Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling

Samenvatting

Deze aanwijzing schetst de taken van het OM bij de voorwaardelijke invrijheidstelling en geeft regels voor de toepassing van de wettelijke regeling.

Kenmerkend voor de voorwaardelijke invrijheidstelling is dat de invrijheidstelling altijd onder de algemene voorwaarde geschiedt dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en dat bijzondere voorwaarden aan de invrijheidstelling kunnen worden verbonden. Het OM is belast met (de eindverantwoordelijkheid voor) het toezicht op de naleving van (algemene en bijzondere) voorwaarden en bepaalt welke gevolgen aan niet-naleving worden verbonden. De reclasseringsorganisaties zijn belast met het feitelijke toezicht en het begeleiden van de veroordeelde. De politie is bij de handhaving betrokken als vrijheidsbeperkende bijzondere voorwaarden zijn opgelegd.

Achtergrond

1. Doel

Invrijheidsstelling onder voorwaarden kan een bijdrage leveren aan de bescherming van de samenleving. De kans op recidive wordt beperkt doordat de veroordeelde zich tijdens de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: v.i.) moet houden aan voorwaarden die gericht zijn op het voorkomen van herhaling en hij onder toezicht van justitie staat. In het kader van de resocialisatie wordt er in de aanloop naar de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: v.i.-datum) naar gestreefd aan gedetineerden meer vrijheden toe te staan. Het detentietraject wordt zo veel mogelijk afgesloten met deelname aan een penitentiair programma. De tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf wordt dan vervolgens afgesloten met de periode van v.i.

2. Toepassingsbereik

De v.i.-regeling is van toepassing op geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen met een duur van meer dan één jaar. Voor vrijheidsstraffen met een duur tussen één jaar en twee jaar vindt v.i. plaats wanneer de vrijheidsbeneming ten minste één jaar heeft geduurd en van het nog ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf een derde is ondergaan. Voor vrijheidsstraffen met een duur van twee jaar of meer vindt v.i. plaats wanneer twee derde van de straf is ondergaan.

Indien een veroordeelde meerdere straffen heeft te ondergaan, worden deze zo mogelijk aaneensluitend1 ten uitvoer gelegd. Alleen geheel onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen straffen worden gezamenlijk als één vrijheidsstraf aangemerkt (artikel 15 lid 5 Sr). De v.i. wordt verleend over het totaal indien de duur hiervan meer dan een jaar bedraagt. Nu er geen v.i. plaatsvindt bij een (deels) voorwaardelijke veroordeling, worden (deels) voorwaardelijke straffen niet in deze optelling meegenomen. Dit betekent ook dat over de vordering tenuitvoerlegging van een (deels) voorwaardelijke sanctie geen v.i. wordt berekend.

De v.i.-datum is de datum waarop de veroordeelde in aanmerking komt voor v.i., gebaseerd op diens v.i.-waardige vrijheidsstraf(fen). De v.i.-datum is niet altijd gelijk aan de datum waarop de v.i.-gestelde ook daadwerkelijk in vrijheid wordt gesteld, de zogenoemde einddatum detentie. Het kan namelijk voorkomen dat de veroordeelde aansluitend aan zijn v.i.-waardige vrijheidsstraf(fen), dus na de v.i.-datum, nog één of meer niet-v.i.-waardige straffen of maatregelen moet uitzitten.

De v.i.-regeling is niet van toepassing ten aanzien van de volgende twee categorieën:

  • 1. Jeugdigen veroordeeld tot jeugddetentie. Jeugdigen veroordeeld tot jeugddetentie kunnen immers door de rechter te allen tijde in vrijheid gesteld worden2. Op jeugddetentie die is omgezet in een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf is de v.i.-regeling wel van toepassing (mits die gevangenisstraf dus meer dan één jaar bedraagt);

  • 2. Vreemdelingen zonder bestendig rechtmatig verblijf3. Vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 komen niet voor v.i. in aanmerking4. In het geval een vreemdeling, naar aanleiding van een (kort) voor de v.i.-datum ingediende aanvraag, alsnog bestendig rechtmatig verblijf wordt toegestaan valt hij (alsnog) onder het bereik van de v.i.-regeling, ook indien de v.i.-datum reeds is verstreken.

I. Taken om en positie CVv.i.

Het OM heeft een aantal belangrijke taken in het kader van de v.i.-regeling. Een aantal van deze taken is centraal belegd bij de Centrale voorziening v.i. (hierna: CVv.i.). De CVv.i. is ondergebracht bij het Ressortsparket Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem. In grote lijnen geldt dat de handhaving van de algemene voorwaarde bij de lokale parketten is belegd en de handhaving van de bijzondere voorwaarden bij de CVv.i.. In deze taakverdeling staat nauw overleg en nauwe samenwerking voorop. De CVv.i. beslist tot het indienen van een vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i., neemt de beslissing over het stellen, wijzigen of opheffen van bijzondere voorwaarden en stelt de proeftijd bij deze bijzondere voorwaarden vast. Ten slotte beslist de CVv.i. tot het al dan niet indienen van een vordering herroeping naar aanleiding van een overtreding van de bijzondere voorwaarde(n).

Het lokale parket dient deze vordering in bij de bevoegde rechtbank5. De uiteindelijke beslissing over het uitstellen, achterwege laten of herroepen van de v.i. is aan de rechter, die het OM vervolgens kan adviseren over mogelijk te stellen bijzondere voorwaarden6. Het lokale OM is voorts eindverantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de algemene voorwaarden. De vordering tot herroeping van de v.i., ingediend naar aanleiding van een overtreding van de algemene voorwaarde, wordt dan ook ingediend door het lokale parket en loopt mee met de behandeling van de nieuwe strafzaak, ook in hoger beroep.

Hieronder zijn per taak respectievelijk onderwerp nadere regels gesteld.

II. Uitstellen of achterwege laten van v.i.

De CVv.i. neemt op basis van de adviezen van DJI, de reclassering en het lokale OM (wanneer de executie-indicator is geplaatst7) de beslissing tot het vorderen van uitstel of achterwege laten van de v.i.. De vordering tot uitstel of achterwege laten van v.i. dient vervolgens onverwijld8 en uiterlijk 30 dagen9 voor de v.i.-datum door het lokale OM te worden ingediend bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het strafbare feit ter zake waarvan de straf die ten uitvoer wordt gelegd, is opgelegd. Het achterwege laten van de v.i. is definitief: de aan de veroordeelde opgelegde straf wordt volledig ten uitvoer gelegd. Bij het indienen van een vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. verdient het aanbeveling de rechtbank te verzoeken een termijn aan te geven waarmee de v.i. wordt uitgesteld. Hoewel artikel 15f Sr vereist dat bij toewijzing van de vordering een tijdstip van invrijheidstelling wordt aangegeven, wordt inmiddels volgens bestendige jurisprudentie door de rechtbank reeds een termijn bepaald waarmee de v.i. wordt uitgesteld. Hierdoor wordt het mogelijk recente nog uit te zitten (niet v.i.-waardige) straffen mee te nemen in de datum waarop de veroordeelde daadwerkelijk in vrijheid gesteld wordt. En ontstaan geen discussies ter zitting over een datum, die mogelijk achteraf niet de juiste blijkt te zijn. Na toekenning van uitstel van de v.i. is sprake van een nieuwe (voorlopige) v.i.-datum ten aanzien waarvan ook weer een vordering uitstel of achterwege laten kan worden ingediend. De gronden voor uitstel of achterwege laten van v.i. zijn wettelijk bepaald10. Hangende de vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. wordt de veroordeelde niet in vrijheid gesteld11. Indien dit wel gebeurt wordt het OM niet ontvankelijk verklaard in de vordering.

Hierna volgen voorschriften ten aanzien van enkele veel voorkomende gronden voor uitstel of achterwege laten van v.i..

II.1. Ernstige bezwaren of een veroordeling ter zake van een misdrijf12

De vordering kan worden ingediend zodra er een veroordeling is uitgesproken ter zake van een misdrijf. Niet vereist is dat deze veroordeling onherroepelijk is. Ook een veroordeling is zelfs niet altijd vereist, mits sprake is van ernstige bezwaren ter zake van een misdrijf. In de jurisprudentie is aanvaard dat de voorlopige hechtenis niet daadwerkelijk hoeft te zijn bevolen en dat het volstaat dat uit het dossier voldoende duidelijk blijkt dat sprake is van ernstige bezwaren. In zo’n geval moet de vordering onverwijld na het constateren van het feit worden ingediend. Bij een gecompliceerde verdenking kan het verstandig zijn om het indienen van de vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. uit te stellen tot een (onherroepelijke) veroordeling is gevolgd.

II.2. Onttrekking aan tenuitvoerlegging straf (al dan niet met (dreiging met) geweld) of een poging daartoe13

Een (poging tot) onttrekking aan de tenuitvoerlegging van de straf doet zich voor wanneer de veroordeelde feitelijk in het gebouw van de inrichting of het op het tot de inrichting behorende terrein verbleef en (al dan niet met geweld) is ontvlucht of heeft geprobeerd te ontvluchten. Daarnaast spreken we ook van een onttrekking aan de tenuitvoerlegging van de straf als de veroordeelde zich met toestemming tijdelijk buiten (het terrein van) de inrichting bevindt, en niet (tijdig) terugkeert in de inrichting. Dit kan het geval zijn tijdens verlof of een strafonderbreking.

Als sprake is van een onttrekking met (dreiging met) geweld dient het OM altijd een vordering strekkende tot uitstel of achterwege laten van de v.i. in, ongeacht het beveiligingsniveau van de penitentiaire inrichting (PI) en de vraag of de onttrekking al dan niet voltooid is. Dit geldt ook wanneer een veroordeelde zich onttrekt uit een situatie waarin hij met toestemming buiten de inrichting verblijft en daarbij wordt begeleid of bewaakt of onder direct toezicht staat. Een onttrekking aan incidenteel verlof onder bewaking is een voorbeeld van een dergelijke situatie.

In het geval dat de (poging tot) onttrekking niet gepaard gaat met (dreiging met) geweld of dat de veroordeelde zich met toestemming buiten de inrichting bevindt en niet (tijdig) terugkeert, wordt er een vordering ingediend als:

  • veroordeelde niet binnen 24 uur is teruggekeerd in de betreffende inrichting en de te late terugkeer aan veroordeelde te verwijten valt of

  • veroordeelde wel binnen 24 uur maar niet vrijwillig is teruggekeerd in de betreffende inrichting (bijvoorbeeld na aanhouding) en/of

  • veroordeelde wel binnen 24 uur is teruggekeerd in de betreffende inrichting, maar er is sprake van omstandigheden die uitstel of achterwege laten van de v.i. vorderen rechtvaardigen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een nieuw strafbaar feit en/of het benaderen van een slachtoffer tijdens de onttrekking.

Het beveiligingsniveau van de PI waaruit de onttrekking plaatsvindt, kan een rol spelen in de afweging of gevorderd wordt dat de v.i. ofwel gedeeltelijk ofwel geheel achterwege blijft. Naarmate een inrichting strenger beveiligd is, ligt een vordering tot het achterwege laten van de v.i. meer voor de hand.

II.3. Bijzondere voorwaarden perken het recidiverisico onvoldoende in of veroordeelde is niet bereid de voorwaarden na te leven14

Indien de veroordeelde bij voorbaat verklaart niet bereid te zijn bijzondere voorwaarden na te leven kan de maatschappij beter beschermd worden wanneer de straf voor langere duur of geheel ten uitvoer wordt gelegd. Dat geldt ook indien de veroordeelde niet meewerkt aan een diagnose of het opmaken van rapportage, en het recidiverisico ook anderszins niet kan worden vastgesteld. Als uit de adviezen naar voren komt dat de veroordeelde mogelijk alsnog gemotiveerd kan worden tot naleving van de voorwaarde(n), kan het toch zinvol zijn om bijzondere voorwaarden te stellen. Ook als de veroordeelde wel bereid is de voorwaarden na te leven, kan het toch nodig zijn een vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. in te dienen omdat het recidiverisico onvoldoende ingeperkt kan worden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als er (nog) geen passende behandeling voorhanden is.

III. Aan de v.i. verbonden voorwaarden

Indien het OM niet overgaat tot het vorderen van uitstel of achterwege laten van de v.i., beslist de CVv.i. over het stellen van (een) bijzondere voorwaarde(n) aan de v.i.. De voorwaardelijke invrijheidstelling geschiedt van rechtswege altijd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde15 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit16.

III.1. Bijzondere voorwaarde(n)

Indien er bijzondere voorwaarden worden gesteld aan de v.i., gelden van rechtswege altijd onderstaande twee algemene voorwaarden17:

  • de veroordeelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

  • de veroordeelde verleent medewerking aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

III.1.1. Het stellen van bijzondere voorwaarden

De CVv.i. beslist op basis van de adviezen van DJI, de reclassering en het lokale OM of, en zo ja welke, bijzondere voorwaarde(n) zijn aangewezen. In de adviezen wordt aandacht besteed aan het verloop van het Penitentiair Programma (PP) en eerdere interventies, zoals eerdere in het kader van andere (deels) voorwaardelijke straffen opgelegde bijzondere voorwaarden. Nadere regels omtrent het beslissen over bijzondere voorwaarden bij v.i. en het uitoefenen van toezicht hierop zijn te vinden in het Uitvoeringsbesluit voorwaardelijke invrijheidstelling18.

III.1.2. Veroordeelden met een combinatievonnis

Ook in de gevallen waarin een persoon is veroordeeld tot een v.i.-waardige vrijheidsstraf én een tbs-maatregel19, is de v.i.-regeling van toepassing. De tbs-maatregel start in principe op de v.i.-datum waardoor, in het geval van een tbs met verpleging (vrijheidsbeneming), op dat moment de v.i.-proeftijd wordt opgeschort20. De v.i.-proeftijd herleeft dan weer op het moment dat de rechter de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigt (vrijheidsbeperking). Omdat de rechter in veel gevallen voorwaarden zal verbinden aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging, worden in beginsel daarnaast niet ook bijzondere voorwaarde(n) gesteld in het kader van v.i. Voor tbs-gestelden geldt vanzelfsprekend wel de bij wet gestelde algemene voorwaarde. Ook wanneer iemand is veroordeeld tot een gevangenisstraf én een tbs met voorwaarden, wordt in beginsel afgezien van het stellen van bijzondere voorwaarden in het kader van v.i. De rechter heeft dan in de regel immers reeds voorwaarden aan de tbs verbonden. Wanneer echter bijvoorbeeld de slachtoffers dat wenselijk vinden of de tbs-gestelde regelmatig ongewenst contact zoekt met het slachtoffer kan juist het stellen van (een) bijzondere voorwaarde(n) in het kader van v.i. een goede aanvulling zijn.

III.1.3. De inhoud van bijzondere voorwaarden

Bijzondere voorwaarden die aan de v.i. kunnen worden verbonden zijn neergelegd in artikel 15a lid 3 Sr. Volgens lid 4 van artikel 15a Sr kan aan een bijzondere voorwaarde elektronisch toezicht worden verbonden. Het OM weegt in elk geval bij het stellen van vrijheidsbeperkende voorwaarden21 uitdrukkelijk af of deze met elektronische controlemiddelen moeten worden gecombineerd. Steeds zal het OM beoordelen of een (vergaande) inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde die een bijzondere voorwaarde met zich mee kan brengen, proportioneel is.

III.1.4. Wijziging van bijzondere voorwaarden, toezicht of proeftijd

De CVv.i. kan beslissen de bijzondere voorwaarden aan te vullen, te wijzigen of op te heffen22 na overtreding van de algemene voorwaarde of (een) bijzondere voorwaarde(n) maar ook bijvoorbeeld als handhaving van de opgelegde bijzondere voorwaarden geen doel meer dient, bijvoorbeeld wanneer de v.i.-gestelde de therapie die hij in het kader van een bijzondere voorwaarde moest volgen, met goed gevolg heeft afgerond.

III.3. De v.i.-proeftijd

De proeftijd waarbinnen de v.i.-gestelde zich moet houden aan de aan de v.i. verbonden voorwaarden start op de v.i.-datum tenzij de veroordeelde op dat moment nog niet v.i.-waardige straffen of maatregelen moet uitzitten23.

III.3.1. Duur van proeftijd

De duur van de proeftijd van de algemene voorwaarde is gelijk aan de periode waarover v.i. wordt verleend, maar bedraagt ten minste één jaar24. De duur van de proeftijd van (een) bijzondere voorwaarde(n) wordt door de CVv.i. vastgesteld bij de beslissing om die bijzondere voorwaarde(n) te stellen en is ten hoogste gelijk aan de periode waarover v.i. wordt verleend25. Doordat de proeftijd van de algemene voorwaarde minimaal één jaar is, kan die proeftijd doorlopen nadat de periode waarover v.i. is verleend, is verstreken. De proeftijd van (een) bijzondere voorwaarde(n) eindigt van rechtswege na het verstrijken van die proeftijd. Ook kan de duur van de proeftijd van (een) bijzondere voorwaarde(n) op een eerder tijdstip eindigen, als de CVv.i. een kortere proeftijd dan de gehele termijn waarover v.i. werd verleend voldoende acht.

III.3.2. Samenloop van proeftijden

Het moment van v.i. kan ook andere proeftijden, bijvoorbeeld opgelegd in het kader van (deels) voorwaardelijke straffen, doen herleven. De v.i.-proeftijd loopt dan gelijktijdig met die andere proeftijden en de v.i.-gestelde moet zich vanaf dat moment dus houden aan alle voorwaarden die dan (weer) gelden. Deze samenloop van proeftijden betekent dat het OM bij overtreding van een bepaalde voorwaarde moet bezien bij welke proeftijd die voorwaarde hoort, en welk gevolg aan de overtreding kan worden verbonden. Bepaald moet worden of herroeping van de v.i., of een vordering tenuitvoerlegging voor de (deels) voorwaardelijke straf de meest passende reactie is.

IV. Overtreding van voorwaarden tijdens v.i.-proeftijd

IV.1. Inleiding

Het wettelijk uitgangspunt is dat bij overtreding van een voorwaarde, een vordering tot herroeping wordt ingediend. Aan het OM is hierbij beoordelingsruimte gelaten: indien wordt geoordeeld dat met een wijziging van voorwaarden of met een waarschuwing kan worden volstaan, kan afgezien worden van indiening van een vordering tot herroeping26. Bij deze afweging spelen beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol. Een vordering tot herroeping kan worden ingediend naar aanleiding van een overtreding van de algemene en/of de bijzondere voorwaarden. De CVv.i. beslist over het indienen van een vordering tot herroeping naar aanleiding van een overtreding van (een) bijzondere voorwaarde(n). Een vordering tot herroeping ingediend naar aanleiding van een overtreding van de algemene voorwaarde loopt mee met de nieuwe strafzaak en wordt ingediend door het lokale OM.

De v.i. kan geheel of gedeeltelijk worden herroepen indien de veroordeelde (een) daaraan verbonden voorwaarde(n) niet heeft nageleefd. In het kader van het indienen van een vordering tot herroeping besluit het OM ook over aanhouding en over het indienen van een vordering tot schorsing van de v.i.27.

Als de v.i. door de rechter gedeeltelijk wordt herroepen, blijft de v.i.-gestelde gedetineerd. De rechtbank bepaalt dan in de uitspraak welk gedeelte van de opgelegde straf alsnog ten uitvoer gelegd moet worden. Als de v.i. geheel wordt herroepen wordt het restant van de opgelegde vrijheidsstraf geheel geëxecuteerd.

IV.2. Aanhouding en schorsing van v.i.

Als er ernstige redenen zijn voor het vermoeden dat de v.i.-gestelde zich zodanig heeft gedragen dat de v.i. zal worden herroepen, kan het OM de aanhouding bevelen. In dat geval wordt onverwijld ook een vordering tot schorsing van de v.i. ingediend bij de rechter-commissaris28. Als de vordering tot schorsing van de v.i. wordt afgewezen, kan de vordering tot herroeping gehandhaafd blijven. De gronden voor herroeping kunnen immers aanwezig zijn ondanks dat schorsing van de v.i. door de rechter-commissaris niet proportioneel wordt geacht.

In geval van overtreding van de algemene voorwaarde is het mogelijk dat de v.i. gestelde reeds is aangehouden op verdenking van het nieuwe strafbare feit. Het OM bekijkt dan of voor het vorderen van de voorlopige hechtenis of voor het vorderen van de schorsing van de v.i. moet worden gekozen. Daartoe zal een afweging gemaakt worden op grond van het gedrag van de v.i.-gestelde, de haalbaarheid van de herroepingsvordering en de bijzondere omstandigheden van het geval die vrijheidsbeneming van de v.i.-gestelde noodzakelijk kunnen maken.

Is het vermoedelijk gepleegde strafbare feit een feit waarvoor géén voorlopige hechtenis mogelijk is, dan ligt het indienen van een vordering tot schorsing van de v.i. in beginsel niet in de rede. Zijn er naar het oordeel van het OM echter voldoende ernstige bezwaren aanwezig én is vrijheidsbeneming van de v.i.-gestelde om bijzondere redenen noodzakelijk, dan kan wel tot het indienen van een schorsingsvordering worden overgegaan. Als voor het (vermoedelijk) gepleegde strafbaar feit wel voorlopige hechtenis mogelijk is, vordert het OM de voorlopige hechtenis en laat het vorderen van schorsing van de v.i. achterwege. Wordt een vordering tot inbewaringstelling afgewezen, dan kunnen er situaties zijn waarin het vorderen van schorsing van de v.i. nog wel voor de hand ligt. Bijvoorbeeld indien de vordering is afgewezen wegens het ontbreken van gronden, terwijl er wel ernstige bezwaren aanwezig zijn. Dan zijn er immers wel ernstige redenen voor het vermoeden dat de v.i. zal worden herroepen. Als dan aanhouding van de v.i.-gestelde noodzakelijk is, kan voor het indienen van een vordering tot schorsing van de v.i. worden gekozen. Is een vordering tot inbewaringstelling afgewezen wegens het ontbreken van ernstige bezwaren, dan ligt dit anders. De rechter-commissaris heeft dan immers in feite geoordeeld dat er onvoldoende ‘ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de veroordeelde zich zodanig heeft gedragen dat diens v.i. zal worden herroepen’.

IV.3. Herroeping van v.i.

Indien de algemene voorwaarde of één of meer bijzondere voorwaarden niet is/zijn nageleefd, kan het OM besluiten een vordering tot herroeping in te dienen. Hiervan wordt slechts afgezien als naar het oordeel van het OM met het wijzigen van de voorwaarden of met een waarschuwing kan worden volstaan. Indien wordt overgegaan tot indiening van de vordering tot herroeping, zal dit onverwijld moeten gebeuren na het bekend worden van de overtreding29.

Het antwoord op de vraag of gehele dan wel gedeeltelijke herroeping van de v.i. moet worden gevorderd, hangt onder meer af van de aard van het strafbare feit (bij overtreding van de algemene voorwaarde), de aard van de overtreding van (een) bijzondere voorwaarde(n), de mate van recidive, de lengte van het resterende gedeelte van de v.i. en de gevolgen die een (gehele dan wel gedeeltelijke) herroeping van v.i. heeft op eventueel geldende bijzondere voorwaarden.

In het geval van een (verdenking van) een misdrijf tijdens de v.i.-proeftijd, wordt altijd een vordering tot herroeping ingediend. Ook een (verdenking van) een (strafrechtelijke) overtreding tijdens de v.i.-proeftijd kan aanleiding vormen voor het indienen van een dergelijke vordering. De overtreding moet dan wel van zodanige aard zijn dat herroeping van de v.i. is gerechtvaardigd. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als openbare dronkenschap wordt begaan door een v.i.-gestelde die was veroordeeld voor een geweldsmisdrijf gepleegd onder invloed van alcohol.

Als de rechtbank de herroepingsvordering toewijst, bepaalt de rechtbank welk gedeelte van de vrijheidsstraf waarvoor v.i. was verleend alsnog ten uitvoer gelegd moet worden. Bij een gedeeltelijke herroeping betekent dit dat er na herroeping een nieuwe (voorlopige) v.i.-datum ontstaat. De rechtbank kan bij het beslissen op de herroepingsvordering het OM adviseren over de aan de (nieuwe) v.i. te verbinden (een) bijzondere voorwaarde(n).

Bij afwijzing van een herroepingsvordering beoordeelt de CVvi of de bijzondere voorwaarde(n) en/of de bijbehorende proeftijd(en) die aan de v.i. zijn verbonden gewijzigd moeten worden.

Omdat de einddatum detentie op een later moment kan liggen dan de v.i.-datum kan het voorkomen dat de grond(en) voor herroeping zich reeds voordoen voordat de v.i.-proeftijd daadwerkelijk is geëffectueerd. In een dergelijk geval is, gelet op het feit dat de v.i.-datum reeds gepasseerd is, het indienen van een vordering tot uitstel of achterwege laten niet meer mogelijk. Indien het v.i.-besluit reeds aan de veroordeelde kenbaar is gemaakt kan een vordering herroeping in de rede liggen ook al liep de v.i.-proeftijd (nog) niet ten tijde van de overtreding van de voorwaarde(n) 30.

IV.3.1. Procedure herroeping van v.i. bij overtreding van algemene voorwaarde

Bij overtreding van de algemene voorwaarde vindt behandeling van de vordering tot herroeping van de v.i. gelijktijdig plaats met de behandeling van het strafbare feit waarop de herroepingsvordering is gebaseerd31. Indien tegen de beslissing van de rechtbank terzake van het nieuwe strafbare feit hoger beroep wordt ingesteld, loopt de vordering tot herroeping van de v.i. mee in de behandeling van het hoger beroep32.

IV.3.2. Procedure herroeping van v.i. bij overtreding van (een) bijzondere voorwaarde(n)

Als de CVv.i. besluit dat een vordering tot gehele dan wel gedeeltelijke herroeping van de v.i. moet worden ingediend, zal de CVv.i. de het lokale OM (bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het strafbare feit ter zake waarvan de v.i.-waardige straf is opgelegd) verzoeken onverwijld een vordering dienaangaande in te dienen. Een herroepingsvordering die wordt ingediend naar aanleiding van een overtreding van (een) bijzondere voorwaarde(n) moet zelfstandig op een zitting van de rechtbank worden geappointeerd. Tegen deze beslissing van de rechtbank is geen hoger beroep mogelijk33.

V. Gratie

De CVv.i. adviseert op een gratieverzoek ten aanzien van een straf waarover v.i. verleend is en/of een vordering tot uitstel of achterwege laten of herroeping is ingediend.

Overgangsrecht

De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.

  • ^ [1]

    De veroordeelde komt dus niet tussentijds in vrijheid.

  • ^ [2]

    Zie artikel 77j lid 4 Sr.

  • ^ [3]

    Met bestendig rechtmatig verblijf wordt bedoeld rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a t/m e of l, van de Vreemdelingenwet 2000.

  • ^ [4]

    Wet van 26 oktober 2016, houdende wijziging van de Vreemdelingenwet 2000, de Algemene wet bestuursrecht en het Wetboek van Strafrecht in verband met rechtsbescherming bij toegangsweigering, uitzonderingen op Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PbEU 2008, L 348) en het herstel van enkele wetstechnische gebreken, Stb. 2016, 415.

  • ^ [5]

    De rechtbank die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het strafbare feit terzake waarvan de straf die ten uitvoer wordt gelegd, is opgelegd, art. 15i lid 3 Sr.

  • ^ [6]

    Zie artikel 15j lid 1 Sr.

  • ^ [7]

    Zie Aanwijzing executie-indicator en formulier risicoprofiel.

  • ^ [8]

    Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de vordering kort na een veroordeling wordt ingediend.

  • ^ [9]

    Het OM is in een later ingediende vordering ontvankelijk indien het aannemelijk maakt dat een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid zich eerst nadien heeft voorgedaan, art. 15d lid 6 Sr.

  • ^ [10]

    Zie de artikelen 15d t/m 15f Sr.

  • ^ [11]

    Artikel 15e lid 2 Sr.

  • ^ [12]

    Artikel 15d lid 1 sub b Sr.

  • ^ [13]

    Artikel 15d lid 1 sub c Sr.

  • ^ [14]

    Artikel 15d lid 1 sub d Sr.

  • ^ [15]

    Vanaf het moment van v.i. wordt de veroordeelde ‘v.i.-gestelde’ genoemd.

  • ^ [16]

    Artikel 15a lid 1 sub a Sr.

  • ^ [17]

    Artikel 15a lid 1 sub b Sr.

  • ^ [18]

    Stb. 2008, 218.

  • ^ [19]

    Hiermee wordt zowel een tbs met verpleging van overheidswege als een tbs met voorwaarden bedoeld.

  • ^ [20]

    Artikel 15c lid 4 Sr.

  • ^ [21]

    Zie de Aanwijzing voorwaardelijke vrijheidsstraffen en schorsing voorlopige hechtenis onder voorwaarden.

  • ^ [22]

    Artikel 15a lid 7 Sr.

  • ^ [23]

    Zie hierover paragraaf 2 onder Achtergrond.

  • ^ [24]

    Artikel 15c lid 2 Sr.

  • ^ [25]

    Artikel 15c lid 3 Sr.

  • ^ [26]

    Artikel 15i lid 2 Sr.

  • ^ [27]

    Artikel 15h Sr.

  • ^ [28]

    Artikel 15h lid 2 Sr.

  • ^ [29]

    Artikel 15i lid 2 Sr.

  • ^ [30]

    ECLI:NL:RBNHO:2016:7574.

  • ^ [31]

    Artikel 15i lid 3 tweede volzin en artikel 15i lid 5 derde volzin Sr.

  • ^ [32]

    Artikel 15j, vierde lid, Sr.

  • ^ [33]

    Artikel 15j lid 4 Sr.