Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregels financiële sanering toegelaten instellingen 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Beleidsregels financiële sanering toegelaten instellingen 2017

De directie van WSW, namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst, en gezien de schriftelijke instemming van de Minister voor Wonen en Rijksdienst,

Het navolgende betreft de vaststelling van beleidsregels als bedoeld in artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, inzake het nemen van besluiten ten aanzien van de financiële sanering van toegelaten instellingen in 2017 (Beleidsregels financiële sanering toegelaten instellingen 2017)

Inleiding

De Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting is op 1 juli 2015 in werking getreden. Artikel 57, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet bepaalt dat een toegelaten instelling subsidie kan ontvangen ten behoeve van de sanering van de toegelaten instelling. De regels met betrekking tot deze subsidie zijn nadere uitgewerkt in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV). De wet biedt de mogelijkheid om deze saneringstaak te mandateren aan de borgingsvoorziening (artikel 59, lid 2, van de Woningwet). Met het Besluit mandatering Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw financiële sanering toegelaten instellingen is de saneringstaak aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) gemandateerd. In dit mandaatbesluit is opgenomen dat WSW beleidsregels na voorafgaande instemming van de Minister voor Wonen en Rijksdienst kan vaststellen en op de volgende vier onderwerpen beleidsregels moet vaststellen:

  • Kwijtschelding van de saneringsbijdrage;

  • Het moment waarop een toegelaten instelling in aanmerking kan komen voor sanering;

  • Het betrekken van de gemeentelijke zienswijze bij de beoordeling van een saneringsplan;

  • De door WSW te hanteren termijnen ten behoeve van de saneringsaanvraag en beoordeling.

In 2016 heeft WSW een werkwijze over de sanering voor toegelaten instellingen gepubliceerd, die verwijst naar de regelgeving rond de sanering. Dit besluit heeft alleen betrekking op de vier onderwerpen waarover beleidsregels moeten worden vastgesteld.

1. Kwijtschelding van de saneringsbijdrage

Artikel 118 lid 1, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Btiv) bepaalt dat een toegelaten instelling kan verzoeken om de verschuldigde bijdrage kwijt te schelden, indien die toegelaten instelling niet over de financiële middelen beschikt om haar werkzaamheden te kunnen voortzetten.

Een verzoek tot kwijtschelding van de saneringsheffing dient binnen zes weken na ontvangst van de saneringsheffing schriftelijk te worden gedaan aan WSW. Een verzoek schorst niet de verplichting tot betaling van de saneringsheffing. Indien WSW besluit tot kwijtschelding, wordt de rente vergoed over de periode waarover ten onrechte is betaald. In de gevallen waarin toegelaten instellingen een subsidie is verstrekt op basis van artikel 57, lid 1, sub a, van de Woningwet, wordt ambtshalve kwijtschelding verleend, als ten aanzien van deze subsidie geen vaststellingsbeschikking genomen is.

2. Het moment waarop een toegelaten instelling in aanmerking kan komen voor sanering

Artikel 112, lid 1, onder a, van het Btiv bepaalt dat in beginsel saneringssubsidie beschikbaar is voor een toegelaten instelling die niet in staat is om de betrokken werkzaamheden die behoren tot de diensten van algemeen economisch belang te kunnen verrichten of voortzetten.

Een toegelaten instelling kan in aanmerking komen voor saneringssteun, indien de instelling niet langer zelfstandig tot financieel herstel kan komen en de noodzakelijk geachte diensten van algemeen economisch belang daardoor niet langer kunnen worden verricht of voortgezet. Een situatie dat een instelling niet langer zelfstandig tot financieel herstel kan komen wordt in ieder geval geacht te bestaan als een aan de borgingsvoorziening deelnemende instelling niet voldoet aan de voorwaarden voor de borging.

3. Het betrekken van de gemeentelijke zienswijze bij de beoordeling van een saneringsplan

De saneringssubsidie wordt (volgens artikel 112 lid 1 onder b BTIV) uitsluitend verstrekt indien het verrichten of voortzetten van die (DAEB) werkzaamheden naar het oordeel van burgemeester en wethouders van de gemeenten waar zij worden verricht noodzakelijk is voor het in stand houden van voldoende woongelegenheden in die gemeenten.

Bij de subsidieaanvraag moet voor iedere afzonderlijke gemeente blijken of voor de (DAEB) werkzaamheden die zijn genoemd in het saneringsplan en die worden verricht in de betreffende gemeente, geldt, dat het verrichten of voortzetten naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk is voor het in stand houden van voldoende woongelegenheden in de gemeente.

4. De door WSW te hanteren termijnen ten behoeve van de saneringsaanvraag en beoordeling

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt op aanvragen voor saneringssubsidie als bedoeld in artikel 111 van het BTIV, binnen 8 weken beslist. Zoals de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt kan deze termijn langer zijn als WSW dit heeft gemeld aan de aanvrager, onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. De termijn kan worden opgeschort indien de aanvrager is gevraagd om de aanvraag en of het saneringsplan aan te vullen of aan te passen.

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2017 en vervangen de beleidsregels financiële sanering toegelaten instellingen 2016.

De

Minister

voor Wonen en Rijksdienst,
namens deze,

directeur Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw,

E. Wilders