Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vennootschapsbelasting, innovatiebox; vaststellingsovereenkomsten en ontbindende voorwaarde voor relevante wetswijzigingen

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Vennootschapsbelasting, innovatiebox; vaststellingsovereenkomsten en ontbindende voorwaarde voor relevante wetswijzigingen

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit ziet op de vaststellingsovereenkomsten die zijn afgesloten in het kader van de innovatiebox van artikel 12b (oud) van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Deze vaststellingovereenkomsten bevatten een ontbindende voorwaarde voor relevante wetswijzigingen. De in het Belastingplan 2017 opgenomen wetswijzigingen van de innovatiebox zijn aan te merken als een dergelijke relevante wetswijziging. Dit besluit bevat een goedkeuring voor kleinere belastingplichtigen waardoor deze vaststellingsovereenkomsten voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017 onder voorwaarden alsnog hun geldigheid behouden voor de innovatiebox als bedoeld in de artikelen 12b t/m 12bg van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

1. Inleiding

In de memorie van toelichting van het Belastingplan 20171 is aangegeven dat ik een beleidsbesluit zal publiceren voor vaststellingsovereenkomsten die zien op de toepassing van de innovatiebox.

1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen

2. Gevolgen relevante wetswijziging voor VSO’s

Het Belastingplan 2017 wijzigt artikel 12b van de Wet Vpb en introduceert een aantal nieuwe artikelen (artikel 12ba t/m 12bg en artikel 34d) in de Wet Vpb. Hiermee is de innovatiebox in overeenstemming gebracht met de afspraken – waaronder de nexusbenadering – die in OESO-verband zijn overeengekomen.

In een VSO wordt standaard de ontbindende voorwaarde opgenomen dat de VSO vervalt bij een relevante wetswijziging.2 De wijziging van de innovatiebox door het Belastingplan 2017 is als een dergelijke relevante wetswijziging aan te merken. Als in de ontbindende voorwaarde wordt verwezen naar een overgangsregime, blijft de VSO voor dat overgangsregime zijn geldigheid behouden.

Het overgangsregime van artikel 34d, eerste lid, van de Wet Vpb is van toepassing op immateriële activa die vóór 1 juli 2016 zijn voortgebracht. In de praktijk brengt een belastingplichtige echter veelal continu immateriële activa voort. Als gevolg hiervan verliest een VSO voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017 zijn geldigheid voor immateriële activa die na 30 juni 2016 zijn voortgebracht. Voor deze immateriële activa zal dan alsnog een nieuwe vaststellingsovereenkomst moeten worden afgesloten.

3. Goedkeuring voor kleinere belastingplichtigen

In artikel 12ba van de Wet Vpb is omschreven welke immateriële activa kwalificeren voor de toegang tot de innovatiebox. Voor de belastingplichtigen die op grond van artikel 12ba, tweede lid, van de Wet Vpb als kleinere belastingplichtigen zijn aan te merken, kwalificeert een immaterieel activum dat is voortgevloeid uit speur- en ontwikkelingswerk waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven als toegang tot de innovatiebox. Ten opzichte van de innovatiebox van artikel 12b (oud) van de Wet Vpb, zal de innovatiebox voor deze kleinere belastingplichtigen in veel gevallen ook voor immateriële activa die na 30 juni 2016 zijn voortgebracht onverkort van toepassing kunnen blijven voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017, mits aan de overige wettelijke (administratieve) vereisten wordt voldaan. Voor deze kleinere belastingplichtigen heb ik daarom uit doelmatigheidsoverwegingen een goedkeuring onder voorwaarden opgenomen.

Goedkeuring

Ik keur goed dat de in het Belastingplan 2017 opgenomen wetswijzigingen niet leiden tot een vervulling van de in een VSO opgenomen ontbindende voorwaarde dat de VSO vervalt bij een relevante wetswijziging.

Voorwaarden

Aan deze goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden:

  • 1. de belastingplichtige kwalificeert als een kleinere belastingplichtige, zoals omschreven in artikel 12ba, tweede lid, van de Wet Vpb;

  • 2. de belastingplichtige voldoet aan de administratieverplichtingen die zijn opgenomen in artikel 12bg van de Wet Vpb;

  • 3. de belastingplichtige voert zelf alle R&D-activiteiten uit waarop de VSO betrekking heeft;

  • 4. de belastingplichtige beschikt over een S&O-verklaring voor het speur- en ontwikkelingswerk waaruit de immateriële activa waarop de VSO betrekking heeft, zijn voortgevloeid;

  • 5. de in de VSO opgenomen feiten en omstandigheden hebben geen wezenlijke verandering ondergaan;

  • 6. de belastingplichtige meldt een wezenlijke verandering van de feiten en omstandigheden na het doen van de verklaring zo spoedig mogelijk, en;

  • 7. de belastingplichtige of zijn gemachtigde verklaart schriftelijk en uiterlijk bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2017 dat aan de hiervoor vermelde voorwaarden is voldaan.

In de bijlage van dit besluit is een modelverklaring opgenomen. Hiermee kan de belastingplichtige of zijn gemachtigde verklaren dat aan de voorwaarden wordt voldaan, waardoor de VSO zijn geldigheid behoudt.

De verklaring moet uiterlijk bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2017 worden ingediend. Belastingplichtigen met een klantcoördinator bij de Belastingdienst sturen de verklaring naar deze klantcoördinator. Belastingplichtigen die niet beschikken over een klantcoördinator bij de Belastingdienst sturen de verklaring naar het aanspreekpunt innovatiebox van de Belastingdienst. Op de website van de Belastingdienst staat een overzicht met aanspreekpunten voor de innovatiebox per Belastingdienstkantoor (de zogenoemde lijst aanspreekpunten innovatiebox).

4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Den Haag, 15 december 2016,

De

Staatssecretaris

van Financiën,
namens deze,

J. de Blieck

Lid van het managementteam Belastingdienst

Bijlage Modelverklaring

Gegevens

Naam: [invullen: naam belastingplichtige]

Adres: [invullen: adres belastingplichtige]

Postcode en plaats: [invullen: postcode en plaats belastingplichtige]

RSIN: [invullen: RSIN belastingplichtige]

Verklaring

Op [invullen: datum waarop de vaststellingsovereenkomst is gesloten] is een vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten tussen [invullen: naam belastingplichtige] en [invullen: Belastingdienst/segment/kantoor] voor toepassing van artikel 12b (oud) Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Deze VSO is geldig van [invullen: ingangsdatum VSO] tot en met [invullen: einddatum VSO].

Met een beroep op de goedkeuring uit het besluit van 15 december 2016, nr. BLKB 2016/225266 M (Stcrt. 2016, nr. 70816), verklaar ik het volgende:

  • 1. [invullen: naam belastingplichtige] kwalificeert als een kleinere belastingplichtige, zoals omschreven in artikel 12ba, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb);

  • 2. [invullen: naam belastingplichtige] voldoet aan de administratieverplichtingen opgenomen in artikel 12bg van de Wet Vpb;

  • 3. [invullen: naam belastingplichtige] voert zelf alle R&D-activiteiten uit waarop de VSO betrekking heeft;

  • 4. [invullen: naam belastingplichtige] beschikt over een S&O-verklaring voor het speur- en ontwikkelingswerk waaruit de immateriële activa waarop de VSO betrekking heeft, zijn voortgevloeid;

  • 5. de in de VSO opgenomen feiten en omstandigheden hebben geen wezenlijke wijziging ondergaan, en;

  • 6. [invullen: naam belastingplichtige] meldt een wezenlijke verandering van de feiten en omstandigheden na het doen van de verklaring zo spoedig mogelijk.

Ondertekening

De heer/mevrouw [invullen: naam vertegenwoordiger of gemachtigde belastingplichtige],

namens [invullen: naam belastingplichtige],

................................................................

functie: [invullen: functie ondertekenaar]

datum en plaats:

................................................................

  • ^ [1]

    Kamerstukken II 2016/17, 34 552, nr. 3, p. 24, 28 en 100–101.

  • ^ [2]

    Zie onderdeel 25, zestiende lid, onderdeel g, van het besluit van 15 februari 2016, nr. BLKB2016/19M (Besluit Fiscaal Bestuursrecht), Stcrt. 2016, nr. 9680.