Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregels aanwijzen en toezicht accountantsopleidingen

Geldend van 31-12-2016 t/m heden

Beleidsregels aanwijzen en toezicht accountantsopleidingen

Voor inschrijving in het accountantsregister van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) dienen kandidaten op grond van artikel 38 van de Wet op het accountantsberoep (Wab) een opleiding gevolgd te hebben die voldoet aan de in artikel 49 Wab, tweede lid, onder a bedoelde eindtermen.

Aan de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) komt op grond van artikel 49 Wab, tweede lid, onder b de bevoegdheid toe opleidingen aan te wijzen die geheel of gedeeltelijk voldoen aan de in artikel 49 Wab, eerste lid, onder a bedoelde eindtermen, met uitzondering van de eindtermen die betrekking hebben op de praktijkopleiding, voor zover deze opleidingen niet zijn geaccrediteerd overeenkomstig artikel 5a.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of niet de toets nieuwe opleiding overeenkomstig artikel 5a.11 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek met positief gevolg hebben ondergaan.

Op grond van artikel 50 Wab dienen de opleidingsinstituten wier opleiding op grond van artikel 49, tweede lid, onderdeel b Wab, is aangewezen desgevraagd alle inlichtingen die de commissie voor haar taakuitvoering nodig heeft te verstrekken. De commissie kan voorwaarden verbinden aan de aanwijzing, bedoeld in artikel 49, tweede lid, onderdeel b Wab.

De commissie kan de aanwijzing, bedoeld in artikel 49, tweede lid, onderdeel b Wab, intrekken indien de opleiding niet voldoet aan de eindtermen, bedoeld in dat onderdeel.

CEA verstrekt aan een opleiding een aanwijzing voor onbepaalde duur als de opleiding kan aantonen dat zij voldoet aan de eindtermen en het bijbehorende toezichtkader zoals die door CEA zijn vastgesteld. CEA trekt een eenmaal verstrekte aanwijzing in beginsel in indien en zodra een opleiding niet meer blijkt te voldoen aan de eindtermen. Om vast te kunnen stellen of opleidingen na de aanwijzing blijven voldoen aan de eindtermen en aan de voorwaarden die aan de aanwijzing zijn verbonden, houdt CEA doorlopend toezicht op door haar aangewezen opleidingen.

CEA wijst alleen Nederlandse accountantsopleidingen aan. De eindtermen zijn immers specifiek voor Nederlandse opleidingen vastgesteld. Het wettelijk regime gaat er van uit dat studenten die in Nederland een accountantsopleiding volgen, ingeschreven kunnen worden in het accountantsregister als zij een opleiding hebben gevolgd die voldoet aan de eindtermen. Het aanwijzen van buitenlandse accountantsopleidingen behoort niet tot de taak en daarmee ook niet tot de bevoegdheid van CEA. Het wettelijk kader biedt CEA dan ook geen instrumenten om toezicht uit te oefenen op buitenlandse opleidingen of handhavend jegens hen op te treden. Voor personen die een buitenlandse accountantsopleiding hebben gevolgd, biedt de verklaring van vakbekwaamheid toegang tot het Nederlandse accountantsregister.

Onderstaande beleidsregels bepalen hoe CEA invulling geeft aan de bevoegdheid om aanwijzingen te verstrekken in de zin van artikel 49, tweede lid, onder b van de Wet op het accountantsberoep, daar voorwaarden aan te verbinden dan wel een verstrekte aanwijzing te wijzigen of in te trekken. De beleidsregels zien voorts op de wijze waarop CEA invulling geeft aan het doorlopende toezicht op aangewezen opleidingen. CEA differentieert de intensiteit van haar toezicht op basis van risicoanalyse en bevindingen (uit het verleden).

Regels

Hoofdstuk 1. – Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a. Aanvraag: een verzoek van een belanghebbende opleiding aan CEA om een aanwijzing op grond van artikel 49, tweede lid, onder b Wab;

  • b. Aanwijzing: een besluit, als bedoeld in artikel 49, tweede lid, onder a Wab, inhoudende dat een opleiding aan de eindtermen voldoet;

  • c. Adviescommissie: een door CEA benoemde persoon of ingesteld college, niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van CEA, belast met het adviseren van CEA over het te nemen besluit ter zake van het aanwijzen van een opleiding;

  • d. Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • e. Basisset van informatie: een periodieke set van informatie die CEA minimaal nodig heeft om te beoordelen of een theoretische opleiding voldoet aan de eindtermen;

  • f. Eindtermen: de normen zoals bedoeld in artikel 49, tweede lid, onder a Wab waarin is vastgelegd welke kennis, vaardigheden en gedrag vaneen beginnend beroepsoefenaar onderdeel moeten vormen van de accountantsopleiding;

  • g. CEA: Commissie Eindtermen Accountantsopleiding als bedoeld in artikel 49, eerste lid Wab;

  • h. Doorlopend toezicht: een voortdurend systematisch proces voor het verzamelen van informatie over, het vormen van een oordeel over en indien daar aanleiding voor is interveniëren bij een opleiding. CEA houdt doorlopend toezicht om te beoordelen of de opleiding aan de eindtermen voldoet;

  • i. Kwaliteitssysteem: systeem van kwaliteitsborging bestaande uit regelgeving, voorschriften, vastgestelde (beleids)kaders, controleerbare processen en procedures met als doel de eindtermen te borgen;

  • j. Opleiding: een samenhangend geheel van onder meer onderwijseenheden, docenten, faciliteiten en organisatie van een onderwijsinstelling of andersoortige organisatie die ten doel heeft studenten op te leiden voor (één of meer van de opleidingsoriëntaties van) de theoretische opleiding tot accountant zoals bepaald in artikel 46 Wab;

  • k. Opleidingsoriëntatie: deel van de opleiding tot accountant dat specifiek opleidt voor de (toekomstige) beroepspraktijk in aanvulling op de brede, gemeenschappelijke basis van kennis, vaardigheden en gedrag die voor iedereen gelijk is. CEA heeft de volgende opleidingsoriëntaties gedefinieerd:

    • a. Assurance, gericht op het verschaffen van financiële zekerheid en (de wettelijke) controle;

    • b. Accountancy, gericht op bedrijfsvoering en hiermee samenhangende advieswerkzaamheden.

  • l. Studielast: de studielast uitgedrukt in studiepunten zoals bepaald in artikel 7.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • m. Toezichtcategorie: een vorm van toezicht waarbij onderscheid wordt gemaakt in type, mate en frequentie van de toezichtactiviteiten en -instrumenten die CEA inzet om te beoordelen of de opleiding aan de eindtermen voldoet. CEA onderscheidt de volgende toezichtcategorieën:

    • i. Normaal toezicht: de opleiding voldoet aan alle criteria van het toezichtkader en CEA heeft het gefundeerde vertrouwen dat de opleiding de eindtermen borgt;

    • ii. Actief toezicht: de opleiding voldoet niet aan één van de criteria in het toezichtkader waarbij CEA het vertrouwen heeft dat de opleiding de bevindingen adresseert

    • iii. Verscherpt toezicht: CEA constateert ofwel dat er niet op competente wijze leiding wordt gegeven aan de opleiding en/of dat de opleiding niet aan meerdere criteria in het toezichtkader voldoet waarbij CEA gerede twijfel heeft of de opleiding de bevindingen zelfstandig kan adresseren.

  • n. Toezichtkader: kader waarin CEA de door haar vastgestelde criteria en instrumenten en het proces van toezicht uiteenzet dat zij hanteert bij de beoordeling of een opleiding voldoet aan de eindtermen;

  • o. Vaststellingsgesprek: een gesprek met de opleiding om aan te geven dat en waarom de opleiding onder verscherpt toezicht is geplaatst;

  • p. Wab: Wet op het accountantsberoep.

Artikel 2. Beleidsregels en toezichtkader

  • 1 CEA stelt een toezichtkader vast met daarin de criteria, de instrumenten en het proces die CEA hanteert bij de beoordeling van een aanvraag van een aanwijzing en het toezicht op de eindtermen van reeds aangewezen opleidingen.

  • 2 Het toezichtkader vormt onderdeel van deze beleidsregels.

  • 3 De beleidsregels en het toezichtkader voor een aanvraag van een aanwijzing en het toezicht op de eindtermen van reeds aangewezen opleidingen worden gepubliceerd op de website van CEA en in de Staatscourant. Ze worden voorts op verzoek beschikbaar gesteld.

Hoofdstuk 2. – Bepalingen m.b.t. de aanwijzing van een theoretische opleiding

Artikel 3. Informatievoorziening t.b.v. aanvraag voor een aanwijzing

  • 1 CEA stelt via haar website informatie beschikbaar over het aanwijzen van opleidingen. Op de website wordt tenminste informatie gegeven over CEA, over de relevante wettelijke bepalingen, over het verstrekken, wijzigen of intrekken van een aanwijzing en over de daarbij gehanteerde procedure, criteria en rechtsmiddelen.

Artikel 4. Aanvraagprocedure

  • 1 CEA neemt een aanvraag in behandeling indien en zodra die is ingediend door middel van het voorgeschreven formulier als bedoeld in lid 2.

  • 2 De CEA stelt de volgende aanvraagformulieren beschikbaar:

    • a. een aanvraagformulier voor een nieuwe aanwijzing van een nieuwe en/of nog niet eerder aangewezen opleiding;

    • b. een aanvraagformulier voor wijziging van een verleende aanwijzing.

  • 3 De aanvraagformulieren als bedoeld in lid 2 zijn op verzoek verkrijgbaar bij het secretariaat van CEA.

  • 4 Een aanvraag voor een aanwijzing kan zowel schriftelijk, in drievoud, als elektronisch bij CEA worden ingediend. Een aanvraag moet worden voorzien van een dagtekening en de handtekening van de aanvrager.

  • 5 Een aanvraag bevat alle gegevens en bescheiden die CEA nodig heeft voor het beoordelen van de aanvraag zoals vermeld op het aanvraagformulier, waaronder in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:

    • a. Algemene gegevens van de (organisatie van de) opleiding en een algemene beschrijving van de instelling;

    • b. Beschrijving van de toelatingsvoorwaarden en instroomvereisten voor de opleiding en eventuele vrijstellingsregelingen;

    • c. Beschrijving van het programma van de opleiding inclusief de opleidingsoriëntatie(s), waaronder in elk geval een beschrijving van de onderwijseenheden die deel uitmaken van de opleiding, de voor te schrijven literatuur, de gehanteerde onderwijsvormen en het examenprogramma/-examenreglement (ten minste de exameneisen en de wijze van toetsing);

    • d. Beschrijving van de overeenstemming van het opleidings-/examenprogramma van de opleiding met de door CEA vastgestelde eindtermen, via de modellen zoals door CEA beschikbaar gesteld;

    • e. Beschrijving van het kwaliteitssysteem van de opleiding ter borging van de eindtermen in het curriculum en het toetsprogramma;

    • f. Overzicht van de docenten per onderwijseenheid, inclusief recent CV (of profielschets indien nog geen docenten zijn aangesteld);

    • g. Indien de opleiding slechts gedeeltelijk aan de eindtermen voldoet: de wijze waarop en de opleidingen waarmee de studenten aan de overige door CEA gestelde eindtermen kunnen gaan voldoen;

    • h. Beschrijving van de voorwaarden en het proces voor de uitstroom om te borgen dat een student aan alle eindtermen heeft voldaan bij uitgifte van een getuigschrift.

  • 6 Na indiening van de aanvraag verstrekt CEA aan de aanvrager zo spoedig mogelijk een overzicht van de voor behandeling van deze specifieke aanvraag benodigde (aanvullende) informatie.

Artikel 5. Behandeling aanvraag

  • 1 CEA kan voor de beoordeling van de aanvraag een adviescommissie inschakelen.

  • 2 CEA en de door CEA ingestelde adviescommissie kunnen de aanvrager ook na de aanvankelijk verzochte informatie om aanvullende gegevens en bescheiden verzoeken indien dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is. CEA kan ten behoeve van de beoordeling van en het besluit over de aanvraag externe deskundigen inschakelen.

Artikel 6. Criteria voor de beoordeling van een aanvraag

  • 1 CEA beoordeelt een aanvraag voor een aanwijzing aan de hand van de volgende criteria. De aanvrager:

    • a. toont aan dat de door CEA vastgestelde eindtermen op eindniveau in het curriculum en de examinering van de opleiding heeft opgenomen, en

    • b. toont aan dat de opleiding minimaal de kennis en vaardigheden omvat die nodig zijn om het eindniveau van de eindtermen van de kernvakken en het profielvak van de desbetreffende opleidingsoriëntatie te bereiken, en

    • c. toont aan dat de opleiding voldoet aan de criteria van het toezichtkader theoretische opleidingen, en

    • d. voornemens is de opleiding binnen een jaar na het moment van de aanvraag van de aanwijzing aan te bieden en daadwerkelijk te verzorgen, en

    • e. voldoende waarborgen biedt voor het in continuïteit verzorgen van de opleiding zodat ingeschreven studenten in staat worden gesteld alle kennis en vaardigheden op te doen die voor het bereiken van de eindtermen nodig zijn, en

    • f. de geldigheidsduur van tentamens, examens en studiefasen heeft geregeld en wel zodanig dat deze geldigheid voor de eindtermen op eindniveau van de kern- en de profiel vakken voor de desbetreffende opleidingsoriëntaties maximaal 6 jaar bedraagt, en

    • g. participeert in een systeem van landelijke examens met een landelijk examenreglement voor het vak Audit & Assurance uitsluitend bij de opleidingsoriëntatie Assurance, waarop naar het oordeel van CEA adequaat toezicht wordt gehouden, en

    • h. een theoretisch getuigschrift uitreikt aan studenten die met goed gevolg de opleiding als bedoeld in artikel 46 Wab met uitzondering van de eindtermen van de praktijkopleiding hebben voltooid, en

    • i. toezegt haar medewerking te verlenen aan het doorlopende toezicht op de opleiding, waaronder periodieke toezichtactiviteiten door de CEA en periodieke gesprekken tussen de opleiding en CEA.

  • 2 Indien de aanbieder van een opleiding het volledige onderwijsprogramma op meerdere locaties verzorgt dan dient voor elke locatie afzonderlijk een aanwijzing aangevraagd te worden, tenzij de opleiding op alle locaties identiek is. Een opleiding op meerdere locaties wordt als identiek aangemerkt indien het onderwijsprogramma en de toetsing identiek zijn, docenten van gelijke kwaliteit en competenties zijn en de organisatorische aansturing door dezelfde persoon of groep van personen plaatsvindt.

  • 3 CEA neemt alleen aanvragen voor aanwijzing van Nederlandse accountants-opleidingen in behandeling.

    • a. Er is in ieder geval geen sprake van een Nederlandse accountantsopleiding als:

      • i. de instelling die de accountantsopleiding aanbiedt en verzorgt niet in Nederland gevestigd is;

      • ii. de accountantsopleiding niet (specifiek) gericht is op het voldoen aan de door CEA vastgestelde eindtermen;

      • iii. de studenten van de accountantsopleiding niet zijn ingeschreven bij de instelling in Nederland respectievelijk die instelling niet het theoretisch getuigschrift uitreikt.

    • b. Voorts bepaalt CEA of sprake is van een Nederlandse accountantsopleiding op grond van onder meer de volgende relevante aspecten:

      • i. de mate waarin de instelling in Nederland formele zeggenschap heeft over de accountantsopleiding;

      • ii. de mate waarin de instelling in Nederland verantwoordelijk is voor en aanspreekbaar op de kwaliteitsborging van de accountantsopleiding;

      • iii. de mate waarin de instelling in Nederland bijdraagt aan het verzorgen van het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;

      • iv. de mate van betrokkenheid van docenten van de instelling in Nederland bij het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;

      • v. de mate waarin het onderwijs en de examens tot doel hebben om studenten voor te bereiden op de beroepsuitoefening in Nederland.

  • 4 Het is in een specifieke situatie de combinatie van de verschillende aspecten zoals genoemd in lid 4 van dit artikel die bepaalt of er sprake is van een Nederlandse accountantsopleiding die in aanmerking kan komen voor een aanwijzing door CEA.

Artikel 7. Besluitvorming over een aanvraag

  • 1 Het aanwijzingsbesluit vermeldt de datum van inwerkingtreding van het besluit, de voorwaarden die van toepassing zijn op het aanwijzingsbesluit en een nauwkeurige beschrijving van de opleiding inclusief de opleidingsoriëntatie(s) in termen van vakgebieden en studielast, ter identificatie van de opleiding.

  • 2 Een besluit tot aanwijzing van een opleiding heeft een onbepaalde geldigheidsduur; CEA combineert de aanwijzing voor onbepaalde duur met de uitvoering van doorlopend toezicht.

  • 3 De aanwijzing van een nieuwe en/of een eerder niet aangewezen opleiding valt direct in de toezichtcategorie verscherpt toezicht. CEA zal uiterlijk 3 jaar na verlening van de aanwijzing onderzoeken of de opleiding voldoet aan de eindtermen en bepalen of de aanwijzing voor onbepaalde duur wel in stand kan blijven.

  • 4 Een opleiding:

    • a. kan een aanvraag voor een nieuwe aanwijzing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, sub a vanaf 12 maanden en bij voorkeur vóór 6 maanden voor de datum van de benodigde aanwijzing, bij CEA indienen;

    • b. kan een aanvraag voor een wijziging van de aanwijzing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, sub b vanaf 12 maanden en bij voorkeur vóór 6 maanden voor de datum van de benodigde wijziging, bij CEA indienen;

  • 5 Aan de aanwijzing worden in elk geval de volgende voorwaarden verbonden:

    • a. dat de opleiding voldoende maatregelen neemt om er voor te zorgen dat zij gedurende de aanwijzing blijft voldoen aan de criteria van het toezichtkader;

    • b. dat de opleiding alle medewerking aan CEA verleent die nodig is om te controleren of de criteria zoals genoemd in artikel 6 van deze beleidsregels en de aan de aanwijzing verbonden voorwaarden worden nageleefd. Deze medewerking omvat in ieder geval het op verzoek van de CEA verstrekken van alle relevante gegevens en bescheiden over de opleiding die een aanwijzing heeft;

    • c. dat de aanwijzing kan worden ingetrokken indien de opleiding een jaar na de datum van aanwijzing de opleiding niet verzorgd heeft;

    • d. dat de opleiding alle wijzigingen die relevant (kunnen) zijn voor de verstrekte aanwijzing terstond aan CEA kenbaar maakt, voorzien van alle informatie die CEA nodig heeft om de gevolgen van de wijziging(en) te kunnen beoordelen;

    • e. dat de opleiding incidenten en bijzondere gebeurtenissen die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de kwaliteit en/of samenstelling van de opleiding zoals bepaald in het toezichtkader terstond bij CEA meldt. De melding omvat in ieder geval een aanduiding van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de datum van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de maatregel(en) die de opleiding heeft getroffen of zal gaan treffen, inclusief het tijdstip van de maatregel(en). Nadere informatie over het melden van incidenten en bijzondere gebeurtenissen is te vinden op de website van CEA www.ceaweb.nl.

  • 6 Een aanwijzing is niet overdraagbaar.

Artikel 8. Wijziging van een aanwijzing

  • 1 CEA kan, ambtshalve of op verzoek van de houder van een aanwijzing, de reikwijdte van een reeds verleende aanwijzing wijzigen.

  • 2 CEA kan bij een reeds verstrekte aanwijzing aanvullende algemene of opleidingspecifieke voorwaarden bepalen en reeds bestaande voorwaarden wijzigen.

Artikel 9. Intrekken van een aanwijzing

  • 1 Een besluit tot aanwijzing van een opleiding kan door CEA geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, indien CEA van oordeel is dat de opleiding niet voldoet aan de eindtermen.

  • 2 De aanwijzing wordt in beginsel ingetrokken indien de opleiding of de opleidingsoriëntatie twee achtereenvolgende studiejaren een opleiding tot accountant niet aangeboden en/of verzorgd heeft.

  • 3 CEA kan bij intrekking van de aanwijzing vermelden aan welke voorwaarden de opleiding moet voldoen om weer aangewezen te worden. Dit laat onverlet dat CEA bij de behandeling van de nieuwe aanwijzing zal beoordelen of aan de eindtermen wordt voldaan.

  • 4 Indien CEA voornemens is een aanwijzing in te trekken stelt zij de opleiding in beginsel in de gelegenheid hier haar zienswijze op te geven, tenzij de betrokken belangen zich daartegen verzetten.

  • 5 Tegen een besluit tot intrekken van een aanwijzing kan overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken 6 en 7 Awb bezwaar worden gemaakt. Tegen een uitspraak op een bezwaarschrift kan overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken 6 en 8 Awb beroep worden ingesteld.

Artikel 10. Publiciteit over een aanwijzing

  • 1 CEA maakt een besluit over de verlening of de intrekking van een aanwijzing openbaar.

  • 2 CEA kan besluiten de voorwaarden verbonden aan een aanwijzing te publiceren.

  • 3 CEA verbindt in beginsel steeds voorwaarden aan de aanwijzing die zien op uitingen door de opleiding omtrent de verleende aanwijzing, welke voorwaarden tenminste inhouden dat het een opleiding is toegestaan bekendheid te geven aan een besluit tot aanwijzing van die opleiding door CEA, mits de hiernavolgende bepalingen daarbij in acht worden genomen.

  • 4 Uit de publicatie moet duidelijk blijken welke opleiding is aangewezen. De uiting mag niet de indruk wekken dat de aanwijzing zich uitstrekt tot andere opleidingen, vooropleidingen en/of vervolgopleidingen.

  • 5 De uitingen dienen nauwkeurig en in overeenstemming met de wet en de tekst van het aanwijzingsbesluit te zijn. De opleiding mag geen onjuiste verwachtingen wekken bij (potentiële) studenten of anderen over de reikwijdte van het besluit tot aanwijzing of de mogelijkheden tot inschrijving in het accountantsregister van NBA na voltooiing van de opleiding, welke inschrijving volledig voorbehouden is aan het bestuur van de NBA.

  • 6 Indien CEA van mening is dat een publieke uiting in strijd is met de bepalingen van deze beleidsregels kan zij de opleiding verzoeken de uiting aan te passen en/of ongedaan te maken dan wel te (doen) rectificeren. De opleiding dient aan een dergelijk verzoek van CEA terstond gevolg te geven.

  • 7 Indien CEA een eerder verstrekte aanwijzing geheel of gedeeltelijk heeft ingetrokken, dient de opleiding alle uitingen ter zake van het besluit tot aanwijzing terstond te staken en (potentiële) studenten en/of andere betrokkenen te informeren dat de aanwijzing niet meer van kracht is en welke gevolgen dit heeft voor betreffende (potentiële) studenten.

  • 8 Het gebruik van het CEA-logo bij uitingen over een aanwijzingsbesluit is niet toegestaan.

Hoofdstuk 3. – Bepalingen m.b.t. het toezicht op aangewezen theoretische opleidingen

Artikel 11. Toezicht

  • 1 CEA combineert de verlening van een aanwijzing voor onbepaalde duur met de uitoefening van doorlopend toezicht. In het kader van het doorlopend toezicht beoordeelt zij of aangewezen opleidingen (nog steeds) voldoen aan de eindtermen en of de voorwaarden die aan een aanwijzing zijn verbonden (tijdig) zijn of worden vervuld.

  • 2 CEA maakt in het kader van haar doorlopend toezicht onderscheid in drie toezichtcategorieën. CEA differentieert aard, inhoud en intensiteit van haar toezichtactiviteiten op basis van risicoanalyse en bevindingen al naar gelang de indeling in één van de volgende toezichtcategorieën, te weten normaal, actief en verscherpt toezicht.

  • 3 CEA kan bij het bepalen van aard, inhoud en intensiteit van haar toezicht de mate waarin zij kan vertrouwen op de maatregelen die de opleiding en/of de samenwerking van opleidingen zelf neemt betrekken.

Artikel 12. Informatievoorziening t.b.v. toezicht

  • 1 Ten behoeve van het toezicht van CEA zoals bedoeld in artikel 11, vraagt CEA periodiek en indien nodig gericht informatie op bij de aangewezen opleidingen. Voorts kan CEA de vertegenwoordigers van die opleidingen mondeling om inlichtingen of toelichtingen vragen.

  • 2 De periodieke informatie omvat in ieder geval een basisset van informatie die de opleiding jaarlijks op een door CEA nader te bepalen termijn aan CEA toe stuurt.

  • 3 CEA kan ook na de aanvankelijk verzochte informatie om aanvullende gegevens en bescheiden verzoeken indien dit voor het toezicht noodzakelijk is. CEA kan de opleidingen mondeling en/of schriftelijk om inlichtingen of toelichtingen vragen.

  • 4 Een opleiding is verplicht CEA onverwijld op eigen initiatief in kennis te stellen van alle wijzigingen die voor de verleende aanwijzing relevant (kunnen) zijn.

  • 5 Een opleiding meldt alle incidenten en bijzondere gebeurtenissen na verlening van de aanwijzing die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de kwaliteit en/of samenstelling van de opleiding terstond bij CEA. De melding omvat in ieder geval een aanduiding van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de datum van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de maatregel(en) die de opleiding heeft getroffen of zal gaan treffen, inclusief het tijdstip van de maatregel(en). Nadere informatie over het melden van incidenten en bijzondere gebeurtenissen is te vinden op de website van CEA www.ceaweb.nl.

Artikel 13. Criteria voor toezicht

  • 1 Om te toetsen of een opleiding voldoet aan de eindtermen hanteert CEA de volgende criteria:

    • a. de opleiding heeft in opzet, bestaan en werking een adequaat functionerend kwaliteitssysteem ter borging van de eindtermen;

    • b. de opleiding voorziet CEA tijdig van adequate informatie over de voortgang van de opleiding, belangrijke veranderingen in de organisatie van de opleiding en/of incidenten zoals bedoeld in artikel 12, vijfde lid die zich eventueel hebben voorgedaan;

    • c. de leiding van de opleiding geeft op effectieve en competente wijze sturing en uitvoering aan de opleiding, passend bij de risico’s en omstandigheden;

    • d. er worden voldoende waarborgen geboden voor het in continuïteit en stabiliteit verzorgen van de opleiding zodat ingeschreven studenten in staat worden gesteld alle kennis en vaardigheden op te doen die voor het bereiken van de eindtermen nodig zijn;

    • e. de kwaliteit van de docenten is geborgd en de opleiding omvat minimaal de kennis en vaardigheden die nodig zijn om het eindniveau van de eindtermen van de kernvakken en het profielvak van de desbetreffende opleidingsoriëntatie te bereiken;

    • f. De omvang van het docentencorps is geborgd en de kwaliteit van het onderwijs is gegarandeerd door voldoende capaciteit van het docentencorps;

    • g. de door CEA vastgestelde eindtermen zijn op eindniveau in het curriculum en de examinering van de opleiding opgenomen;

    • h. de opleiding heeft het niveau en de kwaliteit van toetsing van de eindtermen gewaarborgd;

    • i. de opleiding beschikt over een gecontroleerd en gedocumenteerd proces met criteria en voorwaarden voor toelating tot en afsluiting van de opleiding en kan aantonen dat een student alle eindtermen heeft gerealiseerd;

    • j. studenten die met goed gevolg de opleiding als bedoeld in artikel 46 Wab met uitzondering van de eindtermen van de praktijkopleiding hebben voltooid krijgen een theoretisch getuigschrift uitgereikt;

    • k. de opleiding toont aan dat het voldoet aan de criteria van het toezichtkader;

    • l. de opleiding zegt toe haar medewerking te verlenen aan het doorlopende toezicht op de opleiding, waaronder periodieke toezichtactiviteiten door de CEA en periodieke gesprekken tussen de opleiding en CEA.

Artikel 14. Wijziging van toezichtcategorie

  • 1 CEA kan de toezichtcategorie van een opleiding wijzigen, indien CEA van oordeel is dat de opleiding op onderdelen niet of niet meer voldoet aan de eindtermen en/of de criteria zoals bepaald in artikel 13 van deze beleidsregels;

  • 2 De bepaling van de toezichtcategorie en daarmee dus de bepaling van de aard, inhoud en intensiteit van haar toezichtactiviteiten is afhankelijk van de door CEA geconstateerde tekortkoming. Bij het bepalen van de toezichtcategorie houdt CEA rekening met alle relevante omstandigheden van het geval en weegt zij de betrokken belangen af. Dit betekent dat CEA bij de beoordeling onder meer met de volgende zaken rekening houdt:

    • a. of eerder sprake was van een tekortkoming;

    • b. in welke mate de tekortkoming verwijtbaar is;

    • c. wat de ernst en de duur van de tekortkoming is;

    • d. in hoeverre betrokkenen medewerking hebben verleend aan het onderzoek door CEA;

    • e. in welke mate door de tekortkoming de student niet heeft voldaan aan de gestelde eindtermen.

      Deze opsomming is niet uitputtend en de weging van de genoemde factoren verschilt van geval tot geval.

  • 3 Indien de opleiding onder verscherpt toezicht valt informeert CEA de opleiding hierover middels een vaststellingsgesprek en geeft aan aan welke criteria bedoeld in artikel 12 niet is voldaan. In het gesprek wordt de intensivering van het toezicht besproken waarin wordt aangekondigd wat de aard, inhoud en omvang van de toezichtactiviteiten zullen zijn.

Slotbepalingen

Artikel 15

De Beleidsregels aanwijzen accountantsopleidingen zoals vastgesteld op 25 maart 2013 en gepubliceerd in de Staatscourant nr. 10074 op 17 april 2013 worden ingetrokken.

Artikel 16

Deze beleidsregels zijn vastgesteld op 14 december 2016 en zijn van kracht met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 17

Deze beleidsregels liggen ter inzage bij het secretariaat van CEA en zijn beschikbaar via de website van de CEA: www.ceaweb.nl De beleidsregels zijn bekend gemaakt door publicatie in de Staatscourant.

Artikel 18

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels aanwijzen en toezicht accountantsopleidingen.

Toezichtkader CEA voor het beoordelen van de theoretische Accountantsopleidingen

1. Inleiding

CEA heeft de wettelijke taak opleidingen aan te wijzen die voldoen aan de door CEA vastgestelde eindtermen. De opleidingen vertalen deze eindtermen – al dan niet in samenwerking met andere opleidingen – naar opleidingsprogramma’s en examens. Het toezichtkader van CEA vormt de leidraad bij het beoordelen van een aanvraag voor een aanwijzing en de uitvoering van het doorlopende toezicht op de naleving van eindtermen.

In dit document is beschreven op welke wijze CEA bij de theoretische opleidingen toetst of aan de eindtermen wordt voldaan. Hiermee beoogt CEA heldere richtlijnen te geven aan de opleidingen en tijdig in te grijpen indien de borging van de eindtermen in het geding is.

2. Regelgevend kader

CEA wijst op grond van artikel 49 Wab lid 2b. opleidingen aan die het theoretisch deel van de accountantsopleiding geheel of gedeeltelijk verzorgen voor zover deze opleidingen niet zijn geaccrediteerd overeenkomstig artikel 5a.9 en 5a.11 van de Wet op het Hoger Onderwijs (WHW). Dit houdt in principe in dat CEA toezicht houdt op het post-initiële deel van theoretische opleidingen. CEA heeft afspraken gemaakt met de NVAO voor wat betreft het toezicht op de initiële opleiding. Op grond van artikel 50 Wab dienen de opleidingsinstituten wier opleiding op grond van artikel 49, tweede lid, onderdeel b Wab, is aangewezen desgevraagd alle inlichtingen die de commissie voor haar taakuitvoering nodig heeft te verstrekken. De commissie kan voorwaarden verbinden aan de aanwijzing, bedoeld in artikel 49, tweede lid, onderdeel b Wab. De commissie kan de aanwijzing, bedoeld in artikel 49, tweede lid, onderdeel b Wab, intrekken indien de opleiding niet voldoet aan de eindtermen, bedoeld in dat onderdeel. In de beleidsregels Aanwijzen en toezicht op de eindtermen van de theoretische accountantsopleiding wordt invulling gegeven aan de wettelijke bevoegdheden van CEA. De beleidsregels en het toezichtkader vormen één geheel. [Link naar beleidsregels] Waar nodig werkt CEA bepaalde beleidsregels of criteria in het toezichtkader uit in beleidsrichtlijnen. Beleidsregels, toezichtkader en beleidsrichtlijnen staan gepubliceerd op de CEA website en zijn ook op te vragen bij CEA.

3. Uitgangspunten toezichtkader

3.1. Gefundeerd vertrouwen

Gefundeerd vertrouwen vormt de basis van het toezicht door CEA. Uitgangspunten voor gefundeerd vertrouwen zijn:

  • Bewezen verantwoordelijkheid van opleidingen (op basis van gedrag en bevindingen uit het verleden);

  • Een adequaat kwaliteitsbeheersingssysteem van de opleiding dat erop toeziet dat de eindtermen geborgd zijn;

  • Actieve informatieverstrekking door opleidingen en het signaleren van risico’s naar aanleiding van veranderingen en ontwikkelingen.

3.2. Aanwijzing van onbepaalde duur in combinatie met doorlopend risicogericht toezicht

CEA verleent aan alle opleidingen een aanwijzing voor onbepaalde duur. Het verlenen van een aanwijzing voor onbepaalde duur combineert CEA met doorlopend risicogericht toezicht. Gedurende het doorlopend toezicht legt CEA de focus op de inhoud en de uitkomsten van de opleiding.

3.3. Variatie in de intensiteit van toezicht

Uitgaande van gefundeerd vertrouwen betekent dit dat de intensiteit van het doorlopend toezicht per opleiding kan verschillen. Daar waar opleidingen aantoonbaar verantwoordelijkheid nemen, een actieve kwaliteitshouding hebben en actief informatie verstrekken zal het toezicht van CEA minder intensief zijn. Het toezicht van CEA zal zich in dit geval kunnen beperken tot het periodiek aanleveren, respectievelijk opvragen van (basis)informatie en het voeren van periodieke beleidsgesprekken die het karakter hebben van informatie-uitwisseling.

CEA gaat ervan uit dat formele aspecten zoals de aanwezigheid en het in stand houden van een adequaat functionerend kwaliteitszorgsysteem een basisvoorwaarde is die hoort bij een actieve kwaliteitshouding van een opleiding noodzakelijk voor de borging van de eindtermen. Bij het geven van een aanwijzing voor onbepaalde duur dient opzet, bestaan en werking van het kwaliteitssysteem door de opleiding te zijn aangetoond en door CEA te zijn vastgesteld. CEA heeft de mogelijkheid om bij een aanwijzing voor onbepaalde duur voorwaarden te stellen en deze indien nodig aan te passen. Dit laatste doet CEA door een wijzigingsbesluit bij de aanwijzing te nemen.

Daar waar CEA op basis van de bevindingen uit haar toezicht meer reden heeft tot zorg over een opleiding zal CEA de intensiteit van haar toezicht verhogen. In dat kader kan CEA verbeterplannen opvragen, actie van de opleiding eisen en mogelijk ook zelf dossieranalyses uitvoeren. Voor de intensiteit van toezicht op de theoretische opleidingen onderscheidt CEA drie categorieën: normaal, actief en verscherpt toezicht.

Normaal toezicht

gefundeerd vertrouwen dat de opleiding de eindtermen borgt

Actief toezicht

vertrouwen dat de opleiding de bevindingen adresseert

Verscherpt toezicht

twijfel of de opleiding (significante) bevindingen zelfstandig adresseert

De indeling van een opleiding in één van deze drie categorieën zal geschieden op basis van een beoordeling op criteria die CEA essentieel acht voor de kwaliteit van de opleiding.

4. Criteria van toezicht

CEA acht onderstaande criteria essentieel voor de adequate borging en dekking van de eindtermen in de opleiding. Per criterium worden uitkomsten geformuleerd die richtinggevend zijn voor hetgeen CEA per criterium van de opleiding verwacht. Het niet voldoen aan het criterium kan betekenen dat CEA de opleiding in een intensiever toezichtcategorie indeelt.

Criteria beoordeling theoretische opleidingen

  • 1 Adequaat functionerend kwaliteitssysteem

    De opleiding toont aan dat opzet, bestaan en werking van het kwaliteitssysteem – noodzakelijk om te bewaken dat de eindtermen in de opleiding zijn gedekt, adequaat is.

    Uitkomsten:

    • De opleiding draagt zorg voor periodieke evaluaties (student, docent, werkgevers) en treft adequate en tijdige maatregelen overeenkomstig de uitkomsten uit de evaluaties

    • De opleiding voert een kwaliteits(zorg)beleid waarin rollen en verantwoordelijkheden duidelijk zijn gedefinieerd.

    • De opleiding investeert in de ontwikkeling en instandhouding van een kwaliteitscultuur.

    • De opleiding draagt zorg voor een goede verankering van het gevoerde kwaliteitsbeleid in organisatie en processen van de opleiding. E.e.a. kan daarbij zichtbaar gemaakt / verankerd worden in o.m. de studiegids, de onderwijs- en examenregeling van de opleiding, regelementen t.b.v. examencommissie en curriculumcommissie, overige beschrijvingen van procedures.

  • 2 De opleiding voldoet aan de actieve informatie- en meldplicht

    De opleiding getuigt van een proactieve en open houding m.b.t. de informatieverstrekking aan CEA. Zij geeft tijdig en op eigen initiatief (voorgenomen) veranderingen/wijzigingen en incidenten door daar waar zij van invloed zijn op de kwaliteit en organisatie van de opleiding of zelfs een risico vormen.

    Uitkomsten:

    • De opleiding voorziet CEA tijdig van adequate informatie over de voortgang van de opleiding, belangrijke veranderingen in de organisatie van de opleiding en/of incidenten die zich hebben voorgedaan.

    • De opleiding verleent medewerking aan de diverse informatie-uitvragen die CEA in het kader van haar toezicht verricht.

  • 3 Competente leiding van de opleiding

    De leiding (bestuur, directie en opleidingsmanagement) geeft op effectieve en competente wijze sturing en uitvoering aan de opleiding en passend bij de omstandigheden.

    Uitkomsten:

    • De leiding getuigt van (zelf)inzicht en (zelf)vertrouwen in de eigen krachten en beperkingen en is in staat (zelfstandig en tijdig) risico’s voor de kwaliteit van de opleiding en de dekking van de eindtermen tegemoet te treden en op te lossen.

    • De ‘toon aan de top’ is gericht op het vergroten en in standhouden van een kwaliteitsbewustzijn onder en kwaliteitshandelen door docenten en medewerkers.

    • De leiding van de opleiding getuigt van een integere houding.

    • De leiding bevordert afstemming respectievelijk integratie tussen de theoretische opleiding en de praktijkopleiding.

  • 4 Continuïteit en stabiliteit van de opleiding gewaarborgd

    De leiding van de opleiding treft adequate maatregelen om de continuïteit en de stabiliteit van de opleiding te waarborgen. De organisatie kan zich voldoende focussen op het onderwijsleerproces waardoor geen risico ontstaat dat eindtermen niet of onvoldoende aan bod komen. Het onderwijs wordt niet verstoord door problemen van discontinuïteit en de leiding draagt er zorg voor dat het onderwijs niet verstoord wordt door veranderingen bij de opleiding of in de omgeving van de opleiding.

    Uitkomsten:

    • De leiding draagt zorg voor maatregelen die de levensvatbaarheid van een opleiding garanderen en er voldoende instroom in de opleiding wordt gegenereerd.

    • De leiding draagt er zorg voor dat voldoende mensen en middelen beschikbaar zijn voor de opleiding.

    • De leiding draagt er zorg voor dat (potentieel verstorende) veranderingen bij de opleiding of in de omgeving van de opleiding, zoals bijv. een overname/fusie, reorganisatie, personele problemen of (negatieve) publiciteit, het onderwijsleerproces niet verstoren.

    • De leiding treft adequate en tijdige maatregelen om negatieve effecten als gevolg van verstorende veranderingen op te lossen.

  • 5 De kwaliteit van docenten is geborgd

    De opleiding kan aantonen dat competente docenten (zowel m.b.t. didactiek, vakdeskundigheid alsmede actuele praktijkervaring) het onderwijs verzorgen en de eindtermen in het onderwijs door docenten zijn geborgd.

    Uitkomsten:

    • De opleiding draagt er zorg voor dat docenten van de opleiding beschikken over actuele vakkennis, actuele praktijkervaring en didactische vaardigheden

    • De opleiding draagt er zorg voor dat docenten de eindtermen die in het curriculum zijn geborgd adequaat naar het onderwijs vertalen.

    • De opleiding monitort de kwaliteit van docenten door de medewerkerstevredenheid en de studenttevredenheid regelmatig te peilen en indien nodig naar aanleiding daarvan adequate maatregelen te treffen.

    • De leiding van de opleiding investeert in de deskundigheidsbevordering van docenten, heeft beleid en visie hierop ontwikkeld en stelt voldoende middelen ter beschikking.

  • 6 De omvang van het docentencorps is geborgd

    De opleiding kan aantonen dat de kwaliteit van het onderwijs is gegarandeerd door voldoende omvang en capaciteit van het docentencorps en er sprake is van adequate kennisuitwisseling tussen de docenten binnen het vakgebied en over de vakgebieden heen.

    Uitkomsten

    • De opleiding draagt zorg voor voldoende docenten om het onderwijs te verzorgen passend bij de omvang van de opleiding.

    • De opleiding draagt er zorg voor dat het docentencorps zodanig breed is samengesteld dat voor alle vakgebieden voldoende deskundigheid aanwezig is.

    • De opleiding draagt er zorg voor dat adequate kennisuitwisseling, inhoudelijke overleg en afstemming binnen het vakgebied en over de vakgebieden heen (integratie) mogelijk is.

  • 7 Curriculumbeschrijving voldoet aan eindtermen

    De opleiding kan aantonen dat de eindtermen op alle niveaus (per eindterm, per vakgebied, per opleidingsoriëntatie, per opleiding en tussen initiële en post-initiële opleiding) adequaat vertaald zijn naar programma’s.

    • De opleiding draagt er zorg voor dat de eindtermen per vakgebied op het juiste niveau in het curriculum zijn verankerd.

    • De opleiding is er verantwoordelijk voor dat de eindtermen op eindniveau zijn geborgd;

    • Daar waar de eindtermen in het initiële opleiding worden verzorgd draagt de opleiding er zorg voor dat inhoudelijke afstemming met de initiële opleiding plaatsvindt en volledige dekking van de eindtermen in de initiële en post-initiële fase is gegarandeerd.

    • De opleiding bevordert integratie tussen vakgebieden en tussen theoretische opleiding en praktijkopleiding.

    • De opleiding is verantwoordelijk voor doorlopende curriculumontwikkeling en curriculumvernieuwing.

  • 8 Niveau en kwaliteit van toetsing gewaarborgd

    De toetsen sluiten aantoonbaar aan op de eindtermen en de opleiding heeft een adequaat kwaliteitssysteem rondom toetsing/examinering.

    Uitkomsten:

    • De opleiding draagt er zorg voor dat de examens aansluiten op de eindtermen en van een zodanig niveau en kwaliteit zijn dat de eindtermen op eindniveau zijn geborgd en op het juiste niveau worden getoetst.

    • De opleiding beschikt over een adequaat kwaliteitssysteem rondom toetsing en examinering en evalueert de werking van dit systeem periodiek.

    • De opleiding beantwoordt aan de CEA-beleidsrichtlijnen met betrekking tot de toetsing

  • 9 De opleiding voldoet aan instroom- en uitstroomvereisten

    De opleiding kan aantonen dat de student alle eindtermen heeft gerealiseerd

    Uitkomsten:

    • De opleiding is bij toelating van de student verantwoordelijk voor het uitvoeren van een deficiëntie- en vrijstellingenonderzoek, zodat gewaarborgd is dat een student aan alle eindtermen heeft voldaan.

    • De opleiding is bij uitgifte van een getuigschrift aan een student verantwoordelijk dat geborgd is dat een student aan alle eindtermen heeft voldaan.

    • De opleiding beschikt over een gecontroleerd en gedocumenteerd proces met criteria en voorwaarden voor in- en uitstroom en kan aantonen dat een trainee alle eindtermen heeft gerealiseerd.

    • De opleiding beantwoordt aan de CEA-beleidsrichtlijnen hieromtrent.

5. Instrumenten van toezicht

CEA beschikt over verschillende instrumenten om haar toezicht uit te oefenen. Afhankelijk van haar bevindingen en de risico’s die zij waarneemt kan zij één of meerdere instrumenten inzetten.

  • I. Rapportage door de opleidingen

    Van opleidingen wordt een proactieve houding verwacht waarbij opleidingen CEA informeren m.b.t. belangrijke wijzigingen en ontwikkelingen in de opleiding. Instellingen informeren op basis van een basisset informatie jaarlijks over de voortgang van de opleiding. Veranderingen en incidenten dienen direct te worden gemeld. Uit het door de opleiding beschikbaar gestelde materiaal moet duidelijk blijken hoe de opleiding toetst dat aan de eindtermen wordt voldaan. Bovendien moet de opleiding kunnen aantonen waar in de opleiding eindtermen aan bod komen. Daar waar opleidingen zaken in samenwerkingsverbanden oppakken verwacht CEA dat zij wordt geïnformeerd over aard, inhoud en afspraken in deze samenwerkingsverbanden.

    Instrument

    Toelichting

    Frequentie en werkwijze

    A. Basisset van informatie

    De basisset van opleidingen bevat o.a.:

    ○ Kerncijfers instroom, uitstroom, rendement, docentbezetting

    ○ Uitkomsten student- en docentevaluaties

    ○ Studiegids en OER

    ○ Stand van zaken accreditatie initiële opleiding

    Basisset van informatie van samenwerkingsverband:

    ○ Samenwerkingsafspraken

    ○ Kerncijfers instroom, uitstroom, rendement, docentbezetting

    ○ Uitkomsten student- en docentevaluaties

    ○ Studiegids en OER

    ○ Evaluatie en vooruitblik van de samenwerking

    Bij aanvang ieder studiejaar

    Opleidingen en samenwerkingsverbanden kunnen in beginsel (elektronisch) documentatie aanleveren die van toepassing is voor de eigen uitvoering van de administratie en gegenereerd wordt uit interne systemen.

    Daar waar CEA het voor haar beoordeling noodzakelijk zal zij standaardformulieren beschikbaar stellen.

    B. Melding van majeure veranderingen organisatie opleiding

    Veranderingen zoals:

    ○ Fusie

    ○ Overname

    ○ Uitbreiding, nevenvestiging

    ○ Samenwerking

    ○ Discontinuïteit

    ○ Conflictsituaties

    ○ Structurele uitval van sleutelfunctionarissen

    Direct melden van (voorgenomen) verandering (inclusief maatregel(en) en follow up)

    C. Incident-meldingen

    Incidenten op het gebied van:

    ○ Verstoring en/of uitval onderwijs

    ○ Tentaminering/examinering

    ○ Uitgifte getuigschriften

    ○ ICT-storingen/ veranderingen

    Direct melden van incident

    (inclusief maatregel(en) en follow up)

  • II. Aanvullend onderzoek CEA

    CEA zal in het kader van haar doorlopend toezicht minimaal 1x per 4-6 jaar een uitgebreide schriftelijke informatie uitvraag doen naar de opleidingen. Deze frequentie hanteert zij in de regel bij opleidingen bij wie CEA geen aanleiding ziet om (eerder) nader te informeren. Daar waar CEA wel bevindingen heeft en/of risico’s ziet zal zij de frequentie van de schriftelijke informatie uitvraag kunnen verhogen. Ook kan ze specifiek vragen naar de uitvoering van door CEA gestelde voorwaarden of bij een opleiding een verbeterplan eisen. Ongeacht in welk toezichtregime een opleiding zich bevindt, kan CEA informatie opvragen t.b.v. een thema-onderzoek. Bij een thema-onderzoek staat niet de individuele opleiding centraal maar meerdere opleidingen of een sector van opleidingen. De bedoeling van een themaonderzoek is om (opleidingsoverstijgende) ontwikkelingen, trends, algemene risico’s en ‘best practices’ in beeld te krijgen. Het themaonderzoek kan ook behulpzaam zijn bij het bepalen van een ‘benchmark’.

    Daar waar CEA naar de inhoud diepgaander beeld van de uitvoering door een opleiding of ontwikkelingen over de opleidingen heen wil verkrijgen kan zij een dossieronderzoek (laten) verrichten of om advies van externe deskundigen vragen.

    Instrument

    Toelichting

    Frequentie

    A. Uitvraag

    ○ Vragen n.a.v. de jaarlijkse rapportage van de opleiding

    ○ Vragen n.a.v. door CEA gestelde voorwaarden

    ○ Verbetermaatregelen en effect maatregelen n.a.v. risico’s en bevindingen

    Minimaal 1 x per 4-6 jaar

    Bij categorie normaal toezicht.

    Minimaal 1 x per 1-2 jaar bij categorie actief toezicht.

    B. Themaonderzoek

    ○ Ontwikkelingen

    ○ Algemene bevindingen

    ○ Risico’s

    ○ Best practices

    Naar behoefte

  • III. Gesprek

    Onderwerp en frequentie van het gesprek hangt af van de risico’s en bevindingen bij de opleiding. Ongeacht in welk toezichtregime een opleiding zich bevindt, zal periodiek informatie-uitwisseling plaatsvinden. CEA bepaalt met welke delegatie een gesprek wordt gevoerd.

    Instrument

    Toelichting

    Frequentie

    A. Beleidsgesprek

    ○ Informatie-uitwisseling

    ○ Met opleidings-management

    ○ docenten, studenten

    ○ Focus op inhoud

    Minimaal eens per 4-6 jaar bij normaal toezicht.

    Minimaal 1 x per 1-2 jaar bij categorie actief toezicht.

    B. Vaststellingsgesprek

    ○ Intensivering toezicht naar een zwaarder categorie toezicht i.v.m. geconstateerde risico’s en bevindingen. CEA zal dit schriftelijk middels een brief aan de opleiding vastleggen.

    Naar behoefte

    C. Bestuursgesprek

    ○ Escaleren van bevindingen m.b.t. organisatie opleiding

    Naar behoefte

6. Uitgangspunten voor de indeling per toezichtcategorie

CEA hanteert de volgende uitgangspunten om te bepalen in welke toezichtcategorie een opleiding valt:

Normaal toezicht

Opleiding voldoet aan alle criteria

Actief toezicht

Opleiding voldoet niet aan één van de criteria

Verscherpt toezicht

Opleiding voldoet niet aan criterium ‘competente leiding’ en/of opleiding voldoet niet aan meerdere criteria.

Om in de categorie ‘normaal toezicht’ te vallen, zal een opleiding een positieve beoordeling moeten krijgen op alle criteria. CEA is van mening dat alle bovenstaande criteria essentieel zijn voor de kwaliteit van de opleiding. In het geval een opleiding onvoldoende beoordeeld wordt op één van de criteria, zal de opleiding in beginsel komen te vallen in de categorie actief toezicht. CEA zal daarbij een weging maken van de ernst van de bevinding op dit criterium of de opleiding daadwerkelijk in het actieve toezicht zal moeten vallen. CEA zal daarbij zwaar laten wegen het oordeel of er risico is voor de dekking van de eindtermen. In de categorie ‘actief toezicht’ gaat CEA wel ervan uit dat sprake is van een competente leiding (vertrouwen) die in staat is om de geconstateerde bevindingen adequaat te adresseren. In het kader van het actieve toezicht zal CEA de verbetermaatregelen door de opleiding monitoren, aanvullende uitvraag kunnen doen of follow up eisen.

In het geval een opleiding niet voldoet aan het criterium ‘competente leiding’, of in het geval een opleiding op meerdere (andere) criteria onvoldoende scoort, komt een opleiding onder verscherpt toezicht van CEA. In deze categorie is CEA van mening dat de situatie bij de opleiding zodanig zorgelijk is dat zij zich afvraagt of de opleiding in staat is de problemen zelfstandig te adresseren. CEA zal intensieve gesprekken met de (leiding van de) opleiding voeren en verbetermaatregelen eisen.

Bij de beoordeling aan de hand van de criteria neemt CEA in ieder geval in acht:

  • Of eerder sprake is geweest van een (ernstig) tekortkoming of verzuim aan de kant van de opleiding;

  • In welke mate de tekortkoming de opleiding direct verwijtbaar is;

  • De ernst en de duur van de tekortkoming bij de opleiding;

  • In hoeverre betrokkenen van de opleiding medewerking verlenen aan het onderzoek door CEA;

  • De wijze waarop de opleiding (open) communiceert en de bevinding adresseert.

7. Intensiteit van de gesprekken met opleidingen

Het gesprek dat CEA periodiek zal voeren met de opleiding kan variëren in karakter en frequentie. Met opleidingen die in de categorie ‘normaal toezicht’ vallen zal CEA gemiddeld 1x per 4–6 jaar een beleidsgesprek voeren. Dit gesprek zal daar waar geen aanleiding is voor intensiever toezicht vooral gericht zijn op informatie uitwisseling. Met opleidingen die in de categorie ‘actief toezicht’ vallen ligt de frequentie afhankelijk van noodzaak gemiddeld op 1x per 1-2 jaar. Dit gesprek zal (vooral) gericht zijn op de verbeteringen van de geconstateerde bevindingen. CEA bereidt de gesprekken voor aan de hand van een uitvraag bij de opleiding. Voor het verkrijgen van een volledig en inhoudelijk beeld van de opleiding zal CEA nader bepalen met welke personen en sleutelfiguren (studenten, docenten, management) binnen de opleiding zij een gesprek wenst.

In het geval er reden is om een opleiding onder verscherpt toezicht te plaatsen, zal CEA een vaststellingsgesprek met de betreffende opleiding voeren. CEA voert dit gesprek met de leiding van de opleiding. In dit gesprek zal zij de gronden toelichten voor de wijziging van categorie. Het gesprek heeft een waarschuwend karakter dat CEA van oordeel is dat de dekking van de eindtermen in gevaar is. Een vaststellingsgesprek kan uiteraard gecombineerd worden met het beleidsgesprek dat CEA met een opleiding heeft gepland.

CEA kan m.b.t. een opleiding die onder verscherpt toezicht is geplaatst, besluiten dat zij een bestuursgesprek met het College van Bestuur van de opleiding wil voeren. CEA zal in het bestuursgesprek toelichten welke bevindingen CEA heeft en welke gevolgen dit voor de opleiding heeft. In het gesprek zal worden bepaald op welk termijn de opleiding aan de voorwaarden respectievelijk eisen moet voldoen en hoe zij denkt voor de toekomst de door CEA geconstateerde risico’s en overtredingen te voorkomen. Afhankelijk van CEA’s beoordeling over de uitvoering van de verbetermaatregelen, kan CEA in het uiterste geval een voornemen tot het intrekken van de aanwijzing aankondigen. Dit voornemen zal dan de basis zijn waarop CEA de aanwijzing van een opleiding kan intrekken. Indien CEA voornemens is een aanwijzing in te trekken zal zij vooraf een waarschuwing geven en de punten kenbaar maken waar verbetering dient te worden bereikt. CEA stelt de opleiding in de gelegenheid hier haar zienswijze op te geven.

8. Cyclus en planning

CEA stelt jaarlijks een Jaarbericht waarin zij belanghebbenden informeert over de prioriteiten van haar toezicht en de voor dat jaar geplande toezichtactiviteiten. Ook zal zij jaarlijks op geaggregeerd niveau communiceren over de bevindingen en uitkomsten van haar toezicht in het voorgaand jaar.