en Wiskunde A dan wel Wiskunde B ten hoogste één maal het eindcijfer 5 en verder eindcijfer(s) 6 of hoger heeft behaald

      en

    • e. hij voor geen van de onderdelen genoemd in het derde lid een eindcijfer lager dan 4 heeft behaald.

  • 2. De kandidaat die staatsexamen vwo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

    • a. het rekenkundig gemiddelde van de door hem bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is

      en

    • b. hij

      • 1. voor alle vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of

      • 2. voor één van de vakken het eindcijfer 5 en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of

      • 3. voor één van de vakken het eindcijfer 4 en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, of

      • 4. voor twee van de vakken het eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken het eindcijfer 4 en voor één van de vakken het eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt

      en

    • c. hij voor de rekentoets en de vakken Nederlandse taal (en literatuur), Engelse taal (en literatuur) en Wiskunde A, Wiskunde B dan wel Wiskunde C ten hoogste één maal het eindcijfer 5 en verder eindcijfers 6 of hoger heeft behaald

      en

    • d. hij voor geen van de onderdelen genoemd in het derde lid een eindcijfer lager dan 4 heeft behaald.

  • 3. Bij de uitslagbepaling voor havo en vwo wordt het gemiddelde van de eindcijfers van tenminste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, genaamd het combinatiecijfer, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald:

    • a. maatschappijleer en het profielwerkstuk,

      Daaraan kan via inwisseling worden toegevoegd:

    • b. culturele kunstzinnige vorming in het havo,

    • c. literatuur,

    • d. klassieke culturele vorming,

    • e. algemene natuurwetenschappen,

    • f. godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

  • 4. Het College bepaalt het combinatiecijfer als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende delen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt deze uitkomst indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

Artikel 16. Cum laude

  • 1. Op het diploma vwo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1. De rekentoets, de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en

      • 2. Het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,

    • b. ten minste het eindcijfer 7 heeft behaald voor de rekentoets en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle centrale examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 2. Op het diploma havo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1. De rekentoets, de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en

      • 2. Het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,

    • b. ten minste het eindcijfer 6 heeft behaald voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle centrale examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 3. Op het diploma vmbo gl en tl van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1. de rekentoets, de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de vakken van het profiel- of sectordeel, en

      • 2. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en

    • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie ‘voldoende’ heeft behaald voor het sectorwerkstuk of profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle centrale examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 4. Op het diploma vmbo bb/kb van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van:

      • 1. de eindcijfers voor het profiel- of sectorvak en de twee algemene vakken van het profieldeel, en

      • 2. het eindcijfer berekend op grond van artikel 15 lid 3 en

    • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» heeft behaald voor de rekentoets en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15.

Artikel 17. Herkansing

  • 1. De vmbo-kandidaat die voor het sectorwerkstuk of profielwerkstuk de kwalificatie 'niet afgerond' heeft gekregen maar bij een beoordeling 'voldoende' of 'goed' in hetzelfde examenjaar in aanmerking komt voor een diploma vmbo, krijgt in het derde of vierde tijdvak één keer de gelegenheid opnieuw een sectorwerkstuk of profielwerkstuk in te leveren en te presenteren. Dit beperkt niet het recht van de kandidaat op herkansing voor een college-examen in een bepaald vak.

  • 2. Een kandidaat die een staatsexamen heeft afgelegd en daarvoor niet geslaagd is, mag in hetzelfde examenjaar een herkansing afleggen bestaande uit één college-examen en/of één centraal examen, niet noodzakelijkerwijs van hetzelfde vak, mits hij daardoor alsnog kan slagen. Een herkansing mag alleen worden afgelegd in vakken waarin in het lopende examenjaar staatsexamen is afgelegd.

    Bij de uitreiking van de cijferlijst na vaststelling van de uitslag wordt aan de kandidaat die daarvoor in aanmerking komt, een herkansingsformulier uitgereikt. De kandidaat kan, binnen de daarvoor gestelde termijn, aangeven of hij aan de herkansing wenst deel te nemen en voor welk(e) vak(ken). De gestelde termijn staat vermeld op het herkansingsformulier.

  • 3. Herkansingen worden afgenomen in het derde tijdvak of, zo nodig, in het vierde tijdvak. Het College kan besluiten het centraal examen of een schriftelijk onderdeel van het college-examen bij de herkansing mondeling te laten afnemen.

  • 4. Bij vakken waarbij het college-examen uit een schriftelijk en een mondeling onderdeel bestaat, kan een kandidaat toestemming vragen bij de herkansing slechts één van beide onderdelen te doen. Als een onderdeel van het college-examen niet opnieuw wordt geëxamineerd, geldt voor dat onderdeel het resultaat dat eerder in het lopende examenjaar is behaald.

  • 5. Voordat de berekening van het eindcijfer plaatsvindt, wordt het cijfer van de herkansing voor het afgelegde centraal examen dan wel college-examen bepaald. Als het cijfer van de herkansing hoger uitvalt, dan wordt er met dat resultaat gerekend. Is het cijfer van de herkansing niet hoger dan wordt met het eerdere resultaat gerekend.

  • 6. De kandidaat die bij de staatsexamens in het lopende examenjaar opgaat voor het diploma en zich heeft aangemeld voor de rekentoets mag de rekentoets drie keer afleggen. Dit beïnvloedt het aantal herkansingen van de vakken niet.

  • 7. Herkansing voor deelstaatsexamens is niet mogelijk.

Artikel 18. Uitreiking diploma en cijferlijst

  • 1. Aan een voor een staatsexamen vwo, havo of vmbo geslaagde kandidaat wordt een diploma uitgereikt. Op het diploma wordt/worden vermeld: het behaalde profiel/de behaalde profielen of de behaalde sector/sectoren. Bij het vmbo wordt tevens de leerweg vermeld.

  • 2. Bij het diploma wordt voor vwo en havo per behaald profiel een cijferlijst uitgereikt; bij het diploma vmbo wordt één cijferlijst uitgereikt waarop de leerweg en alle behaalde profielen of sectoren staan beschreven.

  • 3. Op een cijferlijst wordt/worden vermeld, voor zover van toepassing:

    • a. het profiel waarin het examen is afgelegd (vwo en havo);

    • b. het profiel (de profielen) of de sector (de sectoren) waarin het examen is afgelegd en de leerweg (vmbo);

    • c. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • d. de vakken waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover zij bij de uitslag zijn betrokken;

    • e. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • f. het combinatiecijfer;

    • g. de rekentoets en het daarvoor behaalde eindcijfer. Voor vmbo BB wordt de rekentoets met het resultaat op een aparte bijlage uitgereikt;

    • h. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;

    • i. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo en vwo en het vak/de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft

    • j. het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk of profielwerkstuk voor het vmbo en de beoordeling daarvan;

    • k. de uitslag ‘geslaagd’.

    Vakken waarin de kandidaat wel examen heeft gedaan en die niet bij de uitslag zijn betrokken, kunnen op verzoek van de kandidaat weggelaten worden op de cijferlijst.

  • 2. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een staatsexamen vwo, havo of vmbo en daarvoor, ook na een eventuele herkansing, niet is geslaagd, wordt een cijferlijst uitgereikt met daarop vermeld, voor zover van toepassing:

    • a. het profiel waarin het examen is afgelegd (vwo en havo);

    • b. het profiel (de profielen) of de sector (de sectoren) waarin het examen is afgelegd en de leerweg (vmbo);

    • c. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • d. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • e. het combinatiecijfer;

    • f. de rekentoets en het daarvoor behaalde eindcijfer. Voor vmbo BB wordt de rekentoets met het resultaat op een aparte bijlage uitgereikt;

    • g. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;

    • h. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo en vwo en het vak/de vakken waarop het sectorwerkstuk of profielwerkstuk betrekking heeft,

    • i. het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk of profielwerkstuk vmbo en de beoordeling daarvan;

    • j. de uitslag ‘afgewezen’.

  • 3. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een deelstaatsexamen vwo, havo of vmbo, wordt een cijferlijst deelstaatsexamen uitgereikt met, zover van toepassing, daarop vermeld:

    • a. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • b. de leerweg (vmbo);

    • c. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • d. de rekentoets en het daarvoor behaalde eindcijfer. Voor vmbo BB wordt de rekentoets met het resultaat op een aparte bijlage uitgereikt;

    • e. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo en vwo en het vak/de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft,

    • f. het onderwerp of de titel van het sectorwerkwerkstuk of profielwerkstuk vmbo en de beoordeling daarvan;

Artikel 19. Certificaat

Aan een kandidaat die een staatsexamen heeft gedaan en is afgewezen en aan een kandidaat die deelstaatsexamen heeft gedaan, wordt per examensoort één certificaat uitgereikt voor, indien van toepassing,

  • 1. het vak of de vakken waarvoor hij een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,

  • 2. het profielwerkstuk bij het vwo en het havo indien hij hiervoor het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,

  • 3. het profiel- of sectorwerkstuk bij het vmbo indien dit beoordeeld is met «goed» of «voldoende» en

  • 4. de rekentoets als hij daarvoor het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,

met dien verstande dat indien een examen in een vak dat op een certificaat voorkomt uit meerdere onderdelen bestaat, alle onderdelen in hetzelfde jaar dienen te zijn afgelegd.

Artikel 20. Ontheffingen/vrijstellingen

  • 1. Op basis van een diploma of getuigschrift, niet zijnde een diploma of certificaat vwo, havo, vmbo en mavo kan een kandidaat een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken indienen.

  • 2. Een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken zoals bedoeld in lid 1, dient voor 1 januari van het kalenderjaar waarin men examen wil afleggen, te worden ingediend. Als het College positief beslist, wordt aan de kandidaat een ‘Bewijs van ontheffing’ uitgereikt.

  • 3. Vrijstelling van rechtswege op basis van certificaten en cijferlijsten vwo, havo, vmbo en mavo is geregeld in de vrijstellings- en overgangsregeling aanpassing profielen vwo-havo 2007.

    Een kandidaat die in het bezit is van een havo-diploma, heeft op grond daarvan ontheffing voor de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel van het vwo: maatschappijleer en algemene natuurwetenschappen. In dit geval worden deze vakken niet op de cijferlijst vermeld.

Artikel 21. Bewaren en inzien van schriftelijk examenwerk

Het schriftelijk examenwerk en de protocollen van de mondelinge examens worden gedurende ten minste zes maanden na afloop van het examen bewaard. Een kandidaat kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen.

Op ten minste twee data in het examenjaar wordt kandidaten de mogelijkheid geboden, centraal in het land, hun schriftelijk examenwerk in te zien. Voor deze inzage moeten kandidaten zich uiterlijk 14 dagen voor de gewenste datum per mail bij DUO aanmelden. De data worden op de site van DUO gepubliceerd. Inzage op andere momenten vindt, na afspraak, uitsluitend bij DUO in Groningen plaats.

Voor de rekentoets geldt een afwijkende inzagetermijn. De mogelijkheid tot inzage start direct na de afnameperiode en loopt tot uiterlijk vier weken daarna. Omdat de opgaven na de afname niet direct openbaar zijn, moet inzage plaatsvinden in een besloten zitting. De kandidaat krijgt desgewenst inzage in de opgaven, het correctievoorschrift/antwoordmodel, zijn eigen antwoorden en de scores die per opgave zijn toegekend.

Artikel 22. Geheimhouding

Iedereen die betrokken is bij de examinering en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan.

Artikel 23. Aansprakelijkheid

Examenfunctionarissen, aangesteld door het ministerie van OCW of benoemd door het College, zijn nimmer aansprakelijk voor schade en/of letsel van de kandidaat en derden veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.

De kandidaat vrijwaart de examenfunctionarissen tegen aanspraken van derden ter zake van schade en/of letsel veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.

Artikel 24. Klachten en bezwaar

Een klacht kan digitaal (klachten@duo.nl) of schriftelijk (DUO Examendiensten, Antwoordnummer 392, 9700 LK Groningen) worden ingediend, onder vermelding van naam- en adresgegevens en het telefoonnummer van de kandidaat.

Als u het niet eens bent met een besluit waarbij u persoonlijk in uw belang wordt getroffen dan kunt u een bezwaarschrift indienen. U moet altijd digitaal of schriftelijk bezwaar maken (een bezwaarschrift indienen). Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Bij elk besluit is vermeld of u bezwaar kunt maken, bij wie u dat kunt doen en binnen welke termijn.

Artikel 25. Gevallen onvoorzien

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist, namens het College, de manager staatsexamens VO.

Bijlage 1. Eindexamen vwo

Algemene informatie

Het vwo kent vier profielen:

  • Natuur en techniek

  • Natuur en gezondheid

  • Economie en maatschappij

  • Cultuur en maatschappij

Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.

Examenvakken (met studielasturen):

Het gemeenschappelijk deel vwo van elk profiel bestaat uit:

• Nederlandse taal en literatuur,

480

• Engelse taal en literatuur,

400

• (atheneum) Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Chinese taal en cultuur of Friese taal en cultuur,

480

• (gymnasium) of Latijnse taal en cultuur of Griekse taal en cultuur

600

• maatschappijleer,

600

• rekentoets.

 
Profieldelen: Profiel natuur en techniek

wiskunde B

600

• natuurkunde

480

• scheikunde

440

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

440

 

– informatica

440

 

– biologie

480

 

– wiskunde D

440

Profiel natuur en gezondheid

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

520

• scheikunde

440

• biologie

480

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

440

 

– aardrijkskunde

440

 

– natuurkunde

480

Profiel economie en maatschappij

• economie

480

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

520

• geschiedenis

440

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– management en organisatie

440

 

– aardrijkskunde

440

 

– maatschappijwetenschappen

440

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Chinese taal en cultuur, Friese taal en cultuur

480

Profiel cultuur en maatschappij

• wiskunde C (mag vervangen worden door wiskunde A of wiskunde B)

480

• geschiedenis

480

• één van de volgende culturele profielkeuzevakken:

 
 

– kunst (beeldende vormgeving), kunst (muziek),kunst (drama), kunst (dans), muziek, tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving

480

 

– filosofie

480

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Chinese taal en cultuur, Friese taal en cultuur

480

 

– Latijnse taal en cultuur of Griekse taal en cultuur*)

600

• één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:

 
 

– aardrijkskunde

440

 

– maatschappijwetenschappen

440

 

– economie

480

*) Als een kandidaat een volledig pakket doet met Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur, is het vak Klassieke Culturele Vorming (160 uur) verplicht. Hiermee wordt tevens voldaan aan de eisen die gesteld worden voor het behalen van een gymnasiumdiploma.

Het vrije deel vwo van elk profiel bestaat uit tenminste één vak met een minimale studielast van 440 uur.

Een kandidaat kan kiezen uit:

• de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij

 

– van de vakken wiskunde A, wiskunde B en wiskunde C slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien ook wiskunde B deel uitmaakt van het profiel;

 

– kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek;

 

– van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel;

• Spaanse taal en literatuur (elementair)

480

 

Russische taal en literatuur (elementair)

480

 

Italiaanse taal en literatuur (elementair)

480

 

Arabische taal en literatuur (elementair)

480

 

Turkse taal en literatuur (elementair)

480

• Chinese taal en cultuur (elementair):

480

 

voor zover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel;

 

• kunst (algemeen)

200

Opmerking:

Voor de examenprogramma’s wordt verwezen naar de vakinformatie.

Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen vwo aangeboden:

  • kunst (beeldende vormgeving)

  • kunst (muziek)

  • kunst (drama)

  • kunst (dans)

  • textiele vormgeving

Bijlage 2. Eindexamen havo

Algemene informatie

Het havo kent vier profielen:

  • Natuur en techniek

  • Natuur en gezondheid

  • Economie en maatschappij

  • Cultuur en maatschappij

Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.

Examenvakken (met studielasturen):

Het gemeenschappelijk deel havo van elk profiel bestaat uit:

• Nederlandse taal en literatuur,

400

• Engelse taal en literatuur,

360

• maatschappijleer,

120

• rekentoets.

 
Profieldelen: Profiel natuur en techniek

• wiskunde B

360

• natuurkunde

400

• scheikunde

320

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

320

 

– informatica

320

 

– biologie

400

 

– wiskunde D

320

Profiel natuur en gezondheid

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B

320

• scheikunde

320

• biologie

400

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

320

 

– aardrijkskunde

320

 

– natuurkunde

400

Profiel economie en maatschappij

• economie

400

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

320

• geschiedenis

320

• één van de volgende profielkeuzevakken

 
 

– management en organisatie

320

 

– aardrijkskunde

320

 

– maatschappijwetenschappen

320

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

400

Profiel cultuur en maatschappij

• geschiedenis

320

• Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, of Friese taal en cultuur

400

• één van de volgende culturele profielkeuzevakken:

 
 

– kunst (beeldende vormgeving), kunst (muziek), kunst (drama), kunst (dans), muziek, tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving

320

 

– filosofie

320

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

400

• één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:

 
 

– aardrijkskunde

320

 

– maatschappijwetenschappen

320

 

– economie

400

Het vrije deel havo van elk profiel bestaat uit tenminste één vak met een minimale studielast van 320 uur.

Een kandidaat kan kiezen uit:

• de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij

 

– van de vakken wiskunde A en wiskunde B er slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien wiskunde B deel uitmaakt van het profiel,

 

– kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek,

 

– van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel

• Spaanse taal en literatuur (elementair)

320

 

Russische taal en literatuur (elementair)

320

 

Italiaanse taal en literatuur (elementair)

320

 

Arabische taal en literatuur (elementair)

320

 

Turkse taal en literatuur (elementair),

320

 

voor zover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel.

 

• algemene natuurwetenschappen

120

• kunst (algemeen)

120

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.

Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen havo aangeboden:

  • kunst (beeldende vormgeving)

  • kunst (muziek)

  • kunst (drama)

  • kunst (dans)

  • textiele vormgeving

Bijlage 3. Eindexamen vmbo tl

  • 1. Het gemeenschappelijk deel

    Onafhankelijk van het profiel of de sector zijn de volgende gemeenschappelijke vakken verplicht:

    • Nederlandse taal,

    • Engelse taal,

    • maatschappijleer 1 (gemeenschappelijk deel),

    • rekentoets.

  • 2. Het profiel- of sectordeel

    Er kan gekozen worden uit vier verschillende sectoren, elk met verschillende verplichte vakken

    • a. profiel/sector Techniek

      • wiskunde

      • natuur- en scheikunde 1

    • b. profiel/sector Zorg en welzijn

      • biologie

      • één van de vakken: wiskunde, maatschappijleer 2/maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde

    • c. profiel/sector Economie

      • economie

      • één van de vakken: Franse taal, Duitse taal, wiskunde

    • d. profiel/sector Landbouw

      • wiskunde

      • één van de vakken: biologie, natuur- en scheikunde 1

  • 3. Het vrije deel

    Twee algemene vakken, te kiezen uit (voor zover deze vakken geen onderdeel zijn van het profiel- of sectorgebonden deel):

    • talen: Fries, Frans, Duits, Spaans, Turks, Arabisch*);

    • maatschappijvakken: economie, aardrijkskunde, geschiedenis en staatsinrichting, maatschappijleer 2/maatschappijkunde;

    • exacte vakken: wiskunde, natuur- en scheikunde 1, natuur- en scheikunde 2, biologie;

    • beeldende vakken 2: handenarbeid, tekenen, textiele werkvormen**);

    • muziek.

*) Het profiel- of sectordeel en het vrije deel moeten tezamen tenminste twee vakken omvatten die geen moderne vreemde taal zijn.

**) Van de vakken handenarbeid, tekenen en textiele werkvormen kan er slechts één bij de uitslagbepaling betrokken worden.

Profiel- of sectorwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk of sectorwerkstuk in te leveren en te presenteren.

Opmerking:

Voor de examenprogramma’s wordt verwezen naar de vakinformatie.

Bijlage 4. vmbo GL, BB, KB

Bij de staatsexamens worden geen examens afgenomen uit het beroepsgerichte examenprogramma. Kandidaten die in de beroepsgerichte vakken al examen hebben gedaan, kunnen via de staatsexamens hun pakket met algemene vakken aanvullen om alsnog een diploma te behalen.

Bijlage 2. behorende bij artikel 2 van de Regeling examenreglement staatsexamens vo 2018, van 26 juni 2017, nummer CvTE-17.01280

Examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs BES 2018, voor staatsexamen vwo, staatsexamen havo en staatsexamen vmbo

Examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs BES

Volgens artikel 2 lid 3 sub a van de Wet College voor toetsen en examens stelt het College bij regeling het examenreglement vast. Het examenreglement omvat procedurele en organisatorische regelingen voor de uitvoering van het centraal examen en het college-examen en inhoudelijke bepalingen.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit Reglement wordt verstaan onder:

  • Centraal examen: het centraal examen bedoeld in artikel 4 lid 1 van het Staatsexamenbesluit VO BES;

  • College-examen: het college-examen bedoeld in artikel 4 lid 1 van het Staatsexamenbesluit VO BES;

  • College: het College voor Toetsen en Examens genoemd in artikel 2 lid 1 van de Wet College voor toetsen en examens;

  • Commissie staatsexamens VO: commissie namens het College belast met het organiseren en afnemen van staatsexamens Voortgezet Onderwijs;

  • Deelstaatsexamen: het examen in één of meer van de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken;

  • DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, de uitvoeringsdienst van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • Examenonderdeel: het centraal examen of het college-examen;

  • Onze Minister: onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • Staatsexamen: het staatsexamen ter verkrijging van een diploma vwo, havo of vmbo.

Artikel 2. Aanmelden

  • 1. Kandidaten dienen zich aan te melden vóór 1 januari 2018.

    Een afwijkende wijze van examineren als bedoeld in artikel 6 dient voor 1 februari 2018 per mail of brief bij DUO te worden aangevraagd.

  • 2. Wijzigingen op de aanmelding kunnen per mail of brief worden doorgegeven tot uiterlijk 1 februari 2018.

  • 3. Een kandidaat mag zich aanmelden voor zowel meerdere vakken als meerdere examensoorten, met de volgende beperkingen:

    • a. Een kandidaat mag zich per examensoort aanmelden voor maximaal één vak meer dan nodig voor het behalen van een diploma in elk van de profielen.

    • b. Als een kandidaat zich bij de staatsexamens aanmeldt voor twee vakken waarvan de schriftelijke examens samenvallen, krijgt hij voor één van deze vakken uitstel naar het tweede tijdvak.

    • c. Een kandidaat mag zich niet aanmelden voor één en hetzelfde vak voor twee verschillende examensoorten.

    • d. Een kandidaat mag zich niet aanmelden voor de rekentoets op meer dan één niveau.

    • e. Een kandidaat mag zich niet aanmelden voor één en hetzelfde vak, al dan niet van dezelfde examensoort, bij de staatsexamens èn elders.

    • f. Een kandidaat mag zich niet aanmelden voor de rekentoets, al dan niet op hetzelfde niveau, bij de staatsexamens èn elders.

Artikel 3. Indeling examen

  • 1. Het staatsexamen bestaat uit een aantal vakken, een profielwerkstuk voor havo en vwo en een sectorwerkstuk voor vmbo theoretische leerweg.

  • 2. Een staatsexamenvak bestaat uit een centraal examen en/of een college-examen. Het centraal examen is identiek aan het centraal examen voor de dagscholen.

    Het college-examen bestaat uit:

    • a. een schriftelijke toets en een mondeling examen, of

    • b. een schriftelijke toets, of

    • c. een mondeling examen, of

    • d. een praktisch examen.

  • 3. Het staatsexamen wordt afgenomen overeenkomstig het desbetreffende examenprogramma, vastgesteld op grond van artikel 6 van het Eindexamenbesluit VO BES

  • 4. Ten aanzien van het college-examen geldt dat:

    • a. keuzes die ingevolge het in het derde lid bedoelde examenprogramma moeten of kunnen worden gemaakt door de school, worden gemaakt door het College, en

    • b. het College kan afwijken van de voorschriften met betrekking tot het schoolexamen die om praktische redenen in het college-examen niet uitvoerbaar zijn, er rekening mee houdend dat het college-examen zoveel mogelijk gelijkwaardig blijft aan het schoolexamen.

  • 5. Het College stelt jaarlijks op grond van artikel 2 lid 4 sub a van de wet College voor toetsen en examens voor elk vak een programma van toetsing en afsluiting vast in de vorm van vakinformatie.

  • 6. De vakinformatie bevat, naast de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen voor het centraal examen, regels omtrent alle onderdelen van het college-examen.

    In de vakinformatie wordt in elk geval aangegeven:

    • a. welke onderdelen van het examenprogramma tijdens het centraal examen en welke onderdelen tijdens het college-examen worden getoetst;

    • b. de wijze waarop het college-examen plaatsvindt;

    • c. welke hulpmiddelen tijdens het centraal examen en college-examen zijn toegestaan (zie vakinformatie Regeling toegestane hulpmiddelen);

    • d. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het college-examen en het eindcijfer tot stand komen.

Artikel 4. Vakken staatsexamen

Artikel 7 van het Staatsexamenbesluit BES heeft betrekking op de vakken voor het behalen van het diploma vwo, havo of vmbo.

Zie de bijlagen 1, 2 en 3.

Artikel 5. Examendossier, werkstukken

  • 1. Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het college-examen, zoals dit in de vakinformatie is vastgelegd.

    Werkstukken, boekenlijsten, artikelen, songteksten/gedichten (zie de vakinformatie) moeten op de eerste dag van het schriftelijk examen worden ingeleverd bij de plaatselijk voorzitter van de schriftelijke examens.

    Een uitzondering vormen de werkstukken voor tekenen en handvaardigheid: deze dienen te worden meegebracht naar het college-examen.

  • 2. Wanneer het in te leveren materiaal niet tijdig is ingeleverd, wordt de kandidaat voor het betreffende vak niet opgeroepen voor het college-examen of wordt de reeds verstuurde oproep ingetrokken.

    De kandidaat wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Artikel 6. Afwijkende wijze van examineren

Het College kan toestaan dat een kandidaat met een beperking het eindexamen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van de kandidaat. Tenzij sprake is van een objectief waarneembare – lichamelijke – beperking dient de kandidaat een deskundigenverklaring te overleggen als beschreven in artikel 43 van het Eindexamenbesluit VO BES.

Indien de aanpassing het centraal examen betreft, kan deze in ieder geval bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets met 30 minuten. Andere aanpassingen kunnen plaatsvinden op basis van voorstellen in het deskundigenrapport.

Artikel 7. Onregelmatigheden

  • 1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan het College maatregelen nemen. De kandidaat krijgt daarvan schriftelijk bericht.

  • 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar kunnen worden genomen, zijn:

    • a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen of het centraal examen;

    • b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer toetsen van het college-examen of het centraal examen van het betreffende vak;

    • c. het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;

    • d. minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onder a tot en met c.

  • 3. Indien de ontzegging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking heeft op een kandidaat die in meer dan één vak examen aflegt, kan de ontzegging betrekking hebben op de toetsen van alle vakken.

  • 4. Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het College de kandidaat het betreffende diploma of certificaat en de cijferlijst onthouden, of kan het College bepalen dat aan de betrokken kandidaat dat diploma of certificaat, en die cijferlijst, slechts kunnen worden uitgereikt nadat opnieuw examen is afgelegd in de door het College aan te wijzen onderdelen en op de door het College te bepalen wijze.

  • 5. Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat.

  • 6. De kandidaat kan tegen een besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, bezwaar maken bij het College. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt vijf dagen nadat het besluit aan de kandidaat is bekendgemaakt op de voorgeschreven wijze. Het College beslist binnen 14 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift, tenzij hij deze termijn gemotiveerd verlengt met ten hoogste 14 dagen. Het College stelt bij zijn beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. Het College deelt zijn beslissing op het bezwaar mee aan de kandidaat, aan de wettelijke vertegenwoordigers indien de kandidaat minderjarig is en aan de inspectie.

  • 7. De kandidaat die zonder een door het College aanvaarde reden afwezig is bij enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen in een vak, is uitgesloten van verdere deelname aan het centraal examen en het college-examen in dit vak. Een eventueel al afgelegd centraal examen en/of al afgelegde onderdelen van het college-examen in dit vak wordt/worden ongeldig verklaard.

Artikel 8. Schriftelijk/mondeling examen, schriftelijke toets

  • 1. Een kandidaat wordt alleen toegelaten tot het examen indien hij de examenoproep en een geldig identiteitsbewijs kan tonen.

  • 2. Bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen, dient de kandidaat 30 minuten voor aanvang van het examen in de examenzaal aanwezig te zijn.

  • 3. Een kandidaat die te laat komt bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen, mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de examenzitting tot het examenlokaal worden toegelaten. Zijn examen eindigt uiterlijk op het aangegeven eindtijdstip van deze examenzitting.

  • 4. Bij alle vakken van vwo en havo, met uitzondering van het profielwerkstuk, en bij alle talen bij het vmbo krijgt de kandidaat 20 minuten voorbereidingstijd. Daarvoor wordt de kandidaat 25 minuten voor aanvang van het mondeling examen verwacht in het voorbereidingslokaal om zich op het examen voor te bereiden. Deze voorbereiding is een verplicht onderdeel van het examen. De precieze aard van deze voorbereiding staat in de vakinformatie.

    Indien een kandidaat zich te laat voor de voorbereiding meldt, wordt de tijd die de kandidaat te laat is, niet gecompenseerd. Zijn examen begint op het in het rooster aangegeven tijdstip.

  • 5. Als de kandidaat zich minder dan 5 minuten na het in het rooster aangegeven begintijdstip van zijn mondeling examen meldt bij de examinatoren, dan wordt het examen gewoon afgenomen. De door de kandidaat gemiste tijd wordt aan het eind van het examen toegevoegd. Bij de beoordeling wordt geen rekening gehouden met het feit dat de kandidaat zich niet of te kort heeft kunnen voorbereiden.

    Als de kandidaat zich 5 minuten of meer na het in het rooster aangegeven begintijdstip van zijn mondeling examen meldt bij de examinatoren, dan komt dit examen te vervallen.

  • 6. Een kandidaat die tijdens een zitting onwel wordt, kan onder begeleiding het examenlokaal verlaten. In overleg met de kandidaat beoordeelt de plaatselijk voorzitter of de door hem aangewezen vervanger, of de kandidaat het werk mag hervatten. Indien dat zo is, kan de gemiste tijd aan het eind van de zitting worden ingehaald. Indien de kandidaat het werk niet kan hervatten, overlegt de plaatselijk voorzitter met de algemeen examenleider. Wanneer het examen ongeldig wordt verklaard, wordt de kandidaat, indien mogelijk, op een ander moment in de gelegenheid gesteld het examen opnieuw afleggen.

  • 7. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College,

    • a. in het eerste tijdvak verhinderd is bij één of meer schriftelijke toetsen of examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het tweede of derde tijdvak de gemiste toetsen of examens alsnog af te leggen. Het uitstel wordt verleend voor niet meer vakken dan die nodig zijn voor een profiel (vwo en havo) of een sector (vmbo), met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere schoolsoorten, slechts voor één schoolsoort uitstel kan krijgen.

    • b. in het eerste tijdvak verhinderd is bij een of meer mondelinge of praktische examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde of vierde tijdvak de gemiste examens alsnog af te leggen, met dezelfde beperkende voorwaarde als in lid a.

    • c. In één examenjaar wordt een kandidaat niet vaker dan één keer uitstel verleend naar een volgend tijdvak.

  • 8. Om in aanmerking te komen voor uitstel naar een ander tijdvak, meldt de kandidaat binnen 8 dagen zijn afwezigheid schriftelijk bij DUO, afdeling staatsexamens VO, Postbus 30158, 9700 LK Groningen. In de berichtgeving dient te worden vermeld:

    • a. Naam en adres van de kandidaat;

    • b. Datum van de gemiste proef en het desbetreffende vak;

    • c. De reden van de absentie/verhindering;

    • d. Bij ziekte of ongeval: naam, adres en telefoonnummer van de geconsulteerde arts

    In geval van een andere dringende reden voor de absentie dan ziekte of ongeval, dient de kandidaat of dienen zijn wettelijke vertegenwoordigers bewijzen te leveren van de onmogelijkheid om deel te nemen aan het examen. Zonder deze bewijzen kan de afwezigheid als een onregelmatigheid worden beschouwd (zie artikel 7 van dit reglement).

  • 9. Wanneer de kandidaat in het staatsexamenjaar een examenvak niet afrondt, komen de reeds behaalde resultaten voor het betreffende vak te vervallen.

Artikel 9. Gang van zaken tijdens het examen

  • 1. Tenzij anders is bepaald, dient schriftelijk werk te worden gemaakt op papier van de staatsexamens. De kandidaat voorziet elk papier van zijn naam, examennummer en vermeldt, indien van toepassing, het type grafische rekenmachine.

  • 2. Voor het gebruik van hulpmiddelen en schrijfmaterialen: zie vakinformatie en Regeling toegestane hulpmiddelen op Examenblad.nl.

  • 3. Het examenwerk mag niet met potlood worden gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing op tekeningen.

  • 4. De kandidaat mag geen papier, andere hulpmiddelen of informatiedragers, tabellen en boeken dan voorgeschreven, apparatuur waaronder begrepen digitale hulpmiddelen, horloges en middelen met een telefoon- of camerafunctie, jassen en tassen meenemen in de examenzaal.

  • 5. De toezichthouders mogen materialen en hulpmiddelen tijdens de zitting controleren en algemene aanwijzingen geven.

  • 6. De kandidaat die iets wilt vragen steekt een hand op en wacht op een reactie van de toezichthouder. Tijdens het examen mag de kandidaat alleen met toestemming van de toezichthouder de examenruimte verlaten.

  • 7. Na het verstrijken van de examentijd stopt het examen. Nadat al het examenwerk is ingenomen of de apparatuur is afgesloten bij digitale afnames, mag de kandidaat de examenruimte verlaten.

  • 8. Eenmaal ingeleverd werk mag niet worden gewijzigd of aangevuld.

  • 9. Examenwerk dat door de kandidaat buiten de examenruimte is gebracht, verliest zijn geldigheid.

  • 10. Alle opgaven en verstrekte papieren blijven tijdens de zitting in de examenruimte.

Artikel 10. Beoordeling mondeling of praktisch college-examen

  • 1. In de vakinformatie is aangegeven waarop de kandidaat tijdens het college-examen wordt beoordeeld en is de weging van de cijfers voor de verschillende onderdelen vastgelegd.

  • 2. Inhoudelijke toetsing van een werkstuk of boekenlijst gebeurt tijdens de afname van het mondeling of het praktisch gedeelte van het college-examen. In de vakinformatie is aangegeven welke invloed de beoordeling van het werkstuk, de bijbehorende presentatie en de beantwoording van daarover gestelde vragen heeft bij de bepaling van het cijfer voor het college-examen.

Artikel 11. Profielwerkstuk en ‘oriëntatie op studie en beroep’ vwo/havo

Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn voor het betreffende profiel. Het profielwerkstuk heeft betrekking op ten minste één vak dat bij de uitslagbepaling is betrokken. Dit vak dient een studielast te hebben van minimaal 320 uur voor havo en minimaal 400 uur voor vwo.

Artikel 12. Profielwerkstuk/sectorwerkstuk en ‘loopbaanoriëntatie en begeleiding’ vmbo

Het sectorwerkstuk dient te gaan over een maatschappelijk relevant onderwerp dat past bij de beroepswereld van de betreffende sector.

Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel. Derhalve is het profielwerkstuk naar de inhoud een vakoverstijgend werkstuk, dat betrekking heeft op een thema uit het profiel waarbinnen de kandidaat het examen doet. De beoordelingscriteria worden binnen de vakinformatie omschreven.

Artikel 13. Rekentoets

De rekentoets maakt in 2018 nog geen onderdeel uit van de staatsexamens VO BES.

Artikel 14. Uitslag

  • 1. De uitslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld op grond van (voor zover van toepassing):

    • a. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte cijferlijsten;

    • b. één of meer door het College uitgereikte cijferlijsten;

    • c. één of meer cijferlijsten van scholen voor voortgezet onderwijs;

    • d. één of meer cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;

    • e. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte bewijzen van ontheffing;

    • f. één of meer door het College uitgereikte bewijzen van ontheffing.

    Vakken met een onvoldoende eindcijfer mogen bij de uitslag worden betrokken. De uitslagregeling geldt ook als de examens voor de bij de uitslag betrokken vakken in verschillende jaren zijn afgenomen.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde cijferlijsten en bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het kalenderjaar van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de cijferlijst of de ontheffing berust, nog geen 10 jaren zijn verstreken.

  • 3. Niet alle op de door de kandidaat ingeleverde documenten vermelde vakken hoeven bij de uitslagbepaling te worden betrokken. De overgebleven vakken dienen een staatsexamen te vormen.

  • 4. In dit jaar behaalde resultaten van vakken die bij de uitslagbepaling betrokken zijn, mogen niet worden vervangen door eerder voor deze vakken behaalde resultaten.

  • 5. De uitslag luidt ‘geslaagd’ of ‘afgewezen’.

Artikel 15a. Uitslagregeling vmbo tl en gl

  • 1. De kandidaat die staatsexamen theoretische of gemengde leerweg in het vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

    • a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is; en

    • b. hij:

      • 1. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of

      • 2. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of

      • 3. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; en

    • c. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; en

    • d. hij, als het een staatsexamen gemengde of theoretische leerweg betreft, voor het profielwerkstuk of sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.

Artikel 15b. Uitslagregeling vwo/havo

  • 1. De kandidaat die staatsexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

    • a. het rekenkundig gemiddelde van de door hem bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is

      en

    • b. hij

      • 1. voor alle vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of

      • 2. voor één van de vakken het eindcijfer 5 en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of

      • 3. voor één van de vakken het eindcijfer 4 en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, of

      • 4. voor twee van de vakken het eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken het eindcijfer 4 en voor één van de vakken het eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt

      en

    • c. hij voor de vakken Nederlandse taal (en literatuur), Engelse taal (en literatuur) en Wiskunde A, Wiskunde B dan wel Wiskunde C ten hoogste één maal het eindcijfer 5 en verder eindcijfer(s) 6 of hoger heeft behaald

      en

    • d. hij voor geen van de onderdelen genoemd in het derde lid een eindcijfer lager dan 4 heeft behaald.

  • 2. Kandidaten die bij de uitslagbepaling cijfers voor de in het tweede lid onder c genoemde vakken willen laten meetellen die behaald zijn voor 2013, hoeven niet te voldoen aan de eis, verwoord in het tweede lid onder c. Deze overgangsbepaling geldt tot en met het examenjaar 2016.

  • 3. Bij de uitslagbepaling volgens het tweede lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van in ieder geval de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, genaamd het combinatiecijfer, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald:

    • a. maatschappijleer en het profielwerkstuk,

    Daaraan kan via inwisseling worden toegevoegd:

    • b. culturele kunstzinnige vorming in het havo,

    • c. literatuur,

    • d. klassieke culturele vorming,

    • e. algemene natuurwetenschappen,

    • f. godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.

  • 4. Het College bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het vierde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende delen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt deze uitkomst indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

Artikel 16. Cum laude

  • 1. Op het diploma vwo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1. de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en

      • 2. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,

    • b. ten minste het eindcijfer 7 heeft behaald voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle centrale examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 2. Op het diploma havo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1. de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en

      • 2. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,

    • b. ten minste het eindcijfer 6 heeft behaald voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle centrale examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 3. Op het diploma vmbo gl en tl van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de vakken van het sectordeel, en

      • 2. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,

    • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie ‘voldoende’ heeft behaald voor het sectorwerkstuk of profielwerkstuk en voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle centrale examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

Artikel 17. Herkansing

  • 1. De vmbo-kandidaat die voor het sectorwerkstuk of profielwerkstuk de kwalificatie 'niet afgerond' heeft gekregen maar bij een beoordeling 'voldoende' of 'goed' in hetzelfde examenjaar in aanmerking komt voor een diploma vmbo, krijgt in het derde of vierde tijdvak één keer de gelegenheid opnieuw een sectorwerkstuk in te leveren en te presenteren. Dit beperkt niet het recht van de kandidaat op herkansing voor een college-examen in een bepaald vak.

  • 2. Een kandidaat die een staatsexamen heeft afgelegd en daarvoor niet geslaagd is, mag in hetzelfde examenjaar een herkansing afleggen bestaande uit één college-examen en/of één centraal examen, niet noodzakelijkerwijs van hetzelfde vak, mits hij daardoor alsnog kan slagen. Een herkansing mag alleen worden afgelegd in vakken waarin in het lopende examenjaar staatsexamen is afgelegd.

    Bij de uitreiking van de cijferlijst na vaststelling van de uitslag wordt aan de kandidaat die daarvoor in aanmerking komt, een herkansingsformulier uitgereikt. De kandidaat kan, binnen de daarvoor gestelde termijn, aangeven of hij aan de herkansing wenst deel te nemen en voor welk(e) vak(ken). De gestelde termijn staat vermeld op het herkansingsformulier.

  • 3. Herkansingen worden afgenomen in het derde tijdvak of, zo nodig, in het vierde tijdvak. Het College kan besluiten het centraal examen of een schriftelijk onderdeel van het college-examen bij de herkansing mondeling te laten afnemen.

  • 4. Bij vakken waarbij het college-examen uit een schriftelijk en een mondeling onderdeel bestaat, kan een kandidaat toestemming vragen bij de herkansing slechts één van beide onderdelen te doen. Als een onderdeel van het college-examen niet opnieuw wordt geëxamineerd, geldt voor dat onderdeel het resultaat dat eerder in het lopende examenjaar is behaald.

  • 5. Voordat de berekening van het eindcijfer plaatsvindt, wordt het cijfer van de herkansing voor het afgelegde centraal examen dan wel college-examen bepaald. Als het cijfer van de herkansing hoger uitvalt, dan wordt er met dat resultaat gerekend. Is het cijfer van de herkansing niet hoger dan wordt met het eerdere resultaat gerekend.

  • 6. Herkansing voor deelstaatsexamens is niet mogelijk.

Artikel 18. Uitreiking diploma en cijferlijst

  • 1. Aan een voor een staatsexamen vwo, havo of vmbo geslaagde kandidaat wordt een diploma uitgereikt. Op het diploma wordt het behaalde profiel/worden de behaalde profielen (vwo en havo) vermeld en bij het vmbo de behaalde sector/sectoren en de leerweg.

    Bij het diploma wordt voor vwo en havo per behaald profiel een cijferlijst uitgereikt; bij het diploma vmbo wordt één cijferlijst uitgereikt waarop de leerweg en alle behaalde profielen of sectoren staan beschreven.

    Op een cijferlijst wordt/worden vermeld, voor zover van toepassing:

    • a. het profiel waarin het examen is afgelegd (voor vwo en havo);

    • b. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • c. de vakken waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover zij bij de uitslag zijn betrokken;

    • d. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • e. het combinatiecijfer;

    • f. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;

    • g. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak/de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk of profielwerkstuk en de beoordeling daarvan;

    • h. de uitslag ‘geslaagd’.

    Vakken waarin de kandidaat wel examen heeft gedaan en die niet bij de uitslag zijn betrokken, kunnen op verzoek van de kandidaat weggelaten worden op de cijferlijst.

  • 2. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een staatsexamen vwo, havo of vmbo en daarvoor, ook na een eventuele herkansing, niet is geslaagd, wordt een cijferlijst uitgereikt met daarop vermeld, voor zover van toepassing:

    • a. het profiel waarvin het examen is afgelegd (voor vwo en havo);

    • b. het profiel (de profielen) of de sector (de sectoren) en de leerweg (vmbo);

    • c. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • d. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • e. het combinatiecijfer (vwo en havo)

    • f. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;

    • g. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak/de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;

    • h. de uitslag ‘afgewezen’.

  • 3. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een deelstaatsexamen vwo, havo of vmbo, wordt een cijferlijst deelstaatsexamen uitgereikt met, zover van toepassing, daarop vermeld:

    • a. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • b. de leerweg (vmbo);

    • c. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • d. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo en vwo en het vak/de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft;

    • e. het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk of profielwerkstuk vmbo en de beoordeling daarvan.

Artikel 19. Certificaat

Aan een kandidaat die een staatsexamen heeft gedaan en is afgewezen en aan een kandidaat die deelstaatsexamen heeft gedaan, wordt per examensoort één certificaat uitgereikt voor, indien van toepassing,

  • 1. het vak of de vakken waarvoor hij een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,

  • 2. voor het vwo en het havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk indien hij hiervoor het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,

  • 3. voor het vmbo het onderwerp van het sectorwerkstuk of profielwerkstuk, indien dit beoordeeld is met ‘goed’ of ‘voldoende’,

met dien verstande dat indien een examen in een vak dat op een certificaat voorkomt uit meerdere onderdelen bestaat, alle onderdelen in hetzelfde jaar dienen te zijn afgelegd.

Artikel 20. Ontheffingen/vrijstellingen

  • 1. Op basis van een diploma of getuigschrift, niet zijnde een diploma of certificaat vwo, havo, vmbo en mavo, kan een kandidaat een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken indienen.

  • 2. Een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken zoals bedoeld in lid 1, dient voor 1 januari van het kalenderjaar waarin men examen wil afleggen, te worden ingediend. Als het College positief beslist, wordt aan de kandidaat een ‘Bewijs van ontheffing’ uitgereikt.

  • 3. Vrijstelling van rechtswege op basis van certificaten en cijferlijsten vwo, havo, vmbo en mavo is geregeld in de vrijstellings- en overgangsregeling aanpassing profielen vwo-havo 2007.

Een kandidaat die in het bezit is van een havodiploma, heeft op grond daarvan ontheffing voor de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel van het vwo: maatschappijleer en algemene natuurwetenschappen. In dit geval worden deze vakken niet op de cijferlijst vermeld.

Artikel 21. Bewaren en inzien van schriftelijk examenwerk

Het schriftelijk examenwerk en de protocollen van de mondelinge examens worden gedurende ten minste zes maanden na afloop van het examen bewaard. Een kandidaat kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen bij het College.

Het College regelt voor de kandidaten de mogelijkheid hun schriftelijk examenwerk in te zien op een nader te bepalen datum in het derde tijdvak op Bonaire. De datum zal op de site van DUO worden gepubliceerd. Kandidaten die van deze mogelijkheid gebruik willen maken, moeten zich uiterlijk 14 dagen voor aanvang van het derde tijdvak per mail in Groningen (DUO) te hebben aangemeld.

Artikel 22. Geheimhouding

Iedereen die betrokken is bij de examinering en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan.

Artikel 23. Aansprakelijkheid

Examenfunctionarissen, aangesteld door het ministerie van OCW of benoemd door het College, zijn nimmer aansprakelijk voor schade en/of letsel van de kandidaat en derden veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.

De kandidaat vrijwaart de examenfunctionarissen tegen aanspraken van derden ter zake van schade en/of letsel veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.

Artikel 24. Klachten en bezwaar

Een klacht kan digitaal (klachten@duo.nl) of schriftelijk (DUO Examendiensten, Antwoordnummer 392, 9700 LK Groningen, Nederland) worden ingediend, onder vermelding van naam- en adresgegevens en het telefoonnummer van de kandidaat.

Als u het niet eens bent met een besluit waarbij u persoonlijk in uw belang wordt getroffen dan kunt u een bezwaarschrift indienen. U moet altijd digitaal of schriftelijk bezwaar maken (een bezwaarschrift indienen). Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Bij elk besluit is vermeld of u bezwaar kunt maken, bij wie u dat kunt doen en binnen welke termijn.

Artikel 25. Gevallen onvoorzien

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist, namens het College, de manager staatsexamens VO.

Bijlage 1. Eindexamen vwo

Algemene informatie

Het vwo kent vier profielen:

  • Natuur en techniek

  • Natuur en gezondheid

  • Economie en maatschappij

  • Cultuur en maatschappij

Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.

Examenvakken (met studielasturen): Het gemeenschappelijk deel vwo van elk profiel bestaat uit:

• Nederlandse taal en literatuur

480

• Engelse taal en literatuur

400

• (atheneum) Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur of Friese taal en cultuur

480

• (gymnasium) Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur*)

600

• algemene natuurwetenschappen

120

• maatschappijleer

120

Profieldelen: Profiel natuur en techniek

• wiskunde B

600

• natuurkunde

480

• scheikunde

440

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

440

 

– informatica

440

 

– biologie

480

 

– wiskunde D

440

Profiel natuur en gezondheid

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

520

• scheikunde

440

• biologie

480

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

440

 

– aardrijkskunde

440

 

– natuurkunde

480

Profiel economie en maatschappij

• economie

480

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

520

• geschiedenis

440

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– management en organisatie

440

 

– aardrijkskunde

440

 

– maatschappijwetenschappen

440

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

480

Profiel cultuur en maatschappij

• wiskunde C (mag vervangen worden door wiskunde A of wiskunde B)

480

• geschiedenis

480

• één van de volgende culturele profielkeuzevakken:

 
 

– kunst (beeldende vormgeving), kunst (muziek),kunst (drama), kunst (dans), muziek, tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving

480

 

– filosofie

480

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

480

 

– Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur*)

600

• één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:

 
 

– aardrijkskunde

440

 

– maatschappijwetenschappen

440

 

– economie

480

*) Als een kandidaat een volledig pakket doet met Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur, is het vak Klassieke Culturele Vorming (160 uur) verplicht. Hiermee wordt tevens voldaan aan de eisen die gesteld worden voor het behalen van een gymnasiumdiploma.

Het vrije deel vwo van elk profiel bestaat uit tenminste één vak met een minimale studielast van 440 uur.

Een kandidaat kan kiezen uit:

• de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij

 

– van de vakken wiskunde A, wiskunde B en wiskunde C slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien ook wiskunde B deel uitmaakt van het profiel;

 

– kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek;

 

– van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel;

• Spaanse taal en literatuur (elementair)

480

 

Russische taal en literatuur (elementair)

480

 

Italiaanse taal en literatuur (elementair)

480

 

Arabische taal en literatuur (elementair)

480

 

Turkse taal en literatuur (elementair),

480

 

voor zover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel;

 

• kunst (algemeen)

200

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.

Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen vwo aangeboden:

  • Kunst (beeldende vormgeving)

  • Kunst (muziek)

  • Kunst (drama)

  • Kunst (dans)

  • Textiele vormgeving

Bijlage 2. Eindexamen havo

Algemene informatie

Het havo kent vier profielen:

  • Natuur en techniek

  • Natuur en gezondheid

  • Economie en maatschappij

  • Cultuur en maatschappij

Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.

Examenvakken (met studielasturen):

Het gemeenschappelijk deel havo van elk profiel bestaat uit:

 

• Nederlandse taal en literatuur

400

• Engelse taal en literatuur

360

• maatschappijleer

120

Profieldelen: Profiel natuur en techniek

• wiskunde B

360

• natuurkunde

400

• scheikunde

320

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

320

 

– informatica

320

 

– biologie

400

 

– wiskunde D

320

Profiel natuur en gezondheid

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B

320

• scheikunde

320

• biologie

400

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

320

 

– aardrijkskunde

320

 

– natuurkunde

400

Profiel economie en maatschappij

• economie

400

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

320

• geschiedenis

320

• één van de volgende profielkeuzevakken

 
 

– management en organisatie

320

 

– aardrijkskunde

320

 

– maatschappijwetenschappen

320

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

400

Profiel cultuur en maatschappij

• geschiedenis

320

• Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, of Friese taal en cultuur

400

• één van de volgende culturele profielkeuzevakken:

 
 

– kunst (beeldende vormgeving), kunst (muziek), kunst (drama), kunst (dans), muziek, tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving

320

 

– filosofie

320

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

400

• één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:

 
 

– aardrijkskunde

320

 

– maatschappijwetenschappen

20

 

– economie

400

Het vrije deel havo van elk profiel bestaat uit tenminste één vak met een minimale studielast van 320 uur.

Een kandidaat kan kiezen uit:

• de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij

 

– van de vakken wiskunde A en wiskunde B er slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien wiskunde B deel uitmaakt van het profiel,

 

– kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek,

 

– van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel

• Spaanse taal en literatuur (elementair)

320

 

Russische taal en literatuur (elementair)

320

 

Italiaanse taal en literatuur (elementair)

320

 

Arabische taal en literatuur (elementair)

320

 

Turkse taal en literatuur (elementair),

320

 

voor zover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel.

 

• algemene natuurwetenschappen

120

• kunst (algemeen)

120

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.

Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen havo aangeboden:

  • Kunst (beeldende vormgeving)

  • Kunst (muziek)

  • Kunst (drama)

  • Kunst (dans)

  • Textiele vormgeving

Bijlage 3. Eindexamen vmbo tl

  • 1. Het gemeenschappelijk deel

    Onafhankelijk van de gekozen sector/het gekozen profiel zijn de volgende gemeenschappelijke vakken verplicht:

    • Nederlandse taal

    • Engelse taal

    • maatschappijleer 1 (gemeenschappelijk deel)

  • 2. Het profiel- of sectordeel

    Er kan gekozen worden uit vier verschillende sectoren, elk met verschillende verplichte vakken

    • a. profiel/sector Techniek

      • wiskunde

      • natuur- en scheikunde 1

    • b. profiel/sector Zorg en welzijn

      • biologie

      • één van de vakken: wiskunde, maatschappijleer 2/maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde

    • c. profiel/sector Economie

      • economie

      • één van de vakken: Franse taal, Duitse taal, wiskunde

    • d. profiel/sector Landbouw

      • wiskunde

      • één van de vakken: biologie, natuur- en scheikunde 1

  • 3. Het vrije deel

    Twee algemene vakken, te kiezen uit (voor zover deze vakken geen onderdeel zijn van het sectorgebonden deel):

    • talen: Fries, Frans, Duits, Spaans, Turks, Arabisch*);

    • maatschappijvakken: economie, aardrijkskunde, geschiedenis en staatsinrichting, maatschappijleer 2/maatschappijkunde;

    • exacte vakken: wiskunde, natuur- en scheikunde 1, natuur- en scheikunde 2, biologie;

    • beeldende vakken 2: handenarbeid, tekenen, textiele werkvormen**);

    • muziek.

*) Het profiel- of sectordeel en het vrije deel moeten tezamen tenminste twee vakken omvatten die geen moderne vreemde taal zijn.

**) Van de vakken handenarbeid, tekenen en textiele werkvormen kan er slechts één bij de uitslagbepaling betrokken worden.

Profiel- of sectorwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk of sectorwerkstuk in te leveren en te presenteren.

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.