Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Monitoring beschikkingen Persoonsgebonden budget en uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2017[Regeling vervalt per 01-01-2018.]

Geldend van 23-05-2017 t/m heden

Regeling Monitoring beschikkingen Persoonsgebonden budget en uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2017

Grondslag

Gelet op de artikelen 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van informatieverstrekking voor de monitoring van zorguitgaven.

1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • PGB: een subsidie waarmee de cliënt onder de bij of krachtens artikel 3.3.3 en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen.

  • Individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen: rolstoelen voor individueel gebruik en persoonsgebonden hulpmiddelen als bedoeld in artikel 3.1.2 van het Besluit langdurige zorg.

  • Totale bedrag aan pgb’s uit de afgegeven pgb-verleningsbeschikkingen: totale bedrag op basis van de door het zorgkantoor afgegeven pgb-verleningsbeschikkingen 2016.

  • Zorgkantoor: een ingevolge artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz voor een bepaalde regio aangewezen Wlz-uitvoerder. Het zorgkantoor is voor alle cliënten die wonen in de regio waarvoor hij is aangewezen, belast met de verstrekking van het pgb.

Voor overige begrippen wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Definities Wlz’.

2. Doel van de regeling

Deze regeling beoogt het stellen van regels over de informatie die zorgkantoren/Wlz-uitvoerders als genoemd in artikel 1 van deze regeling moeten aanleveren ten behoeve van het monitoren van de (definitief) bedragen uit de verleningsbeschikkingen voor Persoonsgebonden budget (pgb) en de uitgaven aan individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen.

Deze gegevens worden gebruikt om te bepalen in hoeverre de beschikbare ruimten voor pgb’s toereikend zijn om de toegekende budgetten aan de budgethouders te bekostigen en in hoeverre het mogelijk is om nog budgetten toe te kennen aan aspirant budgethouders.

Voor de individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen worden de gegevens gebruikt om te bepalen of de uitgaven hiervan passen binnen de door VWS gestelde ruimte.

Deze regels hebben betrekking op de inhoud van de informatie zelf, de wijze waarop deze moet worden aangeleverd en de termijnen waarbinnen dat moet.

3. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op zorgkantoren/Wlz-uitvoerders als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet langdurige zorg (Wlz).

4. Te verstrekken informatie pgb

  • 1. Zorgkantoren als bedoeld in artikel 1 zijn voor het budgetjaar 2017 verplicht om in dat jaar maandelijks een opgave te verstrekken van het totaalbedrag dat aan budgethouders is toegekend in de verleningsbeschikkingen (toegekende trekkingsrechten) pgb. Op basis hiervan monitort de NZa of dit totaalbedrag past binnen het vastgestelde kader pgb.

  • 2. Zorgkantoren als bedoeld in artikel 1 zijn voor het budgetjaar 2017 eveneens verplicht om in dat jaar per kwartaal een opgave te verstrekken op budgethouderniveau van de indicatiegegevens, toegekende bedragen en de looptijd van de subsidieperiode. Deze gegevens worden gebruikt voor verdiepende analyses.

  • 3. Zorgkantoren zijn verplicht de NZa uiterlijk 1 juli 2017 een definitieve opgave te verstrekken van het totale bedrag aan pgb’s uit de afgegeven pgb-verleningsbeschikkingen 2016.Voor het bepalen van dit totaalbedrag gebruikt het zorgkantoor als peildatum 1 mei 2017.

  • 4. Het gestelde onder het derde lid van artikel 4 maakt onderdeel uit van de Regeling Uitvoeringsverslag en Financieel verslag Wlz-Uitvoerder (bijlage 4; model V). Hiervoor is ook artikel 4.1.1 (PGB-beschikkingen op regioniveau) in het Protocol accountantsonderzoek Wlz-uitvoerders 2016 opgenomen.

5. Indieningstermijnen en compleetheid van de te verstrekken informatie pgb

  • 1. Voor de opgaven zoals bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid moet gebruik worden gemaakt van het hiertoe bestemde formulier dat de NZa beschikbaar stelt.

  • 2. De opgave zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 4 moet maandelijks ingediend worden bij de NZa, met als peildatum de laatste dag van de maand. De opgave moet ingediend worden voor de 15e van de opvolgende maand. In maart 2018 vraagt de NZa nog eenmalig de eindstand 2017 op. De opgave is compleet indien deze het volledig ingevulde digitale formulier bevat met de volgende gegevens:

    • Aantal budgethouders pgb;

    • Totaal toegekende budgetten (afgegeven trekkingsrechten) kasbasis 2017;

    • Totaal gereserveerd voor 2017;

    • Totaal reservering op jaarbasis 2018;

    • Aantal cliënten op wachtlijst voor toekenning van een pgb;

    • Onderbouwing van afwijkingen ten opzichte van de cijfers van voorgaande periodes.

    Bovengenoemde onderdelen zijn terug te vinden in het NZa-formulier ‘Informatieuitvraag Individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen en PGB’ (werkblad ‘PGB’).

  • 3. De opgave zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 4 moet per kwartaal ingediend worden bij de NZa, met als peildatum de laatste dag van de maand. De opgave moet ingediend worden voor de 15e van de opvolgende maand. De totaalbedragen van de opgaven bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 4 moeten bij elkaar aansluiten. De opgave is compleet indien deze het volledig ingevulde formulier bevat met de volgende gegevens:

    • het zzp waarvoor de budgethouder is geïndiceerd;

    • het bedrag van een eventuele meerzorgtoeslag;

    • het totaal toegekende bedrag Wlz-pgb;

    • ingangsdatum van de subsidieperiode Wlz-pgb;

    • einddatum van de subsidieperiode Wlz-pgb.

    Bovengenoemde onderdelen zijn terug te vinden in het NZa-formulier ‘Informatieuitvraag Individueel aangepaste Wlz hulpmiddelen en PGB’ (werkblad ‘PGB-cliëntniveau’).

6. Te verstrekken informatie individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen

  • 1. Zorgkantoren, als bedoeld in artikel 1, zijn voor het budgetjaar 2017 verplicht om in dat jaar maandelijks een opgave te verstrekken van de uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen van de voorgaande kalendermaand. De opgave moet ingediend worden bij de NZa voor de 15e van de opvolgende maand en heeft als peildatum de laatste dag van de maand.

  • 2. Zorgkantoren zijn verplicht de NZa uiterlijk 15 maart 2017 een definitieve (werkelijke) opgave te verstrekken van de uitgaven van individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen in het jaar 2016.

  • 3. Voor de opgaven bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel moet gebruik worden gemaakt van het formulier ‘Informatieuitvraag Individueel aangepaste Wlz hulpmiddelen en PGB’ (werkblad ‘Hulpmiddelen’) dat de NZa beschikbaar stelt.

  • 4. De opgave bedoeld in het eerste lid van dit artikel is compleet, indien deze het volgende onderdeel bevat:

    • Het volledig ingevulde digitale formulier met het totaalbedrag uitgaven aan individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen met als peildatum de laatste dag van een maand.

  • 5. De opgave bedoeld in het tweede lid van dit artikel is compleet indien deze ten minste de volgende onderdelen bevat:

    • het totaalbedrag uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen jaar over het 2016. Deze opgave moet aansluiten bij de gegevens uit de maandopgaven.

7. Wijze van verstrekking

Het formulier Informatieuitvraag Individueel aangepaste Wlz hulpmiddelen en PGB”is beschikbaar gesteld op de website van de NZa (www.nza.nl). Zorgkantoren/Wlz-uitvoerders dienen de in artikel 4, eerste en tweede lid, artikel 5 en artikel 6 bedoelde informatie in te dienen per e-mail aan info@nza.nl.

8. Gebrekkige aanlevering

  • 1. Van een gebrekkige aanlevering is sprake indien de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde informatie onjuist, onvolledig, niet, of niet tijdig wordt aangeleverd.

  • 2. Van een onjuiste of onvolledige aanlevering is sprake, indien de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde informatie weliswaar binnen de geldende indieningstermijnen is verstrekt, maar niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de eisen die hieraan in deze regeling zijn gesteld.

    Bij een onjuiste of onvolledige aanlevering stelt de NZa het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder ten minste eenmaal in de gelegenheid – kosteloos en zonder verdere gevolgen – alsnog binnen een nader te stellen termijn over te gaan tot aanlevering van de juiste en volledige informatie.

    Indien de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde informatie na herhaaldelijk verzoek onjuist of onvolledig is aangeleverd, kan de NZa gebruik maken van de haar toekomende handhavende bevoegdheden zoals genoemd in hoofdstuk 6 van de Wmg. Voor deze gevallen wordt dan een separaat en nader in te vullen handhavingstraject vastgesteld. Daarbij wordt ook bepaald in welk geval welk handhavingsinstrument (zoals aanwijzing, boete, last onder dwangsom) wordt ingezet.

  • 3. Van een niet tijdige aanlevering is sprake wanneer na het verstrijken van de geldende indieningstermijnen alsnog een aanlevering van de in de artikelen 4, 5 en 6 genoemde informatie is ontvangen. Bij de beoordeling of sprake is van een niet tijdige aanlevering, is niet relevant of de informatie onjuist, onvolledig of compleet is.

    Indien de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde informatie niet of niet tijdig is ontvangen, kan de NZa gebruik maken van de haar toekomende handhavende bevoegdheden zoals genoemd in hoofdstuk 6 van de Wmg.

9. Overschrijding pgb-kader

Indien een zorgkantoor verwacht het regionale PGB-kader te overschrijden, moet dit tijdig kenbaar worden gemaakt bij de NZa. Hierbij moet niet worden gewacht tot de maandelijkse informatieverstrekking zoals beschreven in deze regeling.

Een zorgkantoorregio mag het beschikbaar gestelde PGB subsidieplafond niet overschrijden. Om een overschrijding van een regionaal plafond te voorkomen kan een zorgkantoor:

  • middelen overhevelen vanuit de contracteerruimte voor zorg in natura uit de eigen regio;

  • andere zorgkantoren verzoeken om middelen over te hevelen vanuit het PGB-kader of contracteerruimte voor zorg in natura;

  • een knelpuntenprocedure starten (zie hiervoor de Beleidsregel knelpuntenprocedure 2017). Een knelpuntenprocedure kan worden gestart als er geen mogelijkheden meer zijn om middelen over te hevelen en een pgb-overschrijding dreigt;

  • bij het uitblijven van middelen een pgb-stop invoeren en indien mogelijk zorg in natura aanbieden.

10. Intrekken oude regeling

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze Regeling Monitoring beschikkingen Persoonsgebonden budget en uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2017 wordt de Regeling Monitoring uitgaven Persoonsgebonden budget en individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2017 met kenmerk (NR/REG-1722) ingetrokken.

11. Toepasselijkheid voorafgaande regeling, bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel

Toepasselijkheid voorafgaande regeling

De Regeling ‘Monitoring uitgaven Persoonsgebonden budget en individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen’, met kenmerk CA-NR-1653c

blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgkantoren/Wlz-uitvoerders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold.

Inwerkingtreding/Bekendmaking

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Monitoring beschikkingen Persoonsgebonden budget en uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2017.

de Raad van bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit,

M.J. Kaljouw

voorzitter Raad van Bestuur