Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Nadere voorschriften praktijkopleidingen 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Nadere voorschriften praktijkopleidingen 2017

Het bestuur van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants;

Gelet op artikel 25 van de Verordening op de praktijkopleidingen;

Stelt de volgende nadere voorschriften vast:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze nadere voorschriften wordt verstaan onder:

Artikel 2

Een trainee volgt de praktijkopleiding in de oriëntatie assurance of in de oriëntatie accountancy-mkb.

Artikel 3

Het bestuur wijst elke trainee toe aan een stagebureau.

Artikel 4

  • 1 De trainee volgt de praktijkopleiding bij een accountantspraktijk, een accountantsafdeling of de Belastingdienst.

  • 2 Op schriftelijk verzoek van de trainee, kan het bestuur de trainee toestemming verlenen om een gedeelte van de praktijkopleiding te volgen bij een andere, aan een accountantspraktijk of accountantsafdeling gelijkwaardige, werkomgeving.

  • 3 Een stagebureau dat niet is verbonden aan een accountantspraktijk, overlegt aan het bestuur een ingevulde transponeringstabel waaruit blijkt dat de soorten werkzaamheden die trainees uitvoeren, voldoen aan de eisen die bij de eindtermen zijn gesteld.

  • 4 Het bestuur stelt een model voor de transponeringstabel vast.

Artikel 5

  • 1 Een trainee volgt de praktijkopleiding onder begeleiding van een praktijkbegeleider.

  • 2 Een praktijkbegeleider van een trainee is werkzaam bij of verbonden aan de organisatie waar de trainee de praktijkopleiding volgt.

  • 3 Een trainee die in de organisatie waar hij de praktijkopleiding volgt niet kan beschikken over een praktijkbegeleider die voldoet aan het bepaalde in het tweede lid, kan gebruik maken van een praktijkbegeleider die niet is verbonden aan de organisatie waar de trainee de praktijkopleiding volgt.

Artikel 6

  • 1 De praktijkopleiding wordt opgedeeld in drie praktijkopleidingsjaren.

  • 2 Een praktijkopleidingsjaar omvat twaalf maanden.

  • 3 Een trainee besteedt in een praktijkopleidingsjaar ten minste 1.000 uren aan voor de praktijkopleiding relevante werkzaamheden.

  • 4 Een trainee besteedt in een praktijkopleidingsjaar ten minste 500 uren aan voorgeschreven werkzaamheden als bedoeld in de eindtermen.

  • 5 Een praktijkopleidingsjaar kan met ten hoogste vier maanden worden verlengd.

  • 6 In bijzondere omstandigheden kan het bestuur een praktijkopleidingsjaar op schriftelijk verzoek met ten hoogste twaalf maanden verlengen.

Artikel 7

  • 1 Een trainee legt binnen zeven jaar na aanvang van de praktijkopleiding het examen met goed gevolg af.

  • 2 De door een trainee afgeronde praktijkopleidingsjaren vervallen, indien de trainee niet voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.

Artikel 8

  • 1 De trainee ontwikkelt tijdens zijn praktijkopleiding de vaardigheden, de kennis en de beroepshouding bedoeld in de eindtermen.

  • 2 In de werkzaamheden van de trainee is gedurende de praktijkopleiding sprake van ontwikkeling, waaronder in elk geval wordt verstaan: meer verantwoordelijkheid, meer zelfstandigheid, meer planning en coördinatie naarmate de praktijkopleiding vordert. Deze ontwikkeling is waarneembaar in de halfjaar- en jaarrapportages, in samenhang met geformuleerde leerdoelstellingen.

Artikel 9

  • 1 Een trainee houdt zijn portfolio bij in een elektronische leeromgeving.

  • 2 De elektronische leeromgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door het bestuur.

Artikel 10

  • 1 Een trainee verzoekt het bestuur de praktijkopleiding in het buitenland te mogen volgen.

  • 2 De trainee kan het portfolio geheel of gedeeltelijk in de Engelse taal opstellen.

  • 3 De trainee kan het examen in de Engelse taal afleggen.

Artikel 11

  • 1 De trainee die werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst of een aanstelling, gaat met zijn werkgever een praktijkopleidingsovereenkomst aan.

  • 2 De trainee die werkzaam is op basis van een andere overeenkomst, overlegt een verklaring.

  • 3 De trainee maakt gebruik van een door het bestuur vastgesteld model voor de praktijkopleidingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid of de verklaring, bedoeld in het tweede lid.

Hoofdstuk 2. Stagebureaus

Artikel 12

  • 1 Een stagebureau heeft een stagebestuur.

  • 2 Een stagebureau beschikt over ten minste een beoordelaar.

Artikel 13

  • 1 Een stagebestuur wordt benoemd door het hoogste bestuurlijke orgaan van de accountantspraktijk, de onderneming, de instelling of de Rijksoverheid en een daarmee gelijk te stellen dienst, waarbinnen het stagebureau optreedt.

  • 2 Een stagebestuur heeft ten minste twee leden, waaronder een voorzitter.

  • 3 De meerderheid van de leden van een stagebestuur is accountant. Indien een stagebestuur uit twee leden bestaat, is ten minste een van de leden accountant.

  • 4 Een praktijkbegeleider, een beoordelaar of een intervisiecoach kan geen lid zijn van een stagebestuur.

  • 5 In afwijking van het vierde lid kan een beoordelaar lid zijn van een stagebestuur, mits:

    • a. ten hoogste twaalf trainees verbonden zijn aan het stagebureau;

    • b. ten minste de helft van het aantal leden van een stagebestuur, waaronder de voorzitter, geen beoordelaar binnen het desbetreffende stagebureau zijn; en

    • c. de benoeming van beoordelaars uitsluitend wordt uitgevoerd door ten minste twee leden van het stagebestuur die geen beoordelaar zijn.

Artikel 14

Een stagebestuur:

  • a. draagt zorg voor een goede organisatorische ondersteuning van het stagebureau;

  • b. draagt zorg voor een interne organisatie met betrekking tot de praktijkopleiding;

  • c. communiceert met interne en externe betrokkenen bij de praktijkopleiding;

  • d. draagt zorg voor de coördinatie van de taken van het stagebureau als geheel in het geval het stagebureau meerdere vestigingen heeft;

  • e. wijst namens het bestuur beoordelaars, praktijkbegeleiders aan;

  • f. kan namens het bestuur intervisiecoaches en referaatbegeleiders aanwijzen;

  • g. beoordeelt in het geval een stagebureau niet zelf intervisiegesprekken belegt welke organisatie daarmee wordt belast;

  • h. bewaakt de kwaliteit van de praktijkopleiding binnen het stagebureau; en

  • i. stelt jaarlijks een evaluatie over het eigen functioneren als stagebureau op, waarbij het stagebestuur in elk geval relevante nieuwe ontwikkelingen in regelgeving betrekt.

Artikel 15

  • 1 Een stagebureau houdt een register van praktijkbegeleiders en beoordelaars bij.

  • 2 Een stagebureau houdt van elke trainee die daar aan is toegewezen een praktijkopleidingsdossier bij.

  • 4 Een stagebureau houdt de vorderingen in de praktijkopleiding bij van de trainees die aan het stagebureau zijn verbonden.

Artikel 16

Een praktijkopleidingsdossier als bedoeld in artikel 15, tweede lid omvat:

  • a. de praktijkopleidingsovereenkomst, bedoeld in artikel 11, eerste lid, of de verklaring, bedoeld in artikel 11, tweede lid;

  • b. een afschrift van het verkortingsverzoek bedoeld in artikel 47 of artikel 48 en daarop betrekking hebbende correspondentie;

  • c. het persoonlijk ontwikkelingsplan;

  • d. de halfjaarrapportages;

  • e. de jaarrapportages;

  • f. de rapportages van de praktijkbegeleider;

  • g. rapportages en beoordelingen van de beoordelaars;

  • h. bewijzen van deelname aan de trainingsdagen;

  • i. bewijzen van deelname aan de intervisiegesprekken dan wel een rapportage als bedoeld in artikel 46, derde lid;

  • j. bewijzen van deelname aan de begeleidingsdagen (indien van toepassing);

  • k. de uitwerking van de ICAIS-opdracht;

  • l. de casusbeschrijving; en

  • m. het uren- en eindtermenregistratieformulier.;

  • n. de correspondentie welke betrekking heeft op de uitvoering van de verordening en de daarop gebaseerde regels; en

  • o. formulieren en verklaringen welke een trainee krachtens deze nadere voorschriften heeft moeten overleggen.

Artikel 17

  • 1 Het bestuur trekt de aanwijzing van een stagebureau in, indien daar drie jaar na de oprichting en gedurende elke daaropvolgende periode van drie jaar op enig moment niet ten minste tien trainees aan verbonden zijn geweest.

  • 2 Op schriftelijk verzoek van het stagebestuur kan het bestuur afwijken van het bepaalde in de vorige lid.

Hoofdstuk 3. Praktijkbegeleiders, beoordelaars, referaatbegeleiders, intervisiecoaches en examinatoren

Artikel 18

  • 1 Praktijkbegeleiders, beoordelaars, referaatbegeleiders, intervisiecoaches en examinatoren worden voor vier jaar benoemd. Een benoeming kan met vier jaar worden verlengd.

  • 2 De benoeming van een praktijkbegeleider, beoordelaar, referaatbegeleider, intervisiecoach of examinator eindigt:

    • a. op verzoek;

    • b. bij het verstrijken van de benoemingstermijn;

    • c. als niet meer aan het competentieprofiel wordt voldaan; of

    • d. na het onherroepelijk worden van een opgelegde tuchtrechtelijke maatregel die strekt tot een doorhaling of een tijdelijke doorhaling van de inschrijving in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36, eerste lid van de wet.

  • 3 Een praktijkbegeleider, een beoordelaar, een referaatbegeleider, een intervisiecoach of een examinator treedt niet als zodanig op in verhouding met een trainee met wie hij tevens in een zakelijke of persoonlijke relatie staat die een bedreiging kan vormen voor een goede uitoefening van zijn taken.

Artikel 19

  • 1 Praktijkbegeleiders, beoordelaars, referaatbegeleiders, intervisiecoaches en examinatoren voldoen aan het voor hen vastgestelde competentieprofiel.

