Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding

Geldend van 01-03-2017 t/m heden

Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding

Voor inschrijving in het accountantsregister van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) dienen kandidaten op grond van artikel 38 van de Wet op het accountantsberoep (Wab) een opleiding gevolgd te hebben die voldoet aan de in artikel 49, tweede lid, onder a Wab bedoelde eindtermen.

Aan de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) komt op grond van artikel 49, tweede lid, onder c Wab de bevoegdheid toe om te toetsen of de praktijkopleiding voldoet aan de in artikel 49, eerste lid, onder a Wab bedoelde eindtermen. Hiervoor houdt CEA toezicht op de praktijkopleiding.

De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verschillende bij de praktijkopleiding betrokken partijen volgen uit de Wab. De NBA heeft de wettelijk taak om zorg te dragen voor de praktijkopleiding (artikel 3, aanhef en lid d Wab). Hiervoor heeft zij middels de ‘Verordening op de praktijkopleidingen’ (hierna Verordening) de Raad voor de Praktijkopleidingen (hierna RPO) ingesteld en deze gemandateerd om zorg te dragen voor de uitvoering en examinering van de praktijkopleiding. Per besluit verleent het bestuur van de NBA de RPO mandaat en volmacht voor het verzorgen van de praktijkopleiding, waaronder ook de bevoegdheid om ondermandaat en substituut volmacht te verlenen.

De RPO verleent ondermandaat en substituut volmacht aan door haar aangewezen stagebureaus, onderwijsinstellingen en andere serviceorganisaties om besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van bepaalde bevoegdheden en taken zoals vastgelegd in de Verordening en Nadere Voorschriften op de praktijkopleidingen. Al deze besluiten zijn gepubliceerd in de Staatscourant.

Voor toetsing van de eindtermen van de praktijkopleiding houdt CEA toezicht op de NBA die verantwoordelijk is voor het aanbieden van de praktijkopleiding. Naast de NBA zijn de RPO, stagebureaus, onderwijsinstellingen en andere serviceorganisaties (hierna te noemen aanbieders) middels (onder)mandaat en machtiging van de NBA verantwoordelijk voor het (ten dele) uitvoeren van de praktijkopleiding en daarmee het realiseren van de eindtermen. Binnen de aanbieders zijn er verschillende functionarissen betrokken bij de begeleiding, toetsing en examinering van de trainees of de kwaliteitscontrole en -borging van de praktijkopleiding (hierna te noemen actoren). Indien nodig kan CEA rechtstreeks bij de aanbieders en actoren inlichtingen inwinnen voor het toezicht op de eindtermen van de praktijkopleiding.

Deze beleidsregels zien toe op de wijze waarop CEA invulling geeft aan het toezicht op de eindtermen van de praktijkopleiding. Indien uit de toetsing door CEA blijkt dat de praktijkopleiding niet voldoet aan de eindtermen die gelden voor de praktijkopleiding (artikel 50, vierde lid Wab) kan CEA een aanwijzing geven. Een aanwijzing is erop gericht de geconstateerde tekortkoming te (laten) herstellen. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat betrokkenen gehouden zijn deze aanwijzing in acht te nemen. Deze wettelijke aanwijzingsbevoegdheid heeft tot doel te waarborgen dat de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet. Voordat CEA overgaat tot het geven van een aanwijzing wordt de NBA tijdig geïnformeerd over het voornemen hiervan.

Regels

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a. Aanbieders: de RPO en het geheel van de stagebureaus, opleidingsplaatsen, onderwijsinstellingen en andere serviceorganisaties die middels (onder)mandaat en machtiging van de NBA verantwoordelijk zijn voor het (ten dele) uitvoeren (van de opleidingsoriëntaties) van de praktijkopleiding;

  • b. Aanwijzing: een last tot het verrichten van bepaalde handelingen die erop gericht zijn het beleid en/of de uitvoering van de praktijkopleiding zodanig aan te passen dat deze voldoen aan de eindtermen voor de praktijkopleiding;

  • c. Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • d. Basisset van informatie: een periodiek set van informatie die CEA minimaal nodig acht om te toetsen of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet;

  • e. Actoren: functionarissen betrokken bij de begeleiding, toetsing en examinering van de trainees of de kwaliteitscontrole en -borging van de praktijkopleiding;

  • f. Eindtermen: de normen zoals bedoeld in artikel 49, tweede lid, onder a Wab waarin is vastgelegd welke kennis, vaardigheden en gedrag onderdeel moeten vormen van een accountantsopleiding;

  • g. CEA: Commissie Eindtermen Accountantsopleiding als bedoeld in artikel 49, eerste lid Wab;

  • h. Stelsel van kwaliteitsbeheersing: stelsel van kwaliteitsbeheersing bestaande uit regelgeving, voorschriften, vastgestelde (beleids)kaders, controleerbare processen en procedures met als doel de eindtermen van de praktijkopleiding te borgen;

  • i. Praktijkopleiding: (de opleidingsoriëntaties van) de praktijkopleiding (tot AA of RA) als bedoeld in artikel 47 Wab, onderdeel van de opleiding tot accountant zoals bepaald in artikel 46 Wab;

  • j. Opleidingsoriëntatie: deel van de opleiding tot accountant dat specifiek opleidt voor de (toekomstige) beroepspraktijk in aanvulling op de brede, gemeenschappelijke basis van kennis, vaardigheden en gedrag die voor iedereen gelijk is. CEA heeft de volgende opleidingsoriëntaties gedefinieerd:

    • a. Assurance, gericht op het verschaffen van financiële zekerheid en (de wettelijke) controle;

    • b. Accountancy, gericht op bedrijfsvoering en hiermee samenhangende advieswerkzaamheden.

