Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel compensatieregeling trekkingsrecht pgb[Regeling vervalt per 31-12-2017.]

Geldend van 01-03-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 februari 2017, kenmerk 1089073-160811-DMO, houdende regels voor de verstrekking van een vergoeding in verband met nadelige financiële gevolgen als gevolg van de problemen bij de invoering van het trekkingsrecht persoonsgebonden budget (Beleidsregel compensatieregeling trekkingsrecht pgb)

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. budgethouder: persoon die een persoonsgebonden budget op grond van de Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of Jeugdwet ontvangt.

  • b. factuurdatum: de datum waarop verleende zorg in rekening is gebracht aan de budgethouder zoals die blijkt uit de factuur van de zorgverlener of uit een ander document.

  • c. klantrelatie: een budgethouder met wie een zorgverlener een geldige overeenkomst had voor het jaar 2015 of een gedeelte daarvan.

  • d. maatwerkvergoeding: een vergoeding van de door de budgethouder of zorgverlener werkelijk gemaakte kosten.

  • e. minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • f. vertraagde betaling: een betaling door de Sociale Verzekeringsbank uit een persoonsgebonden budget die niet binnen 30 dagen na factuurdatum is verricht.

  • g. zorgverlener: natuurlijke persoon, samenwerkingsverband of rechtspersoon die op grond van een overeenkomst zorg verleent aan een budgethouder.

Artikel 2

  • 1 De minister kan op aanvraag eenmalig een maatwerkvergoeding toekennen aan een budgethouder of zorgverlener die tussen 1 februari 2015 en 31 december 2015 kosten heeft gemaakt als gevolg van minimaal één vertraagde betaling door de Sociale Verzekeringsbank uit een persoonsgebonden budget.

  • 2 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De aanvraag voor een maatwerkvergoeding kan worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling en wordt uiterlijk 31 mei 2017 ontvangen.

  • 4 Een aanvraag die na de datum, bedoeld in het derde lid, wordt ontvangen, wordt afgewezen.

Artikel 3

  • 1 Als de door de budgethouder gemaakte kosten meer bedragen dan het in het vierde lid bedoelde drempelbedrag kan de budgethouder in aanmerking komen voor een maatwerkvergoeding indien:

    • a. de budgethouder verklaart dat de Sociale verzekeringsbank een betaling uit een persoonsgebonden budget van een declaratie voor aan de budgethouder verleende zorg niet binnen 30 dagen na de factuurdatum heeft verricht,

    • b. de vertraagde betaling heeft plaatsgevonden in 2015, en

    • c. de budgethouder als gevolg van een vertraagde betaling door de Sociale verzekeringsbank kosten heeft gemaakt, die behoren tot de volgende categorieën:

      • telefoniekosten, kopieerkosten, postkosten of kosten van aangetekend schrijven;

      • kosten in verband met het afsluiten van een lening;

      • kosten in verband met inzet van eigen financiële middelen;

      • boetekosten;

      • inhuur en werving van aanvullend personeel of derden voor administratieve werkzaamheden;

      • gederfde arbeidsinkomsten, of

      • kosten voor de inzet van een andere zorgverlener.

  • 2 Als de door de zorgverlener gemaakte kosten meer bedragen dan het in het vierde lid bedoelde drempelbedrag kan de zorgverlener in aanmerking komen voor een maatwerkvergoeding indien:

    • a. aangetoond is of vaststaat dat de Sociale verzekeringsbank een betaling uit een persoonsgebonden budget van een declaratie voor aan de budgethouder verleende zorg niet binnen 30 dagen na de factuurdatum heeft verricht,

    • b. de vertraagde betaling heeft plaatsgevonden in 2015, en;

    • c. de zorgverlener als gevolg van een vertraagde betaling door de Sociale verzekeringsbank kosten heeft gemaakt, die behoren tot de volgende categorieën:

      • telefoniekosten, kopieerkosten, postkosten of kosten van aangetekend schrijven;

      • kosten in verband met het afsluiten van een lening;

      • kosten in verband met inzet van eigen financiële middelen;

      • boetekosten;

      • inhuur en werving van aanvullend personeel of derden voor administratieve werkzaamheden;

      • betaalde extra inzet van personeel, of

      • omzetderving door verbroken klantrelaties.

  • 3 Budgethouders en zorgverleners mogen niet dezelfde gemaakte kosten indienen.

  • 4 De drempelbedragen die gelden voor de budgethouder of de zorgverlener zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

  • 5 De budgethouder of zorgverlener is verplicht:

    • a) bij de aanvraag de bewijsstukken te verstrekken, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

    • b) desgevraagd overige inlichtingen en bewijsstukken te verstrekken, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 6 De maatwerkvergoeding, genoemd in het eerste en tweede lid, bedraagt niet meer dan € 100.000 per budgethouder of zorgverlener.

Artikel 4

  • 1 De minister beslist binnen 6 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak bedoeld in artikel 2, derde lid, op een volledige aanvraag voor een maatwerkvergoeding.

  • 2 Aanvragen worden beoordeeld op basis van een vastgesteld normen- en beslissingskader.

Artikel 5

De Sociale verzekeringsbank verstrekt op verzoek aan de minister alle gegevens en inlichtingen die voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijk zijn, inclusief het burgerservicenummer van budgethouders en zorgverleners.

Artikel 6

  • 1 De minister kan een maatwerkvergoeding herzien of intrekken indien:

    • a. de aanvrager aan wie een maatwerkvergoeding is toegekend onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, waardoor een maatwerkvergoeding ten onrechte of tot een te hoog bedrag is toegekend;

    • b. het besluit tot toekenning van een maatwerkvergoeding anderszins onjuist was en de aanvrager dat wist of behoorde te weten.

  • 2 De minister vordert bedragen die als gevolg van een besluit als bedoeld in het eerste lid ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn uitbetaald terug van degene aan wie is uitbetaald.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2017 en vervalt op 31 december 2017.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel compensatieregeling trekkingsrecht pgb.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M.J. van Rijn

Bijlage

Categorie

Drempel Maatwerkvergoeding

(artikel 3)

Budgethouder

€ 300

Zorgaanbieders

1–5 klantrelaties

€ 600

Zorgaanbieders

6–10 klantrelaties

€ 3.500

Zorgaanbieders

11–20 klantrelaties

€ 6.500

Zorgaanbieders

21–30 klantrelaties

€ 11.000

Zorgaanbieders

> 31–40 klantrelaties

€ 15.000

Zorgaanbieders

41–50 klantrelaties

€ 17.500

Zorgaanbieder

> 50 klantrelaties

€ 20.000