  • 2 Een competentieprofiel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door het bestuur.

  • 3 Aan een beoordelaar kan bij zijn benoeming tevens de bevoegdheid worden toegekend om namens het stagebureau waaraan hij is verbonden, toezicht te houden op de taakuitoefening door de aan het stagebureau verbonden praktijkbegeleiders.

  • 4 Een beoordelaar treedt niet tevens op als praktijkbegeleider binnen een stagebureau waaraan hij als beoordelaar is verbonden.

  • 5 In afwijking van het vierde lid kan een beoordelaar als praktijkbegeleider binnen een stagebureau optreden, mits:

    • a. de beoordelaar niet werkzaam is bij of verbonden is aan dezelfde organisatie als een trainee die hij als praktijkbegeleider begeleidt; en

    • b. de beoordelaar en de praktijkbegeleider van een trainee niet in een zakelijke of persoonlijke relatie staan die een bedreiging kan vormen voor een goede uitoefening van hun taken.

  • 6 Het bestuur wijst een andere beoordelaar of praktijkbegeleider aan als het bestuur deze ongeschikt acht om als zodanig op te treden. Het bestuur stelt betrokkenen hiervan schriftelijk op de hoogte.

Artikel 20

  • 1 Een praktijkbegeleider begeleidt de trainee in elk geval bij zijn werkzaamheden in overeenstemming met het persoonlijk ontwikkelingsplan.

  • 2 De praktijkbegeleider beoordeelt:

    • a. het persoonlijk ontwikkelingsplan en de jaarplannen van de trainee;

    • b. of de halfjaar- en jaarrapportage en het verslag van een uitgevoerde ICAIS-opdracht een getrouw beeld geven van de door de trainee verrichte werkzaamheden;

    • c. of de trainee zich zodanig ontwikkelt dat in de loop van het derde praktijkopleidingsjaar het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar wordt bereikt.

  • 3 Bij een halfjaar- en jaarrapportage beoordeelt een praktijkbegeleider of de door de trainee uitgevoerde werkzaamheden en de ontwikkeling van de trainee passen bij het praktijkopleidingsjaar waarin de trainee zich bevindt. De praktijkbegeleider motiveert zijn oordeel schriftelijk.

  • 4 De halfjaar- en jaarrapportage worden tezamen met het oordeel, bedoeld in het tweede en derde lid, ter goedkeuring bij de beoordelaar aangeboden.

  • 5 De praktijkbegeleider bevestigt schriftelijk de uitkomst van de beoordeling, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

Artikel 21

Een praktijkbegeleider die betrokken is bij het opstellen van het derde jaarplan van een trainee, verklaart schriftelijk of de trainee naar verwachting van de praktijkbegeleider gedurende het derde praktijkopleidingsjaar het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar kan bereiken.

Artikel 22

Een beoordelaar beoordeelt:

  • a. het door een trainee ingediend persoonlijk ontwikkelplan;

  • b. een door een trainee ingediend jaarplan;

  • c. de door een trainee ingediende halfjaarrapportage;

  • d. de door een trainee ingediende jaarrapportage;

  • e. een door een trainee ingediende de ICAIS-opdracht;

  • f. tezamen met een tweede beoordelaar het door een trainee ingediend verzoek tot toepassing van artikel 47 of artikel 48.

Artikel 23

  • 1 Bij de beoordeling van het persoonlijk ontwikkelingsplan:

    • a. stelt de beoordelaar vast dat de voorgenomen werkzaamheden en te volgen trainingsdagen voldoen aan de bij of krachtens de verordening gestelde eisen; en

    • b. beoordeelt de beoordelaar of de trainee naar verwachting in het derde praktijkopleidingsjaar het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar zal bereiken.

  • 2 Een beoordelaar voorziet een persoonlijk ontwikkelingsplan na beoordeling van commentaar.

Artikel 24

  • 1 Bij de beoordeling van het jaarplan:

    • a. stelt de beoordelaar vast dat de voorgenomen werkzaamheden voldoen aan de bij of krachtens de verordening gestelde eisen; en

    • b. beoordeelt de beoordelaar of de trainee naar verwachting in het derde praktijkopleidingsjaar het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar zal bereiken.

  • 2 Een beoordelaar voorziet een jaarplan na beoordeling van commentaar.

Artikel 25

  • 1 Bij een beoordeling van een halfjaar- en jaarrapportage stelt een beoordelaar ten minste vast of:

    • a. het in de halfjaar- en jaarrapportage verwoorde plan en de daarin uitgewerkte (leer-) doelstellingen voor de desbetreffende rapportageperiode op hoofdlijnen zijn gerealiseerd en dat afwijkingen van en aanpassingen op het plan duidelijk zijn aangegeven en gemotiveerd;

    • b. de werkzaamheden gedurende het opgegeven aantal uren zijn verricht;

    • c. mede op grond van het oordeel van de praktijkbegeleider bij de opdrachten de werkzaamheden goed zijn uitgevoerd, maar waarbij ook de uitzonderingen en afwijkingen zijn vermeld;

    • d. de werkzaamheden en de daaraan gekoppelde vaardigheden op het gewenste niveau zijn uitgevoerd respectievelijk zijn eigengemaakt;

    • e. de behaalde studieresultaten steeds worden vermeld en dat de gevolgen hiervan voor het verdere verloop van de praktijkopleiding in de halfjaar- en jaarrapportage zijn vermeld;

    • f. de op het vereiste niveau bereikte vaardigheden zijn verkregen in overeenstemming met het desbetreffende deel van de theoretische opleiding dan wel na voltooiing daarvan; en

    • g. de halfjaar- en jaarrapportage voldoen aan de eisen die daaraan bij en krachtens de verordening mogen worden gesteld.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, beoordeelt een beoordelaar van een halfjaar- en jaarrapportage van een trainee die de praktijkopleiding in de oriëntatie assurance volgt, of de trainee een verband kan leggen tussen het type organisatie waarop een controle-opdracht waarbij de trainee betrokken is betrekking heeft en de ter zake gekozen risico-benadering.

Artikel 26

Artikel 27

  • 1 Een beoordelaar beoordeelt een persoonlijk ontwikkelingsplan, een jaarplan, een halfjaarrapportage, een jaarrapportage of een ICAIS-opdracht binnen zes weken nadat een trainee deze ter beoordeling aan de beoordelaar heeft voorgelegd.

  • 2 Indien de beoordeling van een ICAIS-opdracht aan een andere functionaris of instelling is toegewezen, beoordeelt de beoordelaar of aan de procedurele vereisten is voldaan.

Artikel 28

  • 1 Een intervisiecoach begeleidt intervisiegesprekken.

  • 2 Een intervisiecoach wordt benoemd door een stagebureau, onderwijsinstelling of overige instelling.

  • 3 Een intervisiecoach houdt een registratie bij van de trainees die deelnemen aan een intervisiegesprek dat onder zijn toezicht plaatsvindt.

  • 4 Een intervisiecoach geeft een bewijs van deelname af aan de trainees die onder zijn leiding hebben deelgenomen aan een intervisiegesprek.

Artikel 29

  • 1 Het bestuur benoemt een referaatbegeleider.

  • 2 De referaatbegeleider begeleidt:

    • a. de trainee bij de uitwerking van de casusbeschrijving die de trainee ten grondslag legt aan zijn referaat; en

    • b. de discussie naar aanleiding van de casusbeschrijving van de trainee.

  • 3 De referaatbegeleider beoordeelt het referaat van de trainee.

  • 4 Een casusbeschrijving wordt beoordeeld door twee referaatbegeleiders.

Artikel 30

Een examinator neemt het examen af.

Hoofdstuk 4. De praktijkopleidingen

Paragraaf 4.1. algemeen

Artikel 31

Een trainee verzoekt om toelating tot de praktijkopleiding en overlegt daarbij de door het bestuur verlangde gegevens.

Artikel 32

Artikel 33

Een trainee informeert het bestuur over

  • a. tijdelijke onderbrekingen van de praktijkopleiding; en

  • b. de beëindiging van de praktijkopleiding door de trainee.

Artikel 34

  • 1 Een praktijkopleidingsjaar vervalt indien de trainee dat praktijkopleidingsjaar niet afrondt binnen de termijn, bedoeld in artikel 6, tweede lid, of de verlengde termijn, bedoeld in artikel 6, vijfde of zesde lid.

  • 2 Het bestuur kan:

    • a. de praktijkopleiding van een trainee stopzetten; of

    • b. een praktijkopleidingsjaar van een trainee laten vervallen in geval de trainee onvoldoende vorderingen maakt bij de voortzetting van de praktijkopleiding, waaronder mede begrepen een overschrijding van de termijn die geldt voor de indiening van halfjaarrapportages of jaarrapportages tenzij de overschrijding niet aan de trainee is te wijten.

  • 3 Bij toepassing van het vorige lid, behouden de door een trainee gevolgde trainingsdagen hun geldigheid.

Artikel 35

  • 1 Anders dan gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening en de daarop berustende bepalingen, bevat een halfjaarrapportage, een jaarrapportage, de ICAIS opdracht, de casusbeschrijving, een persoonlijk ontwikkelingsplan of een jaarplan geen gegevens betreffende geïdentificeerde natuurlijke personen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden.

  • 2 Een trainee is verplicht tot geheimhouding van informatie die hem bekend wordt bij deelname aan een intervisiegesprek of een referaat en waarvan hij weet of behoort te weten dat deze vertrouwelijk is.

Paragraaf 4.2. door de trainee op te leveren producten en bij te wonen bijeenkomsten

Artikel 36

  • 1 Bij aanvang van de praktijkopleiding:

    • a. Wordt mede aan de hand van een nulmeting beoordeeld over welke vaardigheden en over welke beroepshouding de trainee beschikt en welke vaardigheden verder door de trainee ontwikkeld moeten worden in trainingsdagen.

    • b. Stelt de trainee in overleg met de praktijkbegeleider een persoonlijk ontwikkelingsplan op.

  • 2 Te ontwikkelen vaardigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden vastgelegd in een trainingsprogramma.

  • 3 Indien een trainee de praktijkopleiding onderbreekt of een dienstverband aangaat met een andere werkgever, stelt de trainee een aangepast persoonlijk ontwikkelingsplan op.

Artikel 37

  • 1 Een trainingsprogramma als bedoeld in artikel 36, tweede lid, omvat negen trainingsdagen. Een trainee kan ten hoogste van drie trainingsdagen worden vrijgesteld.

  • 2 Een trainingsdag omvat ten minste zes uren.

  • 3 Een intervisiegesprek duurt twee uur.

  • 4 Een intervisiegesprek kan in een praktijkopleidingsjaar voor ten hoogste twee keer deel uitmaken van een trainingsdag, tenzij de trainee van deelname aan trainingsdagen is vrijgesteld.

  • 5 De organisator van een trainingsdag verstrekt aan een deelnemende trainee een bewijs van deelname.

  • 6 Bij een verzoek tot toepassing van het eerste lid, overlegt een trainee een bewijs van deelname aan de cursus of training die ten grondslag ligt aan het vrijstellingsverzoek.

Artikel 38

  • 1 Uit een persoonlijk ontwikkelingsplan blijkt de planning van de trainee over de wijze waarop hij zal voldoen aan de bij en krachtens de verordening gestelde eisen.

  • 2 Het persoonlijk ontwikkelingsplan bevat ten minste:

    • a. een globale overall-planning van de praktijkopleiding;

    • b. een weergave van de in het eerste praktijkopleidingsjaar te verrichten werkzaamheden; en

    • c. de leerdoelen.

  • 3 Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt mede opgesteld aan de hand van de resultaten van de nulmeting.

  • 4 Een trainee dient binnen zes weken na de dag waarop hij is begonnen met de praktijkopleiding een persoonlijk ontwikkelplan ter beoordeling in.

  • 5 Indien de trainee de termijn bedoeld in het vorige lid verwijtbaar overschrijdt, wordt de aanvang van het eerste praktijkopleidingsjaar gesteld op de eerste dag van de maand waarin de trainee het persoonlijk ontwikkelplan heeft ingediend.

Artikel 39

  • 1 De trainee past een persoonlijk ontwikkelingsplan dat door de beoordelaar niet is goedgekeurd in overleg met zijn praktijkbegeleider binnen twee weken na de beoordeling aan, in overeenstemming met het commentaar van de beoordelaar en legt het persoonlijk ontwikkelingsplan opnieuw ter goedkeuring voor.

  • 2 Indien de trainee de termijn bedoeld in het vorige lid verwijtbaar overschrijdt, wordt de aanvang van het eerste praktijkopleidingsjaar gesteld op de eerste dag van de maand waarin de trainee het aangepaste persoonlijk ontwikkelplan heeft ingediend.

  • 3 De trainee kan in overleg met de praktijkbegeleider het persoonlijk ontwikkelingsplan aanpassen. De aanpassing vindt plaats door een nieuw persoonlijk ontwikkelingsplan in te dienen dan wel in het jaarplan aan te geven waar van het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt afgeweken.

Artikel 40

  • 1 Bij de aanvang van het tweede en het derde praktijkopleidingsjaar stelt de trainee in overleg met de praktijkbegeleider een jaarplan op.

  • 2 Een trainee dient binnen vier weken na aanvang van een praktijkopleidingsjaar het jaarplan ter beoordeling in.

  • 3 Uit een jaarplan blijkt de planning van de trainee over de wijze waarop hij zal voldoen aan de bij en krachtens de verordening gestelde eisen.

  • 4 De trainee kan in overleg met de praktijkbegeleider het jaarplan aanpassen. De aanpassing blijkt uit de halfjaarrapportages met betrekking tot het desbetreffende praktijkopleidingsjaar.

  • 5 Indien een trainee gedurende een praktijkopleidingsjaar de praktijkopleiding onderbreekt of een dienstverband aangaat met een andere werkgever, stelt de trainee een aangepast jaarplan op voor het praktijkopleidingsjaar waarin de onderbreking heeft plaatsgevonden of een ander dienstverband is aangegaan.

  • 6 De trainee past een jaarplan dat door de beoordelaar niet is goedgekeurd in overleg met zijn praktijkbegeleider aan in overeenstemming met het commentaar van de beoordelaar en legt het jaarplan opnieuw ter goedkeuring voor.

Artikel 41

  • 1 In een praktijkopleidingsjaar dient een trainee periodieke rapportages in.

  • 2 Periodieke rapportages omvatten halfjaarrapportages en jaarrapportages.

Artikel 42

  • 1 Per praktijkopleidingsjaar stelt een trainee twee halfjaarrapportages op.

  • 2 Een trainee dient binnen zeven maanden na aanvang van een praktijkopleidingsjaar de eerste halfjaarrapportage ter beoordeling in.

  • 3 De halfjaarrapportage betreft de weerslag van een gesprek tussen trainee en praktijkbegeleider.

  • 4 Tijdens het gesprek evalueren trainee en praktijkbegeleider de voortgang van de praktijkopleiding en de ontwikkeling van de vaardigheden en beroepshouding van de trainee.

  • 5 De trainee dient de halfjaarrapportage ter beoordeling in bij de beoordelaar.

  • 6 De trainee past in overleg met zijn praktijkbegeleider een halfjaarrapportage die door de beoordelaar is afgekeurd aan in overeenstemming met het commentaar van de beoordelaar en legt de rapportage binnen twee weken na ontvangst van het commentaar opnieuw ter goedkeuring voor.

Artikel 43

  • 1 Aan het einde van een praktijkopleidingsjaar stelt trainee een jaarrapportage op.

  • 2 Een trainee dient binnen vier weken na afloop van een praktijkopleidingsjaar de jaarrapportage ter beoordeling in.

  • 3 In een jaarrapportage:

    • a. beschrijft de trainee opdrachten die hij tijdens het praktijkopleidingsjaar heeft uitgevoerd en legt daarbij een verband met:

      • de wet en regelgeving die betrekking heeft op de beschreven opdrachten; en

      • de realisatie van de eindtermen.

    • b. brengt de trainee door middel van de uitwerking van één of meer dilemma’s die zich in het praktijkopleidingsjaar hebben voorgedaan en een reflectie op de leerdoelen die trainee zich in het persoonlijk ontwikkelingsplan heeft gesteld, tot uitdrukking dat hij zich professioneel ontwikkelt.

  • 4 De trainee verwerkt de tweede halfjaarrapportage voor een praktijkopleidingsjaar in de jaarrapportage voor dat praktijkopleidingsjaar.

  • 5 De trainee dient de jaarrapportage ter beoordeling in bij de beoordelaar.

  • 6 De trainee past in overleg met zijn praktijkbegeleider een jaarrapportage die door de beoordelaar is afgekeurd aan in overeenstemming met het commentaar van de beoordelaar en legt de rapportage binnen twee weken na ontvangst van het commentaar opnieuw ter goedkeuring voor.

Artikel 44

  • 1 De trainee voert tijdens de praktijkopleiding een ICAIS-opdracht uit en beschrijft de uitvoering in een verslag.

  • 2 De uit te voeren ICAIS-opdracht past bij de oriëntatie die de trainee volgt.

  • 3 De trainee legt bij de beschrijving van de uitvoering van de opdracht de relatie met de relevante wet- en regelgeving.

  • 4 De trainee dient het verslag voorzien van de bevestiging, bedoeld in artikel 20, vijfde lid ter beoordeling in bij:

    • a. de beoordelaar; of

    • b. de onderwijsinstelling waar de trainee de opleiding, niet zijnde de praktijkopleiding, tot accountant volgt.

  • 5 De trainee past het verslag over de uitvoering van een ICAIS-opdracht die door de beoordelaar of de onderwijsinstelling is afgekeurd, aan in overeenstemming met het ontvangen commentaar en legt de opdracht binnen twee weken na ontvangst van het commentaar opnieuw ter goedkeuring voor.

Artikel 45

  • 1 De trainee houdt tijdens de praktijkopleiding een uren- en eindtermenregistratieformulier bij.

  • 2 Het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door het bestuur.

  • 3 In het formulier registreert de trainee:

    • a. per uitgevoerde opdracht de uren bij die zijn voorgeschreven met de eindtermen;

    • b. de mate waarin hij in een jaar voldoet aan de eindtermen; en

    • c. de relatie met de werkzaamheden die zijn beschreven in de halfjaar- en jaarrapportages.

Artikel 46

  • 1 In het eerste en tweede praktijkopleidingsjaar neemt de trainee deel aan ten minste twee intervisiegesprekken per praktijkopleidingsjaar.

  • 2 In een intervisiegesprek brengt een trainee een aangelegenheid in die zich bij de uitoefening van zijn werkzaamheden voor heeft gedaan en bespreekt dat met de andere deelnemers aan het intervisiegesprek.

  • 3 Een trainee die niet in staat is aan een intervisiegesprek deel te nemen, stelt een schriftelijke rapportage op over een aangelegenheid die zich bij de uitoefening van zijn werkzaamheden voor heeft gedaan en bespreekt deze rapportage met de intervisiecoach.

  • 4 In afwijking van het eerste lid, neemt een trainee die voor de aanvang van het derde praktijkopleidingsjaar de praktijkopleiding onderbreekt, gedurende de periode waarin hij de praktijkopleiding onderbreekt, deel aan één intervisiegesprek per half jaar, met een maximum van twee.

Artikel 47

Een trainee die voorafgaand aan de aanvang van de praktijkopleiding voor meer dan vier jaren relevante werkervaring heeft opgedaan in één van de oriëntaties, bedoeld in artikel 2, kan het bestuur schriftelijk verzoeken om een verkorting van de duur van de praktijkopleiding met één praktijkopleidingsjaar, mits de werkervaring:

  • a. is opgedaan binnen een dienstverband van ten minste 32 uren; en

  • b. is opgedaan binnen een periode van vijf jaren voorafgaand aan het verzoek om verkorting.

Artikel 48

Een trainee die voorafgaand aan de aanvang van de praktijkopleiding voor meer dan acht jaren relevante werkervaring heeft opgedaan in één van de oriëntaties, bedoeld in artikel 2, kan het bestuur schriftelijk verzoeken om een verkorting van de praktijkopleiding van twee praktijkopleidingsjaren, mits de werkervaring:

  • a. is opgedaan binnen een dienstverband van ten minste 32 uren; en

  • b. is opgedaan binnen een periode van tien jaren voorafgaand aan het verzoek om verkorting.

