Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair [...] en beleidsregel interpretatie samenvoeging in WPO en WEC[Regeling vervalt per 01-08-2025.]

Geldend van 25-05-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 mei 2017, nr. PO/FenV/917299, houdende bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en beleidsregel ten behoeve van de uitvoering van artikel 121, derde lid en artikel 134, negende en tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs respectievelijk van artikel 118, vierde lid en artikel 128, zevende en achtste lid, van de Wet op de expertisecentra met ingang van het schooljaar 2017-2018 (Regeling bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair onderwijs en beleidsregel interpretatie samenvoeging in WPO en WEC)

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. WPO: Wet op het primair onderwijs;

  • b. WEC: Wet op de expertisecentra;

  • c. basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de WPO;

  • d. speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WPO;

  • e. school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC, niet zijnde een instelling;

  • f. school: basisschool, speciale school voor basisonderwijs dan wel school voor (voortgezet) speciaal onderwijs als bedoeld in dit artikel;

  • g. fusieschool: basisschool, speciale school voor basisonderwijs of school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, die volgens opgave van het bevoegd gezag aan DUO is ontstaan uit de fusie van twee of meer basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs respectievelijk scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs;

  • h. opheffing: beëindiging van de bekostiging van een bijzondere school respectievelijk de opheffing van een openbare school;

  • i. fusie-instroom: relatieve instroom van de leerlingen van de bij een fusie opgeheven scholen naar de desbetreffende fusieschool, bepaald door de uitkomst van de formule A / B * 100%, naar beneden afgerond op een geheel percentage, waarin:

    A = het totaal aantal leerlingen dat op 1 oktober direct voorafgaande aan de fusie op de bij die fusie opgeheven scholen als bekostigde leerling ingeschreven stond én op 1 oktober direct volgend op de fusie als bekostigde leerling ingeschreven staat op de fusieschool;

    B = het totaal aantal leerlingen dat op 1 oktober direct voorafgaande aan de fusie op de bij de fusie betrokken opgeheven scholen als bekostigde leerling ingeschreven stond én op 1 oktober direct volgend op de opheffing als bekostigde leerling ingeschreven staat op respectievelijk een basisschool ingeval het een opheffing van één of meer basisscholen betreft, een speciale school voor basisonderwijs ingeval het een opheffing van één of meer speciale scholen voor basisonderwijs betreft, een school voor speciaal onderwijs indien het een opheffing van één of meer scholen voor speciaal onderwijs betreft, een school voor voortgezet speciaal onderwijs indien het een opheffing van één of meer scholen voor voortgezet speciaal onderwijs betreft, dan wel een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs indien het een opheffing van één of meer scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs betreft;

  • j. substantiële fusie-instroom: fusie-instroom als bedoeld in dit artikel van ten minste 50%;

  • k. beperkte fusie-instroom fusie-instroom als bedoeld in dit artikel van ten minste 25% maar minder dan 50%;

  • l. leeftijdscohort: één of meer leerlingen die op 1 oktober van een schooljaar de leeftijd hebben die bij dat leeftijdscohort is aangegeven;

  • m. kleine of zeer kleine basisschool waar sprake is van een complete leerlingpopulatie: basisschool die onderdeel uitmaakt van een fusie, waar op 1 oktober direct voorafgaande aan die fusie minder dan 145 bekostigde leerlingen stonden ingeschreven, en die op die datum een zodanige evenwichtige leeftijdsopbouw van deze leerlingen kent dat, van de 8 leeftijdscohorten 4- tot en met 11- jarigen, bij ten minste 6 leeftijdscohorten sprake is van één of meer leerlingen die een zodanige leeftijd hebben dat ze binnen dat leeftijdscohort vallen, waarbij leerlingen die op de desbetreffende datum ouder zijn dan 11 jaar als 11-jarigen meetellen.

Paragraaf 2. Beleidsregel inhoudende uitleg van wettelijk voorschrift

Artikel 2. Uitleg wettelijke term ‘samenvoeging van scholen’ in WPO en WEC

Van een samenvoeging van scholen als bedoeld in de artikelen 121, derde lid en 134, negende en tiende lid, van de WPO, respectievelijk 118, vierde lid en 128, zevende en achtste lid van de WEC is sprake bij een substantiële fusie-instroom.

Paragraaf 3. Bijzondere bekostiging bij fusie van basisscholen die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2025 waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom

Artikel 3. Verstrekken bijzondere bekostiging bij fusie die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2020

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die op 1 augustus van een van de jaren 2017 tot en met 2019 is ontstaan uit een fusie van twee of meer basisscholen waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom, ontvangt voor het eerste tot en met zesde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging voor personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding.

  • 2 De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 5.

  • 3 De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met zesde schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 5 en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen.

  • 4 Indien een basisschool die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid, binnen 6 jaar na deze fusie weer onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 4 of artikel 6 bijzondere bekostiging wordt verstrekt, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.

Artikel 4. Verstrekken bijzondere bekostiging bij fusie die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2020 tot en met 31 juli 2025

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die op 1 augustus van een van de jaren 2020 tot en met 2024 is ontstaan uit een fusie van twee of meer basisscholen waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom, ontvangt voor het eerste tot en met vijfde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging voor personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding.

  • 2 De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 5.

  • 3 De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met vijfde schooljaar na de fusie wordt als volgt berekend:

    • a. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2020: overeenkomstig artikel 5,

    • b. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2021: overeenkomstig artikel 5 in het tweede tot en met vierde schooljaar na de fusie en overeenkomstig artikel 7 in het vijfde schooljaar na de fusie,

    • c. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2022: overeenkomstig artikel 5 in het tweede en derde schooljaar na de fusie en overeenkomstig artikel 7 in het vierde en vijfde schooljaar na de fusie,

    • d. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2023: overeenkomstig artikel 5 in het tweede schooljaar na de fusie en overeenkomstig artikel 7 in het derde tot en met vijfde schooljaar na de fusie,

    • e. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2024: overeenkomstig artikel 7, en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen.

  • 4 De bijzondere bekostiging bedoeld in het derde lid wordt telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen.

  • 5 Indien een basisschool die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid, binnen 5 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 6 bijzondere bekostiging wordt toegekend, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.

  • 6 Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.

Artikel 5. Formule berekenen bijzondere bekostiging

  • 2 Indien van de fusie één of meer kleine of zeer kleine basisscholen onderdeel uitmaken waarbij geen sprake is van een complete leerlingpopulatie, wordt voor ieder van deze scholen op de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde berekeningsonderdeel X een aftrek toegepast. De omvang van deze aftrek voor de desbetreffende school bedraagt de uitkomst van de formule (Q-R) * S.

    In de formule, genoemd in de tweede volzin, is Q het aantal ingeschreven bekostigde leerlingen op de desbetreffende kleine of zeer kleine basisschool op de laatste teldatum 1 oktober waarop bij deze school sprake was van een complete leerlingpopulatie. Indien bij de kleine of zeer kleine basisschool op alle teldata 1 oktober in de vier schooljaren voorafgaande aan de fusie geen sprake is van een complete leerlingpopulatie, wordt het aantal ingeschreven bekostigde leerlingen genomen op de teldatum 1 oktober die 3 jaar ligt vóór 1 oktober direct voorafgaande aan de fusie.

    In de formule, genoemd in de tweede volzin, is R het aantal ingeschreven bekostigde leerlingen op de desbetreffende school op 1 oktober direct voorafgaande aan de fusie.

    In de formule, genoemd in de tweede volzin, is S het in de Regeling bekostiging personeel PO voor het eerste schooljaar na de fusie vastgestelde basisbedrag bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO, vermeerderd met het product van het in die regeling vastgestelde leeftijdsbedrag bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO en de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren, bedoeld in artikel 11a, van het Besluit bekostiging WPO van de desbetreffende school op 1 oktober direct voorafgaande aan de fusie.

  • 3 Indien de uitkomst van de in het tweede lid bedoelde formule kleiner is dan nul, wordt de aftrek voor de desbetreffende kleine of zeer kleine basisschool op nul gesteld.

Paragraaf 4. Bijzondere bekostiging bij fusie van basisscholen die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2025 waarbij sprake is van beperkte fusie-instroom

Artikel 6. Verstrekken bijzondere bekostiging

  • 1 Onverminderd artikel 8 en artikel 9, ontvangt het bevoegd gezag van een basisschool die op 1 augustus van een van de jaren 2017 tot en met 2024 is ontstaan uit een fusie van twee of meer basisscholen, waarbij sprake is van beperkte fusie-instroom, voor het eerste tot en met vijfde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging.

  • 2 De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 7.

  • 3 De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met vijfde schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 7 en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen.

  • 4 Indien een basisschool die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid, binnen 5 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 3 of artikel 4 bijzondere bekostiging wordt verstrekt, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.

Artikel 7. Formule berekenen bijzondere bekostiging

  • 1 De bijzondere bekostiging, bedoeld in artikel 6, wordt onverminderd het tweede en derde lid, berekend volgens de formule A * ((X – Y) + (Xs – Ys)), waarin:

    A = een vermenigvuldigingsfactor die voor het eerste schooljaar na de fusie de waarde 100%, voor het tweede schooljaar na deze fusie de waarde 80%, voor het derde schooljaar na deze fusie de waarde 60%, voor het vierde schooljaar na deze fusie de waarde 40% en voor het vijfde schooljaar na deze fusie de waarde 20% heeft, en

    X = de som van de bekostiging van alle basisscholen die onderdeel uitmaken van de fusie, berekend op grond van de artikelen 23, 24, 25, 28 en 28a van het Besluit bekostiging WPO in het eerste schooljaar na de fusie, wanneer deze fusie niet zou hebben plaatsgevonden, en

    Y = de som van de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van de artikelen 23, 24, 25, 28 en 28a van het Besluit bekostiging WPO in het eerste schooljaar na de fusie.

    Xs = de som van de bekostiging van alle basisscholen die onderdeel uitmaken van de fusie, berekend op grond van artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO in het eerste schooljaar na de fusie, wanneer deze fusie niet zou hebben plaatsgevonden, en

    Ys = de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van artikel 26, eerste lid van het Besluit bekostiging WPO in het eerste schooljaar na de fusie.

  • 2 Indien van de fusie één of meer kleine of zeer kleine basisscholen onderdeel uitmaken waarbij geen sprake is van een complete leerlingpopulatie, wordt voor ieder van deze scholen op de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde berekeningsonderdeel X een aftrek toegepast. De omvang van deze aftrek voor de desbetreffende school bedraagt de uitkomst van de formule (Q-R) * S.

    In de formule, genoemd in de tweede volzin, is Q het aantal ingeschreven bekostigde leerlingen op de desbetreffende kleine of zeer kleine basisschool op de laatste teldatum 1 oktober waarop bij deze school sprake was van een complete leerlingpopulatie. Indien bij de kleine of zeer kleine basisschool op alle teldata 1 oktober in de vier schooljaren voorafgaande aan de fusie geen sprake was van een complete leerlingpopulatie, wordt het aantal ingeschreven bekostigde leerlingen genomen op de teldatum 1 oktober die 3 jaar ligt vóór 1 oktober direct voorafgaande aan de fusie.

    In de formule, genoemd in de tweede volzin, is R het aantal ingeschreven bekostigde leerlingen op de desbetreffende school op 1 oktober direct voorafgaande aan de fusie.

    In de formule, genoemd in de tweede volzin, is S het in de Regeling bekostiging personeel PO voor het eerste schooljaar na de fusie vastgestelde basisbedrag bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdeel b van het Besluit bekostiging WPO, vermeerderd met het product van het in die regeling vastgestelde leeftijdsbedrag bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdeel b van het Besluit bekostiging WPO en de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren bedoeld in artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO van de desbetreffende school op 1 oktober direct voorafgaande aan de fusie.

  • 3 Indien de uitkomst van de in het tweede lid bedoelde formule kleiner is dan nul, wordt de aftrek voor de desbetreffende kleine of zeer kleine basisschool op nul gesteld.

Paragraaf 5. Bijzondere bekostiging wegens opheffing van basisscholen die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2025 waarbij sprake is van een vrijwillige opheffing

Artikel 8. Verstrekken bijzondere bekostiging

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool waar sprake is van een vrijwillige opheffing van deze school op 1 augustus van een van de jaren 2017 tot en met 2024, ontvangt voor het schooljaar na deze opheffing bijzondere bekostiging.

  • 2 Onder een vrijwillige opheffing, als bedoeld in dit artikel, wordt verstaan een opheffing van een basisschool waarvoor geldt dat:

    • a. de opheffing niet voortvloeit uit een besluit, als bedoeld in artikel 164b, eerste lid, van de WPO, en

    • b. de opheffing geen onderdeel uitmaakt van een samenvoeging als bedoeld in artikel 121, derde lid, en artikel 134, negende lid, van de WPO, en

    • c. de school op het moment van opheffing ten minste 6 schooljaren wordt bekostigd, en

    • d. het aantal leerlingen van de hoofdvestiging van de opgeheven school, berekend overeenkomstig artikel 152 van de WPO, op de laatste teldatum direct voorafgaande aan de opheffing niet minder bedraagt dan de voor de gemeente of het deel van de gemeente waarin de hoofdvestiging van die school is gelegen geldende opheffingsnorm bedoeld in artikel 154 van de WPO, en

    • e. het bevoegd gezag van die school, of een ander bevoegd gezag waarmee het een samenwerkingsovereenkomst bedoeld in artikel 157, derde lid, van de WPO is aangegaan, voor het schooljaar direct voorafgaande aan de opheffing dan wel voor het eerste schooljaar na de opheffing, voor één of meer van zijn scholen geen gebruik maakt van de in artikel 157 van de WPO opgenomen mogelijkheid tot afwijking van artikel 153 van de WPO, en

    • f. het bevoegd gezag van de opgeheven school na deze opheffing bevoegd gezag blijft van ten minste één andere basisschool.

  • 3 De bijzondere bekostiging bedoeld in het eerste lid wordt berekend overeenkomstig artikel 9.

Artikel 9. Formule berekenen bijzondere bekostiging

De bijzondere bekostiging bedoeld in artikel 8 wordt berekend volgens de formule (L – M) + N, waarin:

L = de bekostiging op grond van artikel 134, eerste lid, van de WPO die de opgeheven school zou hebben ontvangen in het kalenderjaar waarin de opheffingsdatum valt wanneer de school niet zou zijn opgeheven,

M = de bekostiging op grond van artikel 134, eerste lid, van de WPO die de opgeheven school heeft ontvangen in het kalenderjaar waarin de opheffingsdatum valt,

N = de bekostiging die de opgeheven school, op grond van artikel 120, eerste lid, van de WPO, op grond van artikel 129, eerste lid, van de WPO voor zover het gaat om het deel van de bekostiging dat afhankelijk is van het aantal leerlingen, en op grond van artikel 28, eerste en tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO zou hebben ontvangen in het eerste schooljaar na de opheffing, wanneer deze opheffing niet zou hebben plaatsgevonden.

Paragraaf 6. Bijzondere bekostiging bij fusie van speciale scholen voor basisonderwijs die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2025 waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom

Artikel 10. Verstrekken bijzondere bekostiging bij fusie die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2020

  • 1 Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs die op 1 augustus van een van de jaren 2017 tot en met 2019 is ontstaan uit een fusie van twee of meer speciale scholen voor basisonderwijs waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom, ontvangt voor het eerste tot en met zesde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging voor personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding.

  • 2 De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 12.

  • 3 De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met zesde schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 12 en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van speciale scholen voor basisonderwijs.

  • 4 Indien een speciale school voor basisonderwijs die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid, binnen 6 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 11 of artikel 13 bijzondere bekostiging wordt verstrekt, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.

Artikel 11. Verstrekken bijzondere bekostiging bij fusie die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2020 tot en met 31 juli 2025

  • 1 Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs die op 1 augustus van een van de jaren 2020 tot en met 2024 is ontstaan uit een fusie van twee of meer speciale scholen voor basisonderwijs waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom, ontvangt voor het eerste tot en met vijfde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging voor personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding.

  • 2 De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 12.

  • 3 De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met vijfde schooljaar na de fusie wordt als volgt berekend:

    • a. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2020: overeenkomstig artikel 12,

    • b. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2021: overeenkomstig artikel 12 in het tweede tot en met vierde schooljaar na de fusie en overeenkomstig artikel 14 in het vijfde schooljaar na de fusie,

    • c. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2022: overeenkomstig artikel 12 in het tweede en derde schooljaar na de fusie en overeenkomstig artikel 14 in het vierde en vijfde schooljaar na de fusie,

    • d. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2023: overeenkomstig artikel 12 in het tweede schooljaar na de fusie en overeenkomstig artikel 14 in het derde tot en met vijfde schooljaar na de fusie,

    • e. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2024: overeenkomstig artikel 14

    en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van speciale scholen voor basisonderwijs.

  • 4 Indien een speciale school voor basisonderwijs die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid binnen 5 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 13 bijzondere bekostiging wordt verstrekt, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.

Artikel 12. Formule berekenen bijzondere bekostiging

De bijzondere bekostiging, bedoeld in artikel 10, wordt berekend volgens de formule Xs – Ys, waarin:

Xs = de som van de bekostiging van alle speciale scholen voor basisonderwijs die onderdeel uitmaken van de fusie, berekend op grond van artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de fusie, wanneer deze fusie niet zou hebben plaatsgevonden, en

Ys = de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de fusie.

Paragraaf 7. Bijzondere bekostiging bij fusie van speciale scholen voor basisonderwijs die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2025 waarbij sprake is van beperkte fusie-instroom

Artikel 13. Verstrekken bijzondere bekostiging

  • 1 Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs die op 1 augustus van een van de jaren 2017 tot en met 2024 is ontstaan uit een fusie van twee of meer speciale scholen voor basisonderwijs waarbij sprake is van beperkte fusie-instroom, ontvangt voor het eerste tot en met vijfde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging.

  • 2 De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 14.

  • 3 De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met vijfde schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 14, en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van speciale scholen voor basisonderwijs.

  • 4 Een eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel vervalt indien een speciale school voor basisonderwijs die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid binnen 5 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 10 of artikel 11 bijzondere bekostiging wordt verstrekt.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.

Artikel 14. Formule berekenen bijzondere bekostiging

De bijzondere bekostiging bedoeld in artikel 13, wordt berekend volgens de formule A * (Xs – Ys), waarin:

A = een vermenigvuldigingsfactor die voor het eerste schooljaar na de fusie de waarde 100%, voor het tweede schooljaar na deze fusie de waarde 80%, voor het derde schooljaar na deze fusie de waarde 60%, voor het vierde schooljaar na deze fusie de waarde 40% en voor het vijfde schooljaar na deze fusie de waarde 20% heeft, en

Xs = de som van de bekostiging van alle speciale scholen voor basisonderwijs die onderdeel uitmaken van de fusie, berekend op grond van artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de fusie, wanneer deze fusie niet zou hebben plaatsgevonden, en

Ys = de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO in het schooljaar na de fusie.

Paragraaf 8. Bijzondere bekostiging bij fusie van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2025 waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom

Artikel 15. Verstrekken bijzondere bekostiging bij fusie die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2020

  • 1 Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die op 1 augustus van een van de jaren 2017 tot en met 2019 is ontstaan uit een fusie van twee of meer scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom, ontvangt voor het eerste tot en met zesde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging voor personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding.

  • 2 De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 17.

  • 3 De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met zesde schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 17 en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

  • 4 Indien een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid binnen 6 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 16 of artikel 18 bijzondere bekostiging wordt verstrekt, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.

Artikel 16. Verstrekken bijzondere bekostiging bij fusie die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2020 tot en met 31 juli 2025

  • 1 Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die op 1 augustus van een van de jaren 2020 tot en met 2024 is ontstaan uit een fusie van twee of meer scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom, ontvangt voor het eerste tot en met vijfde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging voor personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding.

  • 2 De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 17.

  • 3 De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met vijfde schooljaar na de fusie wordt als volgt berekend:

    • a. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2020: overeenkomstig artikel 17,

    • b. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2021: overeenkomstig artikel 17 in het tweede tot en met vierde schooljaar na de fusie en overeenkomstig artikel 19 in het vijfde schooljaar na de fusie,

    • c. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2022: overeenkomstig artikel 17 in het tweede en derde schooljaar na de fusie en overeenkomstig artikel 19 in het vierde en vijfde schooljaar na de fusie,

    • d. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2023: overeenkomstig artikel 17 in het tweede schooljaar na de fusie en overeenkomstig artikel 19, in het derde tot en met vijfde schooljaar na de fusie,

    • e. indien de fusie plaatsvindt per 1 augustus 2024: overeenkomstig artikel 19, eerste lid,

    en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

  • 4 Indien de school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid, binnen 5 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 18 bijzondere bekostiging wordt verstrekt, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worent bekostigd.

Artikel 17. Formule berekenen bijzondere bekostiging

De bijzondere bekostiging, bedoeld in artikel 15, wordt berekend volgens de formule (X – Y) + (Xs – Ys), waarin:

X = de som van de bekostiging van alle scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs die onderdeel uitmaken van de fusie, berekend op grond van artikel 32 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de fusie, wanneer de fusie niet zou hebben plaatsgevonden, en

Y = de som van de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van artikel 32 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de fusie.

Xs = de som van de bekostiging van alle scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs die onderdeel uitmaken van de fusie, berekend op grond van artikel 35 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de fusie, wanneer deze fusie niet zou hebben plaatsgevonden, en

Ys = de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van artikel 35 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de fusie.

Paragraaf 9. Bijzondere bekostiging bij fusie van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs die plaatsvindt in de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2025 waarbij sprake is van beperkte fusie-instroom

Artikel 18. Verstrekken bijzondere bekostiging

  • 1 Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die op 1 augustus van een van de jaren 2017 tot en met 2024 is ontstaan uit een fusie van twee of meer scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs waarbij sprake is van beperkte fusie-instroom, ontvangt voor het eerste tot en met vijfde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging.

  • 2 De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 19.

  • 3 De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met vijfde schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 19, en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

  • 4 Indien een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid binnen 5 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 15 of artikel 16 bijzondere bekostiging wordt verstrekt, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.

Artikel 19. Formule berekenen bijzondere bekostiging

De bijzondere bekostiging, bedoeld in artikel 18, wordt berekend volgens de formule A * ((X – Y) + (Xs – Ys)), waarin:

A = een vermenigvuldigingsfactor die voor het eerste schooljaar na de fusie de waarde 100%, voor het tweede schooljaar na deze fusie de waarde 80%, voor het derde schooljaar na deze fusie de waarde 60%, voor het vierde schooljaar na deze fusie de waarde 40% en voor het vijfde schooljaar na deze fusie de waarde 20% heeft, en

X = de som van de bekostiging van alle scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs die onderdeel uitmaken van de fusie, berekend op grond van artikel 32 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de fusie, wanneer deze fusie niet zou hebben plaatsgevonden, en

Y = de som van de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van artikel 32 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de fusie.

Xs = de som van de bekostiging van alle scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs die onderdeel uitmaken van de fusie, berekend op grond van artikel 35 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de fusie, wanneer deze fusie niet zou hebben plaatsgevonden, en

Ys = de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van artikel 35 van het Besluit bekostiging WEC in het schooljaar na de fusie.

Paragraaf 10. Slotbepalingen

Artikel 20. Betaalritme

De bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, worden uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.

Artikel 21. Besteding bekostiging

De bijzondere en aanvullende bekostiging, verstrekt op grond van deze regeling, kan worden besteed aan alle activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt aan de basisschool, speciale school voor basisonderwijs, een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, een samenwerkingsverband PO, een samenwerkingsverband VO of een school als bedoeld in de WVO.

Artikel 22. Intrekken regeling bijzondere bekostiging bij samenvoeging van scholen in het primair onderwijs

De regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 april 2015, nr. PO/FenV/729181, houdende bijzondere bekostiging bij samenvoeging van basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, met ingang van het schooljaar 2015-2016 (Regeling bijzondere bekostiging bij samenvoeging van scholen in het primair onderwijs) wordt ingetrokken per 1 augustus 2017 met dien verstande dat ze van kracht blijft voor de samenvoegingen die in de periode 1 augustus 2012 tot en met 1 augustus 2016 hebben plaatsgevonden voor zover de desbetreffende school die is ontstaan uit een samenvoeging niet betrokken is bij een fusie waarvoor op grond van deze regeling bijzondere bekostiging wordt toegekend.

Artikel 23. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 25 mei 2017 en is voor het eerst van toepassing op het schooljaar 2017-2018. De regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2025.

Artikel 24. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair onderwijs en beleidsregel interpretatie samenvoeging in WPO en WEC.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker