Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Fietsersbond 2017[Regeling vervalt per 01-01-2022.]

Geldend van 01-07-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 15 maart 2017, nr. IenM/BSK-2017/67200, houdende verstrekking van subsidie aan de vereniging Fietsersbond (Subsidieregeling Fietsersbond 2017)

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • forfaitair uurtarief: kostendekkend tarief per uur voor een boekjaar dat wordt gehanteerd voor de uitvoering van subsidiabele projecten en producten, en dat wordt berekend op basis van gemiddelde salariskosten en een opslag voor de overheadkosten, waarbij wordt aangesloten bij de systematiek van de Handleiding Overheidstarieven 2016;

  • kosten derden: op factuur aantoonbare aan derden verschuldigde kosten die direct voor de subsidiabele projecten en producten worden gemaakt;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • product: (deel)resultaat dat voortkomt uit een project;

  • project: geheel van activiteiten dat deel uitmaakt van een thema;

  • subsidieontvanger: Vereniging Fietsersbond, statutair gevestigd te Utrecht;

  • xls file: een door de minister vast te stellen bestand met een format voor ramingen en realisaties van de gesubsidieerde projecten en producten ten behoeve van de subsidieverlening en subsidievaststelling.

Artikel 2. Doel subsidie

  • 1 De minister kan op aanvraag per boekjaar een subsidie verstrekken aan de subsidieontvanger voor het uitvoeren van projecten en producten, gericht op de behartiging van belangen van fietsers in de besluitvorming van overheden, openbaar vervoersbedrijven en marktpartijen, onder meer door het verzamelen van feiten en gegevens over de lokale, regionale of landelijke staat van de fietsvoorzieningen of over het beleid van overheden en vervoerbedrijven ten gunste van de belangenbehartiging.

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt:

    • a. voor zover voor een project of product als bedoeld in het eerste lid, een subsidie is of wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan dan wel hiervoor andere inkomsten van derden zonder tegenprestatie zijn of worden verkregen, of

    • b. voor zover de projecten en producten zijn te kwalificeren als economische activiteiten.

Artikel 4. Subsidieplafond en subsidiabele kosten

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt € 581.767,11 per boekjaar. Indien op grond van artikel 8 van de Subsidieregeling Fietsersbond 2013 een compensatie wordt gegeven voor de arbeidskostenontwikkeling 2017, wordt het bedrag van het plafond per boekjaar vermeerderd met het bedrag van deze compensatie.

  • 2 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen het totaal aantal uren dat werkelijk aan de uitvoering van de subsidiabele projecten en producten is besteed onder toepassing van het geldende forfaitair uurtarief, alsmede de kosten derden.

  • 3 Het forfaitair uurtarief wordt goedgekeurd door de minister en geldt voor de subsidies die op basis van deze regeling worden verstrekt.

Artikel 5. Concept-activiteitenplan

Uiterlijk op 1 september van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zendt de subsidieontvanger een concept van het activiteitenplan, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a, aan de minister.

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening en tot goedkeuring forfaitair uurtarief

  • 1 De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidieverlening in bij de minister, uiterlijk op 1 november van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De aanvraag bevat het bedrag van de gevraagde subsidie.

  • 2 Onverminderd artikel 4:65 van de Algemene wet bestuursrecht gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. het activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, waarin tevens een uiteenzetting wordt gegeven van de projecten en producten en waarbij de keuze van de projecten en producten bijdraagt aan de doelen en activiteiten van de Agenda Fiets 2017-2020 of eventuele opvolgende Agenda Fiets, en waarin tevens rekening is gehouden met de opmerkingen die de minister heeft gemaakt bij het concept-activiteitenplan;

    • b. de opgave van het kwartaal waarin de projecten en producten zijn afgerond;

    • c. de begroting als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht, welke tevens bevat de onderbouwing van het geraamde aantal uren per project, het forfaitair uurtarief alsmede de geraamde kosten derden per project, en

    • d. de ingevulde ramingen in de xls file.

  • 3 Uiterlijk op 1 november 2017 wordt aan de minister goedkeuring gevraagd van het forfaitair uurtarief. Daartoe wordt overlegd een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ten aanzien van de berekening van het forfaitair uurtarief waarbij minimaal het volgende wordt aangegeven dat:

    • 1°. bij de berekening de begroting is gehanteerd;

    • 2°. de berekening gebaseerd is op de systematiek van de Handleiding Overheidstarieven 2016, en

    • 3°. het gehanteerde tarief gebaseerd is op de in de cao voor de welzijnssector vastgelegde salarisschalen.

Artikel 7. Beschikking tot subsidieverlening

  • 1 De minister neemt de beschikking tot subsidieverlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 In de beschikking worden vermeld:

    • a. de te subsidiëren projecten en producten;

    • b. het kwartaal waarin de subsidieontvanger gehouden is de projecten en producten te hebben afgerond;

    • c. de wijze waarop het subsidiebedrag wordt bepaald en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld;

    • d. het geraamde aantal uren per project, het forfaitair uurtarief alsmede de geraamde kosten derden per project, en

    • e. de inhoud van het controleprotocol.

Artikel 8. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel:

  • a. in het activiteitenplan onvoldoende rekening is gehouden met de opmerkingen die hij heeft gemaakt bij het concept-activiteitenplan;

  • b. de aanvraag niet voldoet aan artikel 6, of

  • c. er in voorgaande boekjaren ten aanzien van de subsidieverlening dan wel subsidievaststelling toepassing is gegeven aan de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 9. Voorwaarde begrotingsvoorbehoud

Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu, wordt in de beschikking tot subsidieverlening vermeld dat de subsidieverlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu.

Artikel 10. Voorschotverlening

  • 1 De minister kan een voorschot verlenen. Deze beschikking wordt ambtshalve en gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening gegeven.

  • 2 Het voorschot wordt uitgekeerd op basis van een bij de aanvraag tot subsidieverlening verstrekt overzicht van de liquiditeitenprognose waarin de liquiditeitsbehoefte per kalenderkwartaal wordt aangegeven.

  • 3 Het voorschot wordt uitgekeerd in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot bevoorschotting worden bepaald met dien verstande dat de voorschotverlening ten hoogste 95 procent van de verleende subsidie per boekjaar bedraagt.

Artikel 11. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1 In aanvulling op de verplichtingen op grond van de Algemene wet bestuursrecht is de subsidieontvanger verplicht tot:

    • a. het afronden van de uitvoering van projecten en producten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk op het kwartaal dat daarvoor is aangegeven in de beschikking tot subsidieverlening;

    • b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen en over- en onderschrijdingen van het geraamde subsidiebedrag van een project van meer dan 25% onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;

    • c. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat een gesubsidieerd project niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

    • d. het doen van een schriftelijke melding aan de minister, vergezeld van een herziene liquiditeitenprognose, indien de gemaakte subsidiabele kosten op de laatste dag van elk kalenderkwartaal 75% of minder bedragen van de voor dat desbetreffende kwartaal begrote subsidiabele kosten; de melding geschiedt binnen twee maanden na afloop van het desbetreffend kalenderkwartaal;

    • e. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het verstrekken van desverlangd alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;

    • f. het de minister vooraf op de hoogte stellen indien naar de media wordt getreden ten aanzien van een gesubsidieerd project of product met een landelijk politiek gevoelig of belangrijk landelijk beleidsmatig karakter;

    • g. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project, een toegevoegde waarde heeft geleverd aan het in artikel 2, eerste lid, omschreven doel van deze regeling in het algemeen en aan de doelen en activiteiten van de Agenda Fiets 2017-2020 of eventuele opvolgende Agenda Fiets in het bijzonder;

    • h. het in acht nemen van het controleprotocol, en

    • i. het onverwijld informeren van de minister nadat:

      • 1°. een verzoek tot verlening van surseance aan of faillietverklaring van de subsidieontvanger bij de rechtbank is ingediend,

      • 2°. een besluit tot ontbinding bij de rechtbank is ingediend, of

      • 3°. de statuten zijn gewijzigd.

  • 2 Voorts kan de minister bij de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:

    • a. het verkrijgen van andere financiële middelen, of

    • b. andere verplichtingen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 3 Tevens draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat:

    • a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds;

    • b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder e, en

    • c. geen staatssteun wordt verleend aan ondernemingen door middel van de subsidie.

Artikel 12. Aanvraag tot subsidievaststelling

  • 1 De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister binnen vier maanden volgend op het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 13. Beschikking tot subsidievaststelling

  • 1 De minister neemt de beschikking tot subsidievaststelling binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De minister is bevoegd tot ambtshalve vaststelling van de subsidie indien de subsidieontvanger niet tijdig de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend.

Artikel 14. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Fietsersbond 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus