Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2017–2018[Regeling vervalt per 01-01-2019.]

Geldend van 28-01-2017 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 24 januari 2017, nr. WJZ/16185753, tot tijdelijke vrijstelling van artikel 5, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen (Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2017–2018)

De Staatssecretaris van Economische Zaken, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 64, derde lid, van de Wet bodembescherming;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, wordt verleend voor zover het gaat om de aanwending van runderdrijfmest, waarbij de runderdrijfmest:

  • a. geproduceerd is op het eigen bedrijf;

  • b. op grasland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt aangewend;

  • c. niet wordt aangewend binnen een afstand van ten minste twee meter vanaf de insteek van een watergang.

Artikel 3

  • 1 Aan de vrijstelling, bedoeld in artikel 2, zijn de volgende voorwaarden verbonden:

    • a. in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling:

      • 1°. bestaat minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;

      • 2°. bedraagt de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;

      • 3°. is het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau;

      • 4°. worden de runderen met de diernummers 100, 102 en 120, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 150 dagen per jaar;

      • 5°. worden de runderen met het diernummer 101, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 90 dagen per jaar;

    • b. op het bedrijf mag geen andere dierlijke mest worden aangevoerd dan runderdrijfmest of vaste rundermest;

    • c. elk jaar meldt de landbouwer uiterlijk 7 dagen voordat van de vrijstelling in dat jaar gebruik wordt gemaakt, het bedrijf voor de toepassing van artikel 2 aan bij de minister waarmee de landbouwer verklaart te voldoen aan artikel 2 en aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a en b, en het tweede lid;

    • d. de landbouwer houdt gegevens bij waarmee aannemelijk kan worden gemaakt dat aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a en b, en het tweede lid, is voldaan en bewaart deze gegevens en een afschrift van de aanmelding als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.

  • 2 De vrijstelling voor een bedrijf waar in ieder geval runderen met diernummer 100, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet worden gehouden, wordt verleend onder de voorwaarde dat in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling:

    • a. de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare is, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kan worden geplaatst op het eigen bedrijf;

    • b. het gemiddeld gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tijdens de perioden van 1 januari tot en met 31 maart en van 1 december tot en met 31 december geproduceerde melk lager is dan 21 milligram per 100 gram melk.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2019.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2017–2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 24 januari 2017

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

M.H.P. van Dam