Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Algemene aanwijzingen tijdelijk certificaat jeugdbescherming en jeugdreclassering

Geldend van 01-09-2017 t/m heden

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 7 juli 2017, kenmerk 2102786, houdende algemene aanwijzingen inzake de certificering van jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsinstellingen (Algemene aanwijzingen tijdelijk certificaat jeugdbescherming en jeugdreclassering)

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 3.1.4, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet;

Overwegende:

Dat op grond van artikel 3.2 van de Jeugdwet kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uitsluitend mogen worden uitgevoerd door daartoe gecertificeerde instellingen,

Dat de Minister van Veiligheid en Justitie een certificerende instelling aanwijst die verantwoordelijk is voor het verlenen, verlengen, schorsen en intrekken van certificaten en voorlopige certificaten als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid van het Besluit Jeugdwet,

Dat een instelling en alle daarvoor werkende geregistreerde professionals zodra het certificaat eindigt met onmiddellijke ingang niet meer bevoegd zijn om jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregelen uit te voeren,

Dat ingeval van intrekking, schorsing, beperking van het toepassingsbereik of niet verlenging van een certificaat de verantwoordelijke instanties zoals de betrokken gecertificeerde instelling, gemeenten, raad voor de kinderbescherming en de gerechten voldoende tijd moeten hebben om de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering over te dragen aan andere gecertificeerde instellingen die beschikken over een certificaat of een voorlopig certificaat waardoor de continuïteit van zorg en toezicht voor de daarbij betrokken jeugdigen wordt geborgd,

Dat in de huidige wet- en regelgeving duidelijke handvatten ontbreken voor de wijze waarop de certificerende instelling dient te handelen teneinde te voorkomen dat bij de intrekking of schorsing van een certificaat, het beperken van het toepassingsbereik of het afwijzen van een aanvraag tot verlenging van het certificaat, de continuïteit van zorg bij lopende jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen in gevaar komt.

Besluit:

Artikel 1

In deze algemene aanwijzingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

De certificerende instelling betrekt in zijn overwegingen om een eerder verleend certificaat te schorsen, te beëindigen, het toepassingsgebied te beperken of niet te verlengen, of de continuïteit van de onder de betrokken gecertificeerde instelling lopende jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen voldoende is geborgd.

Artikel 3

  • 1 Voor zover dat noodzakelijk is ter borging van de continuïteit van de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen verleent de certificerende instelling aan de betrokken gecertificeerde instelling een tijdelijk certificaat.

  • 2 De certificerende instelling verleent het tijdelijk certificaat alleen nadat zij heeft vastgesteld dat de betrokken gecertificeerde instelling aan de minimale eisen voldoet ten aanzien van het primaire proces voor het uitvoeren van jeugdbescherming en jeugdreclassering.

  • 3 De certificerende instelling verbindt aan het tijdelijk certificaat alle voorwaarden die zij nodig acht ter borging van de kwaliteit en veiligheid van de onder de gecertificeerde instelling lopende jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen, en stelt de Inspectie Jeugdzorg, de Inspectie Veiligheid en Justitie en de Raad voor de Kinderbescherming onverwijld op de hoogte van het verlenen van het tijdelijk certificaat.

Artikel 4

  • 1 De certificerende instelling verleent het tijdelijk certificaat als overbruggingscertificaat indien:

    • a. de gecertificeerde instelling bij de hercertificering nog niet aan alle eisen van het normenkader voldoet;

    • b. naar het oordeel van de certificerende instelling geen sprake is van fundamentele tekortkomingen en

    • c. het voldoende aannemelijk is dat de certificerende instelling het nieuwe certificaat binnen vier maanden na afloop van het oude certificaat kan verstrekken.

  • 2 In alle overige gevallen verleent de certificerende instelling het tijdelijk certificaat als beëindigingscertificaat welke de certificerende instelling in ieder geval intrekt op het moment dat alle bij de betrokken gecertificeerde instelling lopende jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen gecontroleerd aan andere gecertificeerde instellingen zijn overgedragen.

Artikel 5

  • 1 De certificerende instelling verleent een overbruggingscertificaat voor de maximale duur van vier maanden.

  • 2 De certificerende instelling verleent een beëindigingscertificaat voor de maximale duur van zes maanden.

Artikel 6

  • 1 De certificerende instelling vermeldt expliciet op het tijdelijk certificaat dat dit geen regulier certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, van de Jeugdwet betreft en of het een overbruggingscertificaat dan wel een beëindigingscertificaat betreft. De certificerende instelling vermeldt dit tevens in het openbare register van gecertificeerde instellingen op haar website.

  • 2 De certificerende instelling vermeldt voorts op het certificaat de maximale duur van het tijdelijk certificaat.

Artikel 7

Een tijdelijk certificaat kan één keer worden verlengd voor zover dat naar het oordeel van de certificerende instelling noodzakelijk is ter borging van de continuïteit van en het toezicht op de onder de betrokken gecertificeerde instelling lopende jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen. De maximale duur van de verlenging is voor een overbruggingscertificaat 2 maanden en voor een beëindigingscertificaat zes maanden.

Artikel 8

Deze algemene aanwijzingen worden op 7 juli 2017 bekendgemaakt door toezending aan de certificerende instelling en werken terug tot en met 1 juli 2017.

Artikel 9

Deze algemene aanwijzingen worden aangehaald als: Algemene aanwijzingen tijdelijk certificaat jeugdbescherming en jeugdreclassering.

Deze algemene aanwijzingen zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

K.H.D.M. Dijkhoff