Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Adviescollege toetsing regeldruk[Regeling vervalt per 01-06-2021.]

Geldend van 01-06-2017 t/m heden

Instellingsbesluit Adviescollege toetsing regeldruk

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 12 mei 2017, nr. WJZ / 17067729, gedaan mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op artikel 5, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

  • b. adviescollege: Adviescollege toetsing regeldruk;

  • c. regeldruk: regeldruk voor bedrijfsleven en burgers, en voor beroepsbeoefenaren in de sectoren zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid.

Artikel 2. Instelling en kerntaken

  • 1 Er is een Adviescollege toetsing regeldruk (ATR).

  • 2 Het adviescollege adviseert de regering over de gevolgen voor de regeldruk van:

    • a. wetsvoorstellen en ontwerp algemene maatregelen van bestuur, en

    • b. ontwerp ministeriële regelingen, na overleg met de minister die het aangaat, indien die gevolgen naar verwachting omvangrijk zijn.

  • 3 Het adviescollege kan op verzoek de Tweede Kamer der Staten-Generaal adviseren over de gevolgen van initiatiefwetgeving en amendementen voor de regeldruk.

  • 4 Het adviescollege kan op verzoek de minister die het aangaat bij het voorbereiden van wet- en regelgeving ondersteunen bij het in kaart brengen en analyseren van mogelijke regeldrukgevolgen.

Artikel 3. Overige bevoegdheden

Tenzij hierdoor afbreuk wordt gedaan aan de uitvoering van de kerntaken, genoemd in artikel 2, kan het adviescollege tevens:

  • a. op verzoek van gemeenten, provincies en waterschappen deze overheden adviseren over de gevolgen voor de regeldruk voortkomend uit hun regelgeving;

  • b. op verzoek van één van beide kamers der Staten-Generaal die Kamer adviseren over regeldruk;

  • c. naar aanleiding van signalen uit het bedrijfsleven of de samenleving de regering adviseren over knelpunten in bestaande regelgeving;

  • d. de regering adviseren over knelpunten in beleidsregels en overige regels ten behoeve van de handhaving en uitvoering, in samenspraak met de organisatie die deze regels heeft opgesteld.

Artikel 4. Ontvangst stukken

Voor het uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, ontvangt het adviescollege van de minister die het aangaat een uitgewerkt concept van het wetsvoorstel, van de ontwerp algemene maatregel van bestuur of van de ontwerp ministeriële regeling. Dit uitgewerkt concept bevat of gaat vergezeld van een kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van de ingeschatte gevolgen voor de regeldruk van de voorgenomen regelgeving.

Artikel 5. Adviestermijnen en aanvullende zienswijzen

  • 1 Het adviescollege brengt een advies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, uit binnen vier weken na ontvangst van de in artikel 4 bedoelde stukken, of binnen de gestelde consultatie- of adviestermijn indien deze op een later tijdstip eindigt.

  • 2 Indien de in artikel 4 bedoelde stukken inhoudelijk zodanig complex zijn dat het adviescollege zich niet in redelijkheid binnen de in het eerste lid bedoelde termijn een afgewogen oordeel kan vormen over de gevolgen voor de regeldruk, en het adviescollege niet reeds in een eerdere fase inhoudelijk betrokken is geweest bij de voorbereiding van het concept, kan het adviescollege besluiten zijn advies ten hoogste vier weken later uit te brengen. Het adviescollege stelt de minister die het aangaat, daarvan onverwijld op de hoogte.

  • 3 Indien na het uitbrengen van het advies maar voor de besluitvorming in de ministerraad de voorgenomen regelgeving wordt gewijzigd in die zin dat er aanmerkelijke gevolgen zijn voor de regeldruk, stelt de minister die het aangaat het adviescollege al dan niet op verzoek van het adviescollege in staat binnen twee weken na ontvangst van de gewijzigde stukken een aanvullende zienswijze te geven. Indien de gewijzigde stukken inhoudelijk zodanig complex zijn dat het adviescollege zich niet in redelijkheid binnen de termijn van twee weken een afgewogen oordeel kan vormen over de gevolgen voor de regeldruk kan het adviescollege besluiten zijn aanvullende zienswijze ten hoogste twee weken later uit te brengen. Het adviescollege stelt de minister die het aangaat van het voornemen om een aanvullende zienswijze te geven en van een verlenging van de termijn van twee weken onverwijld op de hoogte.

Artikel 6. Samenstelling

Het adviescollege bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.

Artikel 7. Secretariaat en archief

  • 1 Onze Minister voorziet in het secretariaat van het adviescollege.

  • 2 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het adviescollege geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken.

    De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het adviescollege bewaard in het archief van dat ministerie.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2017 en vervalt met ingang van 1 juni 2021.

Artikel 9. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescollege toetsing regeldruk.

Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Wassenaar, 17 mei 2017

Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.H.A. Plasterk