Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit historisch onderzoeksteam grondwettelijke uitkering[Regeling vervalt per 29-09-2017.]

Geldend van 17-02-2017 t/m heden

Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken van 9 februari 2017, houdende instelling van het historisch onderzoeksteam grondwettelijke uitkering

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a) minister: de Minister-President, Minister van Algemene Zaken;

  • b) onderzoeksteam: het onderzoeksteam, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een onafhankelijk historisch onderzoeksteam grondwettelijke uitkering.

  • 2 Het onderzoeksteam heeft tot taak historisch onderzoek te verrichten naar de totstandkoming van:

    • a) de bepaling van het inkomensbestanddeel van de grondwettelijke uitkering aan leden van het koninklijk huis in de periode 1963 tot en met 1973 en de verschillende elementen die hierbij een rol hebben gespeeld;

    • b) de passages inzake het inkomensbestanddeel van de grondwettelijke uitkering aan leden van het koninklijk huis in het rapport van de stuurgroep herziening stelsel kosten koninklijk huis (rapport-Zalm) (2009).

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag

  • 1 Het onderzoeksteam bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.

  • 2 Tot voorzitter van het onderzoeksteam wordt benoemd: prof. dr. C.C. van Baalen, directeur van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis en hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

  • 3 Tot leden van het onderzoeksteam worden benoemd:

    • prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert, hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen;

    • prof. dr. M.J.W. van Twist, hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

  • 4 De benoeming geschiedt voor de duur van de werkzaamheden van het onderzoeksteam.

  • 5 Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een ander lid kan de minister een andere voorzitter onderscheidenlijk een ander lid benoemen.

  • 6 De voorzitter en de overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4. Instellingsduur

  • 1 Het onderzoeksteam wordt ingesteld met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

  • 2 Het onderzoeksteam wordt opgeheven vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht.

Artikel 5. Secretariaat

  • 1 Het onderzoeksteam voorziet zelf in zijn secretariaat.

  • 2 Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van het onderzoeksteam.

  • 3 De minister draagt, op verzoek van de voorzitter van het onderzoeksteam, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van het onderzoeksteam.

Artikel 6. Werkwijze

  • 1 Het onderzoeksteam stelt zijn eigen werkwijze vast.

  • 2 Het onderzoeksteam kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover het dat voor de vervulling van zijn taak nodig acht.

  • 3 Het onderzoeksteam stelt een protocol vast over de wijze waarop het onderzoeksteam het onderzoek uitvoert, waaronder in ieder geval de wijze waarop het onderzoeksteam personen spreekt en daarvan verslag doet.

Artikel 7. Inwinnen van inlichtingen

  • 1 Het onderzoeksteam kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot personen en instellingen van de rijksoverheid en hen verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

  • 2 De ministeries, met inbegrip van het Nationaal Archief, en het Kabinet van de Koning verlenen het onderzoeksteam de verlangde medewerking, voor zover deze samenhangt met de ambtelijke taak en binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders. Het onderzoeksteam krijgt binnen het in de vorige zin genoemde kader toegang tot alle informatie die het nodig heeft, met inachtneming van de protocollen die daartoe tussen het onderzoeksteam en de betrokken instanties worden opgesteld.

Artikel 8. Eindrapport

Het onderzoeksteam brengt uiterlijk 1 september 2017 zijn rapport uit aan de minister.

Artikel 9. Vergoeding

De voorzitter en de andere leden van het onderzoeksteam ontvangen een vaste vergoeding per maand. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter en de andere leden is salarisschaal 18, trede 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

De arbeidsduur van de voorzitter wordt vastgesteld op 0,5 van een volledige taak en die van de andere leden op 0,5, voor het lid Van Twist, respectievelijk 0,3 voor het lid Bovend’eert, van een volledige taak.

Artikel 10. Kosten van het onderzoeksteam

  • 1 De kosten van het onderzoeksteam komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van het ministerie van Algemene Zaken.

  • 2 Het onderzoeksteam biedt zo spoedig mogelijk na instelling een begroting aan de minister aan.

Artikel 11. Archiefbescheiden

Het archief van het onderzoeksteam wordt na afloop van het onderzoek ondergebracht in het archief van het ministerie van Algemene Zaken.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 februari 2017.

  • 2 Dit besluit vervalt vier weken nadat het onderzoeksteam zijn rapport heeft uitgebracht aan de minister.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit historisch onderzoeksteam grondwettelijke uitkering.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de leden van het onderzoeksteam.

De

Minister-President, Minister

van Algemene Zaken,

M. Rutte