Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Gemeenschappelijke regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum[Regeling vervallen per 01-06-2017.]

Geldend van 01-04-2017 t/m 31-05-2017

Gemeenschappelijke regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,Gedeputeerde staten van de provincie Flevoland,De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dronten, Lelystad, Urk en Zeewolde,Het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland,Het bestuur van de stichting Nieuw Land,Het bestuur van de stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders,

Gelet op hoofdstuk VI en VIII van de Wet gemeenschappelijke regelingen,

Overwegende dat:

  • zij op 1 februari 2004 de gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid dat de collecties en archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Flevoland, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten Lelystad, Dronten, Urk en Zeewolde, het waterschap Zuiderzeeland, het Nieuw Land Poldermuseum en het Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland beheert alsmede taken van het archeologisch depot van de provincie Flevoland uitoefent, hebben getroffen;

  • per 1 januari 2015 de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd;

  • dit ertoe leidt dat de Regeling Erfgoedcentrum Nieuw Land in technische zin dient te worden aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen;

Besluiten:

Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 1 [Vervallen per 01-06-2017]

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • a. de Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. de provincie: de provincie Flevoland;

  • c. de gemeenten: de gemeenten Dronten, Lelystad, Urk en Zeewolde;

  • d. het waterschap: het waterschap Zuiderzeeland;

  • e. de stichtingen: de Stichting Nieuw Land en de Stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders;

  • f. de deelnemers: de Minister, gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en de stichtingen;

  • g archiefbescheiden: archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Archiefwet 1995.

  • h. collecties: de verzameling historische voorwerpen, boeken en overige schriftelijke en elektronische bescheiden in de meest ruime zin des woords, niet zijnde archiefbescheiden, in eigendom van of beheer bij de deelnemers voor zover het betreft voorwerpen of bescheiden bij de archiefbewaarplaatsen van de deelnemers, het archeologisch depot van de provincie, het Nieuw Land Poldermuseum van de Stichting Nieuw Land en het Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland van de Stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders.

Hoofdstuk II. Instelling, doel en beleid van het openbaar lichaam nieuw land erfgoedcentrum [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 2 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 De regeling wordt getroffen met het doel de belangen van die de deelnemers hebben bij goed beheer van de archiefbescheiden en collecties, die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, het archeologisch depot van de provincie, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten, het waterschap, het Nieuw Land Poldermuseum van de Stichting Nieuw Land en het Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland van de Stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders, en alle daarbij behorende aangelegenheden in gezamenlijkheid te behartigen. Nieuw Land Erfgoedcentrum doet dit onder meer door:

    • a. depot- en collectievorming, documentatie, presentaties, historisch onderzoek, voorlichting en educatie, en publicaties;

    • b. het verzamelen, bewaren, beheren, toegankelijk maken van documenten;

    • c. het aanbieden van informatie in fysieke en digitale vorm via museale presentaties, tentoonstellingen, evenementen, projecten, een website, publicaties, en educatieve producten;

    • d. het ontwikkelen en behouden van belangrijke archeologische waarden voor toekomstige generaties ten behoeve van recreatie, toerisme, educatie en ruimtelijke kwaliteit;

    • e. het verrichten van en het gelegenheid geven tot (wetenschappelijk) historisch en archeologisch onderzoek;

    • f. het facilitair en inhoudelijk ondersteunen van initiatieven op het gebied van cultuurhistorie voor gemeenten, onderwijs, verenigings- en bedrijfsleven en het algemene publiek.

  • 2 Nieuw Land Erfgoedcentrum voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het eerste lid, het archief- en cultuurbeleid van de Minister, de provincie, de gemeenten en het waterschap mede uit.

  • 3 De deelnemers kunnen gezamenlijk algemene aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop Nieuw Land Erfgoedcentrum de belangen, bedoeld in het eerste lid, behartigt.

Artikel 2a [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Er is een openbaar lichaam genaamd Nieuw Land Erfgoedcentrum,

  • 2 Nieuw Land Erfgoedcentrum is gevestigd te Lelystad.

Artikel 2b [Vervallen per 01-06-2017]

Aan Nieuw Land Erfgoedcentrum zijn de volgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de deelnemers overgedragen:

Hoofdstuk III. Het algemeen bestuur [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 3 [Vervallen per 01-06-2017]

Het algemeen bestuur stelt de regels omtrent de kosten, bedoeld in artikel 19 Archiefwet 1995, vast bij unanimiteit en volgt daarbij zoveel mogelijk de regels die de Minister op grond van artikel 19 Archiefwet 1995 heeft vastgesteld voor het Nationaal Archief.

Artikel 4 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden.

  • 2 De Minister wijst één lid aan.

  • 3 Gedeputeerde staten van de provincie wijzen uit hun midden één lid aan.

  • 4 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap wijzen uit hun midden gezamenlijk één lid aan.

  • 5 Het bestuur van de stichting Nieuw Land wijst twee leden aan.

  • 6 Het bestuur van de stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders wijst één lid aan.

  • 7 De deelnemers kunnen voor ieder door hen benoemd lid tevens één plaatsvervangend lid aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Het aanwijzen van een plaatsvervangend lid geschiedt overeenkomstig het gestelde in de leden 2 tot en met 6. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.

  • 8 Het lidmaatschap van het algemeen bestuur van de leden, aangewezen overeenkomstig het tweede, derde, vijfde en zesde lid, eindigt van rechtswege op het tijdstip waarop de zittingsperiode van gedeputeerde staten afloopt.

  • 9 Het lidmaatschap van het algemeen bestuur van het lid, aangewezen overeenkomstig het vierde lid, eindigt van rechtswege op het moment dat de zittingsperiode van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten of van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur van het waterschap afloopt.

  • 10 Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het achtste of negende lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.

  • 11 Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wordt overeenkomstig de leden twee tot en met zes zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen.

  • 12 Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.

  • 13 Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde zijn lidmaatschap ter beschikking stellen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem.

  • 2 Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger in een andere hoedanigheid eveneens betrokken is en waarbij belangenspanning speelt of de integriteitsvraag aan de orde zou kunnen zijn.

  • 3 Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

  • 4 Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.

  • 5 Het vierde lid is niet van toepassing:

    • a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was;

    • b. voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.

  • 6 Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, tenzij in de regeling anders is bepaald.

  • 7 Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.

Hoofdstuk IV. De taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 6 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering van de aan het Nieuw Land Erfgoedcentrum toegekende taak alle bevoegdheden die bij wet of deze regeling niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.

  • 2 Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld in artikel 29, tot rijksarchivaris in de provincie, tot gemeentearchivaris van de gemeenten en tot waterschapsarchivaris van het waterschap benoemen.

  • 3 Aan de bevoegdheden van het algemeen bestuur worden geen beperkingen opgelegd ingevolge artikel 77 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, mits het totaal van de aangegane verplichtingen binnen de goedgekeurde begroting valt. Voor het aangaan van verplichtingen door het algemeen bestuur buiten de goedgekeurde begroting geldt de procedure van artikel 18, 18a en 19.

  • 4 Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat provinciale staten van de provincie, het algemeen bestuur van het waterschap en de besturen van de stichtingen, de raden van de gemeenten en de Minister in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij unanimiteit.

Artikel 7 [Vervallen per 01-06-2017]

Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de Minister, provinciale en gedeputeerde staten van de provincie, de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en de stichtingen de door hen gevraagde inlichtingen.

Artikel 8 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Een lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door de Minister verstrekt aan de Minister zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door de Minister gevraagde inlichtingen.

  • 2 Een lid van het algemeen bestuur dat in gezamenlijkheid is aangewezen door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap, verstrekt zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van die colleges en raden van de gemeenten of dat algemeen en dagelijks bestuur gevraagde inlichtingen.

  • 3 Een lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het college van gedeputeerde staten verstrekt aan gedeputeerde staten en aan provinciale staten van de provincie zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van het college en de staten gevraagde inlichtingen.

  • 4 Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het bestuur van de stichting die hem heeft aangewezen zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer bestuursleden van de stichtingen gevraagde inlichtingen.

  • 5 De deelnemers kunnen een lid van het algemeen bestuur dat zij hebben aangewezen, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

Artikel 9 [Vervallen per 01-06-2017]

De deelnemers kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer geniet, ontslag verlenen.

Hoofdstuk V. Het dagelijks bestuur [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 10 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen leden.

  • 2 Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.

  • 4 Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. Besluitvorming vindt plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen, voor zover niet anders bepaald in de regeling.

  • 5 In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

  • 6 Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering.

Hoofdstuk VI. De werkwijze van het dagelijks bestuur [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 11 [Vervallen per 01-06-2017]

Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.

Artikel 12 [Vervallen per 01-06-2017]

Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast.

Hoofdstuk VII. De taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 13 [Vervallen per 01-06-2017]

Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:

  • a. het voeren van het dagelijks bestuur van Nieuw Land Erfgoedcentrum, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;

  • b. beslissingen van het algemeen bestuur voorbereiden en uitvoeren;

  • c. regels vaststellen over de ambtelijke organisatie van Nieuw Land Erfgoedcentrum;

  • d. ambtenaren benoemen, schorsen en ontslaan;

  • e. besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van Nieuw Land Erfgoedcentrum, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 6, vierde lid;

  • f. besluiten namens Nieuw Land Erfgoedcentrum, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;

  • g. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit;

  • h. het beheer van de activa en passiva van Nieuw Land Erfgoedcentrum, en

  • i. de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van Nieuw Land Erfgoedcentrum.

Hoofdstuk VIII. De voorzitter [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 14 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen.

  • 2 De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

  • 3 De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, met inachtneming van artikel 31, tweede lid, tenzij hij aan de directeur het tekenen van bepaalde stukken heeft opgedragen.

  • 4 De voorzitter vertegenwoordigt Nieuw Land Erfgoedcentrum in en buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

Hoofdstuk IX. Tegemoetkoming en vergoeding [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 15 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het algemeen bestuur kan besluiten dat de leden van het algemeen of dagelijks bestuur, voor zover zij niet de functie vervullen van lid van gedeputeerde staten, commissaris van de Koning, burgemeester of wethouder, lid van het algemeen of dagelijks bestuur van het waterschap of als ambtenaar in rijks-, provincie-, gemeente- of waterschapsdienst werkzaam zijn, een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden ten behoeve van Nieuw Land Erfgoedcentrum.

  • 2 De leden van het algemeen en het dagelijks bestuur, bedoeld in het eerste lid, ontvangen een tegemoetkoming in de kosten, waartoe worden gerekend reis- en verblijfkosten ten behoeve van het bijwonen van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur.

  • 3 De in de voorgaande leden bedoelde vergoeding en tegemoetkoming worden door het algemeen bestuur vastgesteld en als afzonderlijke post opgenomen in de jaarlijkse begroting.

Hoofdstuk X. Financiële bepalingen [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 16 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de Minister, de provincie, de gemeenten, het waterschap en de stichtingen, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van een vastgestelde begroting. Bij de aanvang van Nieuw Land Erfgoedcentrum luiden de bijdragen zoals vastgesteld in de bijlage bij de regeling.

  • 2 De Minister, de provincie, de gemeenten, het waterschap en de stichtingen dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van het zevende lid.

  • 3 De bijdrage van de Minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de Minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De bijdrage van de provincie wordt jaarlijks aangepast met het door de provincie voor dit doel jaarlijks vastgestelde percentage voor loon- en prijsstijgingen. De gemeenten, het waterschap en de stichtingen volgen in deze de provincie in de aanpassing van hun bijdragen.

  • 4 Nieuw Land Erfgoedcentrum kan bij de vaststelling van de begroting een voorlopige raming opnemen van de vast te stellen percentages bedoeld in het derde lid.

  • 5 Bij de aanvang van Nieuw Land Erfgoedcentrum en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de deelnemers vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden.

  • 6 Voor zover de bijdrage wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 7 Indien een van de deelnemers een andere taak opdraagt als bedoeld in artikel 2b, onder e, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door die deelnemer in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.

Artikel 17 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan en een meerjarenbegroting op.

  • 3 Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan en de ontwerpmeerjarenbegroting aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt ze vast. Dertien maanden voorafgaand aan de periode waarop het beleidsplan en de meerjarenbegroting betrekking hebben, worden deze toegezonden aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen.

  • 4 De deelnemers maken, binnen twee maanden na ontvangst van de in het derde lid genoemde stukken, gezamenlijk afspraken met Nieuw Land Erfgoedcentrum over te behalen resultaten voor de komende vier jaren.

Artikel 18 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen.

  • 2 Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de in het eerste lid genoemde bestuursorganen en besturen.

  • 3 Bij het opstellen van het ontwerp voor de begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het algemeen bestuur het archiefbeleid en het cultuurbeleid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, en de afspraken, bedoeld in artikel 17, vierde lid, in acht.

  • 4 In de toelichting op de ontwerpbegroting worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten Nieuw Land Erfgoedcentrum met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.

  • 5 De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.

  • 6 De Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

Artikel 18a [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. De begroting wordt bij unanimiteit vastgesteld.

  • 2 Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen, die ter zake bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

  • 3 Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 19 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen.

  • 3 Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging binnen vier weken na de vaststelling aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 20 [Vervallen per 01-06-2017]

De deelnemers voldoen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot in door hen nader te bepalen termijnen.

Artikel 21 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar na het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, een voorlopige jaarrekening aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen. De voorlopige jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2 Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de deelnemers in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden.

  • 3 Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen vóór 15 april een inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar.

  • 4 Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen

  • 5 Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste, derde en vierde lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar.

Artikel 22 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Een batig saldo kan worden bestemd voor vorming van of toevoeging aan de reserve, of kan worden uitbetaald. De hoogte van deze reserve wordt bepaald door het algemeen bestuur, gehoord de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen bestuur en dagelijks bestuur van het waterschap en de stichtingen. Voor zover een batig saldo niet wordt aangewend voor de reserve wordt het saldo naar rato van de jaarlijkse bijdragen uitgekeerd aan de deelnemers.

  • 2 De reserve in enig jaar bedraagt niet meer dan tien procent van de gezamenlijke bijdragen van de deelnemers van dat jaar.

Artikel 23 [Vervallen per 01-06-2017]

Bij de jaarrekening stelt het algemeen bestuur de definitieve bijdragen van de deelnemers vast.

Artikel 24 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer en de boekhouding van Nieuw Land Erfgoedcentrum. Bij deze regels wordt bepaald welke ambtenaren van Nieuw Land Erfgoedcentrum met het doen van ontvangsten en betalingen worden belast.

  • 2 Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de financiële administratie en het kasbeheer.

Artikel 25 [Vervallen per 01-06-2017]

De deelnemers kunnen gezamenlijk nadere regels stellen over het financieel en materieel beheer, over de inrichting van de begroting en het jaarverslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole geven.

Hoofdstuk XI. Het archief [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 26 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Overeenkomstig door het algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet 1995 vast te stellen regels, die aan gedeputeerde staten van de provincie worden medegedeeld, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van Nieuw Land Erfgoedcentrum.

  • 2 De archiefbescheiden van Nieuw Land Erfgoedcentrum die op grond van de Archiefwet 1995 moeten worden overgebracht, komen te berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie.

Hoofdstuk XII. Informatieplicht/toezicht [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 27 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 De deelnemers en het bestuur van Nieuw Land Erfgoedcentrum verstrekken elkaar desgevraagd inlichtingen en gegevens welke zij nodig achten voor de uitoefening van hun taak. De deelnemers kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

  • 2 Nieuw Land Erfgoedcentrum stelt de deelnemers te allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 ten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie en de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en het waterschap.

Artikel 28 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 De deelnemers doen het dagelijks bestuur mededeling van de bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2, voor Nieuw Land Erfgoedcentrum van belang zijn.

  • 2 De deelnemers kunnen, bij de in het eerste lid bedoelde mededeling, het gevoelen vragen van het dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het dagelijks bestuur zijn zienswijze daaromtrent aan de deelnemers kenbaar maken.

Hoofstuk XIII. De directeur en het overige personeel [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 29 [Vervallen per 01-06-2017]

Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van Nieuw Land Erfgoedcentrum.

Artikel 30 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast.

  • 2 Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.

Artikel 31 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem.

  • 2 Met inachtneming van artikel 14, vijfde lid, worden alle stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan door de directeur mede ondertekend.

Artikel 32 [Vervallen per 01-06-2017]

Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur.

Artikel 33 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Het dagelijks bestuur stelt de rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling vast.

  • 2 Het dagelijks bestuur volgt bij de vaststelling van de regeling, bedoeld in het eerste lid, zoveel mogelijk de rechtspositieregeling van het Rijk.

  • 3 Een regeling die afwijkt van de rechtspositieregeling van het Rijk, behoeft de instemming van de regionale vakbondsbestuurders.

Hoofdstuk XIV. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 34 [Vervallen per 01-06-2017]

Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van de deelnemers, na verkregen toestemming van provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en de stichtingen, alsmede de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen.

Artikel 35 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Uittreding uit de regeling kan geschieden door toezending van daartoe strekkende besluiten van de deelnemers. Daarbij worden de besluiten tot toestemming van de betreffende provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap overlegd.

  • 2 Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding. De uittreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgend op dat waarin door de zorg van gedeputeerde staten van de provincie de bekendmaking van de uittreding in de Nederlandse Staatscourant is geschied.

  • 3 De kosten van uittreding komen voor rekening van de uittredende deelnemer.

Artikel 36 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 Deze regeling kan worden gewijzigd bij unaniem besluit van de deelnemers.

  • 2 Voor het besluit tot wijziging van de regeling is de toestemming van provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap nodig.

Artikel 37 [Vervallen per 01-06-2017]

Deze regeling kan worden opgeheven bij unaniem besluit van de deelnemers. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de deelnemers om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

Hoofdstuk XV. Slotbepalingen [Vervallen per 01-06-2017]

Artikel 38 [Vervallen per 01-06-2017]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgend op de bekendmaking in de Staatscourant door de Minister.

Artikel 39 [Vervallen per 01-06-2017]

Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum.

Artikel 40 [Vervallen per 01-06-2017]

  • 1 De gemeenschappelijke regeling ‘Regeling Erfgoedcentrum Nieuw Land’, gepubliceerd als bijlage bij het Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 november 2003, nr. DCE/03/49732, (Stcrt. 2003, 252), wordt ingetrokken.

  • 2 De rechten en verplichtingen van Erfgoedcentrum Nieuw Land zoals die bestonden op het moment vóór de inwerkingtreding van deze regeling blijven in stand na de inwerkingtreding van deze regeling.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland,

de commissaris

,

de secretaris

,
Het algemeen bestuur van het waterschap Zuiderzeeland,

de voorzitter

,

de secretaris

,
Het dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland,

de dijkgraaf

,

de secretaris

,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten,

de burgemeester

,

de secretaris

,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad,

de burgemeester

,

de secretaris

,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Urk,

de burgemeester

,

de secretaris

,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde,

de burgemeester

,

de secretaris

,
Het bestuur van de stichting Nieuw Land,

de voorzitter

,

de secretaris

,
Het bestuur van de stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders,

de voorzitter

de secretaris

Financiële bijlage bij de Regeling erfgoedcentrum nieuw land (prijspeil januari 2003) [Vervallen per 01-06-2017]

Algemeen [Vervallen per 01-06-2017]

In deze bijlage zijn de afspraken rond de structurele en incidentele bijdragen van deelnemers aan Erfgoedcentrum Nieuw Land nader gespecificeerd (art. 15, lid 1):

Er is afgesproken dat de beschikbare exploitatiebudgetten van de afzonderlijke instellingen waaruit de Erfgoedcentrum Nieuw Land ontstaat, zullen worden samengevoegd. Uit deze exploitatiebudgetten zullen de exploitatiekosten worden gefinancierd van het Erfgoedcentrum Nieuw Land, waarbij de behaalde efficiencyvoordelen zullen worden aangewend voor nieuw beleid ten behoeve van de publieksfunctie.

Structurele bijdragen* [Vervallen per 01-06-2017]

– Het Rijk (DCE/RAD)**

€ 390.000,–

– Provincie Flevoland

€ 158.824,–

– Stichting Nieuw Land

€ 708.900,– (exploitatie)

– Stichting Nieuw Land

€ 385.713,– (kapitaallasten lening)

– Stichting SHCF

€ 460.226,–

– Provincie Flevoland

€ 50.158,– (archeologisch depot)

– gemeente Lelystad***

€ 123.480,–

– gemeente Dronten***

€ 66.780,–

– gemeente Urk***

€ 30.240,–

– gemeente Zeewolde***

€ 35.100,–

– Waterschap Zuiderzeeland

€ 12.360,–

* Prijspeil 1 januari 2003. Afgesproken is dat de bijdragen jaarlijks worden aangepast aan de correctie voor loon- en prijsstijgingen (een uitzondering hierop is de subsidie voor Stichting Nieuw Land m.b.t. de kapitaallasten van de lening). Dit kan vanwege de formele bevoegdheden van de wetgever niet bindend aan het Rijk worden opgelegd. Daarom staat in de regeling dat de bijdrage van de Minister jaarlijks ‘kan’ worden aangepast. De afspraak is dat deze aanpassing als regel (voor zover de wetgever daarvoor de nodige middelen ter beschikking stelt) jaarlijks plaatsvindt.

Voor de bijdrage van provinciale staten geldt dat deze jaarlijks wordt aangepast met het door provinciale staten voor dit doel jaarlijks vastgestelde percentage voor loon- en prijsstijgingen.

In de bovengenoemde bijdragen is nog geen rekening gehouden met eventuele BTW-aspecten van het ENL.

** De bijdrage van het Rijk (DCE / RAD) kan in 2003 nog verhoogd, conform de methodiek beschreven in art. 15, lid 2.

*** De gemeentelijke bijdrage is het product van het aantal inwoners (per 1 januari van het voorafgaande jaar; bron centraal bureau voor de statistiek) x 1,80 (prijspeil 2002). Deze bedragen worden jaarlijks gecorrigeerd voor inwonertal en loon- en prijscorrectie (het percentage zoals dat wordt vastgesteld door de provincie Flevoland voor de eigen begroting). Over 2003 bedraagt de inflatiecorrectie 3%.

De bijdrage vangt aan op 1 januari 2004. Over de periode tussen het moment dat de Regeling Erfgoedcentrum Nieuw Land in werking treedt en 1 januari 2004, gelden voor Het Rijk (DCE/RAD), het archeologisch depot en de beide stichtingen de eigen begroting en eigen de exploitatie. De provincie, de gemeenten en het waterschap dragen over 2003 alleen bij voor de Digitale Catalogus Flevoland en de provincie ook voor de voorbereidingskosten van het Erfgoedcentrum Nieuw Land. De Digitale Catalogus Flevoland heeft en houdt eveneens een eigen exploitatie over 2003. Mocht onverhoopt de Regeling niet vóór of per 1 januari 2004 van start kunnen gaan, dan zullen de bijdragen van het Rijk, provincie (voor wat betreft het archeologisch depot) en de beide stichtingen naar evenredigheid worden toegerekend met ingang van de eerste dag van de maand, nadat de regeling in werking treedt. De gemeenten, het Waterschap en de provincie (voor wat betreft Digitale Catalogus Flevoland en Erfgoedcentrum Nieuw Land) worden in dit geval wel over het gehele boekjaar aangeslagen. Het Rijk, provincie de gemeenten en het waterschap zullen er voor zorgdragen dat de bovengenoemde bijdragen in hun respectievelijke eigen begrotingen worden opgenomen.

Het Rijk bepaalt met betrekking tot de bovengenoemde bijdrage het volgende:

  • De bijdrage van het Rijk aan ENL bevat tevens de bijdrage van het Rijk aan de stichting Digitale Catalogus Flevoland (DCF) ingeval dat de stichting na 1 januari 2004 blijft voortbestaan.

  • In verband met de te verwachten, noodzakelijke uitbreiding van de benodigde extra gebouwde depotcapaciteit voor de komende 30 jaar is de bijdrage van het Rijk (DCE/RAD) met een bedrag van € 20.000,– verhoogd.

  • De rijksgebouwendienst huurt ten behoeve van het Rijksarchief ruimte in het provinciehuis. Het rijksarchief zal vertrekken uit de huidige huisvesting zodra de nieuwe huisvesting gerealiseerd is, waarbij rekening gehouden zal worden met het huidige huurcontract. Wanneer mogelijk sprake is van een te betalen egalisatievergoeding, zal de bekostiging hiervan in overleg tussen de partijen worden geregeld.

De provincie bepaalt met betrekking tot de bovengenoemde bijdrage het volgende:

  • De provincie kiest ervoor om de bestaande subsidies aan stichting Nieuw Land en stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders afzonderlijk te laten voortbestaan.

De stichting Nieuw Land bepaalt met betrekking tot het bovengenoemde bijdrage het volgende:

  • De subsidie van de provincie Flevoland aan stichting Nieuw Land is geheel gelijk aan de jaarlijkse bijdrage van de stichting aan het Erfgoedcentrum Nieuw Land.

De stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders bepaalt met betrekking tot de bovengenoemde bijdrage het volgende:

  • De subsidie van de provincie Flevoland aan stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders is geheel gelijk aan de jaarlijkse bijdrage van de stichting aan het Erfgoedcentrum Nieuw Land, aangevuld met inkomsten uit (onderzoeks)projecten.

  • De stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders huurt een pand. Wanneer mogelijk sprake is van een te betalen egalisatievergoeding, zal de bekostiging hiervan in overleg tussen de partijen worden geregeld.

De stichting heeft een meerjaren contract met de gemeente Almere voor onderzoeksactiviteiten gericht op Almere ten bedrage van € 34.033,–per jaar. Dit gegeven is niet in de begroting verwerkt.

Incidentele bijdragen [Vervallen per 01-06-2017]

Investeringen in huisvesting en inrichting [Vervallen per 01-06-2017]

De investeringen in de uitbreiding van de huisvesting en de inrichting (in totaal € 9.707.560,–) worden gefinancierd door een aan te trekken lening door het ENL en door Rijkswaterstaat, te weten:

  • Financiering ENL € 8.800.000,–

  • Rijkswaterstaat € 907.560,–

De provincie Flevoland staat garant voor een lening van € 4.400.000,– en subsidieert de rente en aflossing van deze lening.

De genoemde investeringen zijn exclusief BTW en berekend op prijspeil 2003.

De financiering vanuit de provincie en Rijkswaterstaat betreffen nominale bedragen die niet worden geïndexeerd, waarbij geen sprake is van BTW-financiering.

Financiële risico's [Vervallen per 01-06-2017]

De deelnemende partijen in Erfgoedcentrum Nieuw land hebben uitgesproken dat als volgt met de financiële risico's voortvloeiende uit de nieuwbouw wordt omgegaan:

Voorop staat dat te allen tijde voorkomen moet worden dat meerkosten gaan ontstaan: meer – en minderkosten moeten binnen hetzelfde bouwbudget worden opgevangen.

Om nauwkeurig te monitoren hoe de kosten zich ontwikkelen in relatie tot het beschikbare budget zal door het bouwmanagement maandelijks een voortschrijdend kostenoverzicht aan het bestuur worden gezonden, waarin de tot die periode bestede kosten, de in die maand bestede kosten en de prognose van de verwachte kosten wordt beschreven. Voorts wordt totdat de bouw is gerealiseerd in de begroting van Erfgoedcentrum Nieuw Land een zekere ruimte aangehouden om onvoorziene tegenvallers binnen het eigen budget op te vangen. Indien er desalniettemin toch signalen uit de voortschrijdende kostenoverzichten zijn dat het onontkoombaar is dat er kostenoverschrijdingen in verband met de bouw gaan optreden die niet binnen de eigen begroting zijn op te vangen, zal een besluit van het dagelijks bestuur terzake noodzakelijk zijn. Het ligt dan ook voor de hand dat de leden van het bestuur op dit punt voorafgaand contact opnemen met de deelnemers. In dat geval is de verdeling van de kosten in beginsel de volgende:

De Provincie Flevoland 74%

Het Rijk (DCE/RAD) 16%

Gemeente Lelystad 4,5%

Gemeente Dronten 2,5%

Gemeente Urk 1%

Gemeente Zeewolde 1,5%

Waterschap Zuiderzeeland 0,5%

Dezelfde procedure en verdeling geldt in beginsel ook bij kosten van eventuele andere calamiteiten, die niet binnen de eigen begroting van Erfgoedcentrum Nieuw Land opgevangen kunnen worden.

Programmagelden [Vervallen per 01-06-2017]

Het Rijk (DCE/RAD) stelt voor de uitvoer van een behoudsplan behoudsgelden beschikbaar aan het ENL. Deze middelen ad € 4.000,–,zijn beschikbaar tot en met 2004. Voor de periode daarna worden in 2004 nieuwe afspraken gemaakt.

BTW-aspecten [Vervallen per 01-06-2017]

De instellingen waaruit het Erfgoedcentrum Nieuw Land is ontstaan kenden elk hun eigen BTW regime. Het ENL is in overleg met de belastinginspecteur ter verkrijging van een nieuwe BTW beschikking voor het hele instituut. Over de inhoud van die beschikking is op het moment van de totstandkoming van ENL nog geen 100% zekerheid.

Overdrachtsbelasting [Vervallen per 01-06-2017]

De intentie is dat het eigendom van het nieuwe pand in handen komt van ENL. Uit onderzoek komt naar voren dat ENL voor een aanvraag om vrijstelling van overdrachtsbelasting in aanmerking komt. De definitieve beslissing van de belastinginspecteur is op het moment van realisatie van ENL nog niet bekend. Mocht blijken dat de aanvraag om vrijstelling onverhoopt niet gehonoreerd wordt, dan zal de optie van overdracht van eigendom aan ENL heroverwogen worden in relatie tot andere opties.