Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen extra tranche 2017[Regeling vervalt per 01-01-2022.]

Geldend van 06-04-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 maart 2017, nr. HOenS/1166741 houdende voorschriften voor subsidiëring van flexibel hoger onderwijs voor volwassenen in 2017 (Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen extra tranche 2017)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs en het onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Economische Zaken;

  • instelling voor hoger onderwijs: instelling als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de wet;

  • hoger onderwijs: onderwijs, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de wet;

  • deeltijds hoger onderwijs: hoger onderwijs dat deeltijds is ingericht als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de wet;

  • duaal hoger onderwijs: hoger onderwijs dat duaal is ingericht als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de wet;

  • studiepunt: studiepunt als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de wet;

  • leeruitkomsten: beschrijving van inhoud en niveau van kennis, inzicht en vaardigheden van een student na afronding van een leerproces in een flexibel ingericht traject dat deel uitmaakt van de opleiding;

  • leerwegonafhankelijke beoordeling: tentaminering en examinering gericht op het beoordelen van door studenten gerealiseerde leeruitkomsten, waarbij de gehanteerde methoden en instrumenten voor tentaminering en examinering generiek zijn en niet specifiek zijn afgestemd op het specifieke, flexibele opleidingstraject van de student;

  • validering: het erkennen en waarderen van relevante leeruitkomsten die door een individuele student zijn gerealiseerd buiten een opleiding;

  • werkend leren: het uitvoeren van leeractiviteiten op een werkplek, leidend tot leeruitkomsten die relevant zijn in het kader van een opleiding;

  • online onderwijs: onderwijs dat volledig of voor een substantieel deel online plaatsvindt.

Artikel 3. Subsidiedoelstellingen

Het doel van de subsidieverstrekking is de flexibiliteit van het deeltijdse en duale hoger onderwijs te versterken met behoud van kwaliteit en het aantal deelnemers aan het deeltijdse en duale hoger onderwijs en het aantal gediplomeerden te verhogen.

Artikel 4. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan subsidie verstrekken aan instellingen voor hoger onderwijs voor het tijdvak 1 juli 2017 tot en met 31 december 2020 voor activiteiten op het terrein van deeltijds of duaal hoger onderwijs, die zich richten op de doelstelling, genoemd in artikel 3.

  • 2 De activiteiten bedoeld in het eerste lid, betreffen de ontwikkeling van:

    • a. eenheden van leerwegonafhankelijke leeruitkomsten, van maximaal 30 studiepunten per eenheid;

    • b. werkwijzen en instrumenten voor het vaststellen van flexibele, vraaggerichte opleidingstrajecten;

    • c. werkwijzen en instrumenten voor het vaststellen van onderwijsovereenkomsten voor het vastleggen van afspraken over flexibele opleidingstrajecten, of delen daarvan, gericht op het realiseren van leeruitkomsten;

    • d. methoden en instrumenten voor leerwegonafhankelijke beoordeling van eenheden van leeruitkomsten zoals bedoeld onder a;

    • e. procedures, methoden en instrumenten voor validering;

    • f. werkwijzen, methoden en instrumenten voor werkend leren in het kader van flexibele opleidingstrajecten;

    • g. online onderwijs ter versterking van flexibele opleidingstrajecten;

    • h. werkwijzen en instrumenten in het kader van de borging van de kwaliteit van flexibele opleidingstrajecten, aansluitend bij de onderdelen a tot en met g van dit lid; en

    • i. deskundigheidsbevordering in het kader van flexibilisering van de betreffende opleidingen.

Artikel 5. Aanvragen

  • 1 Subsidieaanvragen worden uiterlijk op 14 april 2017 elektronisch of per post ingediend, overeenkomstig het formulier, dat is vastgesteld in de bij deze regeling behorende bijlage, en met inachtneming van de daarbij gestelde eisen.

  • 2 Aanvragen die na 14 april 2017 zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

  • 3 De aanvraag betreft het tijdvak 1 juli 2017 tot en met 31 december 2020 en omvat voor dat tijdvak een meerjarig activiteitenplan en een meerjarige begroting.

  • 4 In de begroting wordt aangegeven hoe de begrote kosten die niet door de aangevraagde subsidie worden gedekt, worden gefinancierd.

  • 5 Elektronisch wordt de aanvraag ingediend via het e-mailadres ‘subsidieflexibel-ho@minocw.nl’. Per post wordt de aanvraag ingediend bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, directie HO&S, postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.

Artikel 6. Subsidieplafond en subsidieverstrekking

  • 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal € 8.000.000 beschikbaar.

  • 2 Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking de instellingen die uiterlijk 15 oktober 2015 een aanvraag op grond van de Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen hebben ingediend en waaraan geen of minder subsidie is verstrekt dan aangevraagd, uitsluitend omdat het subsidieplafond, zoals vastgesteld in die regeling, was bereikt.

  • 3 De subsidie bedraagt voor het tijdvak 1 juli 2017 tot en met 31 december 2020 maximaal € 2.000.000 per instelling en maximaal 75% van het totaal begrote bedrag voor het tijdvak 1 juli 2017 tot en met 31 december 2020.

  • 4 De minister verstrekt uiterlijk op 30 juni 2017 subsidie voor het tijdvak 1 juli 2017 tot en met 31 december 2020.

  • 5 De te verstrekken bedragen zijn in ieder geval niet hoger dan de in 2015 door de betreffende instelling aangevraagde subsidie. In de subsidiebeschikking vermeldt de minister de hoogte van de subsidiebedragen. De bedragen kunnen per kalenderjaar verschillen.

Artikel 7. Bevoorschotting, vaststelling en betaling

  • 1 Voor zover het een subsidie tot € 25.000 betreft, wordt de subsidie direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 2 Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 betreft, wordt de subsidie direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3 Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer betreft, wordt de subsidie verstrekt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt. Niet bestede middelen worden teruggevorderd. De minister verstrekt jaarlijks een voorschot van 100 procent van de voor dat jaar te verstrekken subsidie en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag.

Artikel 8. Verantwoording

  • 1 Voor zover het een subsidie tot € 25.000 betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

  • 2 Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G onderdeel 1. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

  • 3 Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G onderdeel 2. De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

Artikel 9. Overige verplichtingen

  • 1 Het subsidiebedrag wordt door de subsidieontvanger aangevuld met ten minste 25% van de begroting door middel van cofinanciering of eigen middelen.

Artikel 10. Wijziging van de Regeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

[Red: Wijzigt de Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen.]

Artikel 11. Wijziging van de Regeling open en online hoger onderwijs

[Red: Wijzigt de Regeling open en online hoger onderwijs.]

Artikel 12. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen extra tranche 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker

Bijlage Aanvraagformulier behorend bij de Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen extra tranche 2017 en voorschriften met betrekking tot de inrichting van de aanvraag

Titel project

Gegevens subsidieaanvrager (dit is de aanvragende instelling/penvoerder)

Instelling

 

Correspondentieadres

College van Bestuur

 

Contactpersoon

Secretariaat CvB

 

Telefoonnummer

Secretariaat CvB

 
   

Projectleider

 

Instelling

 

Adres

 
   

E-mail

 

Telefoonnummer

 

Mobiele telefoon

 

Projectinformatie

Titel project

 

Startdatum

 

Einddatum

[uiterste einddatum is 31 december 2020]

Totale projectkosten

 

Gevraagde subsidie

 

Cofinanciering/eigen bijdrage

instelling(en)

[de cofinanciering bedraagt minimaal 25% van de totale projectkosten, de subsidie bedraagt maximaal 75%.]

Ondertekening en akkoordverklaring voorwaarden

Naam bestuurder

 

Functie

 

Plaats

 

Datum

 

Handtekening

 

Activiteitenplan

Geef aan of en in hoeverre uw activiteitenplan afwijkt van uw in 2015 ingediende activiteitenplan en welke gevolgen dat heeft voor de begroting. U dient alle onderdelen aan te leveren die ook deel uitmaakten van de voorschriften voor het activiteitenplan van de aanvraag van oktober 2015. Voor zover er geen sprake is van wijzigingen kunt u de informatie uit de voorgaande aanvraag opnemen; voor zover er wel sprake is van wijzigingen neemt u de geactualiseerde informatie op. U dient ook uw aanvraag van 2015 mee te sturen als bijlage.

Verplichte onderdelen die in het bijgestelde activiteitenplan moeten worden opgenomen zijn derhalve:

  • Beschrijving en toelichting wijzigingen ten opzichte van activiteitenplan uit aanvraag oktober 2015.

  • Beschrijving doel, doelgroep en beoogde resultaten (kwantitatieve en kwalitatieve ambities).

  • Beschrijving aansluiting doel bij missie, visie en(strategisch) beleid van de instelling(en).

  • Beschrijving en analyse huidige stand van zaken opleidingen hoger onderwijs voor volwassenen die worden verzorgd door de instelling(en).

  • Weergave van welke opleidingen hoger onderwijs voor volwassenen (deeltijd en/of duaal) wel deel zullen nemen aan de projectactiviteiten en waar de implementatie van flexibele opleidingstrajecten wordt beoogd. NB. dit kunnen ook deeltijdse en/of duale opleidingen zijn die u nu nog niet aanbiedt, maar waarvan u wel een geaccrediteerde voltijdse Croho-opleiding aanbiedt; indien dit het geval is graag expliciet vermelden.

  • Weergave van welke opleidingen hoger onderwijs voor volwassenen (deeltijd en/of duaal) niet deel zullen nemen aan de projectactiviteiten, incl. onderbouwing waarom deze niet deelnemen.

  • Beschrijving van het flexibele onderwijsconcept, van de wijze waarop beoogd wordt invulling te geven aan een flexibele inrichting van opleidingstrajecten van volwassenen in de deelnemende opleidingen.

    NB 1. Deze beschrijving kan generiek zijn voor zover het alle deelnemende opleidingen betreft. Indien in bepaalde opleidingen (op onderdelen) een andere aanpak wordt beoogd de beschrijving graag aanvullen met beschrijvingen van de aanpak bij die opleidingen.

    NB 2. Ga in de beschrijving in ieder geval (ook) in op de wijze waarop hierbij wordt beoogd te werken met:

    • eenheden van leeruitkomsten;

    • het vaststellen van flexibele, vraaggerichte opleidingstrajecten voor individuele studenten of groepen studenten en de vastlegging daarvan in onderwijsovereenkomsten;

    • leerwegonafhankelijke beoordeling;

    • validering van resultaten van leren buiten het hoger onderwijs;

    • werkend leren;

    • online leren/blended learning;

    • de wijze waarop de kwaliteit van bovenstaande zaken wordt geborgd.

  • Beschrijving van de externe oriëntatie en marktbewerking: samenwerking met werkgevers, lokale en regionale overheden, vraaggerichte afstemming op specifieke behoeften e.d.

  • Beschrijving van de activiteiten op het gebied van deskundigheidsbevordering en interne en externe kennisdeling.

  • Aanpak om te komen tot duurzame verankering in beleid, organisatie en bedrijfsvoering.Overzicht van opleidingen hoger onderwijs voor volwassenen (deeltijd en/of duaal) waar de projectactiviteiten betrekking op hebben en waarmee de instelling wil deelnemen aan het experiment leeruitkomsten. Overzicht van opleidingen hoger onderwijs voor volwassenen (deeltijd en/of duaal) die de instelling verzorgt en waar de projectactiviteiten geen betrekking op hebben (c.q. waarmee de instelling niet aan het experiment leeruitkomsten wil gaan deelnemen), incl. onderbouwing.

  • Planning van de projectactiviteiten (ontwikkelactiviteiten incl. deskundigheidsbevordering, kennisdeling, eventuele aanpassing organisatie en bedrijfsvoering en duurzame verankering) gedurende de looptijd van het project (1 juli 2017 tot en met 31 december 2020).

  • Projectorganisatie (incl. betrokkenheid bestuur en lijnmanagement).

  • Begroting: specificatie van de inkomsten en uitgaven per jaar voor de gehele projectperiode (1 juli 2017 tot en met 31 december 2020), waarbij de structuur/indeling van de begroting aansluit op de in het activiteitenplan beschreven activiteiten. Andere eisen aan de begroting:

    • a. de begroting bevat reële kosten voor subsidiabele activiteiten;

    • b. de begroting bevat redelijke uurtarieven, met als richtlijn de Handleiding overheidstarieven HAFIR

    • c. de begroting bevat geen (niet-subsidiabele) kosten zoals lobbykosten, onvoorzien, lease en genereren van inkomsten;

    • d. de begroting bevat een postgewijze toelichting

    • e. de begroting is rekenkundig juist;

    • f. de begroting is sluitend.