Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling verantwoording bbaz 2017 nieuwe systematiek

Geldend van 21-06-2017 t/m heden

Regeling verantwoording bbaz 2017 nieuwe systematiek

Gelet op de artikelen 61, 62 en 68, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van informatie die benodigd is om de beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bbaz) te kunnen vaststellen.

1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.1 Academische patiënt: Patiënten die topreferente zorg ontvangen.

  • 1.2 Academische zorg: Het uitvoeren van topreferente zorg en innovatieve zorg, en de ontwikkeling van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling. De omschrijving van academische zorg is opgenomen in onderdeel B van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG (Stb. 2012, 396).

  • 1.3 Beschikbaarheidbijdrage: Een bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

  • 1.4 Beschikbaarheidbijdrage academische zorg: Een beschikbaarheidbijdrage zoals bedoeld in de beleidsregel ‘Beschikbaarheidbijdrage ambtshalve’.

  • 1.5 DIS (DBC-Informatiesysteem): Digitale databank zoals omschreven in de nadere regel ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)’.

  • 1.6 Ontvangers: De ontvangers van de bbaz zoals opgenomen in artikel 5.3 van de beleidsregel ‘Beschikbaarheidbijdrage ambtshalve’.

  • 1.7 Topreferente zorg: Topreferente zorg is zeer specialistische patiëntenzorg die:

    • gepaard gaat met bijzondere diagnostiek en behandeling waarvoor geen doorverwijzing meer mogelijk is;

    • vereist een infrastructuur waarbinnen vele disciplines op het hoogste deskundigheidsniveau samenwerken;

    • is gekoppeld aan fundamenteel patiëntgericht onderzoek.

  • 1.8 Ontwikkeling en Innovatie: Ontwikkeling en Innovatie hebben betrekking op het bedenken, uitproberen, systematisch uittesten en verspreiden van nieuwe behandelingen en vormen van diagnostiek. Het betreft uitsluitend die vormen van ontwikkeling en innovatie die steunen op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.

  • 1.9 Patiëntgebonden labels: Patiëntgebonden labels zijn negen verschillende labels. Per label zijn variabelen bepaald die van toepassing kunnen zijn op een patiënt; valt een patiënt onder een van deze labels, dan is sprake van een academische patiënt. Dit zijn patiënten die topreferente zorg krijgen. De verdeling van academische patiënten over de ontvangers van de bbaz bepaalt vanaf 2020 de verdeling van het variabele deel van de bbaz over de ontvangers. Zie de toelichting bij deze regeling voor een omschrijving van de negen patiëntgebonden labels.

  • 1.10 Variabel deel bbaz: Het variabele deel van de bbaz is het deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de kosten van de behandelde academische patiënten dekt. Voor de verantwoording van het variabele deel is daarmee het aantal academische patiënten dat door de ontvangers behandeld werden in voorgaande jaren bepalend.

  • 1.11 Vast deel bbaz: Het vaste deel van de bbaz is het deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de kosten dekt voor het in stand houden van de kennis en infrastructuur voor het continue kunnen leveren van academische zorg.

2. Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel op transparante wijze vast te leggen welke gegevens de ontvangers van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bbaz) verstrekken aan de NZa en hoe zij deze gegevens aan de NZa verstrekken. Deze informatie gebruikt de NZa om vast te stellen wat de bbaz volgens de beoogde, maar nog niet in werking getreden en nader te ontwikkelen, systematiek zou zijn.

De regeling legt vast op welke wijze ontvangers van de bbaz zich dienen te verantwoorden over het jaar 2017.

De verantwoording over het jaar 2017 heeft geen invloed op het bedrag dat de NZa verleent en vaststelt. Dit gebeurt conform de procedures die zijn vastgelegd in de beleidsregel ‘Beschikbaarheidbijdrage ambtshalve’.

3. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op de ontvangers van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg.

4. Te verstrekken informatie

4.1. Procedure

De procedure voor het verantwoordingsjaar 2017 is als volgt:

  • 1. Uiterlijk 1 mei 2018: de NZa levert over de jaren 2012 tot en met 2016 aan de ontvangers de volgende gegevens:

    • a. Per jaar, per label het aantal academische patiënten dat door hun instelling behandeld is.

    • b. Per jaar de vullingsgraad van de data op basis waarvan het aantal academische patiënten bepaald is.

    • c. Per jaar, per label hoe de procentuele verdeling van academische patiënten over de labels bij de ontvanger scoort ten opzichte van:

      • i. het gemiddelde van alle ontvangers; en

      • ii. de laagst en hoogst scorende ontvanger.

    • d. Per jaar de onderliggende gebruikte data en de bijbehorende specificaties,

  • 2. Uiterlijk 1 september 2018: de ontvanger levert de informatie terug aan de NZa zoals uitgewerkt in artikel 4.2.1, lid 3 en artikel 4.2.2, lid 1.

  • 3. Uiterlijk 1 oktober 2018: de NZa stelt de bbaz 2017 formeel vast conform de beleidsregel ‘beschikbaarheidbijdrage ambtshalve’.

4.2. Verantwoording

De jaarlijkse verantwoording vindt plaats aan de hand van de volgende twee onderdelen:

  • 1. Patiëntgebonden labels

  • 2. Ontwikkeling en Innovatie

4.2.1. Verantwoording patiëntgebonden labels:

De nieuwe systematiek voor de verantwoording van de labels bestaat uit de volgende stappen:

  • 1. De NZa berekent de score per label per ontvanger (de technische specificaties per label voor inzicht in de totstandkoming van de scores worden door de NZa ter beschikking gesteld op www.nza.nl);

  • 2. De NZa verstuurt uiterlijk 1 mei 2018 de informatie via het uitwisselportaal naar de ontvanger zoals genoemd in paragraaf 4.1, lid 1;

  • 3. De ontvanger geeft een kwalitatieve verklaring op twee onderdelen:

    • a. Per label een verklaring van stijgingen / dalingen in het aantal academische patiënten tussen 2015 en 2016 en voor zover relevant over 2013-2014;

    • b. een inhoudelijke uitwerking op instellingsniveau van de activiteiten van de ontvanger gericht op academische patiëntenzorg.

  • 4. De ontvanger levert de kwalitatieve verklaring zoals vermeld in lid 3 uiterlijk 1 september 2018 aan de NZa via het uitwisselportaal dat de NZa hiervoor beschikbaar zal stellen.

  • 5. De NZa controleert of de aanlevering van elke ontvanger compleet is; of alle informatie geleverd is zoals omschreven in lid 3, sub a en b van dit artikel.

  • 6. De informatie wordt niet gebruikt om de bbaz voor de jaren 2017 tot en met 2019 te muteren, maar wel:

    • a. door de NZa om de verantwoordings- en verdeelsystematiek waar nodig te verbeteren. Met betrokken partijen worden de uitkomsten en verklaringen periodiek besproken, waarin getoetst wordt of de systematiek verbeterd moet worden. Dit wordt dan opgenomen in de verantwoording van het daarop volgende jaar;

    • b. door de ontvanger om hun bedrijfsvoering waar nodig aan te passen voor 2020 wanneer de nieuwe systematiek in werking treedt.

4.2.2. Verantwoording ontwikkeling en innovatie

De verantwoording van ontwikkeling en innovatie (O&I) ziet er als volgt uit:

  • 1. De ontvanger levert uiterlijk 1 september 2018 de volgende gegevens aan:

    Kwantitatief
    • a. De opbrengst 2017 vanuit de bbaz, nl. 30% van de totale verlening;

    • b. De kosten voor ontwikkeling en innovatie betrekking hebbend op 2017, onderverdeeld naar de volgende categorieën:

      • i. Innovatie gekoppeld aan innovatiekalender VWS

      • ii. Investeringen ten behoeve van innovatieve apparatuur en fysici

      • iii. (Nog) niet vergoede zorg

      • iv. Klinische research en randvoorwaardelijke voorzieningen

      • v. Beschikbaarheid kennis en voorzieningen bij rampen, infecties en epidemieën

      • vi. Kennisdeling en consultatie

      • vii. Ontwikkeling kwaliteitsbeleid, richtlijnen en normeringen

      • viii. Databank-functie en big data-ontwikkeling

      • ix. Overkoepelende kosten

    Kwalitatief
    • c. Een inhoudelijke omschrijving van welke activiteiten per kostencategorie zijn uitgevoerd door de instelling in 2017, waarvan in elk geval categorie ix nader gespecificeerd wordt.

  • 2. De NZa stelt vast dat elke ontvanger de informatie heeft aangeleverd.

  • 3. De informatie wordt niet gebruikt om de bbaz te muteren, maar wel:

    • a. door de NZa om de omschrijving van O&I en de te onderscheiden kostencategorieën te verbeteren;

    • b. door de ontvangers om inzicht te krijgen in passendheid van de bbaz voor de kosten verbonden aan het in stand houden van academische zorg.

5. Inwerkingtreding en citeerregel

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verantwoording bbaz 2017 nieuwe systematiek.

De Nederlandse Zorgautoriteit,

M.J. Kaljouw

voorzitter Raad van Bestuur