Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk[Regeling vervalt per 01-07-2023.]

Geldend van 01-07-2017 t/m heden

Besluit van 6 juni 2017, houdende tijdelijke regels voor een experiment in het kader van meertaligheid in de dagopvang en het peuterspeelzaalwerk (Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 februari 2017, nr. 2017-0000014648;

Gelet op de artikelen 1.87, eerste, tweede en vierde lid, en 2.29 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 31 maart 2017, nr. W12.17.0042/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 mei 2017, nr. 2017-0000087894;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • dagopvang: kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;

  • meertalige dagopvang: dagopvang die voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van een kindercentrum per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd;

  • meertalig peuterspeelzaalwerk: peuterspeelzaalwerk dat voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van een peuterspeelzaal per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd;

  • wet: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Artikel 2. Aanwijzing meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk

  • 1 Als innovatieve vorm van kinderopvang als bedoeld in artikel 1.87 van de wet wordt als experiment aangewezen het bieden van dagopvang waarbij voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum per jaar de opvang in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd.

  • 2 Als innovatieve vorm van peuterspeelzaalwerk als bedoeld in artikel 2.29 van de wet wordt als experiment aangewezen het bieden van peuterspeelzaalwerk waarbij voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van de peuterspeelzaal per jaar het peuterspeelzaalwerk in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd.

Artikel 3. Doelstelling van het experiment

Met dit experiment wordt beoogd inzicht te krijgen in de gevolgen van het verzorgen van een deel van de dagopvang of het peuterspeelzaalwerk in de Duitse, Engelse of Franse taal, in het bijzonder voor de verwerving van de Nederlandse taal.

Artikel 4. Voorwaarden deelname

  • 1 Het kindercentrum of de peuterspeelzaal verklaart zich bereid mee te werken aan onderzoeken in het kader van het experiment.

  • 2 Het kindercentrum of de peuterspeelzaal beschikt over:

    • a. een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in artikel 5 respectievelijk artikel 20 van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, waaruit blijkt op welke wijze het kindercentrum of de peuterspeelzaal de verantwoorde kinderopvang, bedoeld in artikel 1.49, eerste lid, dan wel het verantwoorde peuterspeelzaalwerk, bedoeld in artikel 2.5 van de wet, zal waarborgen ondanks afwijking van artikel 1.55, eerste lid, respectievelijk artikel 2.12, eerste lid, van de wet. In het pedagogisch beleidsplan wordt daarbij in ieder geval opgenomen:

      • 1°. een door het kindercentrum of de peuterspeelzaal opgesteld rooster dat erin voorziet dat de dagopvang of het peuterspeelzaalwerk voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum of de peuterspeelzaal per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd, waarbij dit niet plaatsvindt gedurende de tijd die besteed wordt aan voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, respectievelijk artikel 2.1, eerste lid, van de wet;

      • 2°. een communicatiestrategie richting ouders; en

      • 3°. een plan voor participatie in meertalige netwerken;

    • b. een document waaruit blijkt dat de oudercommissie instemt met deelname aan het experiment of, bij het ontbreken van een oudercommissie, dat de meerderheid van de ouders instemt met deelname aan het experiment; en

    • c. een kopie van een certificaat of diploma van de beroepskracht die belast is, dan wel de beroepskrachten die belast zijn, met meertalige dagopvang of meertalig peuterspeelzaalwerk waaruit blijkt dat deze de Duitse, Engelse of Franse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, lezen, luisteren en spreken beheerst dan wel beheersen op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen.

Artikel 5. Aanvraag

  • 1 De houder van een kindercentrum dat meertalige dagopvang wil aanbieden of de houder van een peuterspeelzaal die meertalig peuterspeelzaalwerk wil aanbieden dient een aanvraag in bij Onze Minister door middel van een door Onze Minister ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

  • 2 De aanvraag wordt gedaan voor een bij ministeriële regeling vastgesteld tijdstip.

Artikel 6. Beoordeling aanvraag en beschikking deelname

  • 1 Uitsluitend volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Van een volledige aanvraag is sprake indien wordt voldaan aan artikel 4, met inachtneming van artikel 5, vierde lid, en het aanvraagformulier volledig is ingevuld en is ondertekend door de houder.

  • 2 Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag voor deelname aan het experiment aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 3 Onze Minister beslist binnen tien weken na het tijdstip, bedoeld in artikel 5, tweede lid, welke kindercentra en peuterspeelzalen deel mogen nemen aan het experiment.

  • 4 Er kunnen maximaal vijftien kindercentra en maximaal vijf peuterspeelzalen deelnemen aan het experiment. Indien er minder dan vijftien kindercentra maar meer dan vijf peuterspeelzalen dan wel omgekeerd in aanmerking komen voor deelname aan het experiment, kan de verhouding deelnemende kindercentra en peuterspeelzalen worden aangepast, met dien verstande dat het totaal aantal deelnemers maximaal twintig bedraagt.

  • 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot de procedure die bij de selectie van de aanvragen wordt gevolgd. Daarbij kan worden bepaald in welke volgorde kindercentra of peuterspeelzalen in aanmerking komen voor deelname, indien het aantal kindercentra of peuterspeelzalen dat in aanmerking komt meer is dan het aantal kindercentra of peuterspeelzalen dat op grond van het vierde lid kan deelnemen aan het experiment.

Artikel 7. Verplichtingen tijdens deelname

  • 1 Kindercentra of peuterspeelzalen die deelnemen aan het experiment en niet of niet langer voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, melden dit uit eigen beweging onverwijld aan Onze Minister.

  • 2 Indien sprake is van andere in het kader van het experiment mogelijk relevante ontwikkelingen dan die bedoeld in het eerste lid, informeert het kindercentrum of de peuterspeelzaal Onze Minister daarover ook onverwijld.

  • 3 Kindercentra of peuterspeelzalen die deelnemen aan dit experiment:

    • a. nemen deel aan bijeenkomsten met andere deelnemers aan het experiment waarbij kennis en ervaring worden uitgewisseld;

    • b. werken mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoeken die zijn gericht op het verschaffen van inlichtingen aan Onze Minister over de doelstellingen van het experiment, genoemd in artikel 3.

Artikel 8. Toezicht en informatieverstrekking door toezichthouder

  • 1 De toezichthouder onderzoekt bij de kindercentra of peuterspeelzalen die deelnemen aan dit experiment in het kader van de onderzoeken bedoeld in artikel 1.62 respectievelijk artikel 2.20 van de wet of de exploitatie in overeenstemming is met de verplichtingen uit hoofde van dit besluit en de voorwaarden opgenomen in de op grond van dit besluit gebaseerde beschikking.

  • 3 Het informeren, bedoeld in het tweede lid, geschiedt kosteloos.

Artikel 9. Beëindiging deelname experiment

Indien een kindercentrum of peuterspeelzaal de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 1.47, eerste lid, en 1.49 tot en met 1.59 dan wel de artikelen 2.4, eerste lid, en 2.5 tot en met 2.16 van de wet niet naleeft of indien een kindercentrum of peuterspeelzaal de verplichtingen uit hoofde van dit besluit niet naleeft dan wel niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden opgenomen in de op grond van dit besluit gebaseerde beschikking, kan Onze Minister de deelname van het kindercentrum of de peuterspeelzaal aan dit experiment beëindigen.

Artikel 10. Looptijd experiment

  • 1 De looptijd van het experiment is vier jaar.

  • 2 Indien een structurele regeling wordt getroffen, wordt het experiment na afloop van de looptijd, bedoeld in het eerste lid, voortgezet totdat de structurele regeling is getroffen, doch niet langer dan twee jaar.

  • 3 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het experiment eerder dan de in het eerste lid bedoelde looptijd wordt beëindigd, indien:

    • a. het aantal deelnemers aan het experiment minder is dan een bij ministeriele regeling te bepalen aantal; of

    • b. uit voorlopige resultaten van het experiment blijkt dat door meertalige dagopvang of meertalig peuterspeelzaalwerk afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit of toegankelijkheid van de kinderopvang of het peuterspeelzaalwerk.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2017 en vervalt met ingang van 1 juli 2023.

Artikel 12. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 6 juni 2017

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Uitgegeven de zestiende juni 2017

De Minister van Veiligheid en Justitie,

S.A. Blok