Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beoordelingskader Toetsing aan de Wet wapens en munitie (006.2)

Geldend van 12-12-2016 t/m heden

Beoordelingskader Toetsing aan de Wet wapens en munitie (006.2)

Deel I. Algemene Inleiding Beoordelingskader

§ 1. Achtergrond en doel Beoordelingskader

Rapporterende forensisch deskundigen spelen een cruciale rol in de rechtspraak. Het NRGD ziet het als zijn taak dat belanghebbenden gerechtvaardigd vertrouwen kunnen hebben in forensische expertise. Dit vertrouwen moet kunnen worden gebaseerd op aantoonbaar onafhankelijk gewaarborgde kwaliteit van de forensisch onderzoeker en diens rapportages aan de hand van (inter)nationale forensisch-specifieke normen.

Het NRGD wordt bestuurd door het College gerechtelijk deskundigen (hierna: College). De kerntaak van het College is te beslissen op de aanvragen tot inschrijving of herinschrijving in het register van het NRGD. Daartoe omlijnt het College allereerst het deskundigheidsgebied. Dit is van belang om de aanvrager, de toetser en de gebruiker van het register (bijvoorbeeld rechter, lid OM en advocaat) te informeren over de activiteiten waarmee een deskundige zich op het desbetreffende deskundigheidsgebied bezighoudt en over die activiteiten die daarbuiten vallen. De omlijning van het deskundigheidsgebied staat in Deel II van dit Beoordelingskader.

Ook stelt het College de maatstaven vast aan de hand waarvan per deskundigheidsgebied wordt beoordeeld of een aanvraag voldoet aan de kwaliteitseisen. De generieke eisen zijn vastgelegd in het Besluit register deskundige in strafzaken. Per deskundigheidsgebied worden deze eisen nader uitgewerkt. Deze uitwerking staat in Deel III van dit Beoordelingskader.

Voorts stelt het College de toetsingsprocedure vast. Deze procedure staat beschreven in Deel IV van dit Beoordelingskader.

Het NRGD kent een systeem van periodieke herregistratie. Gerechtelijk deskundigen moeten iedere vijf jaar aantonen dat zij nog steeds aan de op dat moment geldende eisen voldoen. Het Beoordelingskader is dynamisch en wordt verder ontwikkeld om de kwaliteit van deskundigen te bevorderen. Dit Beoordelingskader bevat de op dit moment geldende stand van zaken van het (deel)deskundigheidsgebied.

§ 2. Soorten aanvragers

Het NRGD onderscheidt twee soorten aanvragers: de initiële aanvrager en de heraanvrager. De initiële aanvrager is een rapporteur die op het moment van het indienen van de aanvraag nog niet staat ingeschreven in het NRGD-register voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag op ziet. De heraanvrager is een deskundige die al wel in het register staat ingeschreven voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag betrekking op heeft.

Deze twee soorten aanvragers worden als volgt onderverdeeld:

Initiële aanvrager:

  • (i) zelfstandig rapporteur: een rapporteur die het vereiste aantal zaaksrapporten zelfstandig heeft opgemaakt en ondertekend;

  • (ii) rapporteur geen eigen werk: een rapporteur die niet het aantal zaaksrapporten dat voor registratie is vereist zelfstandig heeft opgemaakt en ondertekend.

    Indien de toetsing positief uitvalt, komt de rapporteur ‘geen eigen werk’ alleen in aanmerking voor een voorwaardelijke registratie.

Heraanvrager:

  • (i) Heraanvrager na onvoorwaardelijke registratie (voorheen: volledige duur);

  • (ii) Heraanvrager een voorwaardelijke registratie (voorheen: beperkte duur).

De initiële aanvrager is een aanvrager die op het moment van het indienen van de aanvraag niet beschikt over een NRGD-registratie. Dit kan zijn:

  • de zelfstandig rapporterende deskundige;

  • de pasopgeleide rapporteur;

  • de aanvrager van wie een eerdere aanvraag door het College is afgewezen;

  • de aanvrager van wie de registratie eerder is doorgehaald.

Zo is het bij de initiële aanvrager noodzakelijk een duidelijk onderscheid te maken tussen de ‘zelfstandig rapporteur’ en de ‘rapporteur geen eigen werk’ . Een voorbeeld van een ‘rapporteur geen eigen werk’ is de pasopgeleide deskundige. Deze deskundige heeft wel de forensische opleiding (rapporteursopleiding) afgerond, maar is nog niet in staat geweest om het aantal voor de toetsing vereiste rapporten zelfstandig op te stellen omdat deze gedurende de opleiding worden opgesteld onder supervisie van een opleider. Een ander voorbeeld van ‘rapporteur geen eigen werk’ is de rapporteur van wie een eerdere aanvraag is afgewezen en na de afwijzing (gedeeltelijk) onder supervisie is gaan werken.

Het College hanteert het volgende uitgangspunt. Elke aanvrager moet een Lijst van zaaksinformatie opstellen. Op deze lijst moet een bepaald aantal zaken staan in een door het College bepaalde periode direct voorafgaand aan de aanvraag. Als op de Lijst van zaaksinformatie één of meer zaken staan vermeld die onder supervisie zijn opgesteld, wordt de aanvrager als een ‘rapporteur geen eigen werk’ gekwalificeerd. Voor wat betreft de eerder afgewezen aanvrager geldt nog een aanvullende eis: de zaaksrapporten die op de Lijst van Zaaksinformatie staan vermeld, moeten zijn opgesteld na de datum van het afwijzend Collegebesluit van de eerdere aanvraag (Beleidskader Aanvraag na Afwijzing)1

Het onderscheid tussen de verschillende soorten heraanvragers is van belang in het kader van de toetsingsprocedure: de stukken die een heraanvrager moet overleggen, de samenstelling van de toetsingsadviescommissie en de toetsingswijze.

§ 3. Verantwoording Beoordelingskader

Voorliggend beoordelingskader is door het College vastgesteld in overeenstemming met het Besluit register deskundige in strafzaken en de Wet deskundige in strafzaken. Afstemming is gezocht met representatieve vertegenwoordigers uit de verschillende domeinen; de gebruikers (rechters, officieren van justitie en advocatuur) en vakinhoudelijke deskundigen (beroepsorganisaties, belangenverenigingen, deskundigen uit binnen- en buitenland). Ook is het concept van het Beoordelingskader ter openbare consultatie op de website van het NRGD gepubliceerd.

§ 4. Geldigheid Beoordelingskader

Dit Beoordelingskader is geldig vanaf de datum die op het voorblad staat vermeld. De geldigheid loopt tot het moment van publicatie van een nieuwe versie. In principe vindt jaarlijks een controle op actualiteit plaats. Deze controle kan leiden tot een nieuwe versie. Het streven is om maximaal eenmaal per jaar een nieuwe versie te publiceren.

§ 5. Versiebeheer en formele revisiehistorie

Alle wijzigingen die in het Beoordelingskader worden aangebracht leiden tot een nieuwe versie. Nieuwere versies van (onderdelen van) het Beoordelingskader worden aangeduid met een hoger versienummer.

5.1. Versiebeheer

Bij redactionele wijzigingen wordt het oude versienummer opgehoogd met 0.1. Redactionele wijzigingen hebben geen inhoudelijke impact. Bij inhoudelijke wijzigingen wordt het versienummer opgehoogd met 1.

5.2. Formele revisiehistorie

De revisiehistorie start met versie 1.0 als eerste formeel goedgekeurde versie. Doorgevoerde inhoudelijke wijzigingen worden in de revisiehistorie kort beschreven (Bijlage C). Hierdoor is altijd te traceren welk Beoordelingskader op enig moment geldig was.

Deel II. Omlijning Toetsing aan de Wet wapens en munitie

§ 1. Inleiding

De Wet wapens en munitie (WWM) is een zogenaamde ‘raamwet’ waarin een wettelijk kader, definities en een aantal bepalingen zijn gegeven. In de Regeling wapens en munitie (RWM) en de Circulaire wapens en munitie (CWM) zijn nadere bepalingen en definities gegeven. Zowel de WWM, de RWM als de CWM zijn op enkele punten vrij technisch. Het handhaven ervan vereist (technische) kennis van wapens en munitie.

Veel vragen hebben te maken met de vrijstellingsgronden van de RWM. Wapens die aan deze vrijstellingsgronden voldoen mogen vrij voorhanden worden gehouden. Bij de vaststelling of wapens aan deze vrijstellingsgronden voldoen kunnen diverse vragen relevant zijn. Een overzicht van de meest voorkomende vragen is gegeven in Annex A.

Het wapentechnisch onderzoek gerelateerd aan WWM is deels vergelijkbaar met wapentechnisch onderzoek in 006.1 Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek.

§ 2. Kernactiviteiten

Hieronder staat de beschrijving van het deskundigheidsgebied Toetsing aan de Wet wapens en munitie.

Algemeen: het onderzoek bestaat grotendeels uit literatuuronderzoek. Veelal wordt bepaald wat voor soort (vuur)wapen het onderzoeksobject is (pistool, revolver, etc.), welke munitie er voor bestemd is (bijvoorbeeld zwartkruit of rookzwakkruit), wanneer het is gemaakt (bijvoorbeeld voor 1870 of voor 1945, twee jaartallen die worden genoemd in de RWM), of bepaalde wapenonderdelen ‘specifiek bestemd en van wezenlijke aard’ zijn. Hierbij wordt, indien mogelijk, het (vuur)wapen vergeleken met bekende referentiewapens.

Als het van belang is om vast te stellen of met een vuurwapen zwartkruit is verschoten kan chemisch onderzoek worden (laten) uitgevoerd. Een leeftijdsbepaling wordt doorgaans gedaan door een analyse van de technieken die zijn gebruikt bij het fabriceren van het wapen, technische karakteristieken, stilistische kenmerken, gebruikte materialen en eventuele markeringen.

Aan de Wet wapens en munitie gerelateerd wapentechnisch onderzoek

Naast het genoemde literatuuronderzoek is een beschouwend wapentechnisch onderzoek meestal noodzakelijk. Bij een wapentechnisch onderzoek gerelateerd aan de WWM wordt een (vuur)wapen onderzocht op originaliteit, deugdelijkheid, gebreken en mogelijke wijzigingen bijvoorbeeld in het licht van de categorie-indeling van de WWM, de vrijstellingsgronden van de RWM of de voorwaarden voor het verstrekken van een verlof van de CWM.

Het te onderzoeken (vuur)wapen wordt, indien noodzakelijk, getest op een goede werking waarbij in acht wordt genomen dat het (vuur)wapen mogelijk legaal in bezit is en dus eventueel teruggegeven zal moeten worden aan de rechtmatige eigenaar.

Rechtsdomein: strafrecht en bestuursrecht.

§ 3. Grenzen van het deskundigheidsgebied

Binnen de praktijk van het deskundigheidsgebied 006.2 Toetsing aan de Wet wapens en munitie kan de deskundige in aanraking komen met onderzoekstechnieken van andere deskundigheidsgebieden, die niet tot zijn deskundigheid behoren. Dit zijn met name het (chemische) onderzoekstechnieken (zoals XRF/XRD) ter bepaling van de samenstelling van stoffen, diverse technieken voor leeftijdsbepaling (zoals dendrochronologisch onderzoek of C14-datering) en het 006.1 Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek dat zich o.a. op de volgende onderzoeken richt:

  • Vergelijkend kogel- en hulsonderzoek

  • Wapentechnisch onderzoek ten behoeve van de reconstructie

  • Forensisch ballistisch onderzoek

De deskundige Toetsing aan de Wet wapens en munitie is zich bewust van de mogelijkheden en beperkingen van het 006.1 Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek.

§ 4. Registratie

Het register zal de desbetreffende deskundige vermelden als een deskundige op het gebied van 006.2 Toetsing aan de Wet wapens en munitie.

Deel III. Registratie-eisen Toetsing aan de Wet wapens en munitie

De algemene (her)registratie-eisen zijn hierna in cursief opgenomen met een verwijzing naar artikel 12 van het Besluit register deskundige in strafzaken (Brdis).

Een deskundige wordt op zijn aanvraag slechts als deskundige in strafzaken in het register ingeschreven wanneer hij naar het oordeel van het College:

  • a. beschikt over voldoende kennis van en ervaring binnen het eigen deskundigheidsgebied waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • b. beschikt over voldoende kennis van en ervaring in het desbetreffende rechtsgebied en voldoende bekend is met de positie en de rol van de deskundige daarin;

  • c. in staat is de opdrachtgever inzicht te bieden in de vraag of en zo ja, in hoeverre de vraagstelling van de opdrachtgever voldoende helder en onderzoekbaar is om deze vanuit zijn specifieke deskundigheid te kunnen beantwoorden;

  • d. in staat is op basis van de vraagstelling volgens de daarvoor geldende maatstaven een onderzoeksplan op te stellen en uit te voeren;

  • e. in staat is onderzoeksmaterialen en -gegevens in een forensische context volgens de daarvoor geldende maatstaven te verzamelen, vast te leggen, te interpreteren en te beoordelen;

  • f. in staat is om de geldende onderzoeksmethoden in een forensische context volgens de daarvoor geldende maatstaven toe te passen;

  • g. in staat is zowel schriftelijk als mondeling over de opdracht en elk ander relevant aspect van zijn deskundigheid gemotiveerd, controleerbaar en in voor de opdrachtgever begrijpelijke bewoordingen te rapporteren;

  • h. in staat is een opdracht te voltooien binnen de daarvoor gestelde of afgesproken termijn;

  • i. in staat is zijn werkzaamheden als deskundige onafhankelijk, onpartijdig, zorgvuldig, vakbekwaam en integer te verrichten.

§ 1. Artikel 12(2) onderdeel a

(...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring binnen het eigen deskundigheidsgebied waarop de aanvraag betrekking heeft.

1.1. Initieel: zelfstandig rapporteur

Basiseisen:

– werkzaam op het niveau van iemand die minimaal een bachelordiploma (natuurwetenschappen) bezit;

– aantoonbaar (in het curriculum vitae) overeenkomstig niveau van opleiding, training en ervaring te bezitten;

– bekend te zijn met de begrippen (zie Annex A) en de voorgestelde literatuur (zie Annex B) en dient de state-of-the-art ontwikkelingen bij te houden;

– in staat zijn vragen te beantwoorden over de mogelijkheden en de beperkingen van het Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek.

   
Specifieke eisen:

– ten minste 15 rapporten die niet ouder zijn dan 5 jaar te hebben opgemaakt die onderworpen zijn geweest aan collegiale review;

In het geval de aanvrager als supervisor optreedt, dienen minimaal twee rapporten op de Lijst van Zaaksinformatie zelfstandig opgestelde rapporten te zijn.

– gemiddeld 40 uur per jaar in de afgelopen 5 jaar te hebben besteed aan forensisch relevante deskundigheidsbevordering (bijvoorbeeld door publicaties, het bijwonen van congressen, en het geven of volgen van cursussen of trainingen).

1.2. Initieel: rapporteur ‘geen eigen werk’

Basiseisen:

– werkzaam op het niveau van iemand die minimaal een bachelordiploma (natuurwetenschappen) bezit;

– aantoonbaar (in het curriculum vitae) overeenkomstig niveau van opleiding, training en ervaring te bezitten;

– bekend te zijn met de begrippen (zie Annex A) en de voorgestelde literatuur (zie Annex B) en dient de state-of-the-art ontwikkelingen bij te houden;

– in staat zijn vragen te beantwoorden over de mogelijkheden en de beperkingen van het Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek.

   
Specifieke eisen:

– ten minste 6 rapporten die niet ouder zijn dan 2 jaar te hebben opgemaakt die onderworpen zijn geweest aan collegiale review en/of supervisie en waarvan ten minste één rapport onder supervisie is opgemaakt;

– gemiddeld 40 uur per jaar in de afgelopen 2 jaar te hebben besteed aan forensisch relevante deskundigheidsbevordering (bijvoorbeeld door publicaties, het bijwonen van congressen, en het geven of volgen van cursussen of trainingen.

1.3. Heraanvrager: na onvoorwaardelijke registratie

Basiseisen:

– werkzaam op het niveau van iemand die minimaal een bachelordiploma (natuurwetenschappen) bezit;

– aantoonbaar (in het curriculum vitae) overeenkomstig niveau van opleiding, training en ervaring te bezitten;

– bekend te zijn met de begrippen (zie Annex A) en de voorgestelde literatuur (zie Annex B) en dient de state-of-the-art ontwikkelingen bij te houden;

– in staat zijn vragen te beantwoorden over de mogelijkheden en de beperkingen van het Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek.

   

Specifieke eisen:

– ten minste 15 rapporten die niet ouder zijn dan 5 jaar die onderworpen zijn geweest aan collegiale review;

– gemiddeld 40 uur per jaar in de afgelopen 5 jaar te hebben besteed aan forensisch relevante deskundigheidsbevordering (bijvoorbeeld door publicaties, het bijwonen van congressen, en het geven of volgen van cursussen of trainingen).

1.4. Heraanvrager: na voorwaardelijke registratie

Basiseisen:

– werkzaam op het niveau van iemand die minimaal een bachelordiploma (natuurwetenschappen) bezit;

– aantoonbaar (in het curriculum vitae) overeenkomstig niveau van opleiding, training en ervaring te bezitten;

– bekend te zijn met de begrippen (zie Annex A) en de voorgestelde literatuur (zie Annex B) en dient de state-of-the-art ontwikkelingen bij te houden;

– in staat zijn vragen te beantwoorden over de mogelijkheden en de beperkingen van het Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek.

   
Specifieke eisen:

– gemiddeld 3 rapporten per jaar te hebben opgemaakt gedurende de registratieperiode die onderworpen zijn geweest aan collegiale review;

– gemiddeld 40 uur per jaar gedurende de registratieperiode te hebben besteed aan deskundigheidsbevordering (bijvoorbeeld door publicaties, het bijwonen van congressen, en het geven of volgen van cursussen of trainingen).

§ 2. Artikel 12(2) onderdeel b

(...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring in het desbetreffende rechtsgebied en voldoende bekend is met de positie en de rol van de deskundige daarin.
  • In het algemeen dient een aanvrager voldoende kennis te hebben van het Nederlandse strafrecht:

    • context van het strafrecht:

      • Trias Politica, onderscheid privaat-, bestuurs- en strafrecht.

    • strafprocesrecht:

      • onderzoek door de rechter-commissaris;

      • dwangmiddelen;

      • procesfasen;

      • actoren in de strafrechtsketen (taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden);

      • regelgeving deskundige in het Wetboek van Strafvordering (positie en bevoegdheden opdrachtgever, rechtspositie deskundige, positie en bevoegdheden van advocaat, vormen van tegenonderzoek, deskundigenregister in de strafrechtelijke context);

      • wettelijke besluitvormingskader van de rechter in de strafzaak (beslissingsschema art. 350 Sv), ook met het oog op de relevantie van de opdracht aan de deskundige en op de vraagstelling;

      • verloop van de strafzaak ter zitting;

      • de positie van de deskundige in de rechtsgang.

    • materiële strafrecht:

      • sancties en strafuitsluitingsgronden (zeer globaal).

    • kennis van de juridische context van de kwaliteitswaarborging van de deskundige en het onderzoek:

      • positie en rol van ketenpartners bij de kwaliteitsborging van de rapportage;

      • beroepscodes en verwante regelgeving in relatie tot de Gedragscode gerechtelijk deskundigen.

  • In aanvulling op bovenstaande eisen dient een aanvrager voor het deskundigheidsgebied Toetsing aan de Wet wapens en munitie:

    • bekend te zijn met de specifieke Nederlandse wapen- en munitiewetgeving en de ontwikkelingen hiervan bij te houden.

§ 3. Artikel 12(2) onderdeel c

(...) in staat is de opdrachtgever inzicht te bieden in de vraag of en zo ja, in hoeverre de vraagstelling van de opdrachtgever voldoende helder en onderzoekbaar is om deze vanuit zijn specifieke deskundigheid te kunnen beantwoorden.

§ 4. Artikel 12(2) onderdeel d

(...) in staat is op basis van de vraagstelling volgens de daarvoor geldende maatstaven een onderzoeksplan op te stellen en uit te voeren.

§ 5. Artikel 12(2) onderdeel e

(...) in staat is onderzoeksmaterialen en -gegevens in een forensische context volgens de daarvoor geldende maatstaven te verzamelen, vast te leggen, te interpreteren en te beoordelen.

§ 6. Artikel 12(2) onderdeel f

(...) in staat is om de geldende onderzoeksmethoden in een forensische context volgens de daarvoor geldende maatstaven toe te passen.

Een aanvrager dient:

  • inzicht in, kennis van en/of ervaring te hebben met:

    • het toepassen van de Wet wapens en munitie;

    • algemene principes van de productie van draagbare vuurwapens en hun munitie en van andere draagbare wapens;

    • algemene principes kwaliteitsborging:

      • meetonzekerheid.

§ 7. Artikel 12(2) onderdeel g

(...) in staat is zowel schriftelijk als mondeling over de opdracht en elk ander relevant aspect van zijn deskundigheid gemotiveerd, controleerbaar en in voor de opdrachtgever begrijpelijke bewoordingen te rapporteren.

Een aanvrager dient:

  • in staat te zijn, op basis van de resultaten, aan een leek te rapporteren over een interpretatie en conclusie (zowel schriftelijk als mondeling) en deze statistisch te ondersteunen waar relevant.

§ 8. Artikel 12(2) onderdeel h

(...) in staat is een opdracht te voltooien binnen de daarvoor gestelde of afgesproken termijn.

§ 9. Artikel 12(2) onderdeel i

(...) in staat is zijn werkzaamheden als deskundige onafhankelijk, onpartijdig, zorgvuldig, vakbekwaam en integer te verrichten.

Een aanvrager dient:

  • zich te houden aan de Gedragscode NRGD die door het College gerechtelijk deskundigen is vastgesteld (gepubliceerd op de website van het NRGD).

§ 10. Hardheidsclausule

Het College kan een registratie-eis buiten toepassing laten of daarvan afwijken als toepassing tot een zeer onredelijk resultaat zou leiden. De hardheidsclausule kan alleen in bepaalde uitzonderlijke situaties uitkomst bieden. Het ligt op de weg van de aanvrager om zelf feiten en omstandigheden aan te voeren dat in zijn specifieke geval een bepaalde registratie-eis onredelijk is.

Deel IV. Toetsingsprocedure voor Toetsing aan de Wet wapens en munitie

§ 1. Algemeen

Voor alle deskundigheidsgebieden geldt dat de beoordeling plaatsvindt op basis van schriftelijke stukken, waaronder in ieder geval zaaksrapporten en bewijsstukken, in beginsel aangevuld met een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager reeds duidelijk is gebleken uit de schriftelijke stukken.

De toetsing geschiedt in beginsel op basis van de informatie die de aanvrager heeft verstrekt:

  • algemene gegevens als onderdeel van het aanvraagpakket

  • bewijsstukken van competentie.

Indien dit in het kader van de toetsing noodzakelijk wordt gevonden, kan een extra zaaksrapport en/of informatie worden opgevraagd, bijvoorbeeld informatie over de manier waarop collegial review en/of supervisie binnen de organisatie is geregeld.

§ 2. Toetsingsprocedure per type aanvrager

2.1. Initieel: zelfstandig rapporteur

Te overleggen stukken:

– Aanvraagformulier NRGD;

– Verklaring behorend bij de aanvraag tot registratie in het NRGD;

– Verklaring Omtrent het Gedrag;

– een goed leesbare kopie van een geldig paspoort of identiteitskaart;

– een curriculum vitae (cv);

– kopieën van stukken met betrekking tot het hoogste beroepskwalificerende niveau;

– Overzicht Deskundigheidsbevordering Toetsing aan de Wet wapens en munitie;

– Lijst van Zaaksinformatie Toetsing aan de Wet wapens en munitie;

– 3 zaaksrapporten ¹ die niet ouder zijn dan 5 jaar geselecteerd door de aanvrager zelf uit de lijst van zaaksinformatie. Deze zaaksrapporten dienen een goed en breed beeld te geven van de competenties van de aanvrager. Voor zover van toepassing en indien mogelijk dient aan de rapporten ook een verslag van het onderzoek ter zitting te worden toegevoegd;

– indien aanwezig:

• bewijs van de op het Overzicht en Deskundigheidsbevordering Toetsing aan de Wet wapens en munitie.

   
Toetsingswijze:

fase a. administratief, door het Bureau NRGD;

fase b. inhoudelijk, door een toetsingsadviescommissie (TAC) van ten minste drie personen op basis van het beschikbare schriftelijke materiaal, inclusief eventuele aanvullende schriftelijke informatie. Deze TAC bestaat in beginsel uit een jurist en twee vakinhoudelijke toetsers;

fase c. inhoudelijk, door de bij fase b bedoelde TAC door middel van een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager in fase b duidelijk is gebleken;

fase d. beslissing van het College: registratie, voorwaardelijke registratie of geen registratie.

   
Toelichting: Indien de TAC een aanvraag na eerdere afwijzing moet beoordelen wordt, voor zover mogelijk, een nieuwe TAC samengesteld. Deze TAC krijgt geen inzage in het advies van de eerdere TAC.

¹ Het waarnemingsblad en corresponderend (digitaal) beeldmateriaal.

2.2. Initieel rapporteur ‘geen eigen werk’

Te overleggen stukken:

– Aanvraagformulier NRGD;

– Verklaring behorend bij de aanvraag tot registratie in het NRGD;

– Verklaring Omtrent het Gedrag;

– een goed leesbare kopie van een geldig paspoort of identiteitskaart;

– een curriculum vitae (cv);

– kopieën van stukken met betrekking tot het hoogste beroepskwalificerende niveau;

– Overzicht Deskundigheidsbevordering Toetsing aan de Wet wapens en munitie;

– Lijst van Zaaksinformatie Toetsing aan de Wet wapens en munitie:

– 3 zaaksrapporten ¹ die niet ouder zijn dan 2 jaar geselecteerd door de aanvrager zelf uit de lijst van zaaksinformatie. Deze zaaksrapporten dienen een goed en breed beeld te geven van de competenties van de aanvrager. Voor zover van toepassing en indien mogelijk dient aan de rapporten ook een verslag van het onderzoek ter zitting te worden toegevoegd;

– indien aanwezig:

• bewijs van de op het Overzicht en Deskundigheidsbevordering Toetsing aan de Wet wapens en munitie.

   
Toetsingswijze:

fase a. administratief, door het Bureau NRGD;

fase b. inhoudelijk, door een toetsingsadviescommissie (TAC) van ten minste drie personen op basis van het beschikbare schriftelijke materiaal, inclusief eventuele aanvullende schriftelijke informatie. Deze TAC bestaat in beginsel uit een jurist en twee vakinhoudelijke toetsers;

fase c. inhoudelijk, door de bij fase b bedoelde TAC door middel van een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager in fase b duidelijk is gebleken;

fase d. beslissing van het College: voorwaardelijke registratie of geen registratie.

   
Toelichting: Indien de TAC een aanvraag na eerdere afwijzing moet beoordelen wordt, voor zover mogelijk, een nieuwe TAC samengesteld. Deze TAC krijgt geen inzage in het advies van de eerdere TAC.

¹ Het waarnemingsblad en corresponderend (digitaal) beeldmateriaal.

2.3. Heraanvrager: na onvoorwaardelijke registratie

Te overleggen stukken:

– Aanvraagformulier NRGD;

– Verklaring behorend bij de aanvraag tot registratie in het NRGD;

– Verklaring Omtrent het Gedrag;

– een goed leesbare kopie van een geldig paspoort of identiteitskaart;

– kopieën van stukken met betrekking tot het hoogste beroepskwalificerende niveau (indien gewijzigd);

– een geüpdatet curriculum vitae (cv);

– Overzicht Deskundigheidsbevordering Toetsing aan de Wet wapens en munitie;

– Lijst van Zaaksinformatie Toetsing aan de Wet wapens en munitie;

– 2 zaaksrapporten ¹ die niet ouder zijn dan 5 jaar geselecteerd door de aanvrager zelf uit de lijst van zaaksinformatie. Deze zaaksrapporten dienen een goed en breed beeld te geven van de competenties van de aanvrager. Voor zover van toepassing en indien mogelijk dient aan de rapporten ook een verslag van het onderzoek ter zitting te worden toegevoegd;

– indien aanwezig:

• bewijs van de op het Overzicht en Deskundigheidsbevordering Toetsing aan de Wet wapens en munitie.

   
Toetsingswijze:

fase a. administratief, door het Bureau NRGD;

fase b. inhoudelijk, door een toetsingsadviescommissie (TAC) van ten minste twee personen op basis van het schriftelijke beschikbare materiaal. Deze TAC bestaat in beginsel uit een jurist en een vakinhoudelijke toetser;

fase c. inhoudelijk, door de bij fase b bedoelde TAC waaraan één vakinhoudelijke toetser wordt toegevoegd, afkomstig uit hetzelfde deskundigheidsgebied als de aanvrager op basis van het beschikbare schriftelijke materiaal. Hiervan wordt afgezien indien de TAC in fase b unaniem tot een positief advies aan het College komt;

fase d. inhoudelijk, door de in fase c bedoelde TAC door middel van een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager in fase c duidelijk is gebleken;

fase e. beslissing van het College: registratie, voorwaardelijke registratie of geen registratie.

   
