Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Urban Futures Studio[Regeling vervalt per 01-01-2022.]

Geldend van 01-07-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 7 februari 2017, nr. IenM/BSK-2016/213529, houdende verstrekking van subsidie aan de Universiteit Utrecht voor Urban Futures Studio (Subsidieregeling Urban Futures Studio)

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • subsidieontvanger: Universiteit Utrecht, faculteit Geowetenschappen;

  • UFS: Urban Futures Studio;

  • wet: Kaderwet subsidies I en M.

Artikel 2. Doel subsidie

  • 1 De minister verstrekt voor de jaren 2016 tot en met 2021 een subsidie aan de subsidieontvanger voor de oprichting en ontwikkeling van de UFS van de faculteit Geowetenschappen met daarbij als doel een transitie ten aanzien van stedelijke vraagstukken op IenM-beleidsvelden naar een schone economie door middel van:

    • a. de uitwerking van nieuwe institutionele benaderingen die wetenschap en beleid dichterbij elkaar brengen;

    • b. de bestudering en ontwikkeling van nieuwe werkvormen die wetenschappelijk onderzoek verbinden aan concrete, strategische beleidsopgaven;

    • c. op termijn de koppeling van nieuwe vormen van onderwijs in interactie met beleid;

    • d. het verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar het leervermogen van steden, en

    • e. het verbeteren van de ‘transformative capacity’ van de steden, inclusief het versterken van het leren tussen steden onderling.

  • 2 Voor activiteiten van de UFS als bedoeld in het eerste lid, wordt geen subsidie verstrekt voor zover voor dergelijke activiteiten een subsidie is of wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan dan wel hiervoor andere inkomsten van derden zonder tegenprestatie zijn of worden verkregen.

Artikel 3. Kaderbesluit subsidies I en M

Het Kaderbesluit subsidies I en M is van overeenkomstige toepassing behoudens de artikelen 6, vijfde lid, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16 en 26.

Artikel 4. Subsidie en subsidiabele kosten

  • 1 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten die werkelijk zijn gemaakt voor de kostenposten, bedoeld in de toelichting van de aanvraag tot subsidieverlening van 7 maart 2016, onder het kopje Begroting Urban Studio 2016–2021, voor zover deze kostenposten betrekking hebben op de bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

  • 2 Eventuele vóór indiening van de subsidieaanvraag gemaakte kosten komen voor subsidie in aanmerking, voor zover het betreft kosten in 2016 gemaakt.

  • 3 De beschikking tot subsidieverlening van 25 april 2016, kenmerk 5000003069, zoals gewijzigd bij beschikking van 18 juli 2016, kenmerk IENM/BSK-2016/145982, wordt gewijzigd in die zin dat de inhoud ervan in overeenstemming wordt gebracht met deze regeling.

Artikel 5. Maximale subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt voor de jaren 2016 tot en met 2021 in totaal maximaal € 1.500.000,-.

Artikel 6. Voorwaarde begrotingsvoorbehoud

De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat elk jaar voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu.

Artikel 7. Voortgangsrapportage

  • 1 De subsidieontvanger zendt jaarlijks een voortgangsrapportage aan de minister op uiterlijk 1 juli 2017, 1 juli 2018, 1 juli 2019, 1 juli 2020 respectievelijk 1 juli 2021.

  • 2 De voortgangsrapportage bevat in elk geval een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden en een financieel overzicht van de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten.

  • 3 De voortgangsrapportage behoeft de goedkeuring van de minister.

Artikel 8. Voorschotverlening

  • 1 De minister verleent jaarlijks ambtshalve een voorschot van een zesde deel van het in artikel 5 genoemde subsidiebedrag.

  • 2 De voorschotten voor 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021 worden betaalbaar gesteld binnen vier weken na goedkeuring van een op dat jaar betrekking hebbende voortgangsrapportage.

  • 3 Het voorschot voor 2016 is reeds betaald.

Artikel 9. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1 Onverminderd de artikelen 17 tot en met 20 van het Kaderbesluit subsidies I en M, is de subsidieontvanger verplicht tot:

    • a. het afronden van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend overeenkomstig de subsidieaanvraag met toelichting op uiterlijk 31 december 2021;

    • b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan zoals financiering van dezelfde activiteiten vanuit andere bronnen;

    • c. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het verstrekken van desverlangd alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;

    • d. het de minister vooraf op de hoogte stellen indien naar de media wordt gecommuniceerd over een gesubsidieerde activiteit met een landelijk politiek gevoelig of belangrijk landelijk beleidsmatig karakter.

  • 2 Tevens draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat:

    • a. een administratie wordt gevoerd waarin de kosten en baten van de gesubsidieerde activiteiten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds gescheiden zijn;

    • b. een controleverklaring wordt afgegeven door een onafhankelijk accountant overeenkomstig het model dat bij de beschikking tot subsidieverlening is gevoegd, en met inachtneming van het bij de beschikking tot subsidieverlening gevoegde controleprotocol, en

    • c. geen gesubsidieerde activiteiten worden verricht die te kwalificeren zijn als economische activiteiten.

Artikel 10. Aanvraag tot subsidievaststelling

  • 1 De subsidieontvanger dient op uiterlijk 1 juli 2022 de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger aan de verplichtingen heeft voldaan;

    • b. een financiële verantwoording waarin rekening en verantwoording worden afgelegd over de aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten per kostenpost, bedoeld in artikel 4, eerste lid;

    • c. indien de gemaakte kosten 10% of meer afwijken van de begrote kostenpost van de aanvraag: een toelichting daarop, en

    • d. een controleverklaring, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder b.

Artikel 11. Evaluatieverslag

De minister publiceert het evaluatieverslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk binnen 1 jaar na vaststelling van de subsidie.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017 en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de reeds verleende subsidie.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Urban Futures Studio.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus