Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale eenheid Oost-Brabant, afdeling gemeenschappelijke Bob-kamer 2017[Regeling vervalt per 03-02-2022.]

Geldend van 03-02-2017 t/m heden

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 25 januari 2017 nr. BOACAT2017/004, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij regionale eenheid Oost-Brabant, afdeling gemeenschappelijke Bob-kamer

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelezen het verzoek van de regionale eenheid Oost-Brabant van 18 januari 2017 en de adviezen van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Brabant en de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;

Gelet op:

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012, werkzaam in de functie medewerker assistent Intake en Service en/of medewerker Intake en Service, die hun werkgebied hebben in de regionale eenheid Oost-Brabant.

Artikel 3

  • 2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

  • 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 15 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5

Artikel 6

Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar wordt op grond van het gestelde in het onderdeel Beperkte opsporingsbevoegdheden van bijlage H van de Beleidsregels Buitengewoon opsporingsambtenaar, ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 7

  • 1 De korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012 brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

    • a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;

    • b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

    • c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

  • 2 Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 8

De individuele akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de regionale eenheid Oost-Brabant in de functie van assistent Intake en Service en/of medewerker Intake en Service, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale eenheid Oost-Brabant, afdeling gemeenschappelijke Bob-kamer 2017.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 25 januari 2017

De

Staatssecretaris

van Veiligheid en Justitie,
namens deze,

S.L. de Koning

Wnd. afdelingsmanager V&T