Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid in het goederenvervoer over de weg

Geldend van 03-01-2017 t/m heden

Beleidsregel van de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) inzake de toepassing van regels van verordening 1071/2009/EG, Wet wegvervoer goederen en het Besluit wegvervoer goederen houdende bepalingen in verband met de uitvoering van de evenredigheidstoets en het sanctioneren van de vervoerder en de vervoersmanager bij verlies van de betrouwbaarheid in het goederenvervoer over de weg (Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid in het goederenvervoer over de weg)

Hoofdstuk 1. Definities en inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a. zeer ernstige overtredingen: zeer ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als bedoeld in bijlage IV van verordening 1071/2009/EG;

  • b. strafpunten: punten die aan de vervoerder worden toegekend als gevolg van het plegen van een zeer ernstige overtreding als bedoeld in dit artikel onder a.

Artikel 2

Deze beleidsregel heeft betrekking op:

  • a. het minimum aantal strafpunten dat dient te worden behaald alvorens uitvoering wordt gegeven aan de evenredigheidstoets;

  • b. de uitvoering van de evenredigheidstoets waarbij wordt onderzocht of zich feiten en omstandigheden voordoen die tot het oordeel kunnen leiden dat het verlies van de betrouwbaarheid van de vervoerder of vervoersmanager een onevenredig sanctie is;

  • c. de omstandigheden die bij voorbereiding van een eventueel besluit tot intrekking of schorsing van de communautaire vergunning van de vervoerder of de ongeschiktheidverklaring van de vervoersmanager worden meegewogen.

Artikel 3

  • 1 Het verlies van betrouwbaarheid is geen onevenredig strenge sanctie indien de vervoerder het in artikel 5 aan hem gerelateerde aantal strafpunten voor de betreffende onderneming toegerekende zeer ernstige overtredingen heeft overschreden.

  • 2 Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager is geen onevenredig strenge sanctie indien de vervoerder, waarvoor de vervoersmanager als vakbekwame leidinggevende werkzaam is, het in artikel 5 aan hem gerelateerde aantal strafpunten overschrijdt.

  • 4 In afwijking van het tweede lid is het verlies van betrouwbaarheid van een vervoersmanager een onevenredig strenge sanctie indien artikel 8, eerste of tweede lid, van toepassing is.

Hoofdstuk 2. Strafpunten

Artikel 4

  • 1 Het aantal toe te rekenen strafpunten per zeer ernstige overtreding is als volgt:

    Zeer ernstige overtredingen van bijlage iv van verordening 1071/2009 onder vermelding van msi code

    Strafpunten

    101 (a). Overschrijden van de maximaal toegestane zesdaagse rijtijd met >= 25%

    3

    101 (b). Overschrijden van de maximaal toegestane tweewekelijkse rijtijd met >= 25%

    3

    102. Overschrijden van de maximaal toegestane dagelijkse rijtijd op één dag, met een marge van >= 50% zonder een onderbreking of zonder een ononderbroken rusttijd van ten minste 4½ uur in te lassen.

    4

    201. Nalaten een tachograaf te installeren als vereist door de communautaire wetgeving

    6

    202. Frauduleus gebruik van een apparaat dat de geregistreerde gegevens van het controleapparaat kan wijzigen

    10

    203. Nalaten een snelheidsbegrenzer te installeren als vereist door de communautaire wetgeving

    10

    204. Frauduleus gebruik van een apparaat dat de instellingen van de snelheidsbegrenzer kan wijzigen

    10

    205. Vervalsen van de registratiebladen van de tachograaf

    10

    206. Vervalsen van de door de tachograaf en/of bestuurderskaart overgebrachte gegevens

    10

    301. Rijden zonder geldige APK (Indien vereist door de communautaire wetgeving)

    4

    302. Rijden met een zeer ernstig gebrek aan onder meer het remsysteem, het stangenstelsel, de wielen/banden, de ophanging of het chassis dat een zodanig onmiddellijk gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert dat het leidt tot het uit het verkeer nemen van het voertuig

    6

    401. Vervoer van gevaarlijke stoffen die niet vervoerd mogen worden (vervoerverbod)

    10

    402. Vervoer van gevaarlijke stoffen in verboden of niet erkende middelen van omsluiting, zodat er gevaar dreigt voor mensenlevens of het milieu en leidt tot het uit het verkeer nemen van het voertuig

    6

    403. Vervoer van gevaarlijke stoffen die niet op het voertuig vermeld zijn (etiketten/borden) als gevaarlijke stoffen, zodat er gevaar dreigt voor mensenlevens of het milieu en leidt tot het uit het verkeer nemen van het voertuig

    6

    502. Vervoer van goederen zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs

    6

    504. Vervoer van goederen door een onderneming die niet in het bezit is van een geldige communautaire vergunning

    4

    601. Rijden met een vervalste bestuurderskaart

    10

    602. Rijden met een bestuurderskaart waarvan de chauffeur niet de houder is

    10

    603. Rijden met een bestuurderskaart verkregen op basis van valse gronden (valse verklaring/document)

    10

    701. Vervoer van goederen waarbij de maximaal toegestane massa met >=20% wordt overschreden voor voertuigen met een toegestaan gewicht > 12t

    4

    702. Vervoer van goederen waarbij de maximaal toegestane massa met >=25% wordt overschreden voor voertuigen met een toegestaan gewicht van maximaal 12t

    4

  • 2 De binnen een periode van twee jaar door de Inspectie Leefomgeving en Transport aan een vervoerder toegerekende strafpunten worden bij elkaar opgeteld.

  • 3 Toegerekende strafpunten vervallen twee jaar nadat de desbetreffende veroordeling of sanctie wegens een zeer ernstige overtreding op de communautaire wetgeving onherroepelijk is geworden.

Artikel 5

Het minimum aantal strafpunten gerelateerd aan het aantal gewaarmerkte afschriften waar de vervoerder over beschikt, is als volgt:

Aantal gewaarmerkte afschriften

Minimum aantal strafpunten

1

15

2–5

30

6–20

40

21–50

50

51–500

50 + 0,40 x (aantal vergunningbewijzen – 50)

501 en meer

230 + 0,20 x (aantal vergunningbewijzen – 500)

Hoofdstuk 3. Verwijtbaarheid en preventie

Artikel 6

  • 1 De NIWO geeft, indien mogelijk, de vervoerder zo spoedig mogelijk een schriftelijke waarschuwing nadat ten minste 50%, doch niet meer dan 100% van het minimum aantal strafpunten is bereikt.

  • 2 De NIWO voert de evenredigheidstoets uit op grond van het adviesrapport van de Minister van Infrastructuur en Milieu, uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport, waarin wordt vastgesteld dat het minimum aantal strafpunten is overschreden.

Artikel 7

  • 1 De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredige sanctie is indien:

    • a. de handelingen van derden die ten grondslag liggen aan de zeer ernstige overtredingen van wezenlijke invloed zijn geweest;

    • b. sprake is van een niet toerekenbaar gebrek aan kennis over de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het begaan van bedoelde overtredingen terwijl kennis daarvan de overtredingen zou hebben voorkomen, of

    • c. sprake is van een door de vervoerder aan te tonen andere situatie van overmacht waardoor één of meer overtredingen niet aan hem zijn te verwijten.

  • 2 De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredig strenge sanctie is indien de vervoersmanager kan aantonen dat hij het begaan van bedoelde overtredingen duurzaam heeft beperkt door:

    • a. het geven van de nodige en kenbare instructies aan de chauffeurs;

    • b. het treffen van structurele maatregelen in de bedrijfsvoering gericht op het bevorderen van de naleving van de regelgeving waarin de zeer ernstige overtredingen zijn bestraft of beboet;

    • c. het aan de chauffeur verstrekken van de nodige middelen voor de naleving van de onder b bedoelde regelgeving; en

    • d. het houden van in redelijkheid te vorderen toezicht ter zake van de onderdelen a tot en met c.

  • 3 De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredig strenge sanctie is indien zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 8, derde lid.

Artikel 8

  • 1 De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager een onevenredig strenge sanctie is indien de vervoerder waarvoor hij werkzaam is, op grond van artikel 7, eerste of tweede lid, zijn betrouwbaarheid niet verliest.

  • 2 De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager een onevenredig strenge sanctie is indien de vervoersmanager kan aantonen dat:

    • a. hij niet verantwoordelijk is voor de bedoelde zeer ernstige inbreuken omdat hij destijds niet degene was die leiding gaf aan de vervoersactiviteiten; of

    • b. hij op gezag van de vervoerder, bedoeld in het eerste lid, of een meerdere gedwongen werd aanwijzingen of instructies te geven, of na te laten, die hebben geleid tot het begaan van de bedoelde zeer ernstige overtredingen.

  • 3 Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager is geen onevenredig strenge sanctie indien de vervoersmanager door zijn solistische wijze van optreden en handelen, dat indruist tegen het bestendig bedrijfsbeleid, als enige verantwoordelijk kan worden gehouden voor het begaan of doen begaan van zeer ernstige overtredingen.

Artikel 9

  • 1 Bij de uitvoering van de evenredigheidstoets vergewist de NIWO zich ervan dat het onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport op een zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

  • 2 Bij de uitvoering van de evenredigheidstoets, baseert de NIWO zich in ieder geval op:

    • a. het adviesrapport van de Minister van Infrastructuur en Milieu, genoemd in artikel 6, tweede lid, opgesteld naar aanleiding van een onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport als bedoeld in het eerste lid;

    • b. een door de vervoerder onderscheidenlijk vervoersmanager naar voren gebrachte zienswijze mits deze binnen zes weken is ingediend nadat de vervoerder onderscheidenlijk vervoersmanager in kennis is gesteld van het voorgenomen besluit van de NIWO inzake het verlies van de betrouwbaarheid en de mogelijkheid om daartegen een zienswijze in te brengen.

Hoofdstuk 4. Intrekking en schorsing van de communautaire vergunning en de ongeschiktverklaring van de vervoersmanager

Artikel 10

Bij de voorbereiding van de beslissing omtrent de intrekking dan wel de schorsing van de communautaire vergunning alsmede de duur van de schorsing houdt de NIWO rekening met de volgende omstandigheden:

  • a. de omvang van de vervoerder gemeten naar het aantal gewaarmerkte afschriften;

  • b. het vitale belang van continuïteit van de vervoersactiviteiten en de beschikbare alternatieven voor die activiteiten;

  • c. de mate waarin de belanghebbenden door de intrekking of schorsing van de communautaire vergunning worden geraakt;

  • d. de verstoring van de markt;

  • e. de reëel mogelijke alternatieven voor opdrachtgevers van de vervoerder;

  • f. de binnen twee jaar geconstateerde recidive;

  • g. de zwaarwegende maatschappelijke of economische gevolgen.

Artikel 11

  • 1 De NIWO schorst, na rekening te hebben gehouden met de onder artikel 10 onder a tot en met g genoemde omstandigheden, de communautaire vergunning voor ten hoogste zes maanden, of

  • 2 De NIWO trekt, na rekening te hebben gehouden met de onder artikel 10 onder a tot en met g genoemde omstandigheden, de communautaire vergunning in indien niet kan worden volstaan met een schorsing van de communautaire vergunning.

  • 3 De NIWO trekt de communautaire vergunning in ieder geval in indien de vervoerder als recidivist als bedoeld in artikel 10, onder f, wordt aangemerkt.

Artikel 12

  • 1 De NIWO verklaart de vervoersmanager voor de duur van twee jaar ongeschikt.

  • 2 De in het eerste lid genoemde termijn van twee jaar kan worden ingekort indien de vervoersmanager aantoont de noodzakelijke maatregelen te hebben genomen om te borgen dat de zeer ernstige overtredingen die hebben geleid tot het besluit tot de vervoersmanager ongeschikt te verklaren zich niet meer zullen voordoen.

Hoofdstuk 5. Rehabilitatie

Artikel 13

Na de schorsing of intrekking van de communautaire vergunning worden de strafpunten, die de vervoerder heeft opgebouwd en die zijn meegewogen bij het schorsings- of intrekkingsbesluit, gewist.

Artikel 14

Ingeval de communautaire vergunning wordt ingetrokken, bedraagt de rehabilitatietermijn twee jaar.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

Artikel 15

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

De beleidsregel van 1 juli 2013 (Stcrt. 1 juli 2013, nr. 17858) wordt ingetrokken.

Artikel 17

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid in het goederenvervoer over de weg.

De Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie,

De directeur

,

G.J. Olthoff