Artikel 49

  • 1 Een verzoek als bedoeld in artikel 47 of artikel 48 wordt vergezeld van:

    • a. Een ingevuld, door het bestuur vastgesteld ‘formulier verkortingsverzoek’

    • b. twee of meer referentieverklaringen van de eindverantwoordelijke accountants waaronder de trainee heeft gewerkt;

    • c. een rapportage over de uitgevoerde werkzaamheden.

  • 2 Een trainee die de oriëntatie accountancy-mkb volgt kan eveneens om een vrijstelling verzoeken van één van de werkdomeinen, bedoeld in artikel 55, onderdeel b en c.

Paragraaf 4.3. bijzondere bepalingen voor de oriëntatie assurance

Artikel 50

De bepalingen in deze paragraaf hebben uitsluitend betrekking op de trainees die de praktijkopleiding volgen in de oriëntatie assurance.

Artikel 51

Gedurende zijn praktijkopleiding doet de trainee vaardigheden op in de volgende werkdomeinen:

  • a. jaarrekeningcontroles; en

  • b. overige assurance-opdrachten.

Artikel 52

In het tweede praktijkopleidingsjaar is de trainee bij alle fasen van de uitvoering van een controle-opdracht betrokken.

Artikel 53

  • 1 Gedurende de praktijkopleiding is de trainee op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar betrokken bij de uitvoering van controle-opdrachten bij ten minste twee van de volgende typen organisaties:

    • a. een handelsonderneming;

    • b. een productie-onderneming;

    • c. een dienstverlenende organisatie;

    • d. een financiële instelling; en

    • e. een overheidsorganisatie.

  • 2 Ten minste een van de controle-opdrachten, bedoeld in het vorige lid, wordt uitgevoerd in het derde praktijkopleidingsjaar.

Paragraaf 4.4. bijzondere bepalingen voor de oriëntatie accountancy-MKB

Artikel 54

De bepalingen in deze paragraaf hebben uitsluitend betrekking op de trainees die de praktijkopleiding volgen in de oriëntatie accountancy-mkb.

Artikel 55

Gedurende zijn praktijkopleiding doet de trainee vaardigheden op in de volgende werkdomeinen:

  • a. overige assurance-opdrachten;

  • b. samenstellingsopdrachten als bedoeld in de begrippenlijst van de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden waaronder voor de toepassing van dit artikel mede fiscale aangiften worden begrepen;

  • c. fiscale advisering; en

  • d. bedrijfseconomische advisering.

Artikel 56

In het tweede praktijkopleidingsjaar is de trainee betrokken bij alle fasen van de uitvoering van een samenstellingsopdracht.

Artikel 57

In het derde praktijkopleidingsjaar is de trainee op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar betrokken bij:

  • a. de uitvoering ten minste twee relatief complexe overige assurance-opdrachten;

  • b. een fiscale adviesopdracht.

Hoofdstuk 5. Het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding

Artikel 58

  • 1 Het examen wordt afgenomen op basis van het portfolio.

  • 2 Tijdens het examen toont trainee aan te kunnen functioneren op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar.

  • 3 De examinatoren staan tot de trainee niet in een relatie die de objectieve oordeelsvorming over het kennen en kunnen van de trainee tijdens het examen in de weg kan staan.

  • 4 De examinatoren bespreken vooraf de inhoud van het mondeling examen ter afsluiting van de praktijkopleiding en de rolverdeling tijdens het examen.

  • 5 Aan het mondeling examen wordt een cijfer toegekend op een schaal van een tot tien.

Artikel 59

  • 1 Een trainee wordt toegelaten tot het examen als:

    • a. de trainee het portfolio heeft voltooid;

    • b. de trainee getuigschriften heeft overgelegd waaruit blijkt dat de trainee de opleiding tot accountant, bedoeld in artikel 46 van de wet, niet zijnde de praktijkopleiding, bedoeld in artikel 47 van de wet, succesvol heeft afgerond;

    • c. de trainee bewijzen van deelname heeft overgelegd waaruit blijkt dat de trainee heeft deelgenomen aan:

      • ten minste negen trainingsdagen of documenten waaruit blijkt dat aan de trainee een vrijstelling van trainingsdagen is verleend;

      • ten minste vier intervisiegesprekken; en

      • indien van toepassing ten minste zes begeleidingsdagen; en

      • het referaat.

  • 2 Een portfolio is voltooid als daarin zijn opgenomen:

    • a. het persoonlijk ontwikkelingsplan;

    • b. ten minste twee jaarplannen;

    • c. ten minste drie jaarrapportages;

    • d. ten minste zes halfjaarrapportages;

    • e. de uitwerking van de ICAIS opdracht, als bedoeld in artikel 44, eerste lid;

    • f. de casusbeschrijving; en

    • g. een volledig ingevuld uren- en eindtermenregistratieformulier.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, wordt een trainee waarop artikel 47 van toepassing is, toegelaten tot het examen als trainee bewijzen van deelname heeft overgelegd waaruit blijkt dat de trainee heeft deelgenomen aan:

    • a. ten minste negen trainingsdagen of documenten waaruit blijkt dat aan de trainee een vrijstelling van trainingsdagen is verleend;

    • b. ten minste twee intervisiegesprekken; en

    • c. indien van toepassing ten minste zes begeleidingsdagen.

  • 4 In afwijking van het tweede lid is een portfolio van een trainee waarop artikel 47 van toepassing is, voltooid als daarin zijn opgenomen:

    • a. het persoonlijk ontwikkelingsplan;

    • b. ten minste één jaarplan

    • c. ten minste twee jaarrapportages;

    • d. ten minste vier halfjaarrapportages;

    • e. de uitwerking van de ICAIS opdracht, als bedoeld in artikel 44, eerste lid;

    • f. de casusbeschrijving; en

    • g. een ingevuld uren- en eindtermenregistratieformulier.

  • 5 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, wordt een trainee waarop artikel 48 van toepassing is, toegelaten tot het examen als trainee bewijzen van deelname heeft overgelegd waaruit blijkt dat de trainee heeft deelgenomen aan:

    • a. ten minste negen trainingsdagen of documenten waaruit blijkt dat aan de trainee een vrijstelling van trainingsdagen is verleend;

    • b. ten minste twee intervisiegesprekken; en

    • c. indien van toepassing ten minste zes begeleidingsdagen.

  • 6 In afwijking van het tweede lid is een portfolio van een trainee waarop artikel 48 van toepassing is, voltooid als daarin zijn opgenomen:

    • a. het persoonlijk ontwikkelingsplan;

    • b. ten minste één jaarrapportage;

    • c. ten minste twee halfjaarrapportages;

    • d. de uitwerking van de ICAIS opdracht, als bedoeld in artikel 44, eerste lid;

    • e. de casusbeschrijving; en

    • f. een ingevuld uren- en eindtermenregistratieformulier.

Artikel 60

Indien een trainee met de praktijkopleiding is gestart voor 1 januari 2017 kan het bestuur voorwaarden verbinden aan zijn toelating tot het examen indien de trainee niet voor 1 september 2021 het examen met goed gevolg aflegt.

Hoofdstuk 6. Toezicht

Artikel 61

  • 1 Het bestuur wijst waarnemers aan die toezien op een goede uitvoering van de praktijkopleiding.

  • 2 Waarnemers, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, kunnen:

    • a. mondelinge examens bijwonen;

    • b. referaatgroepen bijwonen;

    • c. intervisiegesprekken bijwonen;

    • d. trainingsdagen bijwonen;

    • e. jaarevaluaties van stagebureaus inzien.

    • f. praktijkopleidingsdossiers inzien.

  • 3 Waarnemers leggen periodiek beoordelingsbezoeken aan stagebureaus af.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 63

Op de praktijkopleiding en het examen van de trainee zijn de eindtermen van toepassing indien de trainee:

  • a. na 1 januari 2017 zijn praktijkopleiding begint; of

  • b. voor 1 januari 2017 de praktijkopleiding is begonnen en niet voor 1 september 2021 het examen met goed gevolg heeft afgerond.

Artikel 64

  • 2 Tenzij een trainee er uiterlijk op 31 december 2017 voor kiest de praktijkopleiding af te ronden met toepassing van de bepalingen in de Nadere voorschriften op de praktijkopleidingen voor zover deze betrekking hebben op de afstudeerscriptie, blijven deze bepalingen in afwijking van het vorige lid buiten toepassing waarvoor in de plaats de artikelen in deze nadere voorschriften van toepassing zijn die betrekking hebben op het referaat.

Artikel 65

  • 1 Het bestuur staat een trainee die voor 1 januari 2017 zijn praktijkopleiding is begonnen onder nader te stellen voorwaarden toe de praktijkopleiding voort te zetten met toepassing van de eindtermen mits de trainee de keuze daarvoor uiterlijk op 31 augustus 2017 bekend maakt.

  • 2 Het bestuur stelt met inachtneming van de eindtermen nadere voorwaarden aan de voortzetting van de praktijkopleiding met toepassing de eindtermen door een trainee die voor 1 januari 2017 zijn praktijkopleiding is begonnen de keuze daarvoor bekend maakt na 1 september 2017.

  • 3 De keuze, bedoeld in het eerste en tweede lid, maakt de trainee schriftelijk aan het bestuur bekend en maakt daarbij gebruik van een door het bestuur vastgesteld formulier.

  • 4 Een keuze als bedoeld in het eerste en tweede lid, is onherroepelijk.

Artikel 66

  • 1 Het bestuur staat een trainee die voor 1 september 2016 de praktijkopleiding AA is begonnen, onder nader te stellen voorwaarden toe de praktijkopleiding na 1 januari 2017 voort te zetten in de oriëntatie accountancy-mkb.

  • 2 Het bestuur maakt de voorwaarden, bedoeld in het vorige lid, bekend op de website van de beroepsorganisatie.

Artikel 67

  • 1 Deze nadere voorschriften treden in werking op 1 januari 2017.

  • 2 Deze nadere voorschriften worden aangehaald als: Nadere voorschriften praktijkopleidingen 2017.

, Vastgesteld door het bestuur van de Koninklijke Nederlandse beroepsorganisatie van accountants op 6 december 2016