  • k. Opleidingsplaats: een vestiging van een onderneming, een instelling of de Rijksoverheid en een daarmee gelijk te stellen dienst waar de trainee mee verbonden is en waar (een opleidingsoriëntatie van) de praktijkopleiding wordt gevolgd;

  • l. NBA: Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants als bedoeld in artikel 2, eerste lid Wab die de wettelijk taak heeft om zorg te dragen voor de praktijkopleiding (artikel 3, aanhef en lid d Wab);

  • m. Toezicht: een voortdurend systematisch proces van het verzamelen van informatie en het vormen van een oordeel met als doel om te toetsen of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet (zoals bepaald in artikel 49, tweede lid, onderdeel c Wab);

  • n. Toezichtkader: het kader waarin CEA de door haar vastgestelde criteria en instrumenten en het proces van toezicht beschrijft dat zij hanteert bij de toetsing in hoeverre de praktijkopleiding voldoet aan de eindtermen;

  • o. Trainee: een natuurlijk persoon welke (een opleidingsoriëntatie van) de praktijkopleiding volgt;

  • p. Wab: Wet op het accountantsberoep;

  • q. Wob: Wet Openbaarheid van Bestuur.

Artikel 2. Beleidsregels en toezichtkader

  • 1 CEA stelt een toezichtkader vast met daarin de criteria, instrumenten en het proces, die CEA hanteert bij de toetsing of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet.

  • 2 Het toezichtkader vormt onderdeel van deze beleidsregels.

  • 3 De beleidsregels en het toezichtkader voor de praktijkopleiding worden gepubliceerd op de website van CEA en in de Staatscourant. Ze worden voorts op verzoek beschikbaar gesteld.

Artikel 3. Toezicht

  • 1 CEA beoordeelt periodiek of de praktijkopleiding nog voldoet aan de eindtermen en of een gegeven aanwijzing (tijdig) wordt opgevolgd.

  • 2 CEA baseert haar toezicht op risicoanalyse en bevindingen (uit het verleden) en past de aard, inhoud en intensiteit van haar toezichtactiviteiten daarop aan.

Artikel 4. Criteria voor toezicht

  • 1 Om te toetsen of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet en om de aard, omvang en intensiteit van haar toezichtactiviteiten te bepalen, beoordeelt CEA hoe de NBA invulling geeft aan haar wettelijk taak aan de hand van de volgende criteria:

    • a. een adequaat functionerend stelsel van kwaliteitsbeheersing ter borging van de eindtermen;

    • b. het conform artikel 5 CEA tijdig van informatie voorzien over de uitvoering van de praktijkopleiding, belangrijke veranderingen in de organisatie of het stelsel van kwaliteitsbeheersing en/of ernstige incidenten zoals bedoeld in artikel 5, zesde lid die zich eventueel hebben voorgedaan;

    • c. het op effectieve en competente wijze sturing en uitvoering geven aan de aanbieders en actoren, passend bij de risico’s en omstandigheden;

    • d. het bieden van voldoende waarborgen voor het in continuïteit verzorgen van de praktijkopleiding zodat ingeschreven trainees in staat worden gesteld alle kennis en competenties op te doen die voor het bereiken van de eindtermen nodig zijn;

    • e. het borgen van de kwaliteit en het aanbod van de aanbieders en actoren;

    • f. het borgen van de kwaliteit en het aanbod van opleidingsplaatsen;

    • g. het opnemen en borgen van de door CEA vastgestelde eindtermen op eindniveau in het opleidingsprogramma en de examinering van de praktijkopleiding;

    • h. het borgen van het niveau en de kwaliteit van toetsing en examinering van de eindtermen;

    • i. het beschikken over regelingen en een gecontroleerd en gedocumenteerd proces met criteria en voorwaarden voor toelating tot en afsluiting van de praktijkopleiding en het aantonen dat een trainee alle eindtermen heeft gerealiseerd;

    • j. het uitreiken van een getuigschrift aan trainees die met goed gevolg de praktijkopleiding als bedoeld in artikel 47 eerste lid Wab hebben voltooid;

    • k. het aantonen dat de praktijkopleiding aan de criteria van het toezichtkader voldoet;

    • l. het verlenen van medewerking aan het toezicht op de praktijkopleiding, waaronder periodieke toezichtactiviteiten door de CEA en periodieke gesprekken tussen de NBA en CEA en indien gewenst met aanbieders en/of actoren.

Artikel 5. Informatievoorziening t.b.v. toezicht

  • 1 Ten behoeve van het toezicht van CEA zoals bedoeld in artikel 3, wint CEA periodiek en indien nodig gericht schriftelijk en/of mondeling inlichtingen in bij de NBA. De periodieke inlichtingen omvatten in ieder geval een basisset van informatie die door CEA bij de NBA wordt opgevraagd.

  • 2 Na ontvangst van de (periodieke) inlichtingen kan CEA in aanvulling op het eerste lid aanvullende inlichtingen inwinnen die zij voor de uitoefening van haar toezicht noodzakelijk acht.

  • 3 Voortvloeiend uit haar taken en verantwoordelijkheden heeft de NBA de volgende informatie beschikbaar op basis waarvan CEA zich een beeld kan vormen over hoe de NBA invulling geeft aan haar wettelijke taak (artikel 3, aanhef en lid d Wab), waaronder:

    • a. Algemene gegevens van de (organisatie van de) praktijkopleiding waaronder een overzicht van de aanbieders, de actoren en trainees als ook relevante wet- en regelgeving;

    • b. Beschrijving van de voorwaarden, vereisten en kwaliteitscriteria voor de aanbieders;

    • c. Beschrijving van het stelsel van kwaliteitsbeheersing ter borging van de eindtermen in het programma en het toetsmodel;

    • d. Beschrijving van het programma van de opleidingsoriëntaties van de praktijkopleiding, waaronder in elk geval een beschrijving van de inhoud en (verplichte) onderdelen van de praktijkopleiding, de wijze van begeleiding van trainees en de wijze van beoordeling en toetsing van de eindtermen;

    • e. Beschrijving van de overeenstemming van het toetsmodel van de praktijkopleiding met de eindtermen;

  • 4 CEA kan gebruik maken van haar bevoegdheid om naast de NBA ook rechtstreeks mondeling en/of schriftelijk bij de aanbieders en/of actoren inlichtingen in te winnen.

  • 5 CEA kan ten behoeve van de toetsing van de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding externe deskundigen inschakelen.

  • 6 De NBA is verplicht CEA onverwijld op eigen initiatief in kennis te stellen:

    • a. van alle wijzigingen die voor het toetsen van de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding relevant (kunnen) zijn;

    • b. van alle incidenten en bijzondere gebeurtenissen die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de kwaliteit en/of samenstelling van de praktijkopleiding waarbij de melding in ieder geval een aanduiding en datum van de wijziging, het incident of de bijzondere gebeurtenis omvat als ook de maatregel(en) die de NBA heeft getroffen of zal gaan treffen, inclusief het tijdstip van de maatregel(en).

Artikel 6. Aanwijzingsbevoegdheid

  • 1 CEA kan de NBA een aanwijzing geven ten aanzien van de uitvoering van de praktijkopleiding om een geconstateerde tekortkoming bij de praktijkopleiding te laten herstellen.

  • 2 CEA meldt in beginsel het eventueel niet opvolgen van een aanwijzing bij de Minister van Financiën.

Artikel 7. Besluitvorming over een aanwijzing

  • 1 CEA geeft een aanwijzing ten aanzien van de uitvoering van de praktijkopleiding, indien CEA van oordeel is dat de praktijkopleiding (op onderdelen) niet of niet meer voldoet aan de eindtermen.

  • 2 Een aanwijzing van CEA zal in algemene zin een last tot het verrichten van bepaalde handelingen omvatten; welke dat zijn is afhankelijk van de door CEA geconstateerde tekortkoming. Bij het bepalen van de inhoud van de aanwijzing houdt CEA rekening met alle relevante omstandigheden van het geval. Dit betekent dat CEA bij de beoordeling onder meer met de volgende zaken rekening houdt:

    • a. of eerder sprake was van een tekortkoming;

    • b. in welke mate de tekortkoming verwijtbaar is;

    • c. wat de ernst en de duur van de tekortkoming is;

    • d. in hoeverre medewerking is verleend aan het onderzoek;

    • e. in welke mate door de tekortkoming het risico zich voordoet dat de eindtermen niet (kunnen) worden gerealiseerd.

      Deze opsomming is niet uitputtend en de weging van de genoemde factoren verschilt van geval tot geval.

  • 3 Indien CEA voornemens is een aanwijzing te geven stelt zij de NBA in beginsel in de gelegenheid hier haar zienswijze op te geven, tenzij de betrokken belangen zich daartegen verzetten.

  • 4 Tegen een besluit tot het geven van een aanwijzing kan overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken 6 en 7 Awb bezwaar worden gemaakt.

  • 5 Tegen een uitspraak op een bezwaarschrift kan overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken 6 en 8 Awb beroep worden ingesteld.

Artikel 8. Publiciteit over een aanwijzing

  • 1 Een besluit tot het geven van een aanwijzing ten aanzien van de uitvoering van de praktijkopleiding wordt in beginsel openbaar gemaakt op grond van artikel 8 Wob.

Slotbepalingen

Artikel 9

Deze beleidsregels zijn vastgesteld op 15 februari 2017 en zijn van kracht met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 10

Deze beleidsregels liggen ter inzage bij het secretariaat van CEA en zijn beschikbaar via de website van de CEA: www.ceaweb.nl.

Artikel 11

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding.

Toezichtkader CEA Praktijkopleiding

1. Inleiding

CEA heeft als wettelijke taak om te toetsen of de praktijkopleiding voldoet aan de eindtermen (artikel 49, tweede lid, onder c Wab). Dit document beschrijft op welke wijze CEA toezicht houdt en toetst of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet. Hiermee beoogt CEA heldere richtlijnen te geven aan de NBA en om tijdig in te kunnen grijpen indien de borging van de eindtermen in het geding is.

Wanneer uit haar toezicht blijkt dat de praktijkopleiding niet aan de eindtermen voldoet, kan CEA een aanwijzing1 geven ten aanzien van de uitvoering van de praktijkopleiding (artikel 50, vierde lid Wab). Hoe CEA invulling geeft aan deze bevoegdheid staat beschreven in de beleidsregels voor de toetsing van de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding en het geven van een aanwijzing. In onderstaand document worden dezelfde definities aangehouden als in de beleidsregels. Dit toezichtkader moet dan ook in samenhang worden gelezen met de beleidsregels.

2. Uitgangspunten en opbouw van toezichtkader

Gefundeerd vertrouwen vormt de basis van het toezicht door CEA. Uitgangspunten voor gefundeerd vertrouwen zijn:

  • Bewezen verantwoordelijkheid van de NBA (op basis van gedrag en bevindingen uit het verleden).

  • Een adequaat stelsel van kwaliteitsbeheersing van de praktijkopleiding dat erop toeziet dat de eindtermen geborgd zijn.

  • Actieve informatieverstrekking door de NBA en het signaleren van risico’s naar aanleiding van veranderingen en ontwikkelingen.

Toezicht op basis van gefundeerd vertrouwen betekent dat de risico’s en bevindingen (uit het verleden) de aard, omvang, inhoud en frequentie van CEA’s toezichtactiviteiten bepalen. De mate waarin de NBA aantoont dat zij ‘in control’ is, op basis van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de praktijkopleiding, en daarmee de kwaliteit en de borging van de eindtermen in de opleiding garandeert, bepaalt de mate van gefundeerd vertrouwen en de intensiteit van het toezicht dat CEA zal uitoefenen. Wanneer CEA op basis van haar bevindingen reden heeft tot zorg kan de intensiteit (mate en frequentie) van haar toezicht worden verhoogd. Indien nodig kan CEA rechtstreeks bij de aanbieders en actoren inlichtingen inwinnen voor het toezicht op de eindtermen van de praktijkopleiding (artikel 50, eerste lid van de Wab).

3. Regelgevend kader

3.1. Regelgevend kader praktijkopleiding

De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verschillende bij de praktijkopleiding betrokken partijen volgen uit de wet op het Accountantsberoep (Wab). De Koninklijke Nederlands Beroepsorganisatie van Accountants (hierna NBA) heeft de wettelijke taak om zorg te dragen voor de praktijkopleiding (artikel 3, lid d van de Wab). Ter vervulling van deze taak heeft zij verordeningen en nadere voorschriften vastgesteld voor het zorgdragen voor de praktijkopleiding en het daarbij behorende examen, bedoeld in artikel 47, eerste lid van de Wab. Het bestuur van de NBA heeft in de ‘Verordening op de praktijkopleidingen’ de Raad voor de Praktijkopleidingen (hierna RPO) ingesteld en gemandateerd voor de uitvoering daarvan. De NBA verleent de RPO ook de bevoegdheid om ondermandaat en substituut te verlenen. De RPO heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt door aan aangewezen stagebureaus, onderwijsinstellingen en andere serviceorganisaties ondermandaat respectievelijk substituut volmacht te verlenen om besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van bepaalde bevoegdheden en taken zoals vastgelegd in de Verordening en Nadere Voorschriften op de praktijkopleidingen. Al deze besluiten zijn gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van de NBA terug te vinden. CEA ziet de RPO en het geheel van de gemandateerde stagebureaus, onderwijsinstellingen en serviceorganisaties als de aanbieders van de praktijkopleiding. Een overzicht van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van CEA, de NBA en de aanbieders van de praktijkopleiding is opgenomen in appendix I bij dit toezichtkader. Daarnaast ziet CEA de functionarissen betrokken bij de begeleiding, toetsing en examinering van de trainees of de kwaliteitscontrole en -borging als de actoren.

3.2. Regelgevend kader CEA

Het toezichtkader van CEA vormt de leidraad bij de uitvoering van het toezicht op de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding. In de beleidsregels voor de toetsing van de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding en het geven van een aanwijzing wordt invulling gegeven aan deze bevoegdheid van CEA. De beleidsregels vormen samen met dit toezichtkader één geheel. Waar nodig werkt CEA bepaalde beleidsregels of criteria in het toezichtkader uit in beleidsrichtlijnen. Beleidsregels, toezichtkader en beleidsrichtlijnen staan gepubliceerd op de website van CEA en zijn ook op te vragen bij CEA.

Gezien de wijze waarop de NBA de praktijkopleiding heeft georganiseerd is de RPO het eerste aanspreekpunt voor CEA. De RPO is primair verantwoordelijk voor de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding. CEA vertrouwt erop dat de RPO – namens de NBA – alle inlichtingen kan geven die CEA nodig heeft met betrekking tot het realiseren van de eindtermen en met betrekking tot de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding.

Mochten de inlichtingen van de RPO voor CEA niet toereikend zijn om te toetsen of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet dan kan CEA (aanvullende) inlichtingen inwinnen bij de aanbieders en/of actoren van de praktijkopleiding.

4. Criteria

Op basis van onderstaande criteria vormt CEA een oordeel over de (risico’s bij de) praktijkopleiding en bepaalt zij de aard, omvang, inhoud en intensiteit van haar toezichtactiviteiten. CEA kijkt hierbij primair naar de risicogebieden waarbij het realiseren van de eindtermen mogelijk in het geding kan komen. Per criterium worden uitkomsten geformuleerd die richtinggevend zijn voor hetgeen CEA van de NBA verwacht. Onderstaande uitkomsten zijn niet limitatief.

Toezichtcriteria voor toetsing van de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding

1. Adequaat functionerend stelsel van kwaliteitsbeheersing

De NBA toont aan dat de opzet, het bestaan en de werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing adequaat is. Op basis van risicoanalyse wordt de adequate werking daarvan periodiek getoetst.

Uitkomsten:

– Er wordt zorg gedragen voor een stelsel van kwaliteitsbeheersing ter borging van de eindtermen dat door een gestructureerde werkwijze van (periodieke) evaluaties, analyses en acties is geregeld.

– Er wordt een kwaliteits(zorg)beleid gevoerd waarin voorwaarden, rollen en verantwoordelijkheden van de aanbieders en actoren voor de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding duidelijk zijn gedefinieerd.

– Er wordt in de ontwikkeling en instandhouding van kwaliteitsbeheersing van de praktijkopleiding geïnvesteerd.

2. De NBA voldoet aan de actieve informatie- en meldplicht

De NBA getuigt van een proactieve en open houding m.b.t. de informatieverstrekking aan CEA. Er wordt tijdig en op eigen initiatief (voorgenomen) veranderingen/wijzigingen

en incidenten doorgegeven daar waar zij van invloed zijn op de kwaliteit en organisatie van de praktijkopleiding of zelfs een risico vormen.

Uitkomsten¹:

– CEA wordt tijdig voorzien van adequate informatie over de voortgang van de praktijkopleiding, belangrijke veranderingen in de inhoud, organisatie of het stelsel van kwaliteitsbeheersing en/of ernstige incidenten die zich hebben voorgedaan.

– Er is adequate stuurinformatie over de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding.

– De NBA verleent (desgevraagd) medewerking aan de activiteiten zoals informatieuitvraag, gesprekken en (thema)onderzoeken die CEA in het kader van haar toezicht verricht.

3. Competente leiding van de NBA

De leiding van de NBA geeft op effectieve en competente wijze sturing en uitvoering aan de praktijkopleiding, passend bij diens verantwoordelijkheden en omstandigheden. Onderdeel van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de NBA is dat de leiding van de aanbieders wordt geëvalueerd.

Uitkomsten¹ :

– Er is voldoende sturing en grip (in termen van bijsturing) op regelgeving, capaciteit, proces en inhoud.

– Er is (zelf)inzicht en (zelf)vertrouwen in de eigen krachten en beperkingen en de leiding is in staat (zelfstandig en tijdig) risico’s voor de kwaliteit van de praktijkopleiding en de dekking van de eindtermen tegemoet te treden en op te lossen.

– De ‘toon aan de top’ is gericht op het vergroten en in stand houden van een kwaliteitsbewustzijn en kwaliteitshandelen.

– De leiding getuigt van een integere houding.

– Afstemming respectievelijk integratie tussen de praktijkopleiding en de theoretische opleidingen wordt bevorderd.

4. Continuïteit en stabiliteit van de praktijkopleiding gewaarborgd

De NBA draagt zorg voor een adequate organisatie waarbij de continuïteit van de praktijkopleiding is gewaarborgd en niet onderhevig is aan verstorende veranderingen. De NBA evalueert of de aanbieders adequate maatregelen treffen om de continuïteit van de praktijkopleiding te waarborgen.

Uitkomsten:

– De NBA draagt zorg voor een adequaat ingericht opleidingsproces en zorgt voor een goed werkende en beveiligde ICT-omgeving.

– De taken en bevoegdheden van de aanbieders en de actoren zijn duidelijk vastgelegd.

– Er is voldoende capaciteit en deskundigheid voor de organisatie en de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding beschikbaar.

– De leiding² draagt er voor zorg dat (potentieel verstorende) veranderingen bij de praktijkopleiding of in de omgeving van de praktijkopleiding, zoals bijv. een overname/fusie, reorganisatie, personele problemen of (negatieve) publiciteit, het leerproces zo min mogelijk verstoren.

– De leiding treft adequate en tijdige maatregelen om negatieve effecten als gevolg van verstorende veranderingen op te lossen.

5. Kwaliteit en aanbod van aanbieders en actoren zijn geborgd

De NBA heeft (voor alle opleidingsoriëntaties) adequate criteria opgesteld voor (de aanwijzing² van) de aanbieders en actoren. De NBA ziet erop toe dat de criteria en eisen (vanuit de regelgeving) door alle aanbieders en actoren worden nageleefd.

Uitkomsten:

De NBA evalueert of de aanbieders en actoren over de benodigde capaciteit, deskundigheid en kwaliteit beschikken voor de uitvoering (van alle oriëntaties) van de praktijkopleiding en treft maatregelen indien noodzakelijk.

6. Kwaliteit en aanbod van opleidingsplaatsen zijn geborgd

De NBA heeft (voor alle oriëntaties) adequate criteria opgesteld voor de aanwijzing4 van opleidingsplaatsen en ziet erop toe dat de opleidingsplaats geschikt is om uitvoering te geven aan de praktijkopleiding en om aan alle eindtermen te voldoen.

Uitkomsten:

– De NBA ziet erop toe dat de opleidingsplaatsen voldoende werkzaamheden bieden voor trainees, passend bij de gekozen oriëntaties.

– De NBA evalueert of de opleidingsplaatsen over voldoende kwalitatief deskundige praktijkbegeleiders en beoordelaars beschikken voor de uitvoering van de praktijkopleiding passend bij de gekozen oriëntatie van de trainee en treft maatregelen indien noodzakelijk.

7. De opleidingsprogramma’s van de praktijkopleiding voldoen aan de eindtermen

De NBA toont aan dat de eindtermen³ op alle niveaus (per eindterm, per vakgebied, per opleidingsoriëntatie) adequaat zijn vertaald en geborgd in de opzet en inhoud van de praktijkopleiding.

Uitkomsten:

– De NBA is er verantwoordelijk voor dat de eindtermen op eindniveau zijn geborgd.

– De NBA bevordert integratie tussen vakgebieden en met de theoretische opleidingen.

8. Niveau en kwaliteit van toetsing eindtermen zijn gewaarborgd

De toetsproducten van de praktijkopleiding sluiten aantoonbaar aan op de eindtermen en de NBA heeft een adequaat stelsel van kwaliteitsbeheersing rondom toetsing/examinering.

Uitkomsten:

– De toetsing sluit aan op de eindtermen voor de praktijkopleiding en zijn van een zodanig niveau en kwaliteit dat de eindtermen op eindniveau zijn geborgd en op het juiste niveau worden getoetst.

– De NBA beschikt over een adequaat stelsel van kwaliteitsbeheersing rondom toetsing en examinering en evalueert de werking van dit stelsel periodiek.

– De NBA neemt de CEA-beleidsrichtlijnen met betrekking tot de toetsing van de eindtermen in acht.

9. De NBA voldoet aan instroom- en uitstroomvereisten

De NBA kan aantonen dat de trainee bij afronding van de praktijkopleiding alle eindtermen heeft gerealiseerd.

Uitkomsten:

– De NBA beschikt over een gecontroleerd en gedocumenteerd proces met criteria, eisen en voorwaarden voor de toelating tot de uitvoering en de afsluiting van de praktijkopleiding.

– De NBA ziet bij toelating erop toe dat de trainee beantwoordt aan de instroomeisen en in dat kader kijkt naar (relevantie en actualiteit van) het theoretisch getuigschrift en onderzoek doet naar verzoeken voor gelijkstelling of vrijstelling

– De NBA toont aan dat een trainee bij uitgifte van het getuigschrift alle eindtermen heeft gerealiseerd.

¹ Onder leiding wordt zowel de leiding van de NBA als ook de leiding van de aanbieders verstaan.

² Een besluit van de NBA dat een opleidingsplaats, stagebureau of andere aanbieder van (delen van) de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet en de kwaliteit, deskundigheid en bekwaamheid heeft om de (oriëntaties van de) praktijkopleiding (deels) uit te voeren.

³ Eindtermen zoals vastgesteld door CEA en gepubliceerd in de Staatscourant.

5. Instrumenten van toezicht

De basis van CEA’s toezicht is gefundeerd vertrouwen. Goede informatie over de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding is van belang om de kwaliteit van CEA’s toezicht te waarborgen. Proactieve rapportering van incidenten en de wijze waarop hiermee is omgegaan, is eveneens een randvoorwaarde.

