Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de belichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus, 2017[Regeling vervalt per 28-10-2017.]

Geldend van 01-07-2017 t/m heden

Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 8 juni 2017, nr. 17086929, houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter bescherming van de belichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus (Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de belichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus, 2017)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);

BESLUIT:

Artikel 1

Tijdelijke vrijstelling als bedoeld in artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt verleend voor het gebruik van V10 (5–25 mg/L VX1 en 5–25 mg/L VC1) ter bescherming van de belichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus.

Artikel 2

De vrijstelling is slechts van toepassing indien de gebruiksvoorschriften in de bijlage bij dit besluit worden nageleefd.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2017 en vervalt op 28 oktober 2017.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de belichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus, 2017.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

namens deze,

R.P. van Brouwershaven

directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit

Bijlage Wettelijk gebruiksvoorschrift V10 (5–25 mg/l VX1 en 5–25 mg/l VC1)

Wettelijk Gebruiksvoorschrift

Toegestaan is uitsluitend het professionele gebruik als microbiologisch middel door middel van een gewasbehandeling in de volgende toepassingsgebieden (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.0, Ctgb juni 2011) onder de vermelde toepassingsvoorwaarden.

Toepassingsgebied

Type toepassing

Te bestrijden organisme

Dosering (middel) per toepassing

Maximale dosering (middel) per toepassing

Maximaal aantal toepassingen per teeltcyclus

Veiligheidstermijn in dagen

Tomaat (bedekte productie teelt)

gewasbehandeling door inwrijven, na het planten

Pepinomozaïekvirus

10% (1 L middel per 10 L water)1

0,8 L/ha

1

14

  • 1 in combinatie met 15 gram carborundum per 1 L inwrijfvloeistof.

Gewasbehandeling door inwrijven toepassen in 8 L water per ha.

Toepassingsvoorwaarden

Het middel mag uitsluitend worden toegepast in de bedekte onbelichte productieteelt van tomaten.

Toepassing van het middel in de opkweek van tomatenplanten is niet toegestaan.

Beschermende handschoenen dragen.

Aanbevelingen

Algemeen

V10 is een microbiologisch middel op basis van twee milde varianten van pepinomozaïekvirus (VX1 en VC1). Het product bevat 10–50 mg/L virus. Na vaccinatie van tomatenplanten door middel van het mechanisme cross-protectie zijn deze planten beschermd tegen virulente varianten van pepinomozaïekvirus. De inwrijfbehandeling dient toegepast worden door alle planten individueel in te wrijven. De planten moeten vrij zijn van pepinomozaïekvirus op het moment van behandeling.

Aanbevolen dosis en toediening bij het inwrijven van planten:

  • Middel goed schudden in jerrycan voordat verdund wordt.

  • Dosering: 0,8 L V10 op 8 L water.

  • Preparaat toevoegen aan koud water (±8 °C), eventueel water alvast een dag van te voren klaarzetten in koelcel.

  • Norm vloeistofverbruik 8 liter per hectare.

  • Verdeel verdund middel in bakjes van ongeveer een 1 L.

  • Elke medewerker die gaat inwrijven neemt een apart bakje en schoon schuursponsje. Bakje aan riem om middel bevestigen.

  • Per bakje carborundumpoeder toevoegen (per liter 15 gram). Zorg ervoor dat middel niet buiten het bakje klotst.

  • Doop schoon schuursponsje in vloeistof en wrijf hiermee één deelblad per plant mee in.

  • Zodra er geen vloeistof meer uit sponsje komt, sponsje opnieuw dopen (ongeveer na elke 20 planten).

  • Als het bakje leeg is kan het bijgevuld worden met verdund middel en carborundum.

Attentiepunten:

  • Onverdund kunt u het virus gebruiken zoals de houdbaarheidsdatum aangeeft. Eénmaal verdund, binnen 6 uur gebruiken.

  • Enkele dagen na het behandelen zijn er kleine sporen zichtbaar op de planten.

Bevat: 10–50 mg/L virusdeeltjes (milde varianten VX1 en VC1 van pepinomozaïekvirus)

De uiterste gebruiksdatum bij bewaring bij temperaturen van –18° C of lager: 6 maanden na productie. Het middel binnen 3 dagen na ontdooien toepassen. Na ontdooien koel bewaren (4–10° C).

Nettohoeveelheid: 5 L.

Veiligheidszinnen:

R42/43:

Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing of contact met de huid.

S2:

Buiten bereik van kinderen houden.

S13:

Verwijderd houden van eet- en drinkwaren.

S20/21:

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

S23:

Spuitnevel niet inademen.

S24:

Aanraking met de huid vermijden.

S37:

Draag geschikte handschoenen.

S42:

Tijdens de ontsmetting/bespuiting een geschikte adembescherming dragen.

SP1:

Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.