Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2017

Geldend van 02-03-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 27 februari 2017, nr. WJZ/17016418, tot instelling van een landbouwtelling en tot het aanbieden van een gecombineerde opgave (Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2017)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op:

  • de artikelen 28 en 36, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • artikel 72, eerste, derde en vierde lid, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78 (EG), nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • de artikelen 12, 24, 30, 32 en 33 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • de artikelen 15, 24 en 25 van de Landbouwwet;

  • artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

  • artikel 12a van het Besluit heffing preventie dierziekten;

  • artikel 4 van het Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw;

Besluit:

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besmettelijke dierziekten: op grond van artikel 15, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangewezen besmettelijke dierziekten en zoönosen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit zoönosen;

  • Diergezondheidsfonds: fonds als bedoeld in artikel 95a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

  • formulier; formulier als bedoeld in de bijlage bij deze regeling;

  • houder: houder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

  • minister: Minister van Economische Zaken;

  • opgaveplichtige: degene aan wie de minister het formulier langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden;

  • staatssteunrichtsnoeren: richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014–2020 (PbEU 2014, C 204);

  • Verordening (EU) nr. 1305/2013: Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • Verordening (EU) nr. 1306/2013: Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr 352/78, (EG) nr 165/94 (EG), nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013 L 347);

  • Verordening (EU) nr. 1307/2013: Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L347).

Paragraaf 2. Landbouwtelling en gecombineerde opgave

Artikel 2

  • 4 Degene aan wie de minister een beschrijvingsbiljet langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden dient dit uiterlijk op 15 mei 2017 ingevuld en ondertekend bij de minister in.

  • 5 In afwijking van het vierde lid kan het onderdeel van het beschrijvingsbiljet dat betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, uiterlijk op 1 juli 2017 ingevuld en ondertekend bij de minister worden ingediend.

Artikel 3

  • 1 Het formulier heeft betrekking op de periode van 1 april 2017 tot en met 15 mei 2017.

Artikel 4

  • 1 Een opgaveplichtige verstrekt:

    • a. informatie over de toestand van de veestapel zoals die is op 1 april 2017,

    • b. informatie over de toestand van de beteelde percelen zoals die is of wordt verwacht op 15 mei 2017, en

    • c. de naam van het gewas waarmee een perceel zal worden beteeld, als dat niet is beteeld op 15 mei 2017.

  • 2 Een opgaveplichtige verstrekt, voor zover van toepassing, overige informatie naar de toestand op zijn onderneming op het moment van ondertekening van het formulier.

Paragraaf 3. Opgave aanspraak Diergezondheidsfonds

Artikel 5

  • 1 Betalingen uit het Diergezondheidsfonds voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met de preventie en de bestrijding van besmettelijke dierziekten worden verricht met inachtneming van Deel I en Deel II, onderdeel 1.2.1.3, van de staatssteunrichtsnoeren.

  • 2 Om aanspraak te kunnen maken op betalingen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten als bedoeld in het eerste lid, in de periode die loopt van 15 mei 2017 tot 15 mei 2018, dient door de houder uiterlijk op 15 mei 2017 bij de minister een daartoe strekkende opgave te zijn ingediend door middel van het formulier.

  • 3 De houder kan geen aanspraak maken op betalingen als bedoeld in het eerste lid, indien:

    • a. de onderneming die de houder drijft, een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in punt 35, onderdeel 15, van de staatssteunrichtsnoeren, of

    • b. ten aanzien van de onderneming die de houder drijft, een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in punt 27 van de staatssteunrichtsnoeren.

Paragraaf 4. Elektronische weg

Artikel 6

Het formulier wordt door de opgaveplichtige, respectievelijk de houder, langs elektronische weg ingevuld, ondertekend en ingediend op het internetadres mijnrvo.nl.

Artikel 7

  • 1 Een opgaveplichtige of de houder kan op de volgende wijzen elektronisch toegang krijgen tot het formulier:

    • a. in geval er sprake is van een verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van een E-herkenningsmiddel;

    • b. voor natuurlijke personen die niet vallen onder de verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van DigiD, of

    • c. aan de hand van een toegangscode die door de minister is verstrekt aan een opgaveplichtige of een houder in het buitenland.

  • 2 De minister verstrekt aan een opgaveplichtige, een houder of de gemachtigde van een opgaveplichtige of aan een houder een tancode ter ondertekening van het elektronisch formulier. In geval er sprake is van een verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, kan een E-herkenningsmiddel ook worden gebruikt voor de ondertekening van het elektronisch formulier.

  • 3 De minister kan besluiten geen tancode te verstrekken of al verstrekte tancodes in te trekken indien de ondertekenaar, een met de ondertekenaar geassocieerd bedrijf, of een met de ondertekenaar geassocieerde organisatie in het verleden een tancode heeft gebruikt in strijd met deze regeling of op andere wijze de integriteit van een verstrekte handtekening heeft geschonden.

Artikel 8

  • 1 De minister neemt een elektronisch verzonden formulier dat niet overeenkomstig deze regeling is ingediend niet in behandeling.

  • 2 De minister neemt een elektronisch verzonden bericht waarvan de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt, niet in behandeling.

  • 3 De minister informeert degene die het elektronisch verzonden formulier heeft ondertekend zo spoedig mogelijk over een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid.

Artikel 9

  • 1 De minister kan ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in artikel 6, om het formulier langs elektronische weg in te vullen, in te dienen en te ondertekenen.

  • 2 Ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan worden verleend in geval de opgaveplichtige, respectievelijk de houder, aantoont:

    • a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst, of

    • b. niet te beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische weg contact te hebben gelegd met RVO.nl of de rijksoverheid.

  • 3 Een ontheffing wordt uiterlijk 15 maart 2017 aangevraagd.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 27 februari 2017

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

M.H.P. van Dam