In haar instrumenten voor het inwinnen van inlichtingen maakt CEA onderscheid tussen:

  • a. periodieke schriftelijke informatie,

  • b. gesprekken en

  • c. aanvullende schriftelijke informatie naar aanleiding van incidenten, (majeure) veranderingen en ontwikkelingen, bevindingen of risico’s.

Op basis van haar wettelijke taak om de praktijkopleiding uit te voeren wordt in de beleidsregels en dit toezichtkader primair de NBA als verantwoordelijke voor de praktijkopleiding aangeduid. Aangezien de RPO op grond van mandatering het orgaan is dat namens de NBA de praktijkopleiding verzorgt, vormt de RPO het aanspreekpunt voor het toezicht door CEA. CEA vertrouwt erop dat de RPO alle inlichtingen kan geven die CEA nodig heeft om te toetsen of de praktijkopleiding voldoet aan de eindtermen.

Wanneer de reguliere (periodieke) instrumenten en toezichtactiviteiten niet toereikend zijn om te bepalen of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet zal CEA de aard, inhoud, omvang en intensiteit van haar toezichtactiviteiten daar op aanpassen. Indien nodig kan CEA ook bij de overige aanbieders en/of de actoren van de praktijkopleiding inlichtingen inwinnen. CEA zal de intensivering van haar toezicht en aanleiding, doel en uitvoering van haar aanvullende toezichtactiviteiten in beginsel vooraf bespreken met de betreffende aanbieders respectievelijk actoren.

I Periodieke schriftelijke informatie

Van de RPO wordt een proactieve houding verwacht waarbij CEA wordt geïnformeerd over belangrijke wijzigingen en ontwikkelingen. CEA verwacht periodiek schriftelijk ingelicht te worden over de voortgang van de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding. Uit de beschikbaar gestelde informatie moet duidelijk blijken hoe de eindtermen in de praktijkopleiding worden geborgd en getoetst.

Instrument

Doel en beschrijving

Frequentie

A. P&C Cyclus van de RPO

De doelstellingen, geplande activiteiten en processen voor de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding voor een kalenderjaar. Dit omvat ook de opvolging aan CEA’s bevindingen, aanbevelingen of eventuele aanwijzing.

Periodiek

B. Risicoinventarisatie praktijkopleiding

De risico’s die de RPO signaleert en de desbetreffende (organisatiebrede) beheersingsmaatregelen hiervoor.

Periodiek

C. Melding van veranderingen

De (majeure) veranderingen in

organisatie, stelsel van kwaliteitsbeheersing of regelgeving van de praktijkopleiding.

Indien van toepassing

D. Incidentmelding

Schriftelijke melding van incident inclusief de processtappen en/of maatregelen die de RPO neemt om deze

Indien van toepassing

 

op te lossen. Incidenten zijn o.a.:

• Vertrouwensbreuk of conflictsituaties bij de leiding van de RPO.

• Discontinuïteit in uitvoeringsproces of ICT-omgeving.

• Structurele uitval van sleutelfunctionarissen.

• Ernstige verstoringen van het proces.

 

E. Basisset van informatie

Minimale set van informatie ter verantwoording van de uitvoering van de praktijkopleiding. Deze omvat:

• Stuur/verantwoordingsinformatie over de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding.

• Veranderingen in organisatie, stelsel van kwaliteitsbeheersing, regelgeving of nadere voorschriften.

• Notulen van de vergaderingen van de RPO.

• RPO’s jaarverslag t.b.v. NBA.

• Uitkomsten van evaluaties van de actoren betrokken bij de visitaties van stagebureaus, examens en/of simulatieopdrachten.

• Uitkomsten van zelfevaluaties en visitaties van stagebureaus.

• Uitkomsten van visitaties van examens en simulatieopdrachten.

Periodiek

II Gesprek

Ongeacht de bevindingen overlegt CEA ook periodiek met de RPO over de planning, voortgang en verantwoording van de uitvoering en kwaliteitsborging. De delegatie, het niveau, onderwerp en frequentie van overleg hangen af van de risico’s en bevindingen bij de praktijkopleiding. CEA kan indien nodig direct en gericht mondeling inlichtingen inwinnen of om toelichting vragen bij de betreffende aanbieders en/of actoren van de praktijkopleiding.

Instrument

Doel en beschrijving

Frequentie

A. Bureau-overleg

Informatie-uitwisseling met de RPO op bureau-niveau over de voortgang in, uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding.

Periodiek

B. Bestuurlijk overleg

Overleg op bestuursniveau met de RPO voor:

• informatie-uitwisseling;

• bespreking van de uitkomsten, bevindingen en aanbevelingen van CEA’s toezichtactiviteiten;

• evaluatie van CEA’s toezichtproces (naar behoefte);

• het kenbaar maken van eventuele voornemen tot het geven en publiek maken van een aanwijzing (indien van toepassing).

