Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies

Geldend van 19-07-2017 t/m heden

Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Definities

  • 2 In aanvulling op het eerste lid wordt voor de toepassing van deze beleidsregel verstaan onder:

    • a. happy flow test: het op een afgesloten terrein beoordelen van een voertuig onder ideale condities voor de uitvoering van een proef en de werking van de beschreven risicoanalyse van de geautomatiseerde functies;

    • b. proef: het verkrijgen van ervaring met verder geautomatiseerde functie van voertuigen door middel van ontheffingen als bedoeld in artikel 2a van het Besluit ontheffingverlening exceptioneel vervoer;

    • c. stress test: het op een afgesloten terrein beoordelen van het voertuig onder de minst ideale condities voor de uitvoering van een proef en de werking van de beschreven risicoanalyse van de geautomatiseerde functies;

    • d. verbonden voertuigen: één of meer voertuigen die door geautomatiseerde functies met elkaar verbonden zijn.

Artikel 2. Toepassingsgebied

Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor ontheffingen op grond van artikel 2a van het Besluit ontheffingverlening exceptioneel vervoer.

§ 2. Aanvragen ontheffingen algemeen

Artikel 3. Aanvraag

  • 1 De aanvraag wordt ingediend op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.

  • 2 Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.

Artikel 4. Wijze van indienen van de aanvraag

Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.

Artikel 5. Intrekken van de aanvraag

Een ontheffingsaanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.

§ 3. Beoordeling aanvraag

Artikel 6. Schriftelijke stukken

  • 1 Bij een aanvraag om een ontheffing worden in ieder geval de volgende documenten overgelegd:

    • a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;

    • b. een plan van aanpak waarin ten minste beschreven wordt:

      • het aantal voertuigen dan wel samenstellen van voertuigen onder vermelding van de kentekens en de voertuigidentificatienummers dan wel, indien het een niet in Nederland geregistreerd voertuig betreft, de relevante toelatingsdocumenten;

      • het doel van de proef;

      • de datums waarop de proef plaats dient te vinden en de duur van de proef;

      • een routevoorstel.

  • 2 Voorts worden gedurende de behandeling van de aanvraag de volgende documenten overgelegd:

    • a. een functionele beschrijving van de geautomatiseerde functies;

    • b. een risico analyse en een beschrijving van het voorgenomen gebruik van het voertuig en de beheersing van de geautomatiseerde functionaliteiten, mede in relatie tot omgevingsfactoren en de route, die bestaat uit:

      • een EMC verklaring conform UN/ECE reglement 10 met betrekking tot het voertuig en de geautomatiseerde functionaliteiten dan wel een document waaruit blijkt dat de EMC risico’s op andere wijze adequaat zijn geborgd;

      • een beschreven werkwijze, volgens ISO26262 onderdeel 2.5-2.7, 3.5-3.8, 4.5-4.11, 8.7-8.8 als bedoelt in Bijlage I, dan wel daaraan gelijkwaardig;

    • c. een adequaat verzekeringsbewijs met betrekking tot de proef;

    • d. een verklaring medewerking onderzoek proef;

    • e. een verklaring met betrekking tot de aanwezigheid van een apparaat voor de gegevensvastlegging dat in staat is om de gegevens te registreren afkomstig van de sensor- en controlesystemen gekoppeld aan de geautomatiseerde functies, evenals andere informatie met betrekking tot bewegingen van het voertuig dan wel de verbonden voertuigen.

  • 3 Indien documenten als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in de lidstaat van de Europese Unie waar de voertuigen zijn of waren geregistreerd, dient hieruit te blijken dat deze een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer ten minste gelijkwaardig is.

Artikel 7. Startbijeenkomst

  • 1 Ten behoeve van de behandeling van de aanvraag kan een bijeenkomst worden georganiseerd waarbij in ieder geval de volgende onderwerpen als bedoeld in artikel 6 aan de orde komen:

    • a. doel en omvang de proef;

    • b. de voor de proef relevante onderzoeksvragen van de deelnemers aan de bijeenkomst.

  • 2 Bij de bijeenkomst worden in ieder geval de wegbeheerder(s) en de SWOV uitgenodigd en kunnen tevens derden, ten behoeve van de advisering aan de Dienst Wegverkeer, worden uitgenodigd.

Artikel 8. Beoordeling door middel van testen

Na de beoordeling van de documenten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden voor een of meerdere voertuigen dan wel de verbonden voertuigen op een door de RDW aangewezen locatie een happy flow test en een stress test uitgevoerd.

Artikel 9. Advisering door derden

De Dienst Wegverkeer kan advies vragen aan deskundigen ten behoeve van de testen en de uitvoering van de proef.

§ 4. De Ontheffing

Artikel 10. Soorten ontheffingen:

  • 1 Ontheffingen worden onderscheiden in incidentele ontheffingen en langlopende ontheffingen.

  • 2 Een incidentele ontheffing kan worden afgegeven voor ten hoogste vier kentekens van voertuigen of samenstellen van voertuigen met een maximale geldigheidsduur van drie maanden en is bestemd voor:

    • a. demonstratiedoeleinden;

    • b. kortlopende proeven.

  • 3 Een langlopende ontheffing kan worden afgegeven voor ten hoogste vier kentekens van voertuigen of samenstellen van voertuigen met een maximale geldigheidsduur van één jaar.

Artikel 11. Ontheffingsdocument met bijlagen

  • 1 Een ontheffing bestaat ten minste uit:

    • a. een voorblad, waarop in ieder geval de gegevens van de aanvrager, de kentekens zijn vermeld en de geldigheidsduur zijn vermeld;

    • b. een toelichting op de proef;

    • c. een route bijlage;

    • d. diverse bijlagen die beperkingen, algemene voorschriften en, indien van toepassing, bijzondere beperkingen of voorschriften bevatten.

  • 2 In geval van een langlopende ontheffing kan, op aanvraag gedurende de geldigheidsduur van de ontheffing, uitsluitend de bijlage bijzondere beperkingen worden gewijzigd voor de resterende geldigheidsduur van de ontheffing.

Artikel 12. Beperkingen en voorschriften verbonden aan de ontheffing

  • 1 Aan iedere ontheffing worden beperkingen en algemene voorschriften verbonden en kunnen bijzondere beperkingen of bijzondere voorschriften worden verbonden.

  • 2 Bijlage II bevat beperkingen en voorbeelden van bijzondere beperkingen.

  • 3 Bijlage III bevat algemene voorschriften en voorbeelden van bijzondere voorschriften.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 14. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies.

De directie van de Dienst Wegverkeer,

Z. Baelde

Directeur Bedrijfsvoering

Bijlage II. als bedoeld in artikel 12, tweede lid

Algemene beperkingen

1. Combinatieverbod andere ontheffingen

De ontheffing mag niet worden gebruikt in combinatie met enig andere ontheffing.

2. Verbod vervoer gevaarlijke stoffen

Een ontheffing mag niet gebruikt worden voor vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Voorbeelden bijzondere beperkingen

1. Buitengewone omstandigheden

  • a. Van de ontheffing mag geen gebruik worden gemaakt bij gladheid van het wegdek en bij weersomstandigheden die het zicht beperken tot minder dan 200 m.

  • b. Indien zich dergelijke omstandigheden voordoen moet zo spoedig mogelijk het gebruik van de ontheffing worden beëindigd.

2. Bestuurders van de voertuigen

  • a. Het voertuig mag uitsluitend worden bestuurd door degene wiens naam is vermeld in de ontheffing.

  • b. De bestuurder moet aantoonbaar bekend zijn met de werking van de geautomatiseerde systemen, welke handmatige taken door de systemen worden overgenomen en de werking van de noodprocedure.

3. Personenvervoer

Personenvervoer als bedoeld in de wet personenvervoer 2000 is niet toegestaan.

4. Verbod uitrusting en vervoer vloeibare lading

Een ontheffing mag niet gebruikt voor voertuigen die zijn uitgerust of beladen met een tank voor vloeibare lading met een volume van meer dan 1.000 L.

Bijlage III. als bedoeld in artikel 12, derde lid

Algemene voorschriften

1. Documenten en elektronische gegevensdragers

  • a. De voor het voertuig of de voertuigen afgegeven ontheffing en het -aanvullende- verzekeringsbewijs moeten bij gebruik van de ontheffing aantoonbaar aanwezig zijn.

  • b. De in onderdeel a bedoelde documenten mogen aanwezig zijn op een elektronische gegevensdrager.

2. Verzekering

  • a. De houder van de ontheffing is verantwoordelijk en aansprakelijk voor gebreken aan de voertuigen en de eventuele gevolgen daarvan.

  • b. De houder van de ontheffing vrijwaart de RDW van aansprakelijkheid.

3. Bijzondere omstandigheden

In geval van (lichte) materiële schade of (licht) persoonlijk letsel, in of buiten het voertuig, wordt het rijden met de ontheffing met directe ingang opgeschort en moet direct melding hiervan worden gemaakt bij de RDW en de wegbeheerder.

Het gebruik van de ontheffing mag hervat worden na toestemming van de RDW en wegbeheerder.

4. Gegevensverzameling en -verstrekking gebruik ontheffing

  • 1. Tijdens de proef wordt een logboek bijgehouden met daarin ten minste de volgende onderwerpen:

    • a. tijdstippen van rijden;

    • b. de totale route, inclusief de handmatig gereden gedeelten;

    • c. de naam van de chauffeur;

    • d. bijzonderheden (zoals weersomstandigheden, verkeersdrukte);

    • e. eventuele schades;

    • f. uitgevoerde manoeuvres;

    • g. waargenomen fouten, inconsistenties en onvolledige terugmeldingen.

  • 2. De aanvrager en gebruikers (bestuurders) van deze ontheffing zijn verplicht om de RDW periodiek het logboek te verstrekken en medewerking te verlenen aan onderzoek omtrent de ervaringen met de inzet van het voertuig of de samenstellen van voertuigen en het gebruik van de ontheffing.

Voorbeelden bijzondere voorschriften

  • 1. Elektronische Data Capture Systeem (EDC), dataverstrekking

    Het apparaat voor de gegevensvastlegging moet ten minste de volgende informatie van een voertuig vastleggen:

    • a. de geografische locatie;

    • b. of en welke geautomatiseerde functies ingeschakeld zijn;

    • c. versienummers software;

    • d. de snelheid;

    • e. besturingsopdrachten en -activering;

    • f. remopdrachten en -activering;

    • g. de activatie van een geluidsignaalinrichting;

    • h. de plaats op de rijbaan;

    • i. de werking van de lichten en richtingaanwijzers;

    • j. sensorgegevens over de aanwezigheid van andere weggebruikers of nabije voorwerpen;

    • k. van de op afstand gegeven opdrachten die van invloed kunnen zijn op de bewegingen.

  • 2. Deze informatie moet periodiek aan de Dienst Wegverkeer worden verstrekt.