Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo[Regeling vervalt per 01-01-2020.]

Geldend van 04-04-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 maart 2017, nr. MBO/1116804, houdende de verstrekking van subsidie voor de verbetering van de doorstroom van het middelbaar beroepsonderwijs naar de pabo door samenwerking mbo-hbo (Regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2.2.3, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidieverstrekking

  • 1 De minister kan aan het bevoegd gezag van een instelling die onderwijs verzorgt in Amsterdam, Den Haag of Rotterdam subsidie verstrekken voor het binnen een samenwerkingsverband inrichten van een pilot, gericht op de verbetering van de doorstroom van deelnemers uit opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d en e, van de wet naar een pabo in de desbetreffende stad en die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband.

  • 2 Subsidie wordt verstrekt ten behoeve van activiteiten binnen één samenwerkingsverband per stad.

  • 3 Te subsidiëren activiteiten zijn activiteiten die bijdragen aan de verbetering van de doorstroom van deelnemers uit opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d en e, van de wet naar de pabo, en activiteiten die bijdragen aan de organisatie van de samenwerking.

  • 4 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

    • a. activiteiten die zijn gefinancierd vanuit de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.2.1 van de wet, voor de betreffende instelling; en

    • b. activiteiten waarvoor subsidie is verleend op grond van andere subsidieregelingen.

  • 5 De subsidie bedraagt ten minste € 125.000,– en ten hoogste € 300.000,– per aanvraag.

  • 6 De subsidie wordt verstrekt voor een periode van twee jaar.

  • 7 De activiteiten worden verricht voor 1 mei 2019.

Artikel 3. Besteding van de subsidie

  • 1 De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor zij wordt verstrekt.

  • 2 Eventuele niet-bestede middelen worden teruggevorderd.

Artikel 4. Samenwerkingsverband

  • 1 In een samenwerkingsverband werken samen ten minste één instelling die in het studiejaar 2016–2017 een opleiding onderwijsassistent verzorgt in een van de steden Amsterdam, Den Haag of Rotterdam en ten minste één hogeschool die een opleiding pabo verzorgt in diezelfde stad.

  • 2 Van een samenwerkingsverband kunnen ook andere instellingen dan de instelling, bedoeld in het eerste lid, in dezelfde of een andere stad, of andere hogescholen die een opleiding pabo verzorgen in diezelfde stad deel uitmaken. Zij kunnen daartoe de wens kenbaar maken bij de instelling, bedoeld in het eerste lid, in het betreffende samenwerkingsverband. Laatstgenoemde instelling draagt er in dat geval zorg voor dat de andere instelling of hogeschool in de gelegenheid wordt gesteld om deel te nemen aan het samenwerkingsverband, met inachtneming van de voorschriften van deze regeling.

Artikel 5. Samenwerkingsovereenkomst

  • 1 De samenwerking binnen het samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door alle partijen in het samenwerkingsverband.

  • 2 In de samenwerkingsovereenkomst is in elk geval geregeld:

    • a. de vorm van de samenwerking, waaronder de wijze waarop partijen betrokken zijn bij de organisatorische inrichting en de uitvoering van de pilot;

    • b. een beschrijving van de faciliteiten die de partijen beschikbaar stellen voor de inrichting en de uitvoering van de pilot;

    • c. de medewerking van de partijen aan de verantwoording van de subsidie en de evaluatie van deze regeling; en

    • d. de financiële afspraken tussen de partijen van het samenwerkingsverband.

  • 3 Partijen in het samenwerkingsverband verklaren in de samenwerkingsovereenkomst in elk geval dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording van de besteding van de subsidie door de aanvrager, en de evaluatie van de regeling aan de aanvrager of aan de minister op diens verzoek wordt verstrekt.

Artikel 6. Aanvraag

  • 2 De aanvraag omvat in ieder geval:

    • a. een activiteitenplan;

    • b. een meerjarenbegroting; en

    • c. een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 5.

Artikel 7. Indiening aanvraag

  • 1 De aanvraag wordt ingediend binnen 4 weken na bekendmaking van deze regeling in de Staatscourant.

Artikel 8. Besluitvorming door de minister

  • 2 Per stad wordt ten hoogste één subsidie verstrekt. Indien meer dan één aanvraag per stad is ingediend, besluit de minister als eerste op de aanvraag van de instelling waarvan in de twee voorafgaande studiejaren gezamenlijk de meeste deelnemers uit opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d en e, van de wet zijn doorgestroomd naar de pabo.

Artikel 9. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening worden geweigerd, indien naar het oordeel van de minister de kosten van de activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten.

Artikel 10. Verantwoording en vaststelling

  • 2 Tevens stelt de subsidieontvanger een activiteitenverslag op. Dit activiteitenverslag wordt voor 15 juni 2019 gezonden aan de Dienst Uitvoering Onderwijs, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.

  • 3 De minister stelt de subsidie vast binnen 1 jaar na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

Artikel 11. Wijze van melding

  • 2 De melding wordt in afschrift gezonden aan het ministerie van OCW, directie MBO (IPC: 2150), Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.

Artikel 12. Bevoorschotting en betaling

  • 1 De minister verleent een voorschot van 100%.

  • 3 De voorschotten worden gelijkmatig betaald over de acht kwartalen waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

Artikel 13. Evaluatie van de regeling

  • 1 De minister draagt uiterlijk in 2019 zorg voor evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling.

  • 2 De subsidieontvanger werkt mee aan de evaluatie van deze regeling en bedingt bij de partijen van het samenwerkingsverband dat zij meewerken aan de evaluatie.

Artikel 14. Inwerkingtreding en einddatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker