Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Internationalisering po en vo[Regeling vervalt per 01-01-2021.]

Geldend van 03-06-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 mei 2017, nr. IB/1159407 houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs (Subsidieregeling Internationalisering po en vo)

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • instelling:

  • internationalisering: ontwikkelen van internationale oriëntatie, kennis, communicatie, reflectie en samenwerking met als doel het verwerven van internationale competenties van de leerling en docent;

  • schooljaar: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;

  • buitenlandse partnerinstelling: buiten Europees Nederland gevestigde school of instelling waarmee in het kader van deze regeling wordt samengewerkt, met dien verstande dat bij subsidieaanvragen van scholen en instellingen op Caribisch Nederland ook scholen en instellingen binnen Europees Nederland als buitenlandse partnerinstelling worden aangemerkt;

  • vvto: vroeg vreemde talen onderwijs in het primair onderwijs, waarbij maximaal 15% van de onderwijstijd in de vreemde taal onderwijs wordt gegeven;

  • tto: tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs;

  • tpo: tweetalig primair onderwijs, waarbij maximaal 50% van de onderwijstijd het onderwijs in het Engels wordt gegeven;

  • Elos: internationaliseringsprogramma voor het voortgezet onderwijs, waarbij leerlingen volgens vaste standaarden gericht werken aan internationale en interculturele competenties;

  • International Primary Curriculum: internationaal georiënteerd integraal curriculum voor leerlingen in het primair onderwijs, met nadruk op creativiteit.

Artikel 2. Mandaat Stichting Nuffic

De directeur van de Stichting Nuffic is bevoegd om namens de minister besluiten te nemen en bezwaren af te handelen voor zover die strekken tot uitvoering van deze subsidieregeling. Hij is daarbij tevens bevoegd tot het treffen van een ondermandaatregeling.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan aan het bevoegd gezag van een instelling subsidie verstrekken ten behoeve van de introductie of verdere ontwikkeling van internationalisering in het schoolbeleid.

  • 2 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, hebben betrekking op:

    • a. Invoering of verdere ontwikkeling van vvto, tto, Elos, International Primary Curriculum of soortgelijk internationaliserend onderwijsconcept in het schoolbeleid.

    • b. Mobiliteit

      • 1. leerlingenmobiliteit:

        samenwerking of uitwisseling van leerlingen met een buitenlandse partnerinstelling;

      • 2. lerarenmobiliteit:

        nascholing in het buitenland van leraren, schoolleiders en lerarenopleiders;

      • 3. studentenstages:

        onderwijskundige stages met een onderzoekscomponent in het buitenland van studenten, niet zijnde extranei, die een lerarenopleiding volgen aan een instelling voor hoger onderwijs.

Artikel 4. Subsidieplafonds

Het subsidieplafond bedraagt voor het schooljaar 2017–2018 € 1.710.000 en voor de schooljaren 2018–2019 en 2019–2020 telkens € 832.000.

Artikel 5. Subsidieaanvraag en verdeelcriterium

  • 1 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2 Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 15 april voorafgaand aan het schooljaar waarin de activiteiten plaatsvinden.

  • 3 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.nuffic.nl.

Artikel 6. Subsidieverstrekking

  • 1 Een beschikking tot subsidieverstrekking wordt gegeven binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De subsidie wordt direct vastgesteld.

  • 2 Subsidie wordt verstrekt indien is voldaan aan de volgende criteria:

    • a. Algemene criteria:

      • 1. indien het gaat om een instelling die wil starten met internationalisering, toont de subsidieaanvrager aan dat internationalisering verankerd gaat worden in het schoolbeleid en dat de met de subsidieaanvraag samenhangende activiteit daaraan bijdraagt;

      • 2. indien het gaat om een instelling die reeds met internationalisering is gestart en die internationalisering verder wil ontwikkelen, toont de subsidieaanvrager aan dat internationalisering is verankerd in het schoolbeleid door opname in schoolplan, een beleidsplan internationalisering of het toerusten van een coördinator of commissie internationalisering;

    • b. Specifiek voor leerlingenmobiliteit of lerarenmobiliteit:

      • 1. de subsidieaanvrager toont aan dat de leeropbrengsten van de met de subsidieaanvraag samenhangende activiteit breed worden verspreid binnen de school;

      • 2. de subsidieaanvrager toont aan dat in de activiteit het contact tussen leerlingen centraal staat;

      • 3. de subsidieaanvrager toont aan dat er sprake is van samenwerking tussen de subsidieaanvrager en een buitenlandse school, in de zin dat beide onderwijskundig en organisatorisch bijdragen aan de met de subsidie samenhangende activiteit, met dien verstande dat indien de subsidieaanvrager een instelling is op het Caribisch deel van het Koninkrijk, scholen op het Europese deel van het Koninkrijk tevens als buitenlandse school worden aangemerkt;

      • 4. de leeropbrengst wordt gedeeld met andere scholen;

      • 5. de subsidieaanvrager toont aan dat de financiële bijdrage van de instelling minimaal 20% bedraagt van de totaal begrote kosten.

    • c. Specifiek voor internationaliserende onderwijsconcepten:

      • 1. de instelling toont op basis van een beleidsplan of plan van aanpak aan ook zelf bij te dragen in de begrote kosten;

      • 2. indien het gaat om een instelling die reeds met internationalisering is gestart en die internationalisering verder wil ontwikkelen, toont de instelling aan dat de leeropbrengsten worden gedeeld met andere scholen;

      • 3. indien de subsidieaanvraag samenhangt met tto of vvto vinden de activiteiten plaats binnen de reguliere lesuren en is 50% van de subsidie bestemd voor scholing of nascholing van leraren.

      • 4. indien het gaat om een instelling die reeds met internationalisering is gestart en die internationalisering verder wil ontwikkelen, draagt de met de subsidieaanvraag samenhangende activiteit bij aan samenwerking tussen scholen uit het primair en voortgezet onderwijs of de doorlopende leerlijn.

  • 3 Voorts wordt subsidie slechts verstrekt indien:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, niet reeds via het subsidieprogramma Erasmus+ worden gesubsidieerd;

    • b. op de buitenlandse partnerinstelling niet Nederlands als instructietaal wordt gebruikt, tenzij de instelling zich in Vlaanderen bevindt;

    • c. de buitenlandse partnerinstelling bij leerlingen- en lerarenmobiliteit en studentenstages zich niet bevindt op Bonaire, Saba of St. Eustatius;

    • d. de buitenlandse partnerinstelling bij leerlingenmobiliteit en studentenstages geen commerciële instelling is;

    • e. bij aanvragen waarbij de te subsidiëren activiteiten betrekking hebben op het curriculum niet reeds in drie voorafgaande jaren subsidie is ontvangen op grond van deze regeling of de Subsidieregeling Verankering van Internationale Oriëntatie en Samenwerking po en vo; en

    • f. de activiteiten geen betrekking hebben op tpo.

Artikel 7. Berekening subsidiebedrag

Om spreiding van middelen te waarborgen, geldt een maximaal te verstrekken subsidiebedrag per instelling per schooljaar. De berekening van de maximale subsidie wordt allereerst getoetst op het niveau van de vestiging, aan de hand van het 6-cijferig Brin-nummer van de instelling.

Vervolgens wordt getoetst hoeveel subsidie de instelling als geheel ontvangt, een maximum voor het 4-cijferig Brin-nummer. De minister hanteert de volgende maximale subsidies per onderdeel van de regeling:

Internationaliserende onderwijsconcepten  

Maximum per vestiging primair onderwijs (6-cijferig Brin-nummer)

€ 5.000

Maximum per vestiging voortgezet onderwijs (6-cijferig Brin-nummer)

€ 10.000

Maximum per instelling bij 4 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer) po/vo

€ 20.000

Mobiliteit  
a. Leerlingenmobiliteit  
Maximaal € 150 per deelnemende leerling. Voor deelname van leerlingen met een handicap worden de kosten voor 100% vergoed, voor zover die kosten als sober en doelmatig kunnen worden aangemerkt. In het geval dat het onderstaande maximum daartoe niet toereikend is, mag het maximum worden opgehoogd met de kosten die samenhangen met de deelname van leerlingen met een handicap, tot ten hoogste € 25.000. Deze subsidie is alleen beschikbaar in schooljaar 2017–2018.  

Maximum per vestiging (6-cijferig Brin-nummer)

€ 6.000

Maximum per instelling bij 4 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 20.000

b. Lerarenmobiliteit  
Voor nascholingsactiviteiten van leraren en schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs en lerarenopleiders: maximaal € 750 per deelnemer. Deze subsidie is alleen beschikbaar in schooljaar 2017–2018.  

Maximum per vestiging (6-cijferig Brin-nummer)

€ 1.500

Maximum per instelling bij 4 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 3.000

Voor nascholingsactiviteiten van leraren en schoolleiders in het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving: maximaal € 750 per deelnemer.

 

Maximum per vestiging (6-cijferig Brin-nummer)

€ 1.500

Maximum per instelling bij 4 of 5 vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 3.000

Maximum per instelling bij 6 of 7 vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 4.500

Maximum per instelling bij 8 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 6.000

c. Studentenstages  
Maximaal € 750 per deelnemende student per stage. Deze subsidie is alleen beschikbaar in schooljaar 2017–2018.  

Maximum per vestiging (6-cijferig Brin-nummer)

€ 7.500

Maximum per instelling bij 2 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 15.000

Artikel 8. Besteding subsidie aan bekostigde instellingen

De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 9. Verantwoording door bekostigde instellingen

  • 2 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 10. Activiteitenverslag ten behoeve van evaluatie

  • 1 Met het oog op evaluatie van de subsidie verstrekt de subsidieontvanger een activiteitenverslag, dat een overzicht bevat van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

  • 2 Het activiteitenverslag wordt binnen twee maanden na afloop van de datum waarop de activiteiten moeten zijn uitgevoerd, gezonden aan Stichting Nuffic.

  • 3 Het activiteitenverslag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is bekendgemaakt op de website www.nuffic.nl.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Internationalisering po en vo.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker