Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Call for proposals, Onderzoekstalent 2018

Geldend van 07-08-2017 t/m heden

Call for proposals, Onderzoekstalent 2018

Den Haag, juni 2017

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

1. Inleiding

1.1. Achtergrond

Deze call for proposals levert informatie over het indienen van een onderzoeksvoorstel voor Onderzoekstalent bij het NWO Domein Sociale en Geesteswetenschappen (SGW) voor het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen. Onderzoekstalent is een financieringsprogramma met vrije competitie voor hoogwaardig promotieonderzoek voor getalenteerde, aankomende onderzoekers die een aantoonbare ambitie hebben een carrière als wetenschapper op te bouwen, hierna genoemd de “kandidaat(-promovendus)”.

1.2. Beschikbaar budget

Voor de ronde 2018 bedraagt het totale budget circa 6,25 miljoen euro.

1.3. Geldigheidsduur call for proposals

De deadline voor het indienen van aanvragen is 6 maart 2018, om 14:00 uur CE(S)T.

2. Doel

Onderzoekstalent biedt de gelegenheid de ambitie te verwezenlijken van uitmuntende studenten binnen de maatschappij- en gedragswetenschappen om promotieonderzoek te doen. Deze ambitie blijkt onder andere uit de gevolgde opleiding, de gevolgde vakken, behaalde resultaten en ontplooide wetenschappelijke activiteiten. Hoogleraren (of universitair hoofddocenten met promotierecht) binnen de maatschappij- en gedragswetenschappen kunnen voor deze kandidaten een vooraanmelding indienen.

Nieuw NWO en nieuw instrument

Per 1 januari 2017 zijn de NWO gebieden Maatschappij- en Gedragswetenschappen en Geesteswetenschappen samengaan in het nieuwe domein Sociale en Geesteswetenschappen (SGW). In het jaar 2017 is er nog sprake van een overgangssituatie en staat deze ronde van Onderzoekstalent alleen open voor aanvragen op het gebied van het wetenschapsterrein Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Dit wetenschapsterrein komt overeen met het werkterrein van het voormalige NWO gebied Maatschappij- en Gedragswetenschappen. In paragraaf 6.1 vindt u een opsomming van de disciplines die binnen het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen vallen. Het wetenschapsterrein geesteswetenschappen kent een eigen programma voor promotieonderzoek: Promoties in de geesteswetenschappen. Voor contactgegevens zie paragraaf 5.1.1.

Onderzoekstalent in zijn huidige vorm zal verdwijnen en zal opgaan in een nieuw instrument voor vrij onderzoek van het Domein SGW. Onderhavige ronde is daarmee de laatste ronde binnen het subsidie-instrument Onderzoekstalent in zijn huidige vorm.

3. Richtlijnen voor aanvragers

3.1. Wie kan aanvragen

Onderzoekers van de volgende kennisinstellingen kunnen aanvragen indienen:

  • Nederlandse universiteiten;

  • KNAW- en NWO-instituten;

  • het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

Vooraanmeldingen

Een kandidaat kan zelf niet indienen. Namens de kandidaat dient de promotor de vooraanmelding in. Op het moment van indienen beschikt de promotor over promotierecht (ius promovendi). De promotor kan voor meer dan een kandidaat een vooraanmelding indienen. Een vooraanmelding kent geen medeaanvragers.

Voor de kandidaat geldt de volgende toelatingseis1 met betrekking tot behaalde cijfers:

Kandidaten die in Nederland een opleiding volgen/hebben gevolgd:

Het (gewogen) cijfergemiddelde van de afgeronde bachelor bedraagt minimaal 7,5 én het (gewogen) cijfergemiddelde na afronding van het eerste jaar van de masteropleiding2 bedraagt minimaal 8,0. In Nederland behaalde cijfers worden niet naar een GPA op een 4-puntsschaal omgerekend.

Kandidaten die buiten Nederland een opleiding volgen/hebben gevolgd:

De behaalde cijfers moeten worden omgerekend naar een United States Grade Point Average (GPA) op een 4 punts-schaal.

Het GPA voor de afgeronde bachelor bedraagt minimaal 3.37 én het GPA na afronding van het eerste jaar van de masteropleiding (zie voetnoot 2) bedraagt minimaal 3.95.

Het eerste jaar van de master is op het moment van indiening succesvol afgerond en behaalde cijfers zijn op het moment van indiening definitief3. Voor een toelichting op cijfergemiddelden en GPA zie paragraaf 6.4 van deze call for proposals. De masteropleiding die voldoet aan toelatingseis dient op het terrein van het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen te liggen (zie paragraaf 6.1 van deze call for proposals).

Uitgewerkte voorstellen

Op basis van de vooraanmelding kan de beoogd promotor worden uitgenodigd een uitgewerkt voorstel in te dienen. Dit uitgewerkte voorstel kan namens de kandidaat worden ingediend door een hoofdaanvrager en één medeaanvrager, mits een van de twee de promotor is die de vooraanmelding heeft ingediend en die door het Domeinbestuur SGW is uitgenodigd de kandidaat het voorstel te laten uitwerken. Er kunnen maximaal twee aanvragers betrokken zijn bij het uitgewerkte voorstel.

Indien er, naast de promotor, sprake is van een extra aanvrager dan is dit alleen mogelijk mits in de vooraanmelding is aangegeven wie dit is. Een onderzoeker kan in de rol van extra aanvrager bij slechts één aanvraag betrokken zijn.

Aanvragers (zowel hoofd- als medeaanvragers) kunnen indienen wanneer zij in dienst zijn bij een van de eerdergenoemde instellingen én een dienstverband hebben voor ten minste de looptijd van het aanvraagproces en het onderzoek waarvoor financiering wordt aangevraagd. Dit laatste zodat het goede verloop van het promotieonderzoek waarvoor financiering wordt aangevraagd niet wordt gehinderd.

Voor Onderzoekstalent gelden de onderstaande voorwaarden voor het in behandeling nemen van de aanvraag en het in aanmerking komen voor honorering:

  • De aanvraag moet passen binnen het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen van het domein SGW;

  • Het aanvraagformulier moet volledig zijn ingevuld;

  • De kandidaat voldoet aan de toelatingseis: afgeronde bachelor met een (gewogen) cijfergemiddelde van minimaal 7,5 (of een GPA van minimaal 3.37) én afgerond eerste jaar van de masteropleiding met een (gewogen) cijfergemiddelde van minimaal 8,0 (of een GPA van minimaal 3.95);

  • De masteropleiding die voldoet aan de toelatingseis dient op het terrein van het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen te liggen;

  • De aanvrager van wie een aanvraag (vooraanmelding of uitgewerkt voorstel) in een eerdere ronde van Onderzoekstalent is afgewezen kan die aanvraag niet opnieuw indienen;

  • Voor de betreffende kandidaat-promovendus kan slechts eenmaal een aanvraag worden ingediend bij Onderzoekstalent;

  • De kandidaat-promovendus kan niet reeds een aanstelling als promovendus hebben;

  • Een uitgewerkt voorstel kan alleen worden ingediend als eerder een vooraanmelding is ingediend;

  • Een uitgewerkt voorstel kan alleen worden ingediend als de promotor van de kandidaat-promovendus daartoe door het Domeinbestuur SGW uitgenodigd is;

  • De hoofd- en/of medeaanvrager van een uitgewerkt voorstel voor Onderzoekstalent kunnen gelijktijdig bij andere SGW financieringsinstrumenten op het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen geen aanvraag indienen of in behandeling hebben4;

  • Als het uitgewerkte voorstel voor Onderzoekstalent in behandeling is genomen, kunnen de hoofd en/of medeaanvrager, zolang deze aanvraag in behandeling is, bij andere financieringsinstrumenten van SGW geen andere aanvraag indienen op het terrein van de maatschappij- en gedragswetenschappen;

  • Aanvragen die na de sluitingstijd zijn ingediend in ISAAC worden niet in behandeling genomen.

3.2. Wat kan aangevraagd worden

Een aanvrager kan uitsluitend financiering aanvragen voor:

  • Personele kosten: vier jaar fulltime voor een promovendus;

  • Materiële kosten tot maximaal € 10.000, inclusief kosten voor kennisbenutting en datamanagement.

Personeel

Het voor Onderzoekstalent gevraagde personeelsbudget kan worden besteed voor een vierjarige, fulltime aanstelling van een kandidaat-promovendus aan een Nederlandse universiteit die volledig wordt ingezet voor het promotieonderzoek. Het onderzoek dient plaats te vinden aan een Nederlandse universiteit.

Kandidaten die reeds een aanstelling als promovendus hebben (in binnen- of buitenland), komen niet in aanmerking. Dit geldt ook voor kandidaten die als buiten-promovendus promotieonderzoek verrichten.

Salariskosten zijn subsidiabel conform het meest recente “akkoord overlaten werkgeverschap NWO-VSNU”.

Onderzoekskosten

Bij aanvang van het onderzoek wordt een benchfee van € 5.000,- ter beschikking gesteld aan de aanvrager, ten behoeve van de promovendus. De benchfee is onder meer bedoeld voor promotiekosten en congresbezoek door de promovendus.

Daarnaast kan voor het onderzoek maximaal een bedrag van € 10.000 worden aangevraagd voor niet-personele onderzoekskosten, zoals specifiek voor het aangevraagde onderzoek noodzakelijke materiële voorzieningen (apparatuur, dataverzameling, verbruiksgoederen), veldwerk, reis- en publicatiekosten en kosten voor kennisoverdracht en kennisbenutting en de kosten voor datamanagement.

Deze kosten dienen in de aanvraag te worden gespecificeerd en gemotiveerd. Niet voor vergoeding in aanmerking komen de kosten voor infrastructuur (huisvesting en kantoorautomatisering), reiskosten voor woon- werkverkeer en andere overhead, evenals kosten die door de benchfee worden gedekt.

3.3. Wanneer kan aangevraagd worden

De deadline voor het indienen van vooraanmeldingen is 26 september 2017, om 14:00 uur CET.

De deadline voor het indienen van (volledig uitgewerkte) aanvragen is 6 maart 2018, om 14:00 uur CEST.

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

U kunt het aanvraagformulier downloaden van https://www.nwo.nl/en/funding/our-funding-instruments/magw/research-talent/research-talent.html.

3.4. Het opstellen van de aanvrag

  • Download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (onderaan de webpagina van het betreffende financieringsinstrument).

  • Vul het aanvraagformulier in.

  • Sla het formulier op als pdf en upload het in ISAAC.

Aanvragen worden in het Engels opgesteld. Het inhoudelijke gedeelte van de vooraanmelding bevat niet meer dan 700 woorden, inclusief referenties (maximaal 5, weblinks naar publicaties of publicatielijsten zijn niet toegestaan) en institutionele inbedding, en mag niet groter zijn dan 1 pagina A4. Voetnoten zijn niet toegestaan. Er wordt op het vooraanmeldingsformulier niet gevraagd om een samenvatting.

Echter, om een aanvraag in te kunnen dienen vereist ISAAC een samenvatting. U kunt, als u daarom gevraagd wordt, de titel of het onderzoeksidee kopiëren als samenvatting. Als u toch een samenvatting wilt opstellen, dan is deze niet langer dan 100 woorden en mag geen nieuwe informatie bevatten. Voor de goede orde, de samenvatting maakt geen deel uit van de beoordeling van de vooraanmelding. In een uitgewerkt voorstel mag de beschrijving van het voorgestelde onderzoek niet meer dan 2.000 woorden bevatten, inclusief voetnoten en tekst in illustraties, maar exclusief literatuurverwijzingen. Deze referentielijst bevat maximaal 35 publicaties c.q. bronnen. Het uitgewerkte voorstel bevat een overzicht van recente en relevante wetenschappelijke publicaties van de hoofd- en/of medeaanvrager; dit mogen tezamen niet meer dan 25 publicaties zijn. Verwijzingen naar online publicatielijsten van de aanvragers zijn niet toegestaan. Het uitgewerkte voorstel bevat een publiekssamenvatting (in het Nederlands) ten behoeve van publicitaire doeleinden indien de aanvraag wordt gehonoreerd. Aanvragen mogen geen bijlagen bevatten.

3.5. Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2017 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

Open Access

Alle wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen onmiddellijk (op het moment van publicatie) wereldwijd vrij toegankelijk te zijn (Open Access). Er zijn verschillende manieren voor onderzoekers om Open Access te publiceren. Een uitgebreide toelichting hierop vindt u op www.nwo.nl/openscience.

Datamanagement

Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. NWO wil dat onderzoeksdata die voortkomen uit met publieke middelen gefinancierd onderzoek zo veel mogelijk ‘vrij’ en duurzaam beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO wil bovendien het bewustzijn bij onderzoekers over het belang van verantwoord datamanagement vergroten. Uitgewerkte voorstellen dienen daarom te voldoen aan het datamanagementprotocol van NWO. Dit protocol bestaat uit twee stappen:

  • 1. Datamanagementparagraaf (alleen bij uitgewerkte voorstellen)

    De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de onderzoeksaanvraag. Onderzoekers dienen vier vragen te beantwoorden over datamanagement binnen hun beoogde onderzoeksproject. Hij of zij wordt dus gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al bij het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Onderzoekers kunnen zelf aangeven welke onderzoeksdata zij voor opslag en hergebruik relevant achten.

  • 2. Datamanagementplan (alleen voor gehonoreerde uitgewerkte voorstellen) Na honorering van een aanvraag dient de onderzoeker de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Het datamanagementplan is een concrete uitwerking van de datamanagementparagraaf. De onderzoeker beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Uiterlijk 4 maanden na honorering van de aanvraag moet dat plan via ISAAC zijn ingediend bij NWO. NWO keurt het plan zo snel mogelijk goed. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

    Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: www.nwo.nl/datamanagement.

Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol is op 12 oktober 2014 van kracht gegaan en zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (www.absfocalpoint.nl). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

Na honorering

De op het uit te voeren onderzoek van toepassing zijnde subsidieverplichtingen zijn opgenomen in (hoofdstuk 3 en 4 van) de NWO Subsidieregeling 2017.

Hoofdaanvragers ontvangen deze regeling bij toekenning van de financiering. Het onderzoek dient binnen een halfjaar na toekenning van de aanvraag te zijn gestart. Indien dit niet gebeurt, trekt NWO de toegekende financiering in. NWO monitort de voortgang en evalueert de resultaten van het gefinancierde onderzoek. Als uitgangspunt dienen hierbij de in de aanvraag vermelde planning en de beoogde opbrengsten van het onderzoek zoals in de aanvraag vermeld.

3.6. Het indienen van een aanvraag

Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Een hoofdaanvrager is verplicht zijn/haar aanvraag via zijn/haar eigen ISAAC- account in te dienen. Indien de hoofdaanvrager nog geen ISAAC-account heeft, dient hij/zij dat minimaal een dag voor het indienen aan te maken. Dit om eventuele aanmeldproblemen op tijd te kunnen verhelpen. Indien de hoofdaanvrager al een account bij NWO heeft, hoeft deze geen nieuw account aan te maken om een nieuwe aanvraag in te dienen.

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze call forproposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie paragraaf 5.2.1.

In overeenstemming met de overeenkomst tussen NWO en de VSNU horen aanvragers hun instelling te informeren over de indiening. Om die reden vraagt NWO om op het aanvraagformulier expliciet te bevestigen dat de instelling is geïnformeerd en dat deze akkoord gaat met het beschikbaar stellen van alle voor dit onderzoek benodigde infrastructuur, inclusief de daaraan verbonden kosten voor zover niet bij NWO aangevraagd.

4. Beoordelingsprocedure

4.1. Procedure

De eerste stap in de beoordelingsprocedure is een toets of de aanvraag in behandeling genomen kan worden. Hiervoor worden de voorwaarden zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze call for proposals toegepast.

Op alle bij de beoordeling en/of besluitneming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO-code belangenverstrengeling van toepassing.

De procedure kent twee fases: een vooraanmelding en een uitgewerkt voorstel. Een uitgewerkt voorstel kan alleen worden ingediend als de aanvrager van de vooraanmelding daartoe door het Domeinbestuur SGW is uitgenodigd. Het Domeinbestuur zal maximaal zoveel aanvragers uitnodigen een voorstel uit te werken als driemaal het aantal te honoreren voorstellen.

Hierna worden de verschillende stappen in het beoordelingsproces beschreven. Aanvragers kunnen het verloop van de beoordelingsprocedure volgen via hun ISAAC account. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Administratief-technische toets

Het bureau toetst of de ingediende aanvragen (zowel vooraanmeldingen als uitgewerkte voorstellen) voldoen aan de voorwaarden voor indiening. Indien daartoe aanleiding bestaat, wordt contact opgenomen met de aanvrager. Aanvragen die niet voldoen aan de in deze call for proposals vermelde voorwaarden zijn niet ontvankelijk en worden niet toegelaten tot de beoordelingsprocedure. Indien pas na het in behandeling neming van de aanvraag blijkt dat (een van) de aanvrager(s) tevens een aanvraag heeft ingediend binnen een ander financieringsinstrument van SGW op het terrein van de maatschappij- en gedragswetenschappen, dan zal dit leiden tot afwijzing van de binnen Onderzoekstalent ingediende aanvraag, indien de elders ingediende aanvraag niet tijdig wordt ingetrokken.

Beoordeling vooraanmeldingen

De vooraanmelding bestaat uit het CV van de kandidaat en een beknopte beschrijving van het beoogde onderzoek. Vier beoordelingscommissies (zie hierna) beoordelen de vooraanmeldingen vergelijkenderwijs zonder inschakeling van externe referenten. Een nadere beschrijving van deze beoordeling is opgenomen in paragraaf 6.3. De beoordeling resulteert in een advies aan het Domeinbestuur SGW, dat een besluit neemt aanvragers al dan niet uit te nodigen een uitgewerkt voorstel in te dienen.

Beoordeling uitgewerkte voorstellen

De ontvankelijke uitgewerkte voorstellen worden niet voorgelegd aan externe referenten. De kandidaat wordt uitgenodigd voor een interview met de commissie van de desbetreffende disciplinegroep. Voorafgaand aan het interview ontvangt de kandidaat vragen van de commissie. Het in de vooraanmelding ingediende CV van de kandidaat kan onderdeel zijn van dit interview. Het interview duurt maximaal 28 minuten, waarvan maximaal acht minuten zijn gereserveerd voor een korte presentatie (‘pitch’) door de kandidaat. De beoordeling van de uitgewerkte voorstellen op basis van de presentatie en het interview mondt uit in één van de volgende kwalificaties: excellent, zeer goed, goed, ontoereikend.

Vervolgens stellen de commissies, indien nodig, een prioriteitsvolgorde vast van de aanvragen die voor financiering in aanmerking komen gebaseerd op onderlinge kwaliteitsverschillen. De prioritering geschiedt binnen de kaders van de in deze call for proposals gepubliceerde beoordelingscriteria voor uitgewerkte voorstellen, waarbij het criterium Kennisbenutting een expliciete rol speelt.

De beoordelingscommissies adviseren vervolgens het Domeinbestuur en leggen een prioritering voor over de aan hen voorgelegde en door hen beoordeelde uitgewerkte onderzoeksvoorstellen. Het bestuur neemt op basis van dit advies, waar nodig mede op grond van hierna genoemde beleidsoverwegingen en op basis van de beschikbare middelen, een toe- of afwijzingsbesluit.

Bij de bekendmaking van het besluit wordt aan de aanvrager tevens bekend gemaakt welke kwalificatie NWO aan de aanvraag heeft toegekend. Om voor financiering in aanmerking te kunnen komen, dient een uitgewerkt voorstel ten minste de kwalificatie excellent, zeer goed, of goed te krijgen. Voor meer informatie over de kwalificaties zie: http://www.nwo.nl/kwalificaties

De datamanagementparagraaf in de aanvraag wordt niet beoordeeld en derhalve ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al of niet toe te kennen. De commissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf. Na honorering van een uitgewerkt voorstel dient de onderzoeker de paragraaf uit te werken in een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het eventuele advies van de commissie. Het project kan van start gaan zodra het datamanagementplan is goedgekeurd door NWO.

Beoordelingscommissies

Vier commissies, één voor elke disciplinegroep van het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen (zie hoofdstuk 6), beoordelen de aanvragen (vooraanmeldingen en uitgewerkte voorstellen). De in het aanvraagformulier vermelde disciplinecode bepaalt door welke commissie de aanvraag wordt beoordeeld.

De beoordeling van de vooraanmeldingen en de uitgewerkte voorstellen geschiedt binnen de kaders van de in deze call for proposals vermelde beoordelingscriteria. Voor de beoordeling van de vooraanmelding en de uitgewerkte voorstellen zijn verschillende criteria van toepassing (zie paragraaf 4.2.1).

Het Domeinbestuur kan bij het besluit gebruikmaken van de volgende beleidsoverwegingen:

  • het bevorderen van de participatie van vrouwelijke onderzoekers;

  • het optimaliseren van subsidiespreiding.

Samenstelling commissies

De vier beoordelingscommissies worden onder verantwoordelijkheid van het Domeinbestuur samengesteld. De leden van de in te stellen beoordelingscommissies worden gekozen op basis van hun onderzoekservaring, hun ervaring op het gebied van het beoordelen van aanvragen en hun niet-betrokkenheid bij de aanvragen die in de desbetreffende commissies worden beoordeeld. Omdat de beoordelingscommissies pas kunnen worden samengesteld als bekend is wie aanvragen hebben ingediend, kan de samenstelling niet vooraf bekend gemaakt worden. Alle commissies worden voorgezeten door een technisch voorzitter. Na afloop van de subsidieronde worden de namen van de commissieleden in alfabetische volgorde gepubliceerd op de website van Onderzoekstalent (www.nwo.nl/magwot).

Tijdpad

26 september 2017

Deadline indiening vooraanmeldingen

Medio december 2017

Bekendmaking uitslag vooraanmelding

6 maart 2018

Deadline indiening uitgewerkte voorstellen

April – mei 2018

Interviews

Eind juni 2018

Besluitvorming Domeinbestuur SGW over toekenningen en bekendmaking uitslag aan aanvragers.

4.2. Criteria

Beoordelingscriteria

Op vooraanmeldingen en uitgewerkte voorstellen zijn verschillende beoordelingscriteria van toepassing, die hierna zijn vermeld. Per criterium worden relevante aandachtpunten genoemd die een rol kunnen spelen bij de beoordeling. Voor de weging van de criteria en onderdelen binnen die criteria zie paragraaf 6.4. Alle aanvragen worden aan de hand van de toepasselijke criteria beoordeeld op basis van de in de aanvraag verschafte informatie.

4.2.1. Beoordelingscriteria vooraanmelding

1. Opleiding

De kandidaat heeft minimaal een bachelor afgerond en tevens het eerste jaar van de masteropleiding en voldoet voor deze componenten aan het gestelde cijfergemiddelde. De twee opleidingscomponenten worden apart beoordeeld en aan beide componenten wordt een afzonderlijk gewicht toegekend. Bij de beoordeling van deze componenten kunnen de volgende vragen aan de orde komen: Heeft de kandidaat een of meer bacheloropleidingen gevolgd? Heeft de kandidaat een of meer masteropleidingen gevolgd? Heeft de kandidaat een onderzoeksmaster gevolgd? Welke vakken heeft de kandidaat in de bachelor(s) en in de master(s) gevolgd? Heeft de kandidaat aanvullende onderzoeksvoorbereidende talentprogramma’s gevolgd? Heeft de kandidaat aanvullende bijvakken gevolgd?

Heeft de kandidaat college aan een andere of gerenommeerde buitenlandse universiteit gevolgd? Heeft de kandidaat prijzen behaald voor papers en/of scripties, en zo ja welke? Heeft de kandidaat judicia toegekend gekregen, en zo ja welke?

Heeft de kandidaat de gevolgde opleiding binnen de gestelde tijd afgerond?

In geval meerdere masteropleidingen zijn gevolgd, behoeft slechts een van deze opleidingen op het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen van het NWO domein Sociale- en Geesteswetenschappen te liggen. Deze masteropleiding dient wel aan de gestelde cijfereis te voldoen. Bacheloropleidingen behoeven niet op eerdergenoemd wetenschapsterrein te liggen. Ten aanzien van de overige masteropleidingen is de vraag aan de orde in hoeverre de desbetreffende opleidingen relevant zijn voor het voorgestelde onderzoek.

2. Extracurriculaire activiteiten

Extracurriculaire activiteiten zijn activiteiten waaraan de kandidaat naast de opleiding heeft deelgenomen. Deze activiteiten kunnen inzicht verschaffen in de wetenschappelijke interesse van de kandidaat of in eigenschappen, als inzet en doorzettingsvermogen, die er bij het doen van onderzoek toe kunnen doen.

Extracurriculaire activiteiten kunnen wetenschappelijk of niet-wetenschappelijk van aard zijn.

Wetenschappelijke activiteiten kunnen bijvoorbeeld studentassistentschappen (onderzoek en/of onderwijs) zijn of zelfstandig ondernomen onderzoeksactiviteiten. Vragen die bij de beoordeling aan de orde kunnen komen zijn: Wat is de aard van deze activiteiten en wat is de relevantie daarvan voor (de uitvoering van) het beoogde onderzoek? Heeft de kandidaat wetenschappelijke publicaties op zijn/haar naam staan (als eerste en/of medeauteur)?

Niet-wetenschappelijke activiteiten kunnen bijvoorbeeld bestuurs- of werkervaring zijn. Vragen die bij de beoordeling aan de orde kunnen komen zijn: Wat is de aard van deze activiteiten? Wat is de relevantie ervan voor het CV van de kandidaat en voor de uitvoering van het beoogde onderzoek?

3. Motivering

De motivering is een door de kandidaat gegeven toelichting op het CV. In de motivering licht de kandidaat in maximaal 350 woorden toe waarom zij/hij promotieonderzoek, in het bijzonder het voorgestelde onderzoek, wil doen en waarom het CV geschikt is voor het beoogde onderzoek. Daarnaast kan de motivering een toelichting zijn op bijzonderheden in het CV, bijvoorbeeld studie- uitloop of anderszins. Centraal staat de vraag: overtuigt de motivering de beoordelaars van de gedrevenheid van de kandidaat om het voorgestelde onderzoek te doen?

4. Onderzoeksidee

Het onderzoeksidee is een beknopte beschrijving van het beoogde onderzoek. Uit deze beschrijving blijkt wat de probleemstelling is van het beoogde onderzoek, waarom het onderwerp moet worden onderzocht, en hoe. Het accent in de beoordeling ligt in deze fase op originaliteit van de probleemstelling en de relevantie van het onderzoek, echter alle onderdelen die bij de beschrijving van het onderzoeksidee worden vermeld – ook onderdelen die verwijzen naar de beoordelingscriteria voor uitgewerkte voorstellen -, kunnen worden betrokken in de beoordeling. Er kunnen maximaal vijf literatuurverwijzingen worden opgegeven en voetnoten zijn niet toegestaan. Indien van toepassing kan hier ook de beoogde institutionele inbedding van het onderzoek worden aangegeven. Centraal staat de vraag: in hoeverre wekt deze beschrijving de nieuwsgierigheid van de beoordelaar(s) naar een uitgewerkt voorstel?

4.2.2. Beoordelingscriteria uitgewerkt voorstel

1. Originaliteit en potentiële bijdrage aan de wetenschap

Richtinggevende vragen voor de beoordeling zijn: Levert het voorgestelde onderzoek een originele en relevante bijdrage aan het vakgebied voor wat betreft het genereren van kennis of het ontwikkelen van theorie en/of methoden? Is adequaat gebruikgemaakt van bestaande kennis? Is er gerelateerd onderzoek dat niet in het voorstel wordt genoemd, maar waarvan de aanvrager(s) zich bewust zou(den) moeten zijn? Is het voorstel vernieuwend?

2. Onderzoeksopzet en methoden

Richtinggevende vragen voor de beoordeling zijn: Zijn de probleemstelling en de onderzoeksvragen helder en zorgvuldig geformuleerd, voldoende afgebakend en adequaat uitgewerkt? Heeft het onderzoeksvoorstel een heldere onderbouwing? Zijn de voorgestelde methoden en het voorgestelde design geschikt voor het realiseren van de probleemstelling en het beantwoorden van de onderzoeksvragen? Is het werkplan logisch van opbouw, goed gefaseerd en realistisch? Zijn de genoemde bronnen toegankelijk en geschikt om de onderzoeksvragen te beantwoorden?

3. Kwaliteit kandidaat, begeleiding, inbedding

Richtinggevende vragen voor de beoordeling zijn:

  • Wat is de kwaliteit van de kandidaat-promovendus, gelet op de opleiding, extracurriculaire activiteiten, motivatie, maar ook de presentatie en overtuigingskracht?

  • Wat is de kwaliteit van de begeleiding, gelet op ervaring met het begeleiden van promovendi en expertise, bijvoorbeeld blijkend uit publicaties?

  • Wat is de kwaliteit van de institutionele inbedding, gelet op toegang tot benodigde expertise, reputatie van de onderzoeksgroep of de institutionele omgeving?

4. Kennisbenutting

Potentie

  • Bijdrage aan de maatschappij en/of aan andere wetenschapsgebieden;

  • disciplines en organisaties waaraan de resultaten ten goede kunnen komen.

Implementatie

  • Plan van aanpak om de opbrengsten van het onderzoeksproject ten goede te laten komen aan de potentiële kennisgebruikers;

  • of en zo ja, hoe de potentiële kennisgebruikers worden betrokken;

  • (concrete) opbrengsten voor de maatschappij en/of andere wetenschapsgebieden;

  • verwachte termijn voor mogelijke kennisbenutting.

De beoordelingscommissie beoordeelt

  • of de aanvrager de potentie voor kennisbenutting realistisch heeft weergegeven

  • en in hoeverre de aanvrager een concreet en overtuigend plan van aanpak heeft gepresenteerd om de aanwezige potentie te realiseren.

  • Indien een onderzoeker van mening is dat het voorgestelde onderzoek zich niet leent voor kennisbenutting, dient hij/zij uit te leggen waarom hij/zij van mening is dat kennisbenutting niet van toepassing is. De beoordelingscommissie beoordeelt de argumentatie die hiervoor wordt gegeven.

Sinds 2009 zet NWO in op concreet beleid dat de overdracht van kennis die gegenereerd is met behulp van NWO-financiering moet stimuleren. Deze overdracht kan zowel naar andere wetenschappelijke disciplines als naar gebruikers buiten de wetenschap (bedrijfsleven/maatschappij) plaatsvinden. Het kennisbenuttingsbeleid is met name gericht op het vergroten van de bewustwording bij onderzoekers ten aanzien van kennisbenutting. NWO vraagt daarom van alle onderzoekers die in aanmerking willen komen voor financiering om met behulp van een aantal vragen (bijvoorbeeld: hoe zal kennisbenutting geïmplementeerd worden en hoe beoogt de onderzoeker kennisbenutting te bevorderen?) een toelichting te geven op de mogelijke kennisbenutting van hun project. Deze toelichting wordt meegewogen in de beoordeling. Bij de beoordeling wordt gelet op:

  • een realistische weergave van kennisbenuttingsmogelijkheden (of het gebrek aan mogelijkheden),

  • de mate van concretisering van het plan van aanpak omtrent kennisbenutting.

NWO realiseert zich dat de mogelijkheden voor kennisbenutting per discipline verschillen en dat sommige onderzoeksprojecten weinig tot geen (directe) kennisbenutting kunnen toepassen. In dit geval dient een aanvrager uit te leggen waarom kennisbenutting voor zijn of haar project niet te verwachten is. De beoordelaars wordt gevraagd om deze toelichting alsnog te beoordelen: als zij ervan overtuigd zijn dat het onderzoeksproject inderdaad geen kennisbenuttingsmogelijkheden heeft en de aanvrager dit naar tevredenheid heeft toegelicht, dan dient de algehele beoordelingsscore hierdoor niet negatief beïnvloed te worden.

Voor voorbeelden van kennisbenutting, zie www.nwo.nl/kennisbenutting.

Datamanagement

De datamanagementparagraaf vormt geen criterium bij beoordeling van het uitgewerkte voorstel. De commissie kan voor de datamanagementparagrafen van de voorstellen die zij voordraagt voor honorering wel suggesties doen en adviezen geven die voor de onderzoeker behulpzaam kunnen zijn bij het opstellen van het na toekenning in te dienen datamanagementplan.

Zie ook de toelichting datamanagement in paragraaf 6.2 van deze call for proposals.

5. Contact en overige informatie

5.1. Contact

5.1.1. Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over Onderzoekstalent en deze call for proposals neemt u contact op met:

NWO

Domein SGW

Postbus 93461

2509 AL Den Haag

Drs. J.S. (Joris) Voskuilen, coördinator

Dr. E.V. (Eelco) van Dongen, stafmedewerker

E. (Erica) van Liempt, secretariaat

Tel: 070-344 09 44

E-mail: magwot@nwo.nl

Websites: www.nwo.nl/magwonderzoekstalent(indienen aanvragen) www.nwo.nl/magwot(algemene informatie)

Voor het programma Promoties in de geesteswetenschappen zie: www.nwo.nl/gw/promotiesindegeesteswetenschappen.

5.1.2. Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0)20 346 71 79. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6. Bijlage(n)

6.1. Disciplinecodes

Het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen is ingedeeld in vier disciplinegroepen die in een aantal (sub)disciplines zijn onderverdeeld.

Aanvragen (vooraanmeldingen en uitgewerkte voorstellen) die bij Onderzoekstalent worden ingediend moeten op het terrein van een van deze (sub)disciplines liggen, evenals de masteropleiding die voldoet aan de toelatingseis. Daartoe dient een van de hierna vermelde zescijferige codes vermeld te worden op de aanvraag. Op basis van de opgegeven disciplinecode wordt de aanvraag in een van de vier commissies ingedeeld. De disciplinecodelijst is ook te raadplegen via www.nwo.nl/magw.

Disciplinegroep Economie en Bedrijfskunde

Economie

38.10.00 Micro-economie

38.20.00 Macro-economie

38.30.00 Econometrie

Bedrijfskunde

39.90.00 Bedrijfskunde

Disciplinegroep Gedrag en Onderwijs

Psychologie

40.10.00 Klinische psychologie

40.20.00 Biologische en medische psychologie

40.30.00 Ontwikkelingspsychologie

40.40.00 Psychonomie en cognitieve psychologie

40.50.00 Sociale en Organisatiepsychologie

40.60.00 Psychometrie

Onderwijswetenschappen

41.90.00 Onderwijswetenschappen

Pedagogiek

42.00.00 Pedagogiek

Disciplinegroep Recht en Bestuur

Rechtswetenschappen

43.10.00 Privaatrecht

43.20.00 Staats- en Bestuursrecht

43.30.00 Internationaal en Europees recht

43.40.00 Strafrecht en Criminologie

Bestuurskunde en Politicologie

44.10.00 Bestuurskunde

44.20.00 Politicologie

Disciplinegroep Sociale wetenschappen

Sociologie

45.90.00 Sociologie

Culturele antropologie

46.90.00 Culturele antropologie

Communicatiewetenschappen

47.90.00 Communicatiewetenschappen

Demografie

48.90.00 Demografie

Geografie en Planning

49.10.00 Geografie

49.11.00 Planning

Milieuwetenschappen

50.90.00 Milieuwetenschappen

6.2. Toelichting datamanagement

NWO wil bijdragen aan de ontwikkeling van goed datamanagement door van onderzoekers te vragen alle voor hergebruik relevante data duurzaam beschikbaar te stellen. Voor het financieringsprogramma Onderzoekstalent geldt dat alleen voor uitgewerkte voorstellen een datamanagementparagraaf hoeft te worden ingevuld. In de datamanagementparagraaf wordt daarom gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen daarvoor immers al bij het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden.

NWO verstaat onder ‘data’ zowel verzamelde, onbewerkte data alsook geanalyseerde, gegenereerde data. Hierbij zijn alle verschijningsvormen denkbaar; digitaal en niet-digitaal (zoals samples, ingevulde vragenlijsten, geluidsopnames etc).

NWO vraagt alleen om opslag van voor hergebruik relevante data. Daarbij gaat NWO er in principe van uit dat er binnen vakgebieden een breed gedragen opvatting bestaat over welke data relevant zijn om op te slaan voor hergebruik. Research Data Netherlands biedt een checklistvoor de selectie van data die voor archivering in aanmerking kunnen komen.

Onderzoeksresultaten dienen zodanig te worden opgeslagen dat ze ook op lange termijn terug te vinden en herbruikbaar zijn, ook voor onderzoekers uit andere disciplines en organisaties dan waar het onderzoek plaatsvond. Uitgangspunt daarbij is dat alle opgeslagen data in principe vrij toegankelijk zijn en dat toegang alleen wordt beperkt wanneer aspecten als privacy, openbare veiligheid, ethische beperkingen, eigendomsrecht en commerciële belangen dit noodzakelijk maken.

De kosten voor datamanagement zijn subsidiabel en dienen in de aanvraagbegroting te worden opgenomen. Belangrijke factoren die de kosten bepalen zijn:

  • a. het type data

  • b. de benodigde capaciteit voor opslag en back-up;

  • c. de mate van handwerk bij het toekennen van metadata en het opstellen van overige documentatie zoals codeboeken en gebruikte queries in het statistische pakket;

  • d. de benodigde mate van beveiliging van de data;

  • e. het inhuren van externe (datamanagement-)expertise.

Met de datamanagementparagraaf wil NWO vooral het bewustzijn over het belang van verantwoord datamanagement bevorderen. Daarom wordt de paragraaf niet meegenomen in de beslissing van een commissie om een aanvraag al of niet toe te kennen. NWO legt de paragraaf wel ter advies voor aan de commissie en referenten. Na honorering van een aanvraag dient de onderzoeker de paragraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van hun advies.

Zie voor meer informatie: https://www.nwo.nl/beleid/open+science/datamanagement.

6.3. Weging en scores

Bij de beoordeling zal worden gewerkt met scores aan de hand van een 9- puntsschaal, waarin 1 de hoogste/beste score is en 9 de laagste/minste. Aan de criteria (en bij de vooraanmelding onderdelen daarvan) worden scores toegekend. Op basis van de gegeven scores wordt een gewogen gemiddelde berekend. Dit gemiddelde dient tevens als eindscore en bepaalt de positie in de rangorde.

Bij het berekenen van de eindscores wordt rekening gehouden met het gewicht dat is toegekend aan de verschillende criteria, c.q. onderdelen binnen die criteria.

Weging bij vooraanmelding:

Criterium

Onderdeel binnen criterium

Weging deelscore

Opleiding

Bachelor

10%

 

Eerste jaar master

30%

Extracurriculair

Wetenschappelijk/Niet- wetenschappelijk

10%

Motivering

 

10%

Onderzoeksidee

 

40%

Bij de criteria voor de vooraanmelding (paragraaf 4.2.1) staan per criterium aandachtspunten genoemd die een rol spelen bij de beoordeling.

Scoren van criteria bij vooraanmeldingen

Voor het eerste criterium (Opleiding) geldt voor beide onderdelen, bachelor en master de startscore 5,4. Deze score staat voor ‘goed’. De reden hiervoor is dat de kandidaat aan de toelatingseis voldoet. Voor opleidingen die een expliciet onderzoeksvoorbereidend karakter hebben, zoals onderzoeksmasters, geldt een betere startscore, namelijk 4,4. Bij de beoordeling van beide onderdelen (bachelor en master) spelen de aandachtspunten genoemd in paragraaf 4.2.1 bij het criterium ‘Opleiding’ een rol en kunnen leiden tot puntenaftrek, c.q. verbetering van de score.

Ook voor het criterium ‘extracurrriculaire activiteiten’ geldt een startscore: 5,4 als er activiteiten zijn uitgevoerd, 5,5 als er geen activiteiten zijn uitgevoerd.

Voor de criteria ‘motivering’ en ‘onderzoeksidee’ geldt geen startscore en is de gehele schaal van toepassing. Voor vooraanmeldingen worden geen kwalificaties vastgesteld.

Weging bij uitgewerkte voorstellen

Criterium

Weging deelscore

Originaliteit en bijdrage aan de wetenschap

30%

Onderzoeksopzet en methoden

30%

Kwaliteit kandidaat, begeleiding, inbedding

30%

Kennisbenutting

10%

Scoren van criteria bij uitgewerkte voorstellen

Bij de beoordeling van uitgewerkte voorstellen is op elk criterium de volledige schaal van toepassing. De score die voor de vooraanmelding is behaald speelt in de beoordeling van het uitgewerkte voorstel geen rol.

Kwalificaties uitgewerkte voorstellen

De beoordeling van uitgewerkte voorstellen resulteert in een kwalificatie. De kwalificaties zijn gekoppeld aan de behaalde eindscores. Voor Onderzoekstalent corresponderen de scores als volgt met de kwalificaties:

Range scores

Kwalificaties

1,0 – 1,4

Excellent

1,5 – 3,4

Zeer goed

3,5 – 5,4

Goed

5,5 – 9,0

Ontoereikend

6.4. Cijfers en US-Grade Point Average (GPA)

Kandidaten die een opleiding in Nederland volgen of hebben gevolgd, krijgen gewoonlijk cijfers op een schaal van 1 tot en met 10. Voor de opleidingen die in Nederland zijn gevolgd gelden de minimale gemiddelde gewogen cijfergemiddelden van een 7,5 voor de bachelor opleiding en 8,0 voor het eerste jaar van de masteropleiding (of in geval van een afgeronde masteropleiding het gemiddelde over de gehele master opleiding). Deze gemiddelden worden berekend op maximaal een cijfer achter de komma nauwkeurig. In het gewogen gemiddelde is rekening gehouden met het gewicht dat is toegekend aan de verschillende vakken, meestal uitgedrukt in ECTS. In Nederland behaalde cijfers worden niet naar een GPA op een 4-puntsschaal omgerekend.

Kandidaten die hun opleiding buiten Nederland hebben gevolgd, ontvangen in de meeste gevallen cijfers op basis van een andere systematiek dan hiervoor geschetst. In deze gevallen wordt om een United States Grade Point Average (GPA) op een 4 punts-schaal gevraagd. Een GPA is eveneens een gewogen gemiddelde dat rekening houdt met de gewichten die aan verschillende vakken zijn toegekend. Er zijn verschillende manieren om een GPA te berekenen en weer te geven. Er is gekozen voor de weergave van het GPA op een 4 punts-schaal zoals gebruikelijk in de Verenigde Statem. Een GPA berekend op een andere schaal dan de 4 punts-schaal wordt niet in behandeling genomen.

Op het internet zijn verschillende calculators beschikbaar om grades om te rekenen naar een GPA op een 4 punts-schaal, meestal aan te passen naar de systematiek zoals die in een bepaald land wordt gehanteerd. Er zijn ook calculators beschikbaar die Amerikaanse grades omrekenen naar een GPA op een 4 punts-schaal.

Als u het GPA op een 4-puntsschaal berekent, dan wordt u verzocht op het formulier van de vooraanmelding te vermelden hoe u dat heeft gedaan. Dat kan zijn door de link op te nemen naar de gebruikte online calculator, of door de gebruikte formule weer te geven. NWO behoudt zich het recht voor de berekeningen steekproefsgewijs te controleren.

De Universiteit Utrecht heeft een conversietabel gepubliceerd voor Nederlandse cijfers naar een GPA op een 4-puntsschaal. Op basis van deze lijst is vastgesteld dat een 7,5 overeenkomt met een GPA van 3.37, een 8,0 met een GPA van 3.95. Deze tabel is te downloaden via http://students.uu.nl/praktische-zaken/regelingen-en-procedures/grade-point-average.

Uitgave:

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Versie: december 2016

Bezoekadres:

Laan van Nieuw Oost-Indië 300

2593 CE Den Haag

juni 2017

Call for proposals Research Talent 2018

The Hague, June 2017

Netherlands Organisation for Scientific Research

Contents

1 Introduction

15

1.1

Background

15

1.2

Available budget

15

1.3

Validity of the call for proposals

15

2 Aim

15

3 Guidelines for applicants

16

3.1

Who can apply

16

3.2

What can be applied for

17

3.3

When can applications be submitted

17

3.4

Preparing an application

18

3.5

Conditions on granting

18

3.6

Submitting an application

19

4 Assessment procedure

19

4.1

Procedure

19

4.2

Criteria

21

4.2.1

Assessment criteria pre-proposal

21

4.2.2

Assessment criteria full proposal

22

5 Contact details and other information

23

5.1

Contact

23

5.1.1

Specific questions

23

5.1.2

Technical questions

23

6 Annexe(s)

23

6.1

Discipline codes

23

6.2

Explanation to data management

24

6.3

Weights and scores

25

6.4

Grades and US Grade Point Average

26

1. Introduction

1.1. Background

This brochure provides information on submitting a proposal for Research Talent of the NWO Domain of Social Sciences and Humanities (SSH). Research Talent is a responsive mode funding scheme for high-level PhD research for young talented upcoming researchers with a demonstrable ambition to pursue a career as scientist, hereafter the “candidate (PhD student)”.

1.2. Available budget

The total budget for 2018 is approximately 6.25 million euro.

1.3. Validity of the call for proposals

This call for proposals is valid until the closing date March 6, 2018 , 14:00 hours (2 PM) CE(S)T.

2. Aim

Research Talent offers excellent students within the social and behavioural sciences the opportunity to fulfil their ambition of pursuing a scientific career. This ambition is reflected in, amongst other things, their choice of study, the courses followed, and the academic activities that the student has engaged in.

To this aim, full professors (or associate professors with the ius promovendi) within the social and behavioural sciences can submit a pre-proposal for these candidates.

Transition NWO and new instrument

On January 1st, 2017, the NWO divisions for Social Sciences and for the Humanities merged into the new Domain for the Social Sciences and Humanities (SSH). 2017 will be a transition year, and consequently this round of Research Talent will only be open for applications that fall within the scientific domain of the Social Sciences.

This scientific domain corresponds to the remit of the former NWO Division for the Social Sciences. In paragraph 6.1 you can find a list of the disciplines that fall within the scientific domain of the Social Sciences. The scientific domain for the Humanities has its own program for PhD research proposals: PhDs in the Humanities. For contact details see paragraph 5.1.1.

Research Talent in its current form will disappear and merge into a new instrument for curiosity-driven research of the Domain SSH. The current round will thus be the last round of the Research Talent instrument in its current form.

3. Guidelines for applicants

3.1. Who can apply

Researchers from the following knowledge institutions can submit proposals:

  • Dutch universities;

  • NWO and KNAW institutes;

  • the Max Planck Institute for Psycholinguistics in Nijmegen;

Pre-proposals

The candidate cannot submit a proposal by her/himself. On behalf of the candidate the promoter submits a pre-proposal. When submitting a pre-proposal, the promotor holds the right to promote (ius promovendi). A promoter can submit a pre-proposal for more than one candidate. There are no co-applicants for the pre- proposal.

In order to be eligible for the Research Talent program, the candidate must meet the minimal requirements5with respect to average grades:

Candidates following or having concluded their academic education in The Netherlands:

The overall weighted average grade of the completed bachelor study is at least the Dutch grade 7,5 and the overall weighted average grade of the completed first year6 of the master study is at least the Dutch grade 8,0. Dutch grades are not to be converted to a GPA on a 4 point scale.

Candidates following or having concluded their academic education outside of The Netherlands:

The candidate’s grades must be converted to a grade according to the United States Grade Point Average (GPA) on a 4 point scale.

The overall weighted average GPA of the completed bachelor study is at least 3.37 and the overall weighted average GPA of the completed first year of the master study (see also footnote 2) is at least 3.95.

When submitting a proposal, the candidate has successfully concluded the first year of the master’s and the grades are final7. For more information on average grades and GPA see paragraph 6.4 of this call for proposals. The candidate’s master that meets the requirements with respect to the average grades/GPA must fall within the remit of scientific domain of the Social Sciences (see paragraph 6.1 of this call for proposals).

Full proposals

On the basis of the pre-proposal the promoter can be invited to submit a full proposal. This full proposal can be submitted on behalf of the candidate by a main applicant and one co-applicant, as long as one of the two is the promoter who has been invited by the SSH Domain Board to submit a full proposal. No more than two applicants can be involved in the full proposal. In case an additional applicant, together with the promoter, will be involved in the full proposal, her/his name must have been mentioned in the pre-proposal. A researcher can only be involved as an additional applicant in one proposal.

Main and co-applicants may only submit an application if they are employed by one of the aforementioned institutions and will be employed at said university or institute for at least the duration of the application process and the research for which funding is being applied for. This in order to not jeopardize the progress of the PhD research for which funding is requested.

When submitting a proposal to Research Talent, the following conditions apply:

  • The application must fall within the remit of the scientific domain of the Social Sciences;

  • The application form must be completed entirely;

  • The candidate meets the requirements set for average grades: completed bachelor study: (weighted) average grade of minimal 7,5 (or in case of non- Dutch grades a GPA of minimal 3.37), completed first year of master study: (weighted) average grade of minimal 8,0 (or in case of non-Dutch grades a GPA of minimal 3.95);

  • The candidate’s master that meets the requirements with respect to the average grades or GPA must fall within the remit of the scientific domain of the Social Sciences;

  • Applicants whose proposal (pre-proposal or full proposal) was rejected in a previous round may not resubmit that proposal;

  • For the concerning candidate an application can be submitted only once to Research Talent;

  • The candidates does not already hold a position as a PhD student in the Netherlands or abroad;

  • A full proposal can only be submitted when a pre-proposal has been submitted earlier;

  • A full proposal can only be submitted upon invitation by the SSH Domain Board;

  • The applicant and/or co-applicant of a full proposal for Research Talent may not concurrently submit another application or have an application under consideration at any SSH funding instrument that falls within the remit of the scientific domain of the Social Sciences8;

  • Once the application for the Research Talent full proposal has been admitted, the applicant and/or co-applicant may not submit another application to other funding instruments of SSH that fall within the remit of the scientific domain of the Social Sciences, for as long as the Research Talent application is under consideration;

  • Applications submitted via ISAAC after the closing dates will not be taken into consideration.

3.2. What can be applied for

Applicants may only apply for a grant covering:

  • Staff costs: four years fulltime for a PhD student;

  • Material costs up to a maximum of € 10,000, including costs for knowledge utilization and data management.

Personnel

The personnel budget requested for Research Talent may be spent on a four-year, fulltime position at a Dutch university for a candidate PhD student that is used fully for conducting the PhD research. The research must be carried out at a Dutch university.

Candidates who already hold a position as PhD student in the Netherlands or abroad are not eligible, nor are external PhD candidates.

Salary costs may be financed in accordance with the most recent version of the “akkoord overlaten werkgeverschap NWO-VSNU”.

Research costs

At the start of the research, the applicant will be awarded a bench fee of € 5,000 for the PhD student. The bench fee is intended for expenses such as conference visits by the PhD student and costs related to the production of the PhD thesis.

In addition, the applicant can apply for a budget of € 10,000 in total to be used for non-staffing research costs such as material provisions (equipment, data collection, and consumable goods), fieldwork, travel and publication costs and costs related to knowledge exchange and impact, as well as the costs for data management. These costs should be specified and substantiated in the proposal. Infrastructural expenses (housing, standard office computers), commuter traffic and other costs relating to overhead are not eligible for funding, nor are expenses covered by the bench fee.

3.3. When can applications be submitted

The deadline for the submission of preproposals is September 26, 2017, 14:00 hours (2 PM) CE(S)T.

The deadline for the submission of proposals is March 6, 2018, 14:00 hours (2 PM) CE(S)T.

When you submit your application to ISAAC you will also need to enter additional details online. You should therefore start submitting your application at least one day before the deadline of this call for proposals. Applications submitted after the deadline will not be taken into consideration.

The application form can be downloaded from https://www.nwo.nl/en/funding/our-funding-instruments/magw/research-talent/research-talent.html .

3.4. Preparing an application

  • Download the application form from the electronic application system ISAAC or from NWO’s website (on the grant page for this programme).

  • Complete the application form.

  • Save the application form as a pdf file and upload it in ISAAC.

Applications must be drafted in English. The intrinsic section of the pre-proposal application may not exceed 700 words, including literature references (no more than five, weblinks to publications or publication lists are not permitted) and an indication of the institutional environment, and not exceed one page (A4 format). Footnotes are not permitted. The pre-proposal form does not require a summary. However, the ISAAC system does in order to be able to submit a proposal. When asked, you can copy and paste the intrinsic section or the title of the proposal. If you choose to write a summary, this summary should not exceed 100 words and cannot contain new information. Please note that the summary is not included in the assessment of the pre-proposal. In the full proposal, the description of the proposed research may not exceed 2,000 words, excluding literature references (no more than 35) but including footnotes and text in figures. The application must also include a summary of recent, relevant scientific publications by the main applicant and if applicable, by the co-applicant – no more than 25 publications in total.

References to the applicants’ online publication lists are not permitted. The full proposal contains a paragraph on data management and a summary for the public (preferably in Dutch) to be used for publicity purposes in case the proposal is awarded a grant. Applications should not include appendices.

3.5. Conditions on granting

The NWO Grant Rules 2017 and the Agreement on the Payment of Costs for Scientific Research apply to all applications.

Open Access

All scientific publications resulting from research that is funded by grants derived from this call for proposals are to be immediately (at the time of publication) freely accessible worldwide (Open Access). There are several ways for researchers to publish Open Access. A detailed explanation regarding Open Access can be found on www.nwo.nl/openscience-en.

Data management

Responsible data management is part of good research. NWO wants research data that emerge from publicly funded research to become freely and sustainably available, as much as possible, for reuse by other researchers. Furthermore NWO wants to raise awareness among researchers about the importance of responsible data management. Full proposals should therefore satisfy the data management protocol of NWO. This protocol consists of two steps:

  • 1. Data management section (applicable to full proposals only)

    The data management section is part of the research proposal. Researchers should answer four questions about data management within their intended research project. Therefore before the research starts the researcher will be asked to think about how the data collected must be ordered and categorised so that it can be made freely available. Measures will often need to be taken during the production and analysis of the data to make their later storage and dissemination possible.

    Researchers can state which research data they consider to be relevant for storage and reuse.

  • 2. Data management plan (only for proposals awarded funding)

    After a proposal has been awarded funding the researcher should elaborate the data management section into a data management plan. The data management plan is a concrete elaboration of the data management section. In the plan the researcher describes whether use will be made of existing data or a new data collection and how the data collection will be made FAIR: Findable, Accessible, Interoperable, Reusable. The plan should be submitted to NWO via ISAAC within a maximum of 4 months after the proposal has been awarded funding. NWO will approve the plan as quickly as possible. Approval of the data management plan by NWO is a condition for disbursement of the funding. The plan can be adjusted during the research.

Further information about the data management protocol of NWO can be found at

www.nwo.nl/datamanagement.

Nagoya Protocol

The Nagoya Protocol became effective on 12 October 2014 and ensures an honest and reasonable distribution of benefits emerging from the use of genetic resources (Access and Benefit Sharing; ABS). Researchers who make use of genetic sources from the Netherlands or abroad for their research should familiarise themselves with the Nagoya Protocol (www.absfocalpoint.nl). NWO assumes that researchers will take all necessary actions with respect to the Nagoya Protocol.

After receiving a grant

The to be conducted research is subject to the conditions listed in (section 3 and 4 of) the NWO Grant Rules 2017. Main applicants are sent these conditions upon being awarded a grant. The research must start within six months after being awarded a grant. Should this not occur, NWO will retract the awarded grant. NWO will monitor the progress and evaluates the results of the funded research, using the project’s planning and expected output as listed in the application.

3.6. Submitting an application

An application can only be submitted to NWO via the online application system ISAAC. Applications not submitted via ISAAC will not be taken into consideration.

A principal applicant must submit his/her application via his/her own ISAAC account. If the principal applicant does not have an ISAAC account yet, then this should be created at least one day before the application is submitted to ensure that any registration problems can be resolved on time. If the principal applicant already has an NWO-account, then he/she does not need to create a new account to submit an application.

When you submit your application to ISAAC you will also need to enter additional details online. You should therefore start submitting your application at least one day before the deadline of this call for proposals. Applications submitted after the deadline will not be taken into consideration. For technical questions please contact the ISAAC helpdesk, see Section 5.2.1.

In concurrence with the agreement between NWO and the VSNU, applicants must inform their institution regarding their application. For this reason, NWO asks explicitly for confirmation on the application form that the institution has been informed and that it agrees to make available all the infrastructure required for the research, including its associated costs in so far as these have not been applied for from NWO.

4. Assessment procedure

4.1. Procedure

The first step in the assessment procedure is to determine the admissibility of the application. This is done using the conditions stated in Chapter 3 of this call for proposals.

The NWO Code of Conduct on Conflicts of Interest applies to all persons and NWO staff involved in the assessment and/or decision-making process.

The assessment procedure consists of two phases: a pre-proposal phase and a full proposal phase. A full proposal can only be submitted if the applicant of a pre-proposal has been invited by the SSH Domain Board to do so. The Board will invite no more applicants than three times the number of proposals it can grant funding.

The various steps in the assessment process are described in the following sections. Applicants can follow the progress of the application procedure via their ISAAC account. No rights can be derived from this.

Administrative-technical check

The secretariat will check whether the submitted applications (both pre-proposals and full proposals) meet the conditions mentioned in chapter 3. Should it be deemed necessary, the applicant will be contacted. Applications that fail to meet these conditions are not-eligible and will not be admitted to the assessment procedure. If after the application has been admitted to the assessment procedure it becomes clear that (one of) the applicant(s) submitted an application to another SSH instrument within the remit of the scientific domain of the Social Sciences, the Research Talent application will be rejected if the application submitted elsewhere is not swiftly retracted.

Assessment pre-proposals

Four committees, one for each of the four discipline groups within the scientific domain of the Social Sciences (see Chapter 6) will assess the pre-proposals comparatively without making use of external reviewers. The pre-proposal consists of the candidate’s CV and a concise description of the envisaged research. For more detail on the assessment procedure for pre-proposals see paragraph 6.3. The assessment will result in an advice to the SSH Domain Board, who will decide whether or not to invite applicants to submit a full proposal.

Assessment full proposals

The full proposals will not be presented to external reviewers. The committee of the appropriate discipline group will invite the candidate for an interview. Prior to the interview, the candidate will receive questions from the committee so she/he can prepare her/himself. The CV presented in the pre-proposal can be included in the interview. The duration of the interview is 28 minutes maximum, eight of which are reserved for a short presentation (pitch) of the research by the candidate. The assessment of the full proposals, based on the candidate’s presentation and the interview, will result in one of the following qualifications: ‘excellent’, ‘very good’, ‘good’ or ‘unsatisfactory’.

Subsequently the committees will, if necessary, rank the proposals that are eligible for funding based on the mutual variation in quality. The criterion Knowledge exchange and impact can play an explicit role in ranking. Ranking is based on the assessment criteria for full proposals published in this brochure.

The committees will advise the competent Board and will determine the ranking of the research proposals assessed by them. The Board will make a decision regarding allocation or rejection of funding, based on the committees’ advice, and where necessary, based on the policy considerations mentioned in the following section as well as available resources.

NWO gives all full proposals a qualification. The applicant is informed of this qualification when the decision about whether or not to award funding is announced. Only full proposals that receive at least the qualification excellent/very good/good will be eligible for funding. For further information about the qualifications see www.nwo.nl/kwalificaties.

The data management section in the application is not evaluated and hence not included in the decision about whether or not to award funding. However both the referees and the committee can issue advice with respect to the data management section. After a proposal has been awarded funding the applicant should elaborate the data management section into a data management plan. Applicants can make use of the advice from the referees and committee when they write the data management plan. The project can start as soon as the data management plan has been approved by NWO.

Assessment committees

Four committees, one for each discipline group within the scientific domain of the Social Sciences (see chapter 6), will assess the proposals. The discipline code provided in the application determines the committee that will assess the proposal.

The assessment by the committees is based on the criteria as published in this brochure. For each phase, different assessment criteria apply (see paragraph 4.2.1).

In making this decision, the Board is entitled to use the following policy considerations:

  • The promotion of the participation of female researchers;

  • The optimisation of the grant distribution.

Composition of the committees

Assessment committees are put together under the responsibility of the SSH Domain Board. The members of the assessment committees will be selected based on their research experience, their experience in assessing applications, and their non-involvement in the applications being assessed by the committees in question. Since it is only possible to put together the assessment committees once it is known who has submitted proposals, the composition of the committees cannot be announced beforehand. Each committee is chaired by a technical chairperson. After the subsidy round has been concluded, the names of the committee members will be published in alphabetical order on the Research Talent website (www.nwo.nl/magwot).

Time schedule

26 September 2017

Deadline submission pre-proposal

Mid December 2017

Announcement of results to applicants

6 March 2018

Deadline submission full proposals

April-May 2018

Interviews

End of June 2018

Decision regarding awards by the accredited Board within NWO and announcement of the results to applicants.

4.2. Criteria

Assessment criteria

Different criteria, mentioned in the following sections, apply for pre-proposals and for full proposals. A number of relevant points of attention have been summarised per criterion. The criteria, and in some case specific elements within these criteria, have been allocated different weights. For more details, see paragraph 6.4.

4.2.1. Assessment criteria pre-proposal

1. Academic education

The candidate has completed at least one bachelor study as well as the first year of the master study. The candidate meets the set requirements regarding average grades. Both studies carry different weights and will be assessed separately. In the assessment the following points may play a role: Has the candidate completed one or more bachelor studies? Has the candidate completed the first year of one or more master studies? Has the candidate completed a research master’s study or is she/he in the process of doing so? Which subjects have been followed and concluded during the bachelor’s and master’s studies? Did the candidate follow a talent (or similar) program? Did the candidate follow any additional subsidiary subjects? Did the candidate attend classes at another university or a renowned foreign university? Has the candidate been awarded any academic prizes for papers or theses? Has the candidate acquired a distinction in addition to the grade, and if so, which? Did the candidate conclude his/her studies on time?

The candidate’s master that meets the requirements with respect to grades or GPA must fall within the scientific domain of Social Sciences. Bachelor’s programme(s) do not necessarily need to fall within this remit; neither do any potential additional master’s programme(s) the candidate has followed. However, in these cases the committee will consider their relevance for the proposed research.

2. Extracurricular activities

Extracurricular activities are activities the candidate engaged in during his/her study. These activities may provide insight in the candidate’s academic interests or in the candidate’s characteristics, such as commitment and perseverance, i.e. characteristics that matter when engaging in research. Extracurricular activities can either be academic or non-academic in nature.

Academic activities may include student assistantships (e.g. research and/or teaching activities), or research activities that are independently undertaken. Possible questions in the assessment are: what was the nature of these activities and what is their relevance for (carrying out) the envisaged research? Has the candidate published in academic journals (as first and/or co-author)?

Non-academic activities may include a position on the board of a student association or work experience. Possible questions in the assessment are: what was the nature of these activities? What is the relevance of these activities for the candidate’s CV and for carrying out the envisaged research?

3. Motivation

The motivation is an explanation to the CV. In this section the candidate explains why she/he desires to carry out PhD research, in particular the proposed research, and why her/his CV is fitting for the envisaged research, using no more than 350 words. The motivation also provides an opportunity to explain particular situations, e.g. delay in the study. The central question is: does the motivation convince the assessor(s) of the candidate’s drive to conduct the proposed research?

4. Research idea

The research idea is a concise description of the envisaged research. The description makes clear what the problem to be researched is, why this problem should be researched and in what way. The focus of the description lies, in this phase, on the originality of the formulated problem and the relevance of the envisaged research. However, everything mentioned by the applicant under this header is subject to assessment, including items referring to the assessment criteria of full proposals. No more than five literature references may be included. Foot notes are not allowed. If applicable, the institutional environment in which the research will be carried out can be described here. Central question is: to what degree does the description arouse the interest of the assessor(s) to read a full proposal?

4.2.2. Assessment criteria full proposal

1. Originality and potential contribution to science

Important questions in assessing the proposal are: Does the proposed research make an original and significant contribution in generating knowledge or developing theory and/or methods for the field? Has existing knowledge been used adequately? Is there any related research that is not mentioned in the proposal of which the applicant(s) should be aware? Is the proposal innovative?

2. Research setup and methods

Important questions in assessing the proposal are: Have the problem definition and research questions been defined clearly and carefully, sufficiently demarcated, and adequately worked out? Is the research proposal clearly substantiated? Are the proposed methods and the proposed framework suitable for realising the problem definition and answering the research questions? Does the working plan have a logical setup, and is it suitably phased and realistic? Are the sources mentioned accessible and suitable for answering the research questions?

3. Quality of candidate, supervision and institutional environment

Important questions in assessing the proposal are:

  • What is the quality of the PhD candidate in terms of education, extracurricular activities and motivation, but also in terms of the presentation and persuasiveness.

  • What is the quality of the supervision in terms of experience in supervising PhD students and expertise, demonstrated in publications.

  • What is the quality of the institutional environment in terms of access to necessary expertise and the reputation of the research group or institutional environment.

4. Knowledge exchange and impact

Potential

  • contribution to society and/or other academic areas;

  • disciplines and organisations that might benefit from the results.

Implementation

  • action plan to allow the outcomes of the research project to benefit the potential knowledge users;

  • if and how the potential knowledge users will be involved;

  • (concrete) outcomes for society and/or other academic disciplines;

  • the period over which knowledge utilisation is expected to occur.

The assessment committee assesses:

  • whether the applicant has given a realistic description of the potential for knowledge utilisation

  • and to what extent the applicant has presented a concrete and convincing plan for the implementation of the available potential.

  • If a researcher is of the opinion that the proposed research is not appropriate for knowledge utilisation then he/she should explain why he/she thinks that knowledge utilisation is not applicable. The assessment committee will assess the arguments given for this.

Since 2009, NWO has pursued a concrete policy that aims to stimulate the transfer of knowledge generated with the help of funding from NWO. This transfer can take place to other scientific disciplines as well as to users outside of science (industry/society). The knowledge utilisation policy is mainly targeted at increasing researchers’ awareness of knowledge utilisation. NWO therefore requests all researchers applying for funding to provide an explanation regarding the possible knowledge utilisation of their project by means of answering several questions (for example: how will knowledge utilisation be implemented and how does the researcher intend to facilitate knowledge utilisation?). This explanation is one of the assessment criteria.

During the assessment, attention is paid to:

  • a realistic representation of the knowledge utilisation possibilities (or the lack of possibilities);

  • the extent to which the action plan is made tangible with respect to knowledge utilisation.

NWO realises that the possibilities for knowledge utilisation differ per discipline and that some research projects have few if any opportunities for (direct) knowledge utilisation. In this case, an applicant should explain why no knowledge utilisation can be expected for his or her project. The selection committee members will still be asked to assess this explanation: if they are convinced that the research project indeed has no knowledge utilisation possibilities and that the applicant has satisfactorily explained this, then this should not negatively influence the overall assessment score.

Examples of knowledge utilisation can be found at www.nwo.nl/en/policies/knowledge+utilisation.

Data management

The data management section is not an assessment criterion for the research proposal. The committee only looks at the data management sections of the proposals put forward for funding after the prioritisation of the proposals has been established. The committee can make suggestions and give advice that could be helpful for the researcher in drawing up the data management plan to be submitted after funding was awarded.

For more details see paragraph 6.2 of this call for proposals.

5. Contact details and other information

5.1. Contact

5.1.1. Specific questions

For specific questions about Research Talent and this call for proposals please contact:

NWO

Domain SSH

Postbus 93461

2509 AL Den Haag

Drs. J.S. (Joris) Voskuilen, coordinator

E.V. (Eelco) van Dongen, PhD, staff member

E. (Erica) van Liempt, secretariat

Tel: +31 (0)70-344 09 44

E-mail: magwot@nwo.nl

Websites: www.nwo.nl/magwonderzoekstalent(grant page) www.nwo.nl/magwot(general information)

For the program PhDs in the Humanities, see: www.nwo.nl/gw/promotiesindegeesteswetenschappen.

5.1.2. Technical questions about the electronic application system ISAAC

For technical questions about the use of ISAAC please contact the ISAAC helpdesk. Please read the manual first before consulting the helpdesk. The ISAAC helpdesk can be contacted from Monday to Friday between 10:00 and 17:00 hours CE(S)T on +31 (0)20 346 71 79. However, you can also submit your question by e-mail to isaac.helpdesk@nwo.nl. You will then receive an answer within two working days.

6. Annexe(s)

6.1. Discipline Codes

The scientific domain of the Social Sciences is divided into four discipline groups that are in turn sub- divided into a number of (sub-) disciplines. Applications (pre proposals and full proposals) submitted to Research Talent have to fall within one of these (sub)disciplines, as does the candidate’s master that meets the requirements with respect to average grades or GPA. As such, one of the six-figure codes mentioned below has to be mentioned on the application. The provided code will determine the committee that will assess the proposal. The discipline code list can also be consulted at www.nwo.nl/magw.

Discipline group Economics and Business Administration

Economics

38.10.00 Microeconomics

38.20.00 Macroeconomics

38.30.00 Econometrics

Business Administration

39.90.00 Business Administration

Discipline Group Behaviour and Education

Psychology

40.10.00 Clinical psychology

40.20.00 Biological and medical psychology

40.30.00 Developmental psychology

40.40.00 Psychonomics and cognitive psychology

40.50.00 Social and organisational psychology

40.60.00 Psychometrics

Educational Sciences

41.90.00 Educational Sciences

Pedagogics

42.00.00 Pedagogics

Discipline Group Law and Public Administration

Law

43.10.00 Private law

43.20.00 Constitutional and administrative law

43.30.00 International and European law

43.40.00 Criminal law and criminology

Public Administration and Political Science

44.10.00 Public administration

44.20.00 Political science

Discipline group Social Sciences

Sociology

45.90.00 Sociology

Cultural anthropology

46.90.00 Cultural anthropology

Communication Science

47.90.00 Communication Science

Demographics

48.90.00 Demographics

Geography and Planning

49.10.00 Geography

49.11.00 Planning

Environmental Science

50.90.00 Environmental science

6.2. Explanation to data management

NWO wants to contribute to the development of good data management by asking researchers to make all relevant data sustainably available for reuse. For the Research Talent Grant the data management section is only required for full proposals. Therefore in the data management section, researchers will be asked before their research starts to think about how the data collected should be ordered and categorised such that it can be made freely available. Researchers will often need to take measures to this effect during the production and analysis of the data.

NWO understands ‘data’ to include collected, unprocessed data as well as analysed, generated data. This includes all conceivable forms of digital and non-digital data (such as samples, completed questionnaires, sound recordings, etc.).

NWO only requires the storage of data that are relevant for reuse. NWO assumes that within disciplines there are widely held opinions about which data are relevant for storage and reuse. Research Data Netherlands offers a checklistfor the selection of data that can be eligible for archiving.http://www.researchdata.nl/diensten/datamanagement/onderzoeksgegevens-selecteren/

Research results should be stored in such a way that they can be retrieved and reused in the long term, also by researchers in disciplines and organisations other than those in which the research took place. The operating principle is that all stored data are, in principle, freely accessible and that access is only limited if aspects such as privacy, public security, ethical limitations, property rights and commercial interests require that.

The costs of data management are eligible for funding and should be included in the project budget. Important factors that determine the costs are:

  • the type of data;

  • the capacity needed for storage and backup;

  • the amount of manual work needed to allocate metadata and the compilation of other documentation such as codebooks and the queries used in the statistical package;

  • the extent to which the data needs to be protected;

  • the hiring in of external data management expertise or other expertise.

With the data management section NWO mainly wants to raise awareness about the importance of responsible data management. The section is therefore not included in a committee's decision about whether a proposal should be awarded funding or not. NWO does, however, submit this section to the committee and referees for advice. After a proposal has been awarded funding the researcher should elaborate the section into a data management plan. For this, applicants can make use of the advice they have received.

For more information see: https://www.nwo.nl/en/policies/open+science/data+management

6.3. Weights and scores

In assessing the proposals, a 9 point scale will be used, on which 1 represents the highest/best score, and 9 the lowest/worst. All criteria will be scored (and in assessing the pre-proposals also the elements within the criteria). On the basis of the scores and overall weighted average score will be calculated. This overall average score constitutes the final score. The final score will determine the position in the ranking.

In calculating the final scores, the different weights allocated to the criteria (or elements within them) will be taken into account.

Weights applicable for pre-proposals

Criterion

Element within criterion

Weight

Education

Bachelor

10%

 

First year master’s

30%

Extracurricular

Academic/ Non-academic

10%

Motivation

 

10%

Research idea

 

40%

For each criterion applicable for pre-proposals, relevant points for the assessment have been listed in paragraph 4.2.1.

Scoring criteria for pre-proposals

For the first criterion (Education) a starting score of 5.4 applies for both bachelor and master. This score means ‘good’. The reason for this starting score is that admitted pre-proposals meet the set criteria for admission. For studies with a specific research-oriented character, such as a research master’s, a better starting score of 4.4 applies. In assessing both elements within this criterion the relevant points listed in paragraph 4.2.1 play a role and can lead to deduction of points, i.e. to a better score.

Also for the second criterion (Extracurricular activities) as starting score applies: 5.4 when activities have been carried out, 5.5 when no activities have been carried out.

No starting score applies to the criteria ‘Motivation’ and ‘Research Idea’. The entire 9 point scale applies for scoring these criteria. Pre-proposals do not receive a qualification.

Weights applicable for full proposals

Criterion

Weight

Originality and contribution to science

30%

Research setup and methods

30%

Quality of candidate, supervision, environment

30%

Knowledge exchange and impact

10%

Scoring criteria for full proposals

The entire 9 point scale applies for scoring the criteria. The score assigned to the pre-proposal does not play any role during the assessment of the full proposals.

Qualifications full proposals

The assessment of full proposals results in a qualification. The final score relates to a qualification For Research Talent the final score relates as follows to a qualification:

Range scores

Qualifications

1,0 – 1,4

Excellent

1,5 – 3,4

Very good

3,5 – 5,4

Good

5,5 – 9,0

Unsatisfactory

6.4. Grades and us grade point average (GPA)

Candidates who follow, or have concluded, an academic education in the Netherlands will usually have been graded on a scale from 1 to 10. In case the candidate has concluded, or follows, an academic education in the Netherlands, the minimal average grades relate to the Dutch grading system, i.e. the overall weighted average for the bachelor’s programme must be at least a 7,5, for the concluded first year of the master’s programme (or the concluded master’s programme) the weighted average grade must at least be 8,0. The average grades are calculated to one decimal maximally. A weighted average includes the weight that has been allocated to courses in the programme, usually expressed in ECTS. Candidates having received grades using the Dutch grading system do not convert their grades to a GPA.

Candidates who follow, or have concluded, (parts of) their academic education outside of the Netherlands, will most likely have been graded according to a different system. In these cases candidates are asked to calculate a United States Grade Point Average (GPA) on a 4 point scale. A GPA is also a weighted averaged, taking into account the weight that has been allocated to courses followed. There are different ways to calculate and represent a GPA. The Research Talent scheme follows the calculation and representation that is common in the United States, using the four point scale. GPA’s on a different scale than the US 4 point scale will not be taken into consideration.

On the internet several calculators are available to convert grades to a GPA on a 4 point scale, many of which are adaptable to the grading system used in a given country. Calculators converting US letter grades to a GPA on a 4 point scale are available on the internet as well.

In case you have calculated your GPA on a 4 point scale, you will be requested in the form for the pre-proposal to provide either the link to the online calculator, or provide the formula used. NWO reserves the right to check the provided results at random.

Utrecht University has published a conversion table for Dutch grades to the 4-point scale US GPA. On the basis of this table, the Dutch grade 7,5 equals a GPA of 3.37, and the Dutch grade 8,0 equals a GPA of 3.95. The conversion table can be consulted at http://students.uu.nl/praktische-zaken/regelingen-en-procedures/grade-point-average .

Published by: Netherlands Organisation for Scientific Research

Version: December 2016

Visiting address:

Laan van Nieuw Oost-Indië 300 2593 CE The Hague

The Netherlands

June 2017

  • ^ [1]

    Voor kandidaten die in Nederland een universitaire opleiding oude stijl hebben gevolgd geldt dat de propedeuse gelijk staat aan de bachelor, en het doctoraal gelijk aan de master.

  • ^ [2]

    Als de kandidaat een meerjarige master succesvol heeft afgerond op het moment van indiening, dan geldt een (gewogen) cijfergemiddelde van minimaal 8,0 (of een GPA van minimaal 3.95) voor de gehele masteropleiding.

  • ^ [3]

    Het kan voorkomen dat de cijfers over een succesvol afgeronde master om administratieve redenen pas na de deadline voor indiening definitief worden vastgesteld. Er kan dan worden ingediend, mits in de vooraanmelding wordt aangegeven wanneer de cijfers definitief zijn. De definitieve cijfers (en het herberekende gemiddelde/GPA) moeten uiterlijk 11 december 2017 in het bezit zijn van de coördinator van Onderzoekstalent. De vooraanmelding wordt alsnog niet ontvankelijk verklaard als vaststelling na deze datum ligt, of wanneer blijkt dat de definitieve cijfers niet aan de gestelde eis voldoen.

  • ^ [4]

    Dit is niet van toepassing op het programma Onderzoekstalent indien een promotor voor meer dan een kandidaat een uitnodiging heeft ontvangen een uitgewerkt voorstel in te dienen.

  • ^ [5]

    For candidates having concluded an old style study at a Dutch university: the bachelor equals the ‘propedeuse’ and the master the ‘doctoraal’.

  • ^ [6]

    In case the candidate has successfully concluded a master’s of two (or more) years, the weighted average is calculated over the entire study, and is at least 8,0 or a GPA of 3.95.

  • ^ [7]

    In case the master’s has been successfully concluded, but due to administrative reasons, the candidate’s grades have not been finalised when submitting the pre-proposal, it is possible to submit a pre-proposal. In that case the date on which the grades will be finalised must be mentioned in the pre-proposal. The final grades (and the recalculated average/GPA) must be sent to the Research Talent co-ordinator no later than December 11th, 2017. If this date is not met, or if the final grades/GPA do not meet the set requirements, the pre-proposal will be declared not eligible and will be immediately removed from the procedure.

  • ^ [8]

    This does not apply to Research Talent in case a promoter has been invited to submit a full proposal for more than one candidate.