Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel ernstige inbreuken GVB

Geldend van 25-03-2017 t/m heden

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 20 maart 2017, nr. WJZ/17038522, betreffende de kwalificatie van activiteiten als ernstige inbreuken op het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (Beleidsregel ernstige inbreuken GVB)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 90, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009, artikel 42, tweede lid, in samenhang met artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 2 In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • a. AIS: automatisch identificatiesysteem (Automatic Identification System) als bedoeld in de artikelen 4, onderdeel 11, en 10, eerste lid, van de controleverordening;

    • b. Besluit registratie: Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;

    • c. elektronische aangifte van aanlanding: aangifte als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de controleverordening, die elektronisch wordt verzonden overeenkomstig artikel 24, eerste lid, van de controleverordening;

    • d. papieren aangifte van aanlanding: aangifte als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de controleverordening, die op papier is gesteld;

    • e. geschatte hoeveelheid: geschatte hoeveelheid van iedere soort visserijproduct als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel f, van de controleverordening.

Artikel 2. Beoordeling ernst inbreuk

  • 1 Voor de toepassing van artikel 90, eerste lid, van de controleverordening, en artikel 42 van verordening nr. 1005/2008 wordt de ernst van een inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid beoordeeld overeenkomstig deze beleidsregel.

  • 2 De Minister beoordeelt de ernst van de inbreuk, bedoeld in het eerste lid, op basis van de omstandigheden van het geval, zoals de aard van inbreuk, de daaruit voortvloeiende schade, de waarde van de schade aan de visbestanden en het mariene milieu in kwestie, en de omvang van de inbreuk.

  • 3 De inbreuken op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid zoals die worden omschreven in de artikelen 4 tot en met 20 van deze beleidsregel, worden aangemerkt als ernstige inbreuken, tenzij zich in het concrete geval een of meer bijzondere omstandigheden voordoen die de mate van ernst van de inbreuk dusdanig doen verminderen, dat de desbetreffende inbreuk redelijkerwijs niet kan worden aangemerkt als een ernstige inbreuk.

Artikel 3. Ontbreken aangifte aanlanding of verkoopdocument ingeval van aanlanding in haven derde land

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 90, eerste lid, onderdeel a, van de controleverordening, wordt aangemerkt overtreding van:

voor zover zowel de aangifte van aanlanding als het verkoopdocument niet zijn ingediend nadat de vangst in de haven van een derde land is aangeland.

Artikel 4. Opvoeren motorvermogen boven maximaal continu vermogen

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 90, eerste lid, onderdeel b, van de controleverordening, wordt aangemerkt een overtreding van artikel 114 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 39, eerste lid, van de controleverordening, voor zover het motorvermogen ten minste 15% hoger is dan op het motorcertificaat of op de visvergunning vermelde maximaal continu vermogen.

Artikel 5. Niet-naleving verplichting tot aan boord brengen, houden of aanlanden van soorten die vallen onder de aanlandplicht

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 90, eerste lid, onderdeel c, van de controleverordening, wordt aangemerkt een overtreding van artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15, eerste lid, van de basisverordening, voor zover een substantiële hoeveelheid van een tijdens een visserijactiviteit gevangen soort waarvoor een quotum geldt, niet aan boord wordt of is gebracht of gehouden of niet wordt of is aangeland, tenzij dit aan boord brengen en houden of het aanlanden van deze vangsten in zou gaan tegen verplichtingen uit hoofde van de regels van het gemeenschappelijke visserijbeleid in visserijtakken of visserijzones waar die regels van toepassing zijn, of zouden vallen onder vrijstellingen uit hoofde van die regels.

Artikel 6. Verrichten zakelijke activiteiten die rechtstreeks samenhangen met IOO-visserij

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

Artikel 7. Vervalsing documenten bedoeld in verordening nr. 1005/2008 of gebruik van valse of ongeldige documenten

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel c, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt:

  • a. een overtreding van artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor zover het betreft:

    het vervalsen, of het valselijk of niet naar waarheid opmaken van:

    • (i) een document, of van gegevens, valideringen, handtekeningen of waarmerken, als bedoeld in artikel 12, tweede lid en derde lid, artikel 14, eerste en tweede lid, artikel 15, eerste lid, en artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008;

    • (ii) een door de Commissie erkend vangstdocument of daarmee samenhangend document, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, met inbegrip van de daarop aan te brengen gegevens, valideringen, handtekeningen of waarmerken;

  • b. het gebruik maken van een vervalst of valselijk opgemaakt document, of van vervalste of valselijk opgemaakte gegevens, valideringen, handtekeningen of waarmerken, een en ander als bedoeld in onderdeel a.

Artikel 8. Schending verplichtingen inzake het registreren en melden vangstgegevens of met de vangst verband houdende gegevens

  • 1 Als een ernstige inbreuk, bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt:

    • a. overtreding van:

      voor zover een of meer van de kerngegevens in het papieren visserijlogboek, bedoeld in artikel 14 van de controleverordening, of in de papieren aangifte van aanlanding niet juist, niet volledig, niet tijdig of niet wordt of is bijgehouden of ingediend;

    • b. overtreding van artikel 104, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 14, tweede lid, onderdeel f, van de controleverordening,

      voor zover de in de papieren aangifte van aanlanding vermelde vangsthoeveelheid, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel c, van de controleverordening, althans de vangsthoeveelheid zoals die met toepassing van artikel 60, vijfde lid, van de controleverordening in de papieren aangifte van aanlanding vermeld had moeten worden, per soort en per visreis meer dan 15%, met een minimum van 200 kilogram, afwijkt ten opzichte van de geschatte hoeveelheid die vermeld is in het papieren visserijlogboek;

    • c. overtreding van artikel 124, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 60, vijfde lid, van de controleverordening;

    • d. overtreding van:

      voor zover één of meer van de kerngegevens in een van de drie kernberichten DEP (aangifte van vertrek), RTP (aangifte terugkeer naar de haven) of LAN (aangifte van aanlanding) in het elektronische visserijlogboek, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de controleverordening, of in de elektronische aangifte van aanlanding niet juist, niet volledig, niet tijdig of niet wordt of is bijgehouden of ingediend;

    • e. overtreding van artikel 105, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15, eerste lid, van de controleverordening, voor zover de in de elektronische aangifte van aanlanding vermelde vangsthoeveelheid, als bedoeld in artikel 24, eerste lid, in samenhang met artikel 23, tweede lid, onderdeel c, van de controleverordening, althans de vangsthoeveelheid zoals die met toepassing van artikel 60, vijfde lid, van de controleverordening in de elektronische aangifte van aanlanding vermeld had moeten worden, per soort en per visreis meer dan 15%, met een minimum van 200 kilogram, afwijkt ten opzichte van de geschatte hoeveelheid die vermeld is in het elektronische visserijlogboek, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de controleverordening; of

    • f. overtreding van artikel 124, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 60, vijfde lid, van de controleverordening;

    • g. overtreding van:

      en

      voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is én zonder dat een AIS aanwezig is of operationeel is;

    • h. overtreding van:

      en

      voor zover

      • (a) ingeval van defecte of anderszins niet-functionerende satellietvolgapparatuur de kapitein of diens vertegenwoordiger niet via adequate telecommunicatiemiddelen om de vier uur vanaf het tijdstip waarop het niet functioneren is ontdekt, of vanaf het tijdstip waarop hij hiervan in kennis is gesteld, de meest actuele geografische coördinaten van het vissersvaartuig meedeelt aan het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat, en daarnaast

      • (b) geen AIS aan boord is of, indien wel een AIS aan boord is, ook het AIS defect is of anderszins niet functioneert.

  • 2 De in het eerste lid, onderdelen a en d, bedoelde kerngegevens zijn:

    • a. de externe identificatie (lettertekens en nummer) van het vaartuig;

    • b. de naam van de kapitein;

    • c. de tijdstippen van vertrek, terugkeer en aanlanding;

    • d. gegevens betreffende het gebruikte vistuig, de maaswijdte en de afmeting van het vistuig;

    • e. de datum van vangst; en

    • f. de gegevens van het betrokken geografische gebied, bedoeld in artikel 4, onderdeel 30, van de controleverordening, waar de vangsten zijn gedaan.

Artikel 9. Gebruik van vistuig dat verboden of niet conform de voorschriften is

Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

  • a. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, artikel 20, vierde lid, onderdeel b, artikel 20bis, derde alinea, onderdeel b, artikel 21, derde lid, tweede alinea, onderdeel b, artikel 22, eerste lid, derde alinea, onderdeel b, artikel 23, eerste lid, derde alinea, artikel 28, eerste lid, artikel 29, eerste lid of tweede lid, onderdeel a, artikel 29ter, eerste lid of tweede lid, derde alinea, artikel 29quinquies, twaalfde lid, voor zover via deze bepaling wordt verwezen naar vistuig zonder nadere specificatie van maaswijdte, artikel 29septies, vijfde lid, artikel 30, vierde of vijfde lid, artikel 34, eerste lid, artikel 34bis, eerste lid, artikel 34ter, eerste lid, artikel 34quinquies, eerste lid, artikel 34sexies, eerste lid, artikel 34septies, eerste lid, artikel 34nonies, of artikel 39 van verordening nr. 850/98;

  • b. artikel 66 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, eerste lid, of artikel 7 van verordening nr. 520/2007;

  • c. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 4, eerste lid, tweede lid, onderdeel f, of vierde lid, onderdeel a, artikel 11, eerste lid, artikel 20, vierde lid, onderdelen a, c of d, artikel 20bis, derde alinea, onderdelen a of c, artikel 21, derde lid, tweede alinea, onderdelen a of c, artikel 22, eerste lid, derde alinea, onderdeel a, artikel 27, derde lid, tweede alinea, artikel 29bis, eerste lid, derde alinea, artikel 29quinquies, twaalfde lid, voor zover via deze bepaling wordt verwezen naar vistuig met een nadere specificatie van de maaswijdte daarvan, artikel 30, tweede lid, of derde lid, eerste zin, of artikel 37, eerste lid, van verordening nr. 850/98, voor zover de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 mm of meer bedraagt;

  • d. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 4, vijfde lid, artikel 5, tweede of derde lid, artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 mm of meer bedraagt;

  • e. artikel 60 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 494/2002, voor zover de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 mm of meer bedraagt.

Artikel 10. Vervalsing of verborgen houden van kentekens, identiteit of de registratie

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel f, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

  • a. artikel 101, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 6, onderdeel e, van de uitvoeringsverordening controleverordening, voor zover het gaat om het vervalsen, valselijk opmaken of verbergen van de in dit onderdeel bedoelde registratiecijfers en -letters, of

  • b. het vervalsen, valselijk opmaken of verbergen van:

    • (i) de naam, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van uitvoeringsverordening controleverordening;

    • (ii) het CFR-identificatienummer, bedoeld in artikel 10 van verordening nr. 26/2004; of

    • (iii) een scheepsidentificatienummer als bedoeld in de regeling inzake scheepsidentificatienummers van de Internationale Maritieme Organisatie, als aangenomen op 4 december 2013 bij resolutie A.1078 (28).

Artikel 11. Verborgen houden of doen verdwijnen van, of knoeien met bewijsmateriaal dat van belang is in het kader van een onderzoek

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt het verborgen houden van, knoeien met, of doen verdwijnen van bewijsmateriaal dat van belang is in het kader van een onderzoek naar de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Artikel 12. Illegaal aan boord nemen, overladen of aanlanden van ondermaatse vis

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel i, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

voor zover:

  • (i) per visreis van een soort 10% of meer ondermaatse vis, met een minimum van 200 kilo aan boord is genomen, overgeladen of aangeland;

  • (ii) per visreis 10% of meer ondermaatse vis, met een minimum van 200 kilo, van tong of herstelplansoorten per soort aan boord is genomen, overgeladen of aangeland, of

  • (iii) ondermaatse vis verborgen is of wordt gehouden.

Artikel 13. Visserijactiviteiten in gebied regionale visserijorganisatie

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel k, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt het in het gebied van een regionale visserijorganisatie als bedoeld in artikel 2, vijftiende lid, van verordening nr. 1005/2008, verrichten van een visserijactiviteit:

  • a. op een wijze die onverenigbaar is met of indruist tegen de instandhoudings- en beheersmaatregelen van die organisatie, of

  • b. waarbij de vlag wordt gevoerd van een staat die geen partij is bij die visserijorganisatie, of die niet samenwerkt met die visserijorganisatie zoals door die organisatie is vastgesteld,

voor zover deze inbreukmakende visserijactiviteit niet op grond van een van de artikelen 3 tot en met 12 of 14 tot en met 19 van deze beleidsregel als een ernstige inbreuk wordt beschouwd, en de inbreuk in de regelgeving van de desbetreffende visserijorganisatie als ernstig wordt aangemerkt.

Artikel 14. Vissen zonder geldige visvergunning of vismachtiging of zonder geldig visdocument

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

Artikel 15. Vissen in gesloten gebied, tijdens gesloten seizoen, zonder of na volledige benutting quotum of onder gestelde dieptegrens

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

Artikel 16. Gerichte visserij op bestand waarvoor vangstverbod of -moratorium geldt

  • a. Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel d, verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding vanartikel 13 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 11, tweede lid, artikel 12, eerste lid, artikel 18, artikel 19, eerste lid, artikel 24, eerste of tweede lid, artikel 27, eerste lid, artikel 28, eerste lid, artikel 29, artikel 30, artikel 31, tweede lid, artikel 32, eerste lid, artikel 34, eerste lid, artikel 37, of artikel 41, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden, of

  • b. artikel 6 van verordening 2016/2285,

    voor zover gericht op de in deze bepalingen genoemde vissoorten wordt of is gevist.

Artikel 17. Bemoeilijken taakuitoefening door functionarissen of waarnemers

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:

Artikel 18. Vangsten overladen op of deelnemen aan gezamenlijke visserijactiviteiten met, of ondersteuning of bevoorrading van andere IOO-vissersvaartuigen

Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van artikel 140, eerste lid van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 37, onderdeel 4, of onderdeel 6, van verordening nr. 1005/2008, voor zover de in dit artikel verboden hulpverlening wordt geboden door een vissersvaartuig dat is opgenomen in de ‘communautaire lijst van IOO-vaartuigen’, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008.

Artikel 19. Staatloos vaartuig

Als ernstige inbreuk, bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel l, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van artikel 2, eerste lid, in voorkomend geval in samenhang met artikel 8 van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967 dan wel het vissen met een vaartuig dat geen nationaliteit heeft en derhalve een staatloos vaartuig is, overeenkomstig de internationale wetgeving.

Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

  • 2 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ernstige inbreuken GVB.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 20 maart 2017

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

M.H.P. van Dam