Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ laag 4

Geldend van 30-06-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 23 juni 2017, nr. WJZ/17097583, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de aanvraag en veiling van vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ in restruimte laag 4 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen digitale radio-omroep DAB+ laag 4)

De Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. aanvrager: degene die een aanvraag heeft ingediend;

  • b. activiteitsniveau: totaal aantal activiteitspunten waarover een deelnemer op een gegeven moment in de veiling kan beschikken en welk aantal de maximale biedbevoegdheid van die deelnemer bepaalt om actief te zijn of te blijven in de veiling;

  • c. activiteitspunt: aan een te veilen digitale omroepvergunning toegekend punt ten behoeve van het bepalen van het activiteitsniveau van een deelnemer;

  • d. allotment: het gebied dat gelegen is binnen de contouren zoals gevisualiseerd in de betrokken bijlage van onderscheidenlijk vergunning allotment 7A, vergunning allotment 9D-N of vergunning allotment 9D-Z;

  • e. bekendmakingsbesluit: Besluit bekendmaking veiling restruimte DAB+ laag 4;

  • f. bod: bieding, uitgebracht door een deelnemer via het elektronisch veilingsysteem van de minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem;

  • g. deelnemer: aanvrager die toegelaten is tot de betrokken veiling;

  • h. minister: minister van Economische Zaken;

  • i. rente: volgens actual/360 berekende rente op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%;

  • j. rondeprijs: minimaal te bieden bedrag, vastgesteld per vergunning voor digitale radio-omroep, per biedronde;

  • k. vergunning allotment 7A: vergunning voor het gebruik van 1/18e deel van de capaciteit van de multiplex in het frequentieblok 7A in het bijbehorende allotment 7A, als omschreven in bijlage 1 van het bekendmakingsbesluit;

  • l. vergunning allotment 9D-N: vergunning voor het gebruik van 1/18e deel van de capaciteit van de multiplex in het frequentieblok 9D in het bijbehorende allotment 9D-N, als omschreven in bijlage 2 van het bekendmakingsbesluit;

  • m. vergunning allotment 9D-Z: vergunning voor het gebruik van 1/18e deel van de capaciteit van de multiplex in het frequentieblok 9D in het bijbehorende allotment 9D-Z, als omschreven in bijlage 3 van het bekendmakingsbesluit;

  • n. vergunning voor digitale radio-omroep: vergunning voor het gebruik van 1/18e deel van de capaciteit van de multiplex in het frequentieblok 7A of 9D, in het bijbehorende allotment 7A onderscheidenlijk 9D-N of 9D-Z, dat ingevolge het bekendmakingsbesluit wordt verdeeld.

§ 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld:

  • a. negen vergunningen allotment 7A;

  • b. acht vergunningen allotment 9D-N;

  • c. veertien vergunningen allotment 9D-Z.

§ 3. Vergunningaanvraag en zekerheidsstelling

Artikel 3

  • 1 Degene die voor een vergunning voor digitale radio-omroep in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in.

  • 2 De aanvraag wordt in de periode van 3 juli 2017 tot 14 augustus 2017 voor 16.00 uur per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:

    Agentschap Telecom Ter attentie van: Projectteam uitgifte DAB+ vergunningen laag 4 Emmasingel 1 9726 AH Groningen
  • 3 De persoonlijke overhandiging vindt in de genoemde periode plaats op werkdagen tussen 9.30 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 16.00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

  • 4 In de aanvraag wordt vermeld op welk aantal vergunningen voor digitale radio-omroep de aanvraag betrekking heeft.

  • 5 In de aanvraag vermeldt de aanvrager, ten behoeve van het vaststellen van de noodzaak van veilen overeenkomstig artikel 11, per allotment 7A, 9D-N en 9D-Z hoeveel vergunningen voor digitale radio-omroep hij bij voorkeur wenst te verwerven, uitgaande van het aantal waar de aanvraag ingevolge het vierde lid betrekking op heeft.

  • 6 In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

  • 7 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat, onverminderd de overigens in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

  • 8 De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

  • 9 Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

  • 10 De gegevens en bescheiden, bedoeld in het negende lid, mogen in afwijking van het achtste lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

  • 11 De aanvrager informeert de minister per aangetekende brief, die wordt geadresseerd op de in het tweede lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage I bedoelde gegevens en bescheiden.

Artikel 4

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag af indien niet is voldaan aan artikel 3, tweede lid.

Artikel 5

  • 1 Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod en teneinde te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie per vergunning voor digitale radio-omroep waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft, ter grootte van de waarde, opgenomen in tabel 1, corresponderend met het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft.

    Tabel 1

    Aantal vergunningen waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft

    Bedrag zekerheidsstelling

    1 tot en met 9 vergunningen

    € 10.000,– per vergunning

    10 tot en met 15 vergunningen

    € 100.000,–

    16 tot en met 20 vergunningen

    € 120.000,–

    21 tot en met 25 vergunningen

    € 140.000,–

    26 tot en met 31 vergunningen

    € 160.000,–

  • 2 De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:

    • a. in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van de afwijzing;

    • b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit om de aanvraag niet te behandelen;

    • c. in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het winnende bod als bedoeld in artikel 23, vierde lid, volledig is betaald.

  • 3 Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

    • a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer 705001199, IBAN: NL41INGB0705001199, BIC: INGBNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Agentschap Telecom, Afdeling Bedrijfsvoering – Finance, onder vermelding van veiling restruimte DAB+ laag 4, of

    • b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage II, is ontvangen op het in artikel 3, tweede lid, genoemde adres.

Artikel 6

  • 2 De aanvrager heeft gedurende tien werkdagen, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 3 De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 16.00 uur van de laatste werkdag van die termijn.

    Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt binnen dezelfde termijn, en met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 5, derde lid.

  • 4 Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden, de datum en het tijdstip waarop de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, zijn ontvangen.

Artikel 7

Een aanvrager verstrekt ter onderbouwing van zijn financiële draagkracht om te kunnen voldoen aan diens aan de vergunning voor digitale radio-omroep verbonden verplichtingen en de daaruit voortvloeiende investeringen:

  • a. een bankverklaring overeenkomstig bijlage III, of

  • b. een kopie van een bankafschrift van de rekening op naam van de aanvrager waaruit ten tijde van de aanvraag of in ten hoogste vier weken voorafgaande aan het indienen van de aanvraag een positief saldo blijkt van ten minste € 15.000,– per vergunning voor digitale radio-omroep waar zijn aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft.

Artikel 8

De aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 9

  • 1 De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

  • 2 De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

    • a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, noch is door de aanvrager faillissement aangevraagd, en

    • b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd.

  • 3 Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

  • 4 De minister wijst de aanvraag af, indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid is voldaan.

Artikel 10

  • 1 Een aanvrager verklaart door middel van een door hem ondertekende verklaring, overeenkomstig bijlage IV bij deze regeling, dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich na het indienen van de aanvraag zal onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.

  • 2 De minister kan een aanvraag afwijzen als naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

§ 4. Vaststelling eventuele schaarste

Artikel 11

In geval de minister ten aanzien van een bij een frequentieblok behorende allotment vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, de aanvraag is afgewezen, of waarvan de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, op grond van artikel 3, vijfde lid, meer voorkeuren voor dat allotment zijn aangegeven dan er in dat allotment aan vergunningen beschikbaar zijn, worden alle vergunningen voor digitale radio-omroep met toepassing van de in paragraaf 5 van deze regeling vermelde veilingprocedure verdeeld.

Artikel 12

  • 1 Indien na toepassing van artikel 11 de noodzaak van veilen van een vergunning voor digitale radio-omroep is komen vast te staan, deelt de minister de aanvragers, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, de aanvraag is afgewezen, of waarvan de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, schriftelijk mee dat zij als deelnemer worden toegelaten tot de veiling.

  • 2 Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens bekendgemaakt:

    • a. het totaal aantal deelnemers aan de veiling;

    • b. het aantal activiteitspunten waarover de deelnemer aan het begin van de veiling kan beschikken.

§ 5. De veiling

Artikel 13

  • 1 De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem, en geschiedt door middel van een simultane meerrondenveiling.

  • 2 Biedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

  • 3 Andere communicatie vindt plaats via het elektronisch veilingsysteem dan wel telefonisch of per e-mail, waarbij de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres en de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres bedoeld in artikel 14, onderdeel d.

  • 4 De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

  • 5 De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.

Artikel 14

De minister deelt een deelnemer uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling schriftelijk mee:

  • a. de datum en de aanvangstijd van de eerste biedronde;

  • b. de duur van de eerste biedronde en, voor zover van toepassing, dat de biedronde overeenkomstig artikel 16, derde lid, niet eerder eindigt dan nadat die duur is verstreken;

  • c. de voor de veiling benodigde programmatuur;

  • d. het telefoonnummer en het e-mailadres waarop de minister bereikbaar is;

  • e. de combinatie van een gebruikersnaam en wachtwoord van de deelnemer, en

  • f. het internetadres waarop de deelnemer inlogt teneinde aan de veiling deel te nemen.

Artikel 15

  • 1 Een deelnemer, inbegrepen diegene die een deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat, onthoudt zich van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

  • 2 De minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste lid.

  • 3 Indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste lid, kan de minister de betrokken deelnemer uitsluiten van verdere deelname aan de veiling en het bod of de biedingen van de betrokken deelnemer uit een of meerdere biedronden ongeldig verklaren.

  • 4 Onverminderd het derde lid, kan de minister, indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste lid, de uitkomst van een of meer biedronden ongeldig verklaren en besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.

Artikel 16

  • 1 De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 17, eindigt een biedronde zodra de door de minister vastgestelde duur van de biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken, of zoveel eerder als alle deelnemers, die op grond van hun beschikbare activiteitsniveau daartoe gerechtigd zijn, een bod hebben uitgebracht.

  • 3 In afwijking van het tweede lid, kan de minister bij het vaststellen van de duur van een biedronde, bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de biedronde niet eerder eindigt dan nadat de door hem vastgestelde duur van die biedronde is verstreken, ongeacht of alle deelnemers die op grond van hun beschikbare activiteitsniveau daartoe gerechtigd zijn eerder dan het verstrijken van de biedronde een bod hebben uitgebracht.

Artikel 17

  • 1 Indien een deelnemer een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bod uitbrengt op een of meerdere vergunningen, wordt die biedronde voor die deelnemer eenmalig van rechtswege verlengd met een termijn van 30 minuten.

  • 2 Een verlenging als bedoeld in het eerste lid vindt in ten hoogste twee biedronden per deelnemer plaats, niet meegerekend biedronden waarvoor de minister op grond van artikel 15, vierde lid, of artikel 18, derde lid, heeft besloten dat deze opnieuw moeten worden gehouden.

  • 3 In de situatie dat alle actieve deelnemers een bod in de biedronde of verlengde biedronde hebben uitgebracht, bedoeld in artikel 18, derde lid, aanhef en onder a, maar een deelnemer daartoe gebruik heeft moeten maken van een verlenging, bedoeld in het eerste lid, omdat technische problemen zijn ontstaan voor het verstrijken van de biedronde, kan de minister, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, besluiten dat die verlengde biedronde overeenkomstig het tweede lid niet wordt meegerekend.

  • 4 Een op grond van het eerste lid verlengde biedronde is afgelopen zodra de termijn van de verlengde biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken, of zoveel eerder als alle deelnemers wiens biedronde is verlengd, een bod hebben uitgebracht.

  • 5 De minister deelt in het geval, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk aan alle deelnemers mee dat de biedronde ten behoeve van een of meer deelnemers is verlengd.

Artikel 18

  • 1 De minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen buiten de beïnvloedingssfeer van de minister of de deelnemers of indien technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden. Een bijzondere omstandigheid of technisch probleem wordt door een deelnemer onverwijld maar uiterlijk binnen 10 minuten na afloop van een biedronde of verlengde biedronde per telefoon gemeld aan de minister.

  • 2 Indien de technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de minister verlangen dat zijn biedingen worden uitgebracht door middel van een computer die de minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.

  • 3 Indien de veiling wordt opgeschort, kan de minister ten aanzien van de biedronde of verlengde biedronde waarin of waarna de bijzondere omstandigheden of technische problemen zijn opgetreden besluiten dat:

    • a. alle biedingen uitgebracht in die ronde ongeldig worden verklaard, tenzij alle nog actieve deelnemers reeds een bod in die ronde hebben uitgebracht;

    • b. die biedronde ongeldig wordt verklaard en opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 19

  • 1 Elke vergunning voor digitale radio-omroep komt overeen met 1 activiteitspunt.

  • 2 Het activiteitsniveau van een deelnemer bedraagt:

    • a. in de eerste biedronde, het aantal activiteitspunten dat hem op grond van artikel 12, tweede lid, onderdeel b, is medegedeeld;

    • b. in biedronden volgend op de eerste biedronde, het aantal activiteitspunten van het bod van de deelnemer in de voorgaande ronde.

  • 3 In afwijking van het tweede lid bedraagt het activiteitsniveau van een deelnemer:

    • a. in de biedronde volgend op de biedronde waarin een of meer biedingen van de deelnemer als hoogste bod is aangemerkt, het aantal activiteitspunten van het bod van de deelnemer in de voorgaande ronde minus het aantal activiteitspunten van de vergunning of vergunningen voor digitale radio-omroep waarvoor de deelnemer het hoogste bod in de voorafgaande ronde heeft uitgebracht;

    • b. in de biedronde volgend op een biedronde waarin het hoogste bod van de deelnemer is overboden, het aantal activiteitspunten van het bod van de deelnemer in de voorgaande ronde plus het aantal activiteitspunten van de vergunning of vergunningen voor digitale radio-omroep ten aanzien waarvan zijn hoogste bod is overboden.

  • 4 Een deelnemer brengt in een biedronde geen bod uit:

    • a. die hoger is dan het activiteitsniveau van de deelnemer in die biedronde;

    • b. op een vergunning voor digitale radio-omroep waarvoor de deelnemer het hoogste bod heeft.

Artikel 20

  • 1 Een bieding wordt uitgebracht in eenheden van honderd euro en bedraagt minimaal de voor die biedronde vastgestelde rondeprijs.

  • 2 Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden.

  • 3 De rondeprijs bedraagt in de eerste biedronde € 0,– per vergunning voor digitale radio-omroep.

  • 4 De rondeprijs voor een vergunning voor digitale radio-omroep in de volgende biedronden is gelijk aan het in de voorgaande biedronde hoogst geboden bedrag voor die vergunning, vermeerderd met een door de minister vast te stellen bedrag.

Artikel 21

  • 1 Na elke biedronde stelt de minister per vergunning voor digitale radio-omroep het hoogst geboden bedrag voor die vergunning vast als hoogste bod.

  • 2 Indien in een biedronde twee of meer deelnemers hetzelfde hoogste bedrag voor eenzelfde vergunning voor digitale radio-omroep hebben geboden, wordt door middel van loting met gebruikmaking van de veilingsoftware vastgesteld wie van hen wordt aangemerkt als de deelnemer die het hoogste bod in die ronde op die vergunning voor digitale radio-omroep heeft uitgebracht.

Artikel 22

  • 1 De minister deelt elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

    • a. het rondenummer van de vorige biedronde;

    • b. per vergunning voor digitale radio-omroep, of 1 of meer biedingen zijn uitgebracht;

    • c. per vergunning voor digitale radio-omroep, het hoogste bod;

    • d. het aantal deelnemers dat nog actief is in de veiling, waarbij de code van de deelnemers wordt vermeld, maar de identiteit van de overige deelnemers geheim blijft;

    • e. per vergunning voor digitale radio-omroep de rondeprijs die in de volgende biedronde geldt;

    • f. de aanvangstijd, de duur van de volgende biedronde en in hoeverre in die biedronde op grond van artikel 16, derde lid, afgeweken wordt van artikel 16, tweede lid, en

    • g. het rondenummer van de volgende biedronde.

  • 2 In aanvulling op het eerste lid deelt de minister elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

    • a. zijn in die biedronde uitgebrachte bod of biedingen, of het gebrek daaraan;

    • b. in hoeverre zijn bod is aangemerkt als hoogste bod, met vermelding van de betrokken vergunning voor digitale radio-omroep;

    • c. het activiteitsniveau van de deelnemer in de volgende biedronde;

    • d. zijn verlengingsmogelijkheden in de volgende biedronde.

  • 3 In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt geen informatie over een volgende biedronde gegeven indien de biedronden op grond van artikel 23, eerste lid, definitief eindigen.

Artikel 23

  • 1 De laatste biedronde is:

    • a. de eerste biedronde waarin op geen enkele vergunning een bod is uitgebracht, of

    • b. die door de minister als laatste ronde is aangekondigd.

  • 2 De minister kan de ronde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, afkondigen indien naar het redelijk oordeel van de minister het verloop van de veiling zodanig is dat de vergunningen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden verleend.

  • 3 De ronde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt door de minister minimaal tien ronden voorafgaand aan die ronde aangekondigd aan de deelnemers.

  • 4 Het in de ronde voorafgaande aan de laatste biedronde uitgebrachte hoogste bod, of, in geval de laatste ronde door de minister is aangekondigd, het in die laatste biedronde uitgebrachte hoogste bod, wordt aangemerkt als winnend bod voor die vergunning.

§ 6. Vergunningverlening na veiling

Artikel 24

  • 1 Na beëindiging van de veiling, verleent de minister telkens de betreffende vergunning voor digitale radio-omroep aan de deelnemer die ingevolge artikel 23 het winnende bod voor die vergunning voor digitale radio-omroep heeft uitgebracht. De minister deelt alle deelnemers mee aan welke deelnemers de vergunningen voor digitale radio-omroep worden verleend.

  • 2 De minister wijst de overige aanvragen voor de betreffende vergunning voor digitale radio-omroep af.

  • 3 Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan:

    • a. stort de minister de waarborgsom van iedere deelnemer aan wie geen vergunning voor digitale radio-omroep is verleend, terug;

    • b. stuurt de minister aan de bank van iedere deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend en die ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, per aangetekende brief een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer.

  • 4 Het door de deelnemer, aan wie de vergunning voor digitale radio-omroep op grond van het eerste lid wordt verleend, verschuldigde bedrag is gelijk aan het winnende bod, bedoeld in artikel 23, vierde lid.

  • 5 De deelnemer aan wie een vergunning is verleend, betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken nadat de vergunning aan hem is verleend op de wijze die is bepaald in zijn vergunning.

  • 6 Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, zodra het verschuldigde bedrag ingevolge het vijfde lid van de deelnemer is ontvangen, per aangetekende brief een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van die deelnemer. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer.

  • 7 Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een waarborgsom heeft gestort wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning verschuldigde bedrag, bedoeld in het vierde lid, met dien verstande dat:

    • a. indien de waarborgsom van een deelnemer minder dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt overeenkomstig het vijfde lid, en

    • b. indien de waarborgsom van een deelnemer meer dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de waarborgsom dat resteert, aan die deelnemer wordt teruggestort uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan.

  • 8 De minister vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 5, derde lid, onder a, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:

    • a. voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort: voor de deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend, of

    • b. waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan: voor de deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, met dien verstande dat er alleen rente wordt betaald over het door de deelnemer gestorte bedrag.

  • 9 De minister vergoedt voorts aan een deelnemer van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag, rente over het restant, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, over de periode vanaf de dag na de dag dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.

  • 10 De minister stort de rente, bedoeld in het achtste en negende lid, terug op dezelfde dag waarop hij de waarborgsom of het bedrag dat resteert van de waarborgsom, terugstort.

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 25

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 26

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ laag 4.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 23 juni 2017

De Minister van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Bijlage I. behorend bij artikel 3, zevende lid

– Model aanvraagformulier –

Onderdeel A. Bestuurdersverklaring

Ondergetekende, bevoegd op grond van het bij deze aanvraag overgelegde uittreksel uit het handelsregister, de overgelegde statuten en/of de overgelegde volmacht, verklaart dat de informatie die in deze aanvraag is verstrekt juist en volledig is.

Naam: ....

Plaats: .....

Datum: .....

Handtekening: .....

Onderdeel B. De aanvrager

B.1. Algemeen

  • a) Statutaire naam aanvrager: .....

  • b) Rechtsvorm, met vermelding van het recht van het land dat deze rechtsvorm beheerst (bijvoorbeeld Besloten vennootschap naar Nederlands recht’): ....

  • c) Vestigingsplaats, en als deze niet dezelfde zijn, de statutaire zetel en de zetel van het hoofdbestuur: ....

  • d) (Een beschrijving van) Het doel en van de feitelijke werkzaamheden van de aandeelhouders van de aanvrager, voor zover deze aandeelhouders rechtspersonen zijn: .....

  • e) Nummer van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: .....

  • f) Land van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: .....

  • g) Beherende instantie van het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: ....

  • h) E-mailadres: .....

  • i) Het telefoonnummer waarop in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 18 van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ laag 4 (hierna: de Regeling) de vertegenwoordigingsbevoegden, bedoeld in onderdeel B.2, tijdens de veiling bereikbaar is: .....

Bij de aanvraag wordt gevoegd:

  • j) Recente uittreksels van de aanvrager uit het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register, niet ouder dan een maand gerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag;

  • k) Statuten van de aanvrager;

  • l) De ingevolge de Regeling vereiste ondertekende verklaringen, overeenkomstig bijlagen III en IV van de Regeling (zie de artikelen 7 en 10 van de Regeling);

  • m) Een kopie van de toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008 (zie artikel 8 van de Regeling).

B.2. Vertegenwoordigingsbevoegdheid

Opgave van degene(n) die bevoegd is (zijn) om de aanvrager rechtsgeldig te vertegenwoordigen in verband met deze aanvraag en alle handelingen gedurende de veilingprocedure, met opgave van eventuele beperkingen met betrekking tot die vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Indien de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet blijkt uit het handelsregister of een daarmee vergelijkbaar register, maar uit een volmacht, moet een kopie van de volmacht worden bijgevoegd.

Indien de vertegenwoordigingsbevoegdheid blijkt uit de statuten, wordt het betrokken artikelnummer van de statuten vermeld.

b.2.1. Functionaris 1

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening: .....

b.2.2. Functionaris 2

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: ....

Handtekening .....

b.2.3. Functionaris 3

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening .....

b.2.4. Functionaris 4

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening .....

B.3. Statutaire en financiële positie

B.3.1 De aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

B.3.2 De aanvrager is wel/niet*ontbonden.

B.3.3 De aanvrager is wel/niet* failliet verklaard.

B.3.4 De aanvrager heeft wel/niet* eigen aangifte tot faillissement gedaan.

B.3.5 Een verzoek tot faillissement van de aanvrager is wel/niet* ingediend.

B.3.6 Aan de aanvrager is wel/geen* surseance van betaling verleend.

B.3.7 De aanvrager heeft wel/geen* aanvraag tot surseance van betaling gedaan.

*Doorhalen wat niet van toepassing is.

B.4. Verklaring notaris

Ondergetekende, notaris te .....(plaatsnaam)

Verklaart, zonder voorbehoud, dat:

  • (i) de informatie die in deze aanvraag is verstrekt onder B.1, sub a, b, c, e, f, g en k, B.3.1, B.3.2, B.3.3 en B.3.6 door hem is geverifieerd en juist en volledig is bevonden;

  • (ii) dat de informatie die in deze aanvraag is verstrekt onder B.1, sub j, B.3.4, B.3.5 en B.3.7 door hem naar beste kunnen is geverifieerd en naar zijn oordeel juist en volledig is;

  • (iii) de personen genoemd bij B.2 door hem/haar zijn geïdentificeerd in persoon, volgens de regels van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, ten behoeve van de minister, ten bewijze waarvan een kopie van het identiteitsbewijs aan de hand waarvan verificatie van de identiteit heeft plaatsgevonden hierbij wordt gevoegd, en dat die personen in zijn bijzijn zijn/haar handtekening heeft geplaatst bij B.2.

Naam: .....

Plaats .....

Datum: ....

Handtekening

.....

De verklaring van de notaris mag desgewenst door middel van een bijlage worden verstrekt.

Onderdeel C. Specificatie aanvraag

C.1

Mijn aanvraag heeft betrekking op ........................... <<invullen aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waarvoor u in aanmerking wenst te komen>> vergunningen voor digitale radio-omroep die blijkens het bekendmakingsbesluit worden verdeeld.

NB: Het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waar u over wenst te beschikken is van belang voor:

a. het aantal activiteitspunten waarover u aan het begin van de veiling kan beschikken;

b. de omvang van de zekerheidsstelling, bedoeld in artikel 5 van de Regeling;

c. de omvang van de financiële draagkracht die u ingevolge artikel 7 van de Regeling moet onderbouwen.

C.2

Mijn voorkeur gaat uit naar:

In onderstaande tabel vermeldt u naar welke vergunningen uw voorkeur uit gaat. Het aantal voorkeuren dat u in onderstaande tabel vermeldt is gelijk aan het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waarop uw aanvraag ingevolge onderdeel C.1 betrekking heeft. Daarbij kunt u er voor kiezen om het in onderdeel C.1 vermelde aantal vergunningen te verdelen over de verschillende allotments. In geval uw voorkeur naar slechts één allotment uit gaat, kunt u het totale in onderdeel C.1 vermelde aantal bij het desbetreffende allotment van uw voorkeur vermelden.
Allotment Aantal vergunningen
Voorkeur allotment 7A  
Voorkeur allotment 9D-N  
Voorkeur allotment 9D-Z  

NB: De door u vermelde voorkeuren zijn uitsluitend van belang voor het bepalen van de noodzaak van veilen van de beschikbare vergunningen voor digitale radio-omroep op grond van artikel 11 van de Regeling.

Bijlage II. behorend bij artikel 5, derde lid, onderdeel b

– Model bankgarantie –

I. De ondergetekende .......................................... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte)*, gevestigd te ........................................, mede kantoorhoudende te ........................................, hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

  • A. dat artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken (hierna: ‘de Minister’);

  • B. dat de Minister bij besluit van ................................ (datum) heeft bekendgemaakt dat de in dat besluit vermelde vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4 middels een veilingprocedure zullen worden verdeeld;

  • C. dat .......................................................... (naam aanvrager), rechtspersoon naar .............................................. (het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte)* recht, waarvan de zetel is gevestigd te .................................................................., kantoorhoudende te ..............................................................., hierna te noemen: ‘de Aanvrager’, voornemens is een bieding in de veiling uit te brengen teneinde een of meerdere van de vergunningen voor digitale radio-omroep als opgenomen in het onder B bedoelde bekendmakingsbesluit te verwerven;

  • D. dat de Minister met betrekking tot de verdeling van vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4 regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ laag 4 (hierna: de Regeling);

  • E. dat degene die een aanvraag om de voornoemde vergunningen indient op grond van artikel 5 van de Regeling verplicht is voor de vergunning een zekerheid te verschaffen door een waarborgsom ter grootte van het in tabel 1 in dat artikel opgenomen bedrag, corresponderend met het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep, waar de aanvraag op grond van artikel 3, vierde lid, van de Regeling betrekking op heeft, te storten dan wel voor dat bedrag een bankgarantie te verstrekken. Deze zekerheid heeft een looptijd tot, in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van die afwijzing, tot, in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit omd e aanvraag niet te behandelen, of tot, in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bod volledig is betaald;

  • F. dat de Aanvrager op grond hiervan is gehouden een waarborgsom te storten of een bankgarantie te doen stellen ter zekerheid van al hetgeen de aanvrager ter zekerheid verschuldigd is, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de statutaire zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;

  • G. dat de Aanvrager de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is.

II. Verbindt zich tot het navolgende:

  • 1. De Bank stelt zich bij wijze van zelfstandige verbintenis tot een bedrag van € ......................** (zegge: ......................................... euro**), onherroepelijk garant jegens de Staat voor de betaling van al hetgeen de Staat blijkens een schriftelijke verklaring van de Staat ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen heeft, aldus dat de Bank zich verbindt het gevorderde bedrag als eigen verplichting aan de Staat te voldoen.

  • 2. De Bank verbindt zich om als eigen schuld op eerste verzoek en op de enkele schriftelijke mededeling van de Staat zonder overlegging van enig ander document of opgaaf van redenen te verlangen, aan de Staat te voldoen het bedrag dat de Staat verklaart ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen te hebben, met dien verstande dat de Bank nimmer gehouden is aan de Staat meer te voldoen dan het hiervoor vermelde maximumbedrag.

  • 3. Deelberoepen onder deze bankgarantie zijn mogelijk. Het maximumbedrag van deze bankgarantie wordt met een bedrag gelijk met dat van elk deelberoep verlaagd.

  • 4. Deze bankgarantie vervalt na ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van de Staat dat de bankgarantie vervalt en in ieder geval één jaar na datum van ondertekening van deze garantie, tenzij de Bank ten minste één maand voor de einddatum van de garantie per aangetekende brief een schriftelijke verklaring van of namens de Minister heeft ontvangen dat deze bankgarantie niet vervalt, in welk geval de garantie telkens voor een nieuwe termijn van een jaar geldig is.

  • 5. Deze bankgarantie wordt beheerst door Nederlands recht. Geschillen ter zake van deze bankgarantie kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te ’s-Gravenhage.

  • 6. Na verval van deze bankgarantie kan de Staat geen enkele aanspraak meer maken jegens de Bank uit hoofde van deze bankgarantie tenzij de Bank voorafgaande aan het moment waarop deze bankgarantie zou vervallen een mededeling ontving als bedoeld onder 2 waaraan de Bank nog niet voldeed. Op verzoek van de Bank zal de Staat deze bankgarantie nadat deze is vervallen retourneren aan de Bank.

Plaats: ..........................................................................................................................................................................

Datum: .........................................................................................................................................................................

Naam Bank en ondertekening

.....................................................................................................................................................................................

* hetgeen in het bovenstaande cursief is gedrukt moet door de Bank worden ingevuld.

** het bedrag invullen overeenkomstig de in artikel 5 van de Regeling opgenomen tabel 1. In geval uw aanvraag betrekking heeft op maximaal 9 vergunningen, dan bedraagt de bankgarantie € 10.000 x het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waar de aanvraag betrekking op heeft. Dit betekent dat als de aanvraag betrekking heeft op één vergunning voor digitale radio-omroep de bankgarantie € 10.000 betreft, als de aanvraag op twee vergunningen betrekking heeft de bankgarantie € 20.000 betreft, etc.

In geval uw aanvraag betrekking heeft op 10, 11, 12, 13, 14 of 15 vergunningen dan is het in te vullen bedrag in alle gevallen € 100.000.

In geval uw aanvraag betrekking heeft op 16, 17, 18, 19, of 20 vergunningen dan is het in te vullen bedrag in alle gevallen € 120.000.

In geval uw aanvraag betrekking heeft op 21, 22, 23, 24 of 25 vergunningen dan is het in te vullen bedrag in alle gevallen € 140.000.

In geval uw aanvraag betrekking heeft op 26, 27, 28, 29, 30 of 31 vergunningen dan is het in te vullen bedrag in alle gevallen € 160.000.

Bijlage III. behorend bij artikel 7

– Modelverklaring inzake financiële draagkracht –

Instructie: het bedrag waar deze bankverklaring betrekking op heeft is afhankelijk van het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waar de aanvraag betrekking op heeft.

I. De ondergetekende

........................................................... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ......................................., mede kantoorhoudende te ......................................................., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

  • A. dat artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken (hierna: ‘de Minister’);

  • B. dat de Minister bij besluit van.............................. (datum) heeft bekendgemaakt dat de in dat besluit vermelde vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4 middels een veilingprocedure zullen worden verdeeld;

  • C. dat de Minister met betrekking tot de verdeling van vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4 regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in deRegeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ laag 4 (hierna: de Regeling);

  • D. dat degene aan wie een vergunning voor digitale radio-omroep is verleend, verplicht is om te investeren in de ingebruikname en exploitatie van digitale radio-omroep en om met maximaal 17 andere vergunninghouders gezamenlijk één elektronisch communicatienetwerk hiervoor in gebruik te nemen en te exploiteren;

  • E. dat het voor het succes van digitale radio-omroep van belang is dat een partij alleen een vergunning verwerft indien er enige zekerheid is dat hij als vergunninghouder de noodzakelijke investeringen ten behoeve van digitalisering, zoals genoemd onder D., kan doen en daartoe over een minimale financiële draagkracht beschikt.

Verklaart hiermee dat

Naam aanvrager voor een vergunning __________________________________

Gevestigd te __________________________________

over zodanige financiële draagkracht beschikt, dat hij op de dag van ondertekening van deze verklaring een bedrag van € 15.000,– x ........................ [het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep, waar zijn aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, van de Regeling betrekking op heeft] = €................................. kan betalen.

Deze verklaring is uitsluitend bestemd voor de Staat der Nederlanden en kan daarom niet door enig ander persoon dan wel voor enig ander doel worden gebruikt.

Deze verklaring wordt verstrekt naar beste weten, onder uitsluiting van iedere aansprakelijkheid of verplichting van de bank jegens derden.

Naar waarheid ingevuld,

Naam bank:  
Naam ondertekenaar:  
Functie:  
Handtekening:  
Datum:  

Bijlage IV. behorend bij artikel 10, eerste lid

Ondergetekende verklaart dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag hebben onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich zullen onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het doen van dergelijke gedragingen.

Naam aanvrager:

Naam ondertekenaar:

Handtekening: