Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Mandaatverlening (plaatsvervangend) directeur Stichting Waarborgfonds Zorgsector

Geldend van 03-03-2017 t/m heden

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 februari 2017, kenmerk 1091612-160995-MC, houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de (plaatsvervangend) directeur van de Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector met betrekking tot een aantal verleende garanties

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en titel 3 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • directeur: directeur van de stichting;

  • minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • plaatsvervangend directeur: plaatsvervangend directeur van de stichting;

  • stichting: Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector;

  • verleende garanties: garanties verleend op grond van de Garantieregeling Inrichtingen voor Gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor Gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring verlening van garanties en toezicht en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor Gehandicapten.

Artikel 2

  • 1 Aan de directeur en bij ontstentenis of belet van de directeur voor de duur van die ontstentenis of dat belet aan de plaatsvervangend directeur, wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om namens de minister respectievelijk de Staat der Nederlanden de taken en bevoegdheden voortvloeiend uit besluiten en overeenkomsten met betrekking tot de verleende garanties uit te oefenen en de minister respectievelijk de Staat der Nederlanden ter zake daarvan te vertegenwoordigen en daartoe alle werkzaamheden te verrichten die samenhangen met het voorgaande of daartoe bevorderlijk kunnen zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

  • 2 Tot de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval de taken en bevoegdheden, bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel 3

  • 1 De ondertekening van stukken waarin van mandaat gebruik is gemaakt luidt:

    ‘De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

    namens deze,

    de directeur van Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector,’;

    respectievelijk:

    ‘De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

    namens deze,

    de plaatsvervangend directeur van Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector,’.

  • 2 In overige stukken wordt kenbaar gemaakt dat wordt of is gehandeld krachtens volmacht en/of machtiging.

Artikel 4

  • 1 De directeur of plaatsvervangend directeur verstrekt aan de minister alle gevraagde inlichtingen omtrent de uitoefening van de taken en bevoegdheden.

  • 2 De directeur of plaatsvervangend directeur signaleert tijdig of er problemen zijn die aan de minister moeten worden voorgelegd en informeert de minister hieromtrent.

  • 3 Bij uitoefening van de bevoegdheden krachtens mandaat, volmacht of machtiging neemt de directeur respectievelijk de plaatsvervangend directeur, de algemene en in bijzondere gevallen door of namens de minister gegeven instructies in acht.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.I. Schippers

Ten blijke van instemming:

de directeur van de Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector,

H.J. Bellers

Ten blijke van instemming:

de plv. directeur van Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector,

T.P. Kösters

Bijlage

Werkzaamheden en procedurebeschrijving

De werkzaamheden van de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger namens de Staat der Nederlanden en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben betrekking op garanties verleend op grond van de Garantieregeling Inrichtingen voor Gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor Gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring verlening van garanties en toezicht en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor Gehandicapten.

Hieronder volgt een beschrijving van de werkzaamheden en de procedures hierbij.

A. Herfinanciering of rentewijziging van geldleningen

Bij herfinanciering en renteherziening van een Rijksgegarandeerde lening wordt deze lening geïdentificeerd en wordt de conceptovereenkomst van de geldgever gecontroleerd aan de hand van voorbeeldovereenkomsten. De nieuwe leningsovereenkomst of wijzigingsovereenkomst wordt (in drievoud) door de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger ondertekend en toegezonden aan de betrokken partijen. De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger legt de (gewijzigde) leninggegevens vast in de leningenadministratie en archiveert de stukken.

B. Beroep op garantie

Voor zover dit in de voorafgaande periode nog niet is geschied, wordt door de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger een beschrijving van de probleemsituatie opgesteld en toegezonden aan de Staat der Nederlanden. Dit gaat vergezeld van het advies dat de Staat der Nederlanden kan overgaan tot betaling van de factuur die voortvloeit uit het beroep op de garantieregeling.

C. Diverse privaatrechtelijke handelingen

  • 1. Verkoop van activa

    De instelling dient vooraf toestemming te vragen aan de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger bij voorgenomen verkoop van activa die (mede-)gefinancierd zijn met een Rijksgegarandeerde lening. De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger toetst of deze Rijksgegarandeerde lening aflosbaar is. De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger verleent de instelling al dan niet de gevraagde toestemming en informeert de instelling over de eventuele voorwaarden die hieraan worden gesteld. De afhandeling van het verkooptraject (waaronder het verlenen van royement op eventuele gevestigde hypotheek) gebeurt conform de bij de Stichting gebruikelijke werkwijze.

    Wanneer aflossing van de desbetreffende Rijksgarantielening niet mogelijk is, wordt onderzocht of deze lening elders binnen de instelling kan worden aangewend. Is ook dit niet mogelijk, dan beslist de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger naar bevind van zaken.

  • 2. Cessie

    Cessie van Rijksgegarandeerde leningen wordt afgehandeld conform de bij de Stichting gebruikelijke werkwijze. De cessie-akte wordt (in viervoud) door de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger ondertekend en toegezonden aan de betrokken partijen. De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger legt de (gewijzigde) leninggegevens vast in de leningenadministratie en archiveert de stukken.

  • 3. Fusie

    De instelling dient een voorgenomen fusie tijdig te melden aan de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger. De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger ziet er op toe dat (indien van toepassing) de voorgeschreven standaardclausules in de nieuwe statuten worden opgenomen. De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger geeft alsdan een schriftelijke verklaring van geen bezwaar af. Indien de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger van oordeel is dat door de fusie de kredietwaardigheid van de instelling zodanig verslechtert dat hierdoor de garantierisico’s voor de Staat der Nederlanden sterk toenemen, maakt de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger hiervan melding aan de Staat der Nederlanden.

  • 4. Splitsing

    Identieke procedure als bij fusie.

D. Risicobewaking

De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger voert periodiek kredietwaardigheidsonderzoek uit bij instellingen met Rijksgegarandeerde leningen, conform de daartoe bij de Stichting gebruikelijke methodiek. Indien de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger concludeert dat een instelling naar verwachting niet langer aan de rente- en aflossingsverplichtingen op de leningen kan voldoen en een beroep op de door de Staat der Nederlanden verleende garantie redelijkerwijze tot de mogelijkheden behoort, rapporteert de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger hierover aan de Staat der Nederlanden.

E. Jaarlijkse verantwoording en verslaggeving

  • 1. Jaarlijks vóór 1 februari stelt de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger overzichten op van de mutaties in het voorgaande jaar en van de stand van de verleende garanties op 31 december van het voorgaande jaar, overeenkomstig de RijksBegrotingsVoorschriften. Deze overzichten worden door de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger ondertekend en toegezonden aan de Staat der Nederlanden. Tevens wordt een accountantsverklaring bijgevoegd.

  • 2. De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger stelt voor de Staat der Nederlanden jaarlijks een samenvattend overzicht op van de financiële ontwikkelingen bij de instellingen met Rijksgegarandeerde leningen.

F. Vertegenwoordiging in crisissituaties

  • 1. De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger vertegenwoordigt de Staat der Nederlanden in situaties waarin de continuïteit van een instelling, ten behoeve waarvan garanties zijn verstrekt op basis van een van de hiervoor genoemde regelingen, wordt bedreigd of de instelling haar werkzaamheden heeft beëindigd.

  • 2. De Staat der Nederlanden mandateert de directeur van de Stichting en dienst plaatsvervanger om in voorkomende situaties namens de Staat en met het oog op de belangen van de Staat der Nederlanden als garantieverlener te handelen en te beslissen, conform de richtlijnen en afwegingen die de Stichting in acht zou nemen in situaties waarin de continuïteit van een deelnemer van de Stichting wordt bedreigd of de instelling haar werkzaamheden heeft beëindigd.

  • 3. Niettegenstaande het gestelde in sub 2 van onderdeel F en artikel 3 lid 1 van het Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport houdende, de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de (plaatsvervangend) directeur van de Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector met betrekking tot een aantal verleende garanties, spant de Stichting zich naar vermogen in om de Staat der Nederlanden te informeren over relevante situaties en/of ontwikkelingen, en zo nodig en mogelijk afstemming te plegen over de door de Stichting te kiezen handelswijze en besluitvorming.

  • 4. Het staat de Staat der Nederlanden vrij om naar bevind van zaken, in situaties zoals in sub 1 van onderdeel F bedoeld, incidenteel of structureel af te wijken van de genoemde vertegenwoordiging door de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger. De directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger wordt over dit besluit tijdig vooraf geïnformeerd.

  • 5. Indien naar de zienswijze van de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger, in het kader van het gestelde in sub 1 van onder F bedoeld, sprake is van zodanige feiten, omstandigheden of (de schijn van) belangentegenstellingen, dat een vertegenwoordiging door de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger in redelijkheid niet mogelijk of wenselijk is, zulks ter beoordeling van de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger, dan doet de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger hiervan tijdig mededeling aan de Staat der Nederlanden. Indien een situatie als bedoeld in de vorige zin zich voordoet zal de directeur van de Stichting of diens plaatsvervanger de Staat der Nederlanden niet vertegenwoordigen.