Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs[Regeling vervalt per 01-01-2020.]

Geldend van 14-04-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 maart 2017, nr. PO/1116263, houdende regels voor subsidieverstrekking voor het inzetten van kennis en competenties van masteropgeleide leraren in een lerarenteam ten behoeve van schoolontwikkeling (Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs)

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot 1 september 2018 bedraagt € 11,7 miljoen.

Artikel 3. Wijze van verdeling beschikbare middelen

De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Paragraaf 2. Subsidie volgen masteropleidingen in teamverband en kennisinbedding

Artikel 4. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan aan het bevoegd gezag subsidie verstrekken voor:

    • a. de kosten voor het volgen van dezelfde masteropleiding door leraren van een lerarenteam;

    • b. vervanging van deze leraren tijdens het volgen van de masteropleiding; en

    • c. vervanging van deze leraren om de tijdens de masteropleiding opgedane kennis te benutten voor schoolontwikkeling in de eigen school na het volgen van de masteropleiding.

  • 2 In aanvulling op de subsidie, bedoeld in het eerste lid, kan subsidie worden verstrekt voor:

    • a. activiteiten om andere leraren in de school te betrekken bij het benutten van de kennis, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c; of

    • b. afstemming met het desbetreffende opleidingsinstituut om de masteropleiding beter aan te laten sluiten op de behoefte van de school of het bevoegd gezag.

  • 3 Subsidie als bedoeld in het eerste lid onderdeel a en b wordt verstrekt voor ten hoogste twee studiejaren. Subsidie als bedoeld in het eerste lid onderdeel c wordt verstrekt voor ten hoogste één studiejaar.

Artikel 5. Subsidieaanvraag

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverstrekking bevat een activiteitenplan en begroting.

  • 2 Het activiteitenplan bevat ten minste:

    • a. een omschrijving van het doel dat het bevoegd gezag heeft met het laten volgen van een masteropleiding door het lerarenteam;

    • b. welke leraren een masteropleiding gaan volgen;

    • c. welke masteropleiding de leraren gaan volgen;

    • d. hoe de kennis en competenties van deze leraren bij de schoolontwikkeling benut worden, zowel tijdens als na hun opleiding;

    • e. de inzet en rollen van alle andere betrokken actoren bij de schoolontwikkeling;

    • f. de borging van de onder d en e bedoelde werkwijze na de subsidieperiode;

    • g. indien er sprake is van afstemming met het desbetreffende opleidingsinstituut om de opleiding beter aan te laten sluiten op de behoefte van de school of het bevoegd gezag, een beschrijving van de activiteiten die hiervoor worden uitgevoerd;

    • h. een uitwerking van de activiteiten in een planning; en

    • i. een afspraak wie de kosten draagt bij uitloop van de studie van een leraar.

Artikel 6. Verplichtingen

  • 1 Het lerarenteam start uiterlijk zes maanden na het verstrekken van de subsidie met het volgen van de masteropleiding. De activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, vangen na het afronden van de studie aan.

  • 2 Het bevoegd gezag verleent studieverlof voor het volgen van een masteropleiding en stelt het lerarenteam in staat de opgedane kennis te benutten ten behoeve van schoolontwikkeling.

Artikel 7. Omvang subsidie

  • 1 Per aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn de volgende maximale subsidiebedragen beschikbaar:

    • a. per leraar de kosten van het verschuldigd collegegeld tot een maximum van € 7.000 per studiejaar;

    • b. per leraar de kosten van studiemiddelen van 10% van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350 per studiejaar;

    • c. per leraar reiskosten van 10% van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350 per studiejaar;

    • d. per leraar ten hoogste 320 studieverlofuren per jaar voor een voltijdsaanstelling, of voor een deeltijdsaanstelling een evenredig deel per studiejaar; en

    • e. per leraar ten hoogste 160 uren voor de implementatie van kennis door de masteropgeleide leraar;

    met dien verstande dat het subsidiebedrag voor een uur als bedoeld in het tweede lid, onderdelen d en e, € 37,79 bedraagt voor leraren uit het primair onderwijs en € 39,58 voor leraren uit het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

Artikel 8. Aanvraagprocedure

  • 1 In 2017 kan tussen 1 mei tot en met 15 oktober en in 2018 kan tussen 1 april tot en met 15 oktober subsidie worden aangevraagd.

  • 2 De subsidie wordt aangevraagd door het bevoegd gezag van de school of scholen waar de leraren werkzaam zijn. Tevens ondertekenen de betrokken schoolleider of schoolleiders en leraren van het lerarenteam de aanvraag.

  • 3 Voor de aanvraag van subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt dat is bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.

  • 4 De aanvrager verklaart in zijn aanvraag dat de leraren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor minimaal 20% van de werktijd zijn belast met lesgebonden taken en pedagogisch-didactisch verantwoordelijk zijn voor het onderwijs aan leerlingen, voor zover de leraren niet intern begeleider of remedial teacher zijn.

  • 5 De aanvrager verklaart in zijn aanvraag dat de leraren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet reeds uit andere hoofde van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten hebben ontvangen voor het volgen van de opleiding waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 6 Indien een aanvraag betrekking heeft op een masteropleiding die nog niet geaccrediteerd is, besluit de minister voor dat deel van de aanvraag niet eerder op de aanvraag dan nadat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie een besluit heeft genomen over de accreditatie van die opleiding, met een maximum van 10 maanden.

Artikel 9. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidie indien een leraar als bedoeld in artikel 4, eerste lid:

  • a. reeds een masteropleiding heeft gevolgd op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van deze regeling subsidie heeft ontvangen; of

  • b. uit andere hoofde van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten heeft ontvangen voor het volgen van de opleiding waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 10. Terugvordering

  • 1 De minister kan subsidie in ieder geval terugvorderen voor zover:

    • a. een leraar of lerarenteam niet start met het volgen van de masteropleiding;

    • b. een leraar of lerarenteam voortijdig stopt met het volgen van de masteropleiding.

  • 2 Het bevoegd gezag doet in ieder geval melding van de gevallen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 11. Besteding en verantwoording

  • 1 De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De minister bepaalt in de beschikking het betaalritme.

  • 3 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Paragraaf 3. Subsidie ontwikkelkosten masteropleiding

Artikel 12. Te subsidiëren activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan het bevoegd gezag voor het samen met een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, ontwikkelen van een nieuwe masteropleiding die is gericht op teams van leraren en teamontwikkeling.

Artikel 13. Subsidieaanvraag

  • 1 In 2017 kan tussen 1 mei tot en met 15 oktober en in 2018 kan tussen 1 april tot en met 15 oktober subsidie worden aangevraagd.

  • 2 Een aanvraag tot subsidieverstrekking bevat een activiteitenplan en begroting.

  • 3 Het activiteitenplan bevat ten minste:

    • a. een omschrijving van het doel dat het bevoegd gezag heeft met het ontwikkelen van een masteropleiding; en

    • b. een beschrijving van de activiteiten die daartoe worden uitgevoerd met een planning.

  • 4 Het bevoegd gezag voegt bij de aanvraag een verklaring van de betrokken instelling voor hoger onderwijs toe waaruit blijkt dat de instelling samen met het bevoegd gezag een nieuwe masteropleiding ontwikkelt gericht op lerarenteams en teamontwikkeling.

  • 5 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die worden verricht door personeel dat in dienst is bij het bevoegd gezag.

  • 6 In de begroting worden gebruikelijke uurtarieven gehanteerd, passend bij de functie van de betrokken personeelsleden.

Artikel 14. Uitvoering activiteiten

De te subsidiëren activiteiten vangen aan uiterlijk zes maanden na het verlenen, indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt. De activiteiten vangen aan uiterlijk zes maanden na het vaststellen, indien de subsidie minder bedraagt dan € 125.000. De activiteiten zijn na uiterlijk 24 maanden na aanvang afgerond.

Artikel 15. Omvang subsidie

De subsidie voor het ontwikkelen van een nieuwe masteropleiding bedraagt maximaal € 150.000.

Artikel 16. Aanvraagprocedure

  • 1 De subsidie wordt aangevraagd door het bevoegd gezag.

  • 2 Voor de aanvraag van subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt dat is bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.

  • 3 In afwijking van artikel 3.2 van de Kaderregeling kan tot 15 oktober 2017 een aanvraag worden ingediend voor activiteiten die reeds zijn aangevangen vanaf 1 augustus 2016.

Artikel 17. Besteding en verantwoording subsidies tot € 125.000

  • 1 Voor zover de subsidie minder bedraagt dan € 125.000 wordt deze direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3 De minister bepaalt in de beschikking het betaalritme.

  • 4 De verantwoording van de subsidie geschiedt voor zover het betreft subsidie minder dan € 25.000 in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000 overeenkomstig Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.

Artikel 18. Besteding en verantwoording subsidies vanaf € 125.000

  • 1 Voor zover de subsidie € 125.000 of meer bedraagt wordt deze verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.

  • 3 De minister verleent een voorschot van 100% en bepaalt in de beschikking het betaalritme.

  • 5 De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

Artikel 19. Activiteitenverslag

  • 1 Voor zover het een subsidie van € 25.000 of meer betreft toont de subsidieontvanger aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Dit activiteitenverslag wordt binnen 13 weken na afronding van de activiteiten gericht aan DUS-I.

  • 2 Het activiteitenverslag bevat:

    • a. een overzicht bevat van de gerealiseerde activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt;

    • b. een beschrijving van de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering van de gerealiseerde activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt;

    • c. een beschrijving van de met de activiteiten gerealiseerde doelstellingen, resultaten of producten;

    • d. voor zover van toepassing, een beschrijving in hoeverre is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • e. voor zover van toepassing, een vergelijking van de gerealiseerde activiteiten en doelstellingen en de in het activiteitenplan voorgenomen activiteiten en nagestreefde doelstellingen waarbij een toelichting op de verschillen wordt gegeven.

Paragraaf 4. Overige bepalingen

Artikel 20. Steekproef

Het bevoegd gezag toont op verzoek van de minister tot maximaal 1 jaar nadat de subsidieperiode is verstreken aan, op een door de minister in de beschikking aan te geven wijze, dat hij voldoet aan de subsidiecriteria en dat aan de subsidieverplichtingen is voldaan.

Artikel 21. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 22. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker