Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling kansen voor alle kinderen 2017[Regeling vervalt per 03-05-2022.]

Geldend van 03-05-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 april 2017, 2017-0000068841, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van landelijke initiatieven voor kansen voor alle kinderen ter bestrijding van kinderarmoede (Subsidieregeling kansen voor alle kinderen 2017)

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. aanvraagtijdvak: door de minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ontvangen;

  • b. aanvrager: organisatie zonder winstoogmerk met rechtspersoonlijkheid, die ingeschreven staat in het Handelsregister en die de in het activiteitenplan aangegeven activiteiten verricht;

  • c. Caribisch Nederland: eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • d. Europees Nederland: Nederland met uitzondering van Caribisch Nederland;

  • e. landelijk bereik: bovenregionaal effect dat het niveau van lokaal en regionaal overstijgt voor wat betreft Europees Nederland, en voor Caribisch Nederland een heel eiland bestrijkt;

  • f. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • g. project: geheel van activiteiten gericht op het tegengaan van de gevolgen van armoede van kinderen in Nederland gedurende de projectperiode, dat wordt uitgevoerd door of namens de aanvrager en dat wordt gesubsidieerd op grond van deze regeling;

  • h. natura: activiteiten, goederen of diensten;

  • i. opgroeien in armoede: woonachtig zijn in een huishouden met een laag (besteedbaar) inkomen waardoor er geen financiële ruimte is voor activiteiten, goederen of diensten voor het kind om mee te doen op het gebied van sport, cultuur, school of sociale activiteiten.

Artikel 2. Doel subsidie

De minister stelt in de jaren 2017 tot en met 2021 middelen beschikbaar ten behoeve van activiteiten van landelijke en bovenregionale betekenis, die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoedeproblematiek van kinderen in Europees Nederland. Voorts stelt de minister voor dezelfde periode middelen beschikbaar ten behoeve van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoedeproblematiek van kinderen voor elk van de drie openbare lichamen van Caribisch Nederland. De middelen komen volledig ten goede aan in Nederland woonachtige kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar die in armoede opgroeien.

Artikel 3. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing voor zover daar in deze regeling niet van wordt afgeweken.

Artikel 4. Aanvraagtijdvak 2017

Subsidieaanvragen voor 2017 worden ingediend van 29 mei 2017, 09:00 uur tot en met 12 juni 2017, 17:00 uur.

Artikel 5. Aanvraagtijdvak 2018

Subsidieaanvragen voor 2018 worden ingediend van 1 mei 2018, 09:00 uur tot en met 15 mei 2018, 17:00 uur.

Artikel 6. Aanvraagtijdvak 2019

Subsidieaanvragen voor 2019 worden ingediend van 29 april 2019, 09:00 uur tot en met 13 mei 2019, 17:00 uur.

Artikel 7. Aanvraagtijdvak 2020

Subsidieaanvragen voor 2020 worden ingediend van 28 april 2020, 09:00 uur tot en met 12 mei 2020, 17:00 uur.

Artikel 8. Aanvraagtijdvak 2021

Subsidieaanvragen voor 2021 worden ingediend van 26 april 2021, 09:00 uur tot en met 10 mei 2021, 17:00 uur.

Artikel 9. Subsidieplafond 2017

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is voor het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 4, een bedrag van € 5.000.000 beschikbaar, waarvan € 4.000.000 ten behoeve van kinderen in Europees Nederland en € 1.000.000 ten behoeve van kinderen in Caribisch Nederland.

Artikel 10. Subsidieplafond 2018

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is voor het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 5, een bedrag van € 5.000.000 beschikbaar, waarvan € 4.000.000 ten behoeve van kinderen in Europees Nederland en € 1.000.000 ten behoeve van kinderen in Caribisch Nederland.

Artikel 11. Subsidieplafond 2019

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is voor het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 6, een bedrag van € 5.000.000 beschikbaar, waarvan € 4.000.000 ten behoeve van kinderen in Europees Nederland en € 1.000.000 ten behoeve van kinderen in Caribisch Nederland.

Artikel 12. Subsidieplafond 2020

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is voor het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 7, een bedrag van € 5.000.000 beschikbaar, waarvan € 4.000.000 ten behoeve van kinderen in Europees Nederland en € 1.000.000 ten behoeve van kinderen in Caribisch Nederland.

Artikel 13. Subsidieplafond 2021

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is voor het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 8, een bedrag van € 5.000.000 beschikbaar, waarvan € 4.000.000 ten behoeve van kinderen in Europees Nederland en € 1.000.000 ten behoeve van kinderen in Caribisch Nederland.

Artikel 14. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1 Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige subsidieaanvraag in behandeling wordt genomen.

  • 2 Een subsidieaanvraag is volledig als het aanvraagformulier volledig is ingevuld, is ondertekend door een tekenbevoegde persoon van aanvrager en de gevraagde documenten zijn bijgevoegd.

  • 3 Wanneer de aanvrager in de gelegenheid is gesteld om zijn aanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst en behandeling de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 15. Subsidieaanvraag

  • 1 Aanvragen voor Europees Nederland worden ingediend bij DUS-I door middel van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is op www.dus-i.nl/kansenvoorallekinderen.

  • 2 Aanvragen voor Caribisch Nederland worden ingediend bij de Rijksdienst Caribisch Nederland Unit SZW door middel van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is op www.rijksdienstcn.com.

  • 3 Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen.

  • 4 De aanvraag bedraagt per project minimaal € 25.000 en maximaal € 200.000 per aanvraagtijdvak voor Europees Nederland, en minimaal € 10.000 en maximaal € 50.000 per aanvraagtijdvak voor Caribisch Nederland, waarbij per aanvrager voor Europees Nederland maximaal € 200.000,– per aanvraagtijdvak en voor Caribisch Nederland maximaal € 100.000 per aanvraagtijdvak kan worden aangevraagd.

  • 5 In het activiteitenplan geeft de aanvrager aan:

    • a. op welke wijze de subsidiabele activiteiten, zijnde activiteiten op het gebied van sport, cultuur, school of sociale activiteiten, een duurzame bijdrage van landelijke en bovenregionale betekenis leveren aan het tegengaan van armoedeproblematiek van kinderen en deze kinderen in staat stellen mee te doen op het gebied van sport, cultuur, school of sociale activiteiten;

    • b. op welke wijze de subsidiabele activiteiten voor de aanvrager additioneel zijn aan wat de aanvrager nu al doet en op welke wijze het additioneel is aan wat de kinderen nu al krijgen;

    • c. op welke wijze gemeenten, openbare lichamen en andere relevante partijen zijn betrokken;

    • d. waarom subsidiëring vanuit de rijksoverheid noodzakelijk is;

    • e. de wijze van verstrekking in natura;

    • f. hoe de verstrekking in natura bijdraagt aan een gelijkwaardige en essentiële ontwikkeling van het kind;

    • g. op welke wijze blijkt dat kinderen opgroeien in armoede;

    • h. dat het project in Europees Nederland landelijk of bovenregionaal is en in Caribisch Nederland eilandelijk;

    • i. op welke regio’s in Europees Nederland of op welk Caribisch eiland het is gericht;

    • j. hoeveel kinderen die opgroeien in armoede zullen worden bereikt en beschrijft hoe gezorgd wordt dat de diensten en producten ook daadwerkelijk bij de beoogde doelgroep van kinderen terecht komen;

    • k. hoe de activiteiten, goederen of diensten die in natura zullen worden verstrekt aan de kinderen financieel worden onderbouwd.

  • 6 Door het indienen van een aanvraag stemt de aanvrager er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.

Artikel 16. Projectsubsidie

  • 1 De minister kan subsidie verlenen voor de financiering van projecten.

  • 2 De subsidiabele periode voor een project bedraagt maximaal één jaar.

  • 3 De beschikking tot het verlenen van subsidie betreft de subsidiabele activiteiten, zoals vastgelegd in het activiteitenplan, bedoeld in artikel 15.

  • 4 De beschikking bevat het maximumbedrag van de subsidie. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zoals door de aanvrager geraamd in zijn aanvraag tot subsidie, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, activiteiten en kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden bepaald, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht worden voor de uitvoering van het activiteitenplan, dan wel uit andere hoofde worden vergoed.

  • 5 In de beschikking tot verlening van subsidie worden voorts bepaald:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;

    • b. de periode waarbinnen de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd;

    • c. over welke activiteiten wordt verantwoord ten behoeve van de subsidievaststelling;

    • d. in welke periode deze activiteiten worden uitgevoerd;

    • e. de wijze van voorschotverlening.

  • 6 Aan de beschikking tot verlening van subsidie kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.

Artikel 17. Weigeringsgronden

  • 1 De subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd indien:

    • a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de krachtens deze regeling gestelde eisen, zoals genoemd in artikel 15;

    • b. onvoldoende is aangetoond dat de subsidiabele activiteiten bijdragen aan het op duurzame wijze kinderen in staat te stellen mee te doen op het gebied van sport, cultuur, school of sociale activiteiten of dat de activiteiten voor Europees Nederland bovenregionale betekenis hebben of voor Caribisch Nederland eilandelijk bereik hebben, dan wel dat de noodzaak tot financiering vanuit de landelijke overheid ontbreekt;

    • c. de subsidie niet alleen wordt aangevraagd ter dekking van de directe kosten van de verstrekkingen in natura, maar ook ter dekking van kosten die niet rechtstreeks betrekking hebben op deze verstrekkingen, waardoor de middelen voor de beoogde activiteiten niet geheel voor 100% in natura bij kinderen terecht komen;

    • d. de kosten van de activiteiten als omschreven in het activiteitenplan, de mededinging ongunstig kunnen beïnvloeden;

    • e. de kosten van de activiteiten waarvoor financiering wordt aangevraagd, reeds uit anderen hoofde worden gefinancierd;

    • f. de subsidieaanvraag buiten het gestelde tijdvak wordt ingediend, of indien het budget reeds door eerder ingediende aanvragen is uitgeput;

    • g. de kosten van de te financieren activiteit niet in verhouding staan tot de mate waarin ze bijdragen aan de participatie van het kind.

Hoofdstuk 3. Subsidiabele activiteiten

Artikel 18. Subsidiabele activiteiten

  • 1 Voor subsidie in Europees Nederland komen in aanmerking activiteiten van landelijke betekenis die betrekking hebben op het leveren van diensten of producten aan kinderen die in armoede opgroeien en hen in staat stellen om mee te doen op het gebied van sport, cultuur, school of sociale activiteiten.

  • 2 Voor subsidie in Europees Nederland komen slechts producten en of diensten in aanmerking die marktconform zijn ingekocht.

  • 3 Voor Caribisch Nederland komen in aanmerking activiteiten van eilandelijke betekenis die betrekking hebben op het leveren van diensten of producten aan kinderen die in armoede opgroeien en hen in staat stellen om mee te doen op het gebied van sport, cultuur, school of sociale activiteiten.

  • 4 Voor Caribisch Nederland komen in aanmerking producten en of diensten die marktconform zijn ingekocht of geproduceerd.

Artikel 19. Niet subsidiabel

Uitgesloten van subsidie zijn:

  • a. kosten gemaakt buiten de projectperiode;

  • b. kosten die geen verband houden met de uitvoering van het activiteitenplan of een onderdeel daarvan;

  • c. kosten voor producten en of diensten die niet marktconform zijn ingekocht of geproduceerd;

  • d. kosten van de activiteiten als omschreven in het activiteitenplan, die de mededinging ongunstig kunnen beïnvloeden;

  • e. kosten van het project die, naar het oordeel van de minister, qua prijsniveau niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties;

  • f. kosten die reeds op andere wijze zijn of worden vergoed;

  • g. andere kosten die organisaties moeten maken om de in natura verstrekking uit te voeren, die door de aanvrager vanuit het reguliere budget worden betaald of gefinancierd uit andere (externe) bronnen.

Hoofdstuk 4. Subsidieverstrekking en verantwoording

Artikel 20. Intrekking subsidie

  • 1 Onverminderd artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken, of ten nadele van de subsidie-ontvanger worden gewijzigd, indien binnen drie maanden na het verlenen van de subsidiebeschikking geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de activiteiten in het activiteitenplan.

  • 2 De beschikking tot subsidieverlening kan in afwijking van het eerste lid gedeeltelijk worden ingetrokken indien er geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.

  • 3 Indien de beschikking tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd geheel of gedeeltelijk van de aanvrager teruggevorderd.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 21. Evaluatie

  • 1 De minister draagt zorg voor de evaluatie van deze regeling in 2022.

  • 2 De aanvrager verleent zijn medewerking aan de minister bij het opstellen van evaluatierapporten over deze regeling.

Artikel 22. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en vervalt 5 jaar na de inwerkingtreding.

  • 2 Deze regeling blijft van toepassing op tijdig aangevraagde en toegekende subsidieaanvragen.

Artikel 23. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kansen voor alle kinderen 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 24 april 2017

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. Klijnsma