Periodiek met een minimum van éénmaal per jaar

III Aanvullend onderzoek

CEA kan (ad hoc) aanvullende informatie opvragen afhankelijk van actuele ontwikkelingen, veranderingen in de praktijkopleiding of het optreden van risico’s waarbij de dekking van de eindtermen in het geding komen. Ook kan CEA besluiten om specifiek onderzoek te doen naar bepaalde thema’s die spelen of incidenten die zich hebben voorgedaan. Het is bedoeld om ontwikkelingen, trends, algemene risico’s en ‘best practices’ in beeld te krijgen of om een norm of referentie te bepalen.

Instrument

Doel en beschrijving

Frequentie

A. Uitvraag

Vragen of verzoek om informatie n.a.v.:

• periodieke schriftelijke informatie;

• CEA’s bevindingen, risicoanalyse en aanbevelingen;

• incidenten en wijzigingen plus de maatregelen en opvolging hieraan.

Naar behoefte

B. Themaonderzoek

Onderzoek naar:

• Ontwikkelingen en trends.

• Bevindingen.

• Risico’s.

• Best practices.

Naar behoefte

6. Toezichtcyclus CEA

CEA sluit haar toezichtcyclus voor de praktijkopleiding aan op de Planning & Control cyclus van de RPO. Deze cyclus noemt CEA de PDCA-cyclus en staat voor Plan Do Check Act en refereert naar de cyclus van de RPO waarin zij de doelstellingen en processen voor de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding plant, uitvoert, checkt, evalueert en richting de NBA en CEA verantwoordt.

Op basis van ontvangen informatie over de praktijkopleiding stelt CEA jaarlijks een toezichtplan op voor de uitvoering van haar toezicht (ook wel het jaarplan genoemd). De intensiteit (mate en frequentie) van CEA’s toezicht wordt bepaald op basis van de risico’s en bevindingen. Wanneer CEA meer reden heeft tot zorg zal de intensiteit van haar toezicht dus worden verhoogd.

CEA stelt jaarlijks een jaarbericht op waarin zij belanghebbenden informeert over de prioriteiten van haar toezicht en de voor dat jaar geplande toezichtactiviteiten. Ook zal zij jaarlijks op geaggregeerd niveau communiceren over de bevindingen en uitkomsten van haar toezicht in het voorgaand jaar.

Appendix I – Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor praktijkopleidingen

Taak

Verantwoordelijk

Regelgeving

Zorgdragen voor:

• Een ten minste drie jaar durende praktijkopleiding die wordt afgesloten met een examen.

• Uitreiken van een getuigschrift bij het met goed gevolg afleggen van het examen van de praktijkopleiding.

NBA

Art. 47 lid 1 Wab

Regelen bij verordening over de praktijkopleiding van:

a) Toelatingseisen tot de praktijkopleiding.

b) De inhoud van het examen, de wijze waarop het examen wordt afgenomen en de personen die bevoegd zijn het examen af te nemen.

c) De voorwaarden voor de toelating tot het afleggen van het examen.

d) De voorwaarden voor het verkrijgen van vrijstelling van bepaalde onderdelen van het examen.

e) De hoogte van de examengelden en te wiens laste deze komen.

NBA

Art. 47 lid 2 Wab

Beoordelen of aan de toelatingseisen voor de praktijkopleiding is voldaan, aan de hand van vastgestelde eindtermen en de overlegde getuigschriften van opleidingen of degene die een praktijkopleiding wil volgen voldoet aan de toelatingseisen daarvoor.

NBA

Art. 48 Wab

Het uitvoeren van de verordeningen op de praktijkopleiding met inachtneming van de grenzen van het mandaat en de volmacht. Het verlenen van ondermandaat en substituut volmacht aan een stagebureau, onderwijsinstelling of serviceorganisatie.

RPO

Art. 2 Verordening op de praktijkopleidingen

Het nemen van besluiten en verrichten van handelingen ter uitvoering van bepaalde bevoegdheden en taken per besluit van de RPO

Stagebureau, onderwijsinstelling of

serviceorganisatie

Besluit ondermandaat en machtiging door RPO aan stagebureau, onderwijsinstelling of serviceorganisatie

Het toetsen van de praktijkopleiding aan de mate waarin wordt voldaan aan de realisatie van de eindtermen.

CEA

Art. 49 lid 2c Wab

Het kunnen geven van een aanwijzing ten aanzien van de uitvoering van de praktijkopleiding indien uit de toetsing blijkt dat deze niet voldoen aan de eindtermen.

CEA

Art. 50 lid 4 Wab
  • ^ [1]

    Een aanwijzing omvat een last tot het verrichten van bepaalde handelingen die erop gericht zijn het beleid en de uitvoering van de praktijkopleiding zodanig aan te passen dat het voldoet aan de eindtermen voor de opleiding tot accountant. Deze wettelijke bevoegdheid is erop gericht een geconstateerd tekortkoming bij de praktijkopleiding te herstellen.