Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Organisatiebesluit Buitenlandse Zaken 2017

Geldend van 25-03-2017 t/m heden

Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 15 maart 2017, nr. MinBuza-2017.68225, tot vaststelling van de organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Organisatiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken 2017)

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;

Overwegende de missie van het ministerie van Buitenlandse Zaken om het Koninkrijk der Nederlanden veiliger en welvarender te maken en Nederlanders in het buitenland te steunen, alsmede ons samen met onze partners in te zetten voor een rechtvaardige wereld, waarbij de kernwaarden van het Ministerie zijn samenwerken, verantwoordelijkheid nemen en het behalen van resultaten;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Ministerie: het ministerie van Buitenlandse Zaken, daaronder begrepen zowel het departement in Den Haag als de posten in het buitenland;

  • b. posten: de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk der Nederlanden in het buitenland, te weten ambassades, consulaten(-generaal), permanente vertegenwoordigingen bij internationale organisaties en andere vertegenwoordigingen;

  • c. bewindspersonen: de minister van Buitenlandse Zaken en de aan het Ministerie verbonden ministers zonder portefeuille en/of staatssecretarissen;

  • d. secretaris-generaal: degene belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het Ministerie betreft, als bedoeld in het Besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);

  • e. SG/DG-beraad: bestuursraad, bestaande uit de secretaris-generaal (SG), de plaatsvervangend secretaris-generaal (PSG) en de directeuren-generaal (DG’s).

Artikel 2. Hoofdstructuur

Het Ministerie bestaat uit de volgende (dienst)onderdelen:

  • a. het SG/DG-beraad;

  • b. de Centrale Dienstonderdelen (onder leiding van de SG/PSG);

  • c. het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB);

  • d. het Directoraat-Generaal Europese Samenwerking (DGES);

  • e. het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS);

  • f. het Directoraat-Generaal Politieke Zaken (DGPZ);

  • g. de Posten.

Artikel 3. SG/DG-beraad

Het SG/DG-beraad neemt als bestuursraad besluiten, maakt afspraken en ziet toe op de uitvoering van aangelegenheden op zijn werkterrein overeenkomstig de vergaderafspraken van het SG/DG-beraad. Het SG/DG-beraad is verantwoordelijk voor de inrichting en het functioneren van het departement en het postennet in de ruimste zin des woords. De eindverantwoordelijkheid berust bij de secretaris-generaal (SG), tevens voorzitter van het SG/DG-beraad, die belast is met de ambtelijke leiding van al hetgeen het Ministerie betreft.

Artikel 4. Secretaris-Generaal en de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal

  • 1 De secretaris-generaal (SG) heeft onder andere tot taak:

    • a. de algemene leiding van het Ministerie;

    • b. het informeren en adviseren van de bewindspersonen over alle aangelegenheden het Ministerie betreffende;

    • c. het voorzitten van het SG/DG-beraad, waarin onder andere besluiten worden genomen over het algemene beleid en beheer van het Ministerie.

    De secretaris-generaal geeft leiding aan de volgende centrale dienstonderdelen:

    • a. het bureau Secretaris-Generaal (BSG). BSG is als stafbureau belast met ondersteuning van de politieke en ambtelijke leiding van het Ministerie bij interne beleidsvorming en besluitvorming, het algemene management van het Ministerie en de externe contacten (zoals de parlementaire communicatie en het optreden van het Ministerie in het interdepartementale verkeer). BSG verzorgt alle taken die centraal belegd zijn voor de Directoraten-Generaal en directies;

    • b. de directie Communicatie (COM). COM is belast met de interne en externe communicatie van de beleidsdoelstellingen van het Ministerie. De communicatiewerkzaamheden hebben betrekking op de (strategie over de) implementatie en het naar buiten uitdragen en verklaren van beleidsvoornemens op strategisch, tactisch en operationeel niveau vanuit de beleidsterreinen van het Ministerie;

    • c. het innovatieteam DARE. DARE staat voor Durven, Ambitie, Resultaat en Effectief. DARE ondersteunt veranderingen in de organisatie, zoals Het Nieuwe Werken.

    • d. de Ambassadeur(s) in Algemene Dienst (AMAD).

  • 2 De plaatsvervangend secretaris-generaal (PSG) is Chief Information Officer (CIO) binnen het Ministerie en verantwoordelijk voor de informatievoorziening. Hij heeft tevens de leiding over de volgende centrale dienstonderdelen:

    • e. de directie Vertalingen (AVT). AVT is belast met het verzorgen van vertalingen in en uit de vreemde talen voor het eigen ministerie, andere ministeries, het Koninklijk Huis, het Kabinet van de Minister-President en voor Hoge Colleges van Staat. AVT verstrekt tevens taalkundige en culturele adviezen;

    • f. de directie Bedrijfsvoering (DBV). DBV is belast met het beleid en de kaderstelling op het gebied van huisvesting, facilitaire dienstverlening, inkoop, informatievoorziening en archief. DBV is belast met fysieke beveiliging, informatiebeveiliging, personele en persoonsbeveiliging, alsmede met de advisering op deze gebieden. Voorts is DBV verantwoordelijk voor het integriteitsbeleid, gegevensbescherming en crisisbeheersing. DBV is lijnverantwoordelijk voor de hoofden van de RSO’s;

    • g. de directie Juridische Zaken (DJZ). DJZ is belast met het behandelen van vraagstukken op alle terreinen van het recht. DJZ treedt op als agent van het Koninkrijk, dan wel Nederland, voor de Europese en internationaalrechtelijke colleges (o.a. in Den Haag, Luxemburg en Straatsburg). DJZ is expertisecentrum voor de rijksoverheid en treedt op als raadsman van het Ministerie voor de bestuurs- en civiele rechter. Tot de taken van DJZ behoren tevens volkenrechtelijke advisering, het coördineren van de voorbereiding tot en met de bekendmaking van de verdragen voor het Koninkrijk, het opstellen van BZ-wetgeving, het coördineren van zaken op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, van de Wet bescherming persoonsgegevens en van de Nationale Ombudsman;

    • h. de directie Protocol en Gastlandzaken (DPG). DPG is belast met het gastlandbeleid van Nederland. Dit omvat het faciliteren van ambassades en internationale organisaties en hun medewerkers in Nederland, alsmede het handhaven en implementeren van de wet- en regelgeving op dit gebied. Daarnaast organiseert DPG de staats- en (werk)bezoeken van inkomende en uitgaande hoogwaardigheidsbekleders, alsmede van bepaalde evenementen. DPG vervult protocoltaken, inclusief het regeringsprotocol. De Ambassadeur voor Internationale Organisaties (AMIO) is aan DPG verbonden;

    • i. de directie Financieel-Economische Zaken (FEZ). FEZ is concerncontroller en adviseert de politieke- en ambtelijke leiding conform de Comptabiliteitswet en het Besluit Taak FEZ. Zij ondersteunt de budgethouders bij besluitvorming op centraal en decentraal niveau, bewaakt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid, bevordert de integratie van beheer en beleid en levert daardoor een bijdrage aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen van het Ministerie. FEZ doet dit door kaders voor bedrijfsvoering te stellen, op hoofdlijnen toezicht te houden, financiële en andere bedrijfsvoeringprocessen te begeleiden en ondersteunen, alsmede te adviseren waar dat gewenst wordt of zij dit noodzakelijk acht. FEZ is belast met aansturing van de financiële functie op het departement en de posten (domeinsturing);

    • j. de hoofddirectie Personeel en Organisatie (HDPO). HDPO is belast met de ontwikkeling en implementatie van beleid, kaders, systemen en instrumenten op het gebied van organisatie en personeel van het Ministerie en ten aanzien van internationaal werkende ambtenaren rijksbreed. Daarnaast adviseert en ondersteunt HDPO het lijnmanagement bij de toepassing ervan. De directie is tevens belast met de ontwikkeling en organisatie van opleidingsprogramma’s ten behoeve van alle medewerkers van het Ministerie alsmede internationaal werkende ambtenaren rijksbreed (Academie voor Internationale Betrekkingen);

    • k. de directie Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB). IOB is belast met het leveren van een bijdrage aan kennis over de uitvoering en effecten van het Nederlands buitenlands beleid. IOB voorziet in onafhankelijke evaluatie van beleid en uitvoering ten aanzien van alle beleidsterreinen die vallen binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).Voorts adviseert IOB ten aanzien van de programmering en uitvoering van de evaluaties die onder verantwoordelijkheid van beleidsdirecties en ambassades worden gedaan;

    • l. de directie Inspectie Signalering en Begeleiding (ISB). ISB is belast met de organisatiedoorlichting van posten en directies, gericht op een onafhankelijke en integrale beoordeling van het functioneren van de beleids- en bedrijfsvoering en op advisering ter optimalisering daarvan;

    • m. de regionale service organisaties (RSO). RSO’s zijn belast met de uitvoering van bedrijfsvoeringstaken en consulaire taken van de posten in de diverse regio’s;

    • n. 3W | WereldWijd Werken (3W). 3W is een shared service organisatie belast met de levering van producten en diensten ter ondersteuning van diegenen die voor de Nederlandse overheid in het buitenland werken, reizen en verblijven.

Artikel 5. Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen

  • 1 Het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen staat onder leiding van de Directeur-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB) en is belast met het versterken van de positie van ondernemend Nederland in de wereld. DGBEB draagt bij aan de ontwikkeling van een duurzaam mondiaal handels- en investeringssysteem. Tot de taak van DGBEB behoren economische diplomatie, het bevorderen van de bilaterale handel en investeringen, het stimuleren van internationaal ondernemen, de acquisitie van investeringen uit het buitenland, de opdrachtverlening aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op het gebied van economische diplomatie, het sluiten van handels- en investeringsverdragen via de EU, het sluiten van bilaterale investeringsverdragen en het stimuleren van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. DGBEB is, in overleg met DGPZ, verantwoordelijk voor de controle op de export van strategische goederen.

    DGBEB organiseert de economische missies naar het buitenland en is aanspreekpunt voor de economische afdelingen van het postennet. DGBEB is voorts verantwoordelijk voor het contact met en onderhandelingen in diverse internationale organisaties op het gebied van handel en investeringen, zoals de Europese Commissie en de Raad, WTO, UNCTAD en OESO.

  • 2 Het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen bestaat uit:

    • a. de directie Internationaal Ondernemen (DIO). DIO is belast met het bevorderen van duurzame economische ontwikkeling door het versterken van duurzame internationale handel en investeringen en van de economische naamsbekendheid van Nederland. DIO is voorts, in samenspraak met het ministerie van Financiën, beleidsverantwoordelijk voor de Exportkredietverzekeringsfaciliteit (EKV) van de Staat. Daarnaast vervult DIO een dienstverlenende functie voor onder andere de ministeries van Algemene Zaken en van Economische Zaken;

    • b. de directie Economische Advisering en Beleidsontwikkeling (EAB). EAB is belast met de strategische beleidsvorming ten aanzien van internationalisering van de Nederlandse economie. Voorts is EAB belast met de coördinatie van de Nederlandse inbreng in de OESO. Zij functioneert daarnaast ondersteunend voor veel DGBEB-brede inhoudelijke en beleidsprocessen;

    • c. de directie Internationale Marktordening en Handelspolitiek (IMH). IMH is belast met het bevorderen van open internationale handel en investeringen en de verankering daarvan in internationale afspraken en in Europees beleid. Voorts bevordert IMH internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen door de ontwikkeling van gedragsstandaarden voor het ondernemen en door als netwerkpartner rond internationaal ondernemen publiek-privaat bij te dragen aan het realiseren van duurzaamheids- en ontwikkelingsdoelen. IMH controleert de export van strategische goederen, met name goederen voor tweeërlei gebruik, gericht op kansen voor het innovatieve en hightech bedrijfsleven en een veiliger wereld.

Artikel 6. Directoraat-Generaal Europese Samenwerking

  • 1 Het Directoraat-Generaal Europese Samenwerking staat onder leiding van de Directeur-Generaal Europese Samenwerking (DGES) en is verantwoordelijk voor de relatie tussen Nederland en afzonderlijke (kandidaat)lidstaten van de Europese Unie (EU). DGES draagt zorg voor een samenhangend Nederlands beleid binnen de Europese Unie en regionale organisaties zoals de Raad van Europa en de Benelux. DGES stemt met andere ministeries de Nederlandse inbreng in het Europese besluitvormingsproces af. DGES is een schakel tussen de andere ministeries en de permanente vertegenwoordiging bij de Europese Unie (PV EU) in Brussel. DGES draagt zorg voor de dienstverlening aan Nederlanders die in het buitenland verblijven, stelt beleid op t.a.v. visumverlening en is dienstverlenend aan de vreemdelingenketen op het terrein van toelating van vreemdelingen. Voorts is DGES belast met internationale culturele samenwerking.

  • 2 Het Directoraat-Generaal Europese Samenwerking bestaat uit:

    • a. de directie Europa (DEU). DEU is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van alle lidstaten van de Europese Unie, de Europese buurlanden op de Balkan en in het Oosten tot en met de Kaukasus en Centraal-Azië. DEU is verantwoordelijk voor de Nederlandse inbreng in de Raad van Europa. Vanuit DEU worden de posten in de regio aangestuurd. DEU draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo’s en het bedrijfsleven;

    • b. de directie Integratie Europa (DIE). DIE is belast met de voorbereiding van politieke besluitvorming van het Nederlandse EU-beleid en is verantwoordelijk voor institutionele vormgeving, EU-uitbreiding, EU-OS en de EU-meerjarenbegroting. DIE coördineert instructies voor Brusselse werkgroepen en Comités en verzorgt de voorbereiding van Raden van Ministers en de Europese Raad, inclusief de daarbij behorende Kamerdebatten.

    • c. de directie Consulaire Zaken en Visumbeleid (DCV). DCV is belast met het verlenen van consulaire diensten aan Nederlanders in het buitenland en draagt bij aan de regulering van het vreemdelingenverkeer naar Nederland. DCV werkt hierbij nauw samen met interne en externe stakeholders. DCV is belast met aansturing van de consulaire functie op het departement en de posten (domeinsturing);

    • d. de eenheid Strategische Advisering (ESA). ESA is belast met het verzorgen van strategische analyses en adviezen voor de politieke- en ambtelijke leiding. ESA werkt voor alle directoraten-generaal. Directies kunnen terecht bij ESA voor lange termijn-visies. ESA overlegt regelmatig met de Strategische Beleidsadviseurs (SBA’s) binnen de directies en met de speechschrijvers. ESA onderhoudt intensieve contacten met andere ministeries en kennisinstellingen in binnen- en buitenland. De Wetenschappelijk Raadadviseur (WRA) maakt deel uit van ESA;

    • e. de eenheid Internationaal Cultuurbeleid (ICE). ICE is belast met de internationale culturele samenwerking, bestaande uit internationaal cultuurbeleid, gedeeld cultureel erfgoed alsmede cultuur, sport en ontwikkelingssamenwerking. ICE draagt door middel van cultuuruitwisseling en culturele initiatieven bij aan de Nederlandse bilaterale relaties en aan het beeld van Nederland over de grens. ICE versterkt de internationale positie van de Nederlandse creatieve industrie. Hoofd ICE is tevens Ambassadeur Culturele Samenwerking (ACS).

Artikel 7. Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking

  • 1 Het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS) staat onder leiding van de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking en draagt zorg voor de initiëring, de coördinatie, het budgettair beheer en de uitvoering van het beleid voor internationale samenwerking.

  • 2 Het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking bestaat uit:

    • a. het bureau Internationale Samenwerking (BIS). BIS is belast met thema-overstijgende, strategische onderwerpen op ontwikkelingssamenwerking en speelt daarbij een coördinerende en verbindende rol binnen het DGIS. BIS signaleert daarnaast trends in ontwikkelingssamenwerking en internationale verhoudingen en vertaalt deze naar strategische beleidsadviezen. Voorts ontwikkelt BIS resultaatgerichte kaders voor de vormgeving en uitvoering van ontwikkelingssamenwerking;

    • b. de directie Duurzame Economische Ontwikkeling (DDE). DDE is belast met het bevorderen van duurzame economische groei en zelfredzaamheid als motor voor armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. Centraal staan het versterken van lokaal ondernemingsklimaat en ondernemerschap in lage- en middeninkomenslanden en het stimuleren van bijdragen van het Nederlands bedrijfsleven daaraan. Directeur DDE is tevens ambassadeur Bedrijfsleven & Ontwikkelingssamenwerking. De Taskforce Innovatieve Financiering is verbonden aan DDE;

    • c. de directie Stabiliteit en Humanitaire Hulp (DSH). DSH is belast met het bevorderen van veiligheid, stabiliteit, rechtsorde, goed bestuur, wederopbouw en humanitaire hulp in conflictgebieden en fragiele staten. DSH is verantwoordelijk voor het beheer van de middelen voor Veiligheid & Rechtsorde, waaronder het stabiliteitsfonds en het wederopbouwfonds, en overlegt daartoe met DVB. DSH werkt samen met de Taskforce Migratie;

    • d. de directie Sociale Ontwikkeling (DSO). DSO is belast met het bevorderen van sociale ontwikkeling binnen het beleid voor internationale en ontwikkelingssamenwerking. Prioriteiten zijn seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR), gendergelijkheid en vrouwenrechten, participatie van maatschappelijke organisaties en burgers, alsmede de hoger onderwijs stimulerende (kennis)programma’s voor studenten uit ontwikkelingslanden. De Ambassadeur voor Aidsbestrijding (AMBA) en de Taskforce Vrouwenrechten en Gendergelijkheid (TFVG) zijn verbonden aan DSO. De TFVG werkt kolomoverstijgend;

    • e. de directie Inclusieve Groene Groei (IGG). IGG is belast met de zorg voor de totstandkoming en uitvoering van het Nederlandse internationale beleid op de thema’s energie, klimaat, water, voedselzekerheid, grondstoffen en de polaire gebieden. Directeur IGG is tevens Ambassadeur Duurzame Ontwikkeling (AMDO) en Arctisch Ambassadeur. De gezant Natuurlijke Hulpbronnen is verbonden aan IGG;

    • f. het programma Werk in Uitvoering (WiU). WiU beoogt een kwaliteitsimpuls te geven aan de beleidswerkzaamheden van het Ministerie en de uitvoering ervan. Met dat oogmerk ontwikkelt het programma opleidingen en hulpmiddelen voor medewerkers en maakt het deze toegankelijk. Voorts heeft het binnen het Ministerie een expertisecentrum opgericht, dat de organisatie ondersteunt bij de inrichting van werkzaamheden.

Artikel 8. Directoraat-Generaal Politieke Zaken

  • 1 Het Directoraat-Generaal Politieke Zaken (DGPZ) staat onder leiding van de Directeur-Generaal Politieke Zaken en geeft invulling aan het buitenlandbeleid (waaronder op het terrein van vrede en veiligheid, mensenrechten en het regiobeleid) en adviseert en coördineert op het gebied van buitenlandspolitieke aangelegenheden. DGPZ is belast met de aansturing van het postennet, waarin hij wordt bijgestaan door een Coördinator Postennet en de samenwerkende regiodirecties (met onder meer regiobureau Atlas).

  • 2 Het Directoraat-Generaal Politieke Zaken bestaat uit:

    • a. Het bureau Politieke Zaken (BPZ). BPZ is belast met de ondersteuning van DGPZ in zijn rol als politiek adviseur van de bewindslieden op het gebied van onder meer de dagelijkse politieke gebeurtenissen en de politieke betrekkingen met andere landen. Voorts stemt BPZ de Nederlandse inbreng af op het gebied van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie en is BPZ verantwoordelijk voor het horizontale Nederlandse sanctiebeleid.

    • b. de directie Azië en Oceanië (DAO). DAO is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van de landen behorende tot Azië en Oceanië. Vanuit DAO worden de posten in de regio aangestuurd. DAO draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo's en het bedrijfsleven;

    • c. de directie Sub-Sahara Afrika (DAF). DAF is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van de landen behorende tot Sub-Sahara Afrika. Vanuit DAF worden de posten in de regio aangestuurd. DAF draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo's en het bedrijfsleven;

    • d. de Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten (DAM). DAM is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van de landen behorende tot Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Vanuit DAM worden de posten in de regio aangestuurd. DAM draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo's en het bedrijfsleven;

    • e. de directie Westelijk Halfrond (DWH). DWH is binnen het Ministerie en de rijksoverheid belast met de coördinatie van alle beleidsaangelegenheden, alsmede het geïntegreerd buitenlands beleid, ten aanzien van de landen behorende tot het Westelijk Halfrond. Vanuit DWH worden de posten in de regio aangestuurd. De Adviseur Koninkrijkszaken is belast met de behartiging van de buitenlandse belangen van de Caribische Koninkrijksdelen en de inachtneming van de kaders van het buitenlands beleid door de Koninkrijksdelen. DWH draagt zorg voor het onderhouden van contacten met relevante spelers in het beleidsveld en vergaart kennis over landen en gebieden. Zowel de Nederlandse ambassades als de regiomedewerkers in Den Haag spreken regelmatig met vertegenwoordigers van ngo's en het bedrijfsleven;

    • f. de directie Multilaterale Organisaties en Mensenrechten (DMM). DMM is belast met de beleidsontwikkeling en coördinatie van het Nederlands buitenlands beleid (inclusief ontwikkelingssamenwerking) ten aanzien van de mensenrechten en diverse internationale organisaties. DMM stuurt diverse permanente vertegenwoordigingen aan. DMM houdt zich bezig met multilaterale organisaties en mensenrechten, de VN, de internationale financiële instellingen (IFI’s), diverse internationale strafhoven en tribunalen, alsmede het internationaal schuldenbeleid. De Mensenrechtenambassadeur (MRA) is verbonden aan DMM.

    • g. de directie Veiligheidsbeleid (DVB). DVB is belast met het bevorderen van het Nederlandse veiligheidsbeleid (waaronder crisisbeheersing en vredesoperaties, non-proliferatie, ontwapening en wapenbeheersing, terrorismebestrijding en nationale veiligheid, cyber, en wapenexportcontrole), dat is gericht op het bevorderen van de Nederlandse en internationale veiligheid, de internationale rechtsorde en de internationale stabiliteit. Daarbij werkt DVB samen met de directie DSH;

    • h. Taskforce Migratie. De taskforce concentreert zich op een geïntegreerde aanpak van de migratiecrisis, zowel op nationaal als op Europees niveau. De speciaal gezant voor migratie is aan de taskforce verbonden. Aansturing van de taskforce migratie geschiedt mede door DGIS en DGES.

    • i. De Posten. De posten zijn de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk der Nederlanden in het buitenland: ambassades, consulaten(-generaal), permanente vertegenwoordigingen bij internationale organisaties en andere vertegenwoordigingen.

Artikel 9. Posten

  • 1 De posten ressorteren onder het Directoraat-Generaal Politieke Zaken (DGPZ), dat onder meer belast is met (de coördinatie van) jaarplannen, resultaatafspraken, formatie en personeel. Voor de consulaire functie is er domeinsturing vanuit DCV, voor de financiële functie vanuit FEZ. Thematische sturing is er vanuit andere Directoraten-Generaal binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken en vanuit andere ministeries.

  • 2 De posten staan onder leiding van een Chef de Poste en in voorkomend geval van een plaatsvervangend Chef de Poste.

  • 3 De Chef de Poste is belast met onder andere:

    • a. de belangenbehartiging van het Koninkrijk der Nederlanden in zijn ambtsgebied;

    • b. de leiding en inrichting van de post daaronder begrepen het bijdragen aan een ontschotte en versterkte samenwerking tussen ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de attachés op de post;

    • c. de beleidsuitvoering;

    • d. aansturing van de (honoraire) consulaten(-generaal) in het ambtsgebied.

Artikel 10

Tot de taak van de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de Directeuren-Generaal ten aanzien van de onder hen behorende dienstonderdelen behoort voorts de uitvoering van andere taken dan hiervoor genoemd, opgedragen door de Secretaris-Generaal, gehoord het SG/DG-beraad.

Artikel 12

Besluiten die zijn vastgesteld op grond van het Algemeen Organisatiebesluit Buitenlandse Zaken 1996 gelden als besluiten op grond van dit besluit.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatiebesluit Buitenlandse Zaken 2017.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Buitenlandse Zaken,

A.G. Koenders