Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wpg-machtigingsbesluit schadebeperkende maatregelen zorgfraude

Geldend van 31-05-2017 t/m heden

Besluit ingevolge artikel 18, tweede lid, Wet politiegegevens van de Minister van Veiligheid en Justitie, kenmerk 2067091 van 19 mei 2017 houdende toestemming aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, als verantwoordelijke voor de Inspectie SZW DO en de Minister van Financiën als verantwoordelijke voor de FIOD, tot het verstrekken van politiegegevens aan de Colleges van burgemeester en wethouders, de Zorgverzekeraars, het CIZ, de NZa en de IGZ ten behoeve van het kunnen nemen van schadebeperkende maatregelen ter voorkoming en bestrijding van fraude in de zorgsector (Wpg-machtigingsbesluit schadebeperkende maatregelen zorgfraude)

DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Overwegende:

Dat de bestrijding van zorgfraude en de aanpak van oneigenlijk gebruik van zorgvoorzieningen een prioriteit is in het beleid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Dat zowel op het gebied van de langdurige zorg, de maatschappelijke ondersteuning, de jeugdhulp, als de curatieve zorg veel acties in gang zijn en worden gezet om fraude en oneigenlijk gebruik van zorgvoorzieningen terug te dringen en te voorkomen;

Dat deze maatregelen op het voorkomen alsmede het opsporen en bestrijden van fraude en oneigenlijk gebruik zijn gericht, zodat de financiële middelen die voor de zorg bestemd zijn ook komen waar ze horen, namelijk bij de zorg voor de patiënt of cliënt die deze zorg nodig heeft;

Dat voor een krachtiger aanpak van zorgfraude een brede geïntegreerde aanpak van zorgfraude waarbij door de Inspectie Sociale Zaken, Directie Opsporing (hierna: ISZW-DO), de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (hierna: FIOD), de Colleges van burgemeester en wethouders, de Zorgverzekeraars, het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ), de Nederlandse Zorg Autoriteit (hierna: NZa) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (hierna: IGZ) wordt samengewerkt, noodzakelijk is;

Dat hiervoor een aanzet is gegeven met het Bestuurlijk Overleg Taskforce Integriteit Zorgsector, waarin bovengenoemde partijen vertegenwoordigd zijn. Dat in opdracht van dit Bestuurlijk Overleg ter intensivering van de samenwerking een samenwerkingsverband is aangegaan, welke is vastgelegd in het Convenant IKZ (Informatie Knooppunt Zorgfraude).

Dat het gezamenlijke doel van de convenantpartners het versterken van de integriteit van de zorgsector is door het voorkomen en aanpakken van onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen van de voor zorg bestemde middelen;

Dat uitwisseling van informatie tussen de partners van het convenant van essentieel belang is voor de verbetering van de aanpak van zorgfraude en informatie uitwisseling als zodanig een essentieel onderdeel is van de samenwerking tussen de convenantpartners;

Dat ook noodzakelijk is dat de convenantpartners politiegegevens verstrekt krijgen. Dat er een besluit overeenkomstig artikel 20 van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg) juncto artikel 4:5 van het Besluit politiegegevens is genomen en zodoende is voorzien in een grondslag voor het op structurele basis verstrekken door de ISZW-DO en de FIOD van politiegegevens die op grond van artikel 8 en 13, eerste lid, van de Wpg zijn verwerkt aan de convenantpartners, met inachtneming van het hierover in het Convenant en Informatieprotocol IKZ 2016 bepaalde;

Dat de ISZW DO en de FIOD echter slechts op beperkte schaal politiegegevens op grond van artikel 8 en 13 Wpg verwerken, maar veelal grootschalige fraudeonderzoeken verrichten die worden verwerkt op grond van artikel 9 Wpg;

Dat de praktijk bovendien heeft uitgewezen dat politiegegevens die thans worden verstrekt door de ISZW DO en de FIOD aan bovengenoemde convenantpartners ontoereikend zijn om zicht te krijgen op de verborgen verschijningsvormen van de georganiseerde fraude in de zorgsector, en dat juist de politiegegevens die zijn verwerkt op grond van artikel 9 Wpg van groot belang zijn voor de aanpak van de (georganiseerde) fraude in de zorg, omdat deze gegevens beter inzicht bieden in mogelijke fraude en oneigenlijk gebruik van voorzieningen in de zorgsector;

Dat het wenselijk en noodzakelijk is dat deze politiegegevens met het oog op het nemen van schadebeperkende maatregelen rechtstreeks worden verstrekt aan de Colleges van burgemeester en wethouders ten behoeve van de uitvoering van de taken in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet, aan Zorgverzekeraars bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet ten behoeve van de uitvoering van de taken in het kader van de Zorgverzekeringswet, aan Zorgverzekeraars optredend als zorgkantoor, bedoeld in artikel 1.1.1 van Wet langdurige zorg ten behoeve van de uitvoering van de taken in het kader van de Wet langdurige zorg, aan het CIZ ten behoeve van de taken zoals omschreven in artikel 7.1.2 juncto artikel 3.2.4 van de Wet langdurige zorg, aan de NZa ten behoeve van de taken zoals omschreven in artikel 16 tot en met 31 van de Wet marktordening gezondheidszorg en aan de IGZ ten behoeve van de taken zoals omschreven in artikel 36 lid 1 Gezondheidswet;

Dat door het nemen van schadebeperkende maatregelen door genoemde convenantpartners onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen van de voor zorg bestemde middelen voorkomen en aangepakt worden en de integriteit van de zorgsector versterkt wordt;

Dat ingevolge artikel 4:5, eerste lid, van het Bpg, in de gevallen waarbij op grond van artikel 20 Wpg verstrekking van politiegegevens plaatsvindt, geen politiegegevens worden verstrekt die verwerkt worden overeenkomstig artikel 9 of 10 van de Wet politiegegevens;

Dat ingevolge het tweede lid van voornoemde bepaling, slechts indien dringend noodzakelijk voor een goede uitvoering van de politietaak en na overleg met de functionaris aangewezen op grond van artikel 2:10 van het Besluit politiegegevens, beslist kan worden tot verstrekking van politiegegevens verwerkt op grond van artikel 9 of 10 van de Wet politiegegevens;

Dat in de nota van toelichting bij het Besluit politiegegevens is aangegeven dat dit aan de orde kan zijn in situaties waarin sprake is van ernstig gevaar voor het leven of de gezondheid van bepaalde personen, hetgeen de verstrekking van deze gegevens voor het nemen van schadebeperkende maatregelen niet mogelijk maakt.

Dat ingevolge artikel 18, eerste lid, van de Wpg, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur personen en instanties kunnen worden aangewezen aan wie of waaraan, met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, politiegegevens worden of kunnen worden verstrekt ter uitvoering van de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aan te geven taak; Dat het Besluit politiegegevens geen uitdrukkelijke grondslag biedt tot het verstrekken van politiegegevens die zijn verwerkt op grond van artikel 9 Wpg aan de Colleges van burgemeester en wethouders, Zorgverzekeraars, het CIZ, de NZa en de IGZ met het oog op het nemen van schadebeperkende maatregelen ten behoeve van het voorkomen en aanpakken van onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen van de voor zorg bestemde middelen;

Dat ingevolge artikel 18, tweede lid, van de Wpg, de Minister van Veiligheid en Justitie toestemming kan geven tot het verstrekken van daarbij door hem te omschrijven politiegegevens voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang;

Dat met de verstrekking van deze politiegegevens verwerkt op grond van artikel 9 Wpg aan de convenantpartners een zwaarwegend algemeen belang wordt gediend, omdat de genoemde convenantpartners beter in staat zijn hun wettelijke taken te vervullen, zodat schadebeperkende maatregelen kunnen worden genomen en onrechtmatigheden in de zorg beter kunnen worden voorkomen en aangepakt. Dat dit bijdraagt aan de versterking van de integriteit van de zorgsector, en ten goede komt aan het economisch welzijn van het land, de bescherming van de gezondheid alsook het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten;

Dat vanwege de gevoelige aard van de te verstrekken gegevens nadere voorschriften en voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de verstrekking, de verwerking en de verdere verwerking daarvan;

Dat met de verlening van deze toestemming vooruit wordt gelopen op een voorstel tot aanpassing van het Besluit politiegegevens, zodat deze machtiging een tijdelijk karakter heeft.

Gelet op artikel 18, tweede lid, van de Wet politiegegevens

BESLUIT

Artikel 1

  • 2 De in het eerste lid bedoelde politiegegevens betreffen uitsluitend politiegegevens die worden verwerkt ingevolge artikel 9 van de Wet politiegegevens en voor zover deze politiegegevens noodzakelijk zijn voor de preventie en bestrijding van fraude in de zorgsector.

  • 3 De verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens vindt slechts plaats als het opsporingsbelang zich hier niet tegen verzet.

  • 4 Van elke verstrekking op grond van het eerste lid, worden de volgende gegevens geregistreerd:

    • a. de identiteit van de ontvangende partij;

    • b. de datum van verstrekking;

    • c. een omschrijving van de verstrekte gegevens;

    • d. het doel van de verstrekking;

    • e. de beslissing van de bevoegd functionaris zoals aangewezen in artikel 6, zevende lid, van de Wet politiegegevens;

    • f. de datum van de beslissing;

    • g. de toestemming van de Officier van Justitie en de datum waarop deze toestemming is gegeven.

Artikel 2

  • 1 De ontvangende instantie treft maatregelen die waarborgen dat de gegevens uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

  • 2 De ontvangende instantie treft maatregelen die waarborgen dat:

    • a. de ontvangen gegevens alleen toegankelijk zijn voor medewerkers voor wie toegang tot deze gegevens op basis van hun functie en takenpakket noodzakelijk is en die hiertoe expliciet door de hoogst verantwoordelijke binnen de organisatie zijn geautoriseerd;

    • b. verleende autorisaties tijdig worden aangepast bij functiewijziging of vertrek van gebruikers;

    • c. wordt geregistreerd welke personen zich toegang verschaffen tot de politiegegevens, zodat mogelijk misbruik tijdig wordt gesignaleerd en stopgezet;

    • d. de ontvangen gegevens slechts kunnen worden doorverstrekt aan derden in geval van u uitbesteding van de verwerking, waarbij de ontvangende instantie onverkort verantwoordelijk blijft voor de juiste verwerking van de gegevens;

    • e. de ontvangende instantie voldoet aan door de ISZW DO en de FIOD te stellen eisen ter uitwerking van de in dit lid gestelde voorwaarden met het oog op de beveiliging van gegevens;

    • f. zodra de gegevens niet langer noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt, de gegevens en alle kopieën daarvan terstond worden vernietigd;

    • g. de ontvangende instantie aan de verstrekkende instantie rapporteert waartoe de verstrekking heeft geleid.

Artikel 3

Dit besluit wordt in de Staatscourant geplaatst en treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en vervalt op de dag dat in het Besluit politiegegevens in deze verstrekking van politiegegevens is voorzien.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Wpg-machtigingsbesluit schadebeperkende maatregelen zorgfraude.

’s-Gravenhage, 19 mei 2017,

De Minister van Veiligheid en Justitie,

S.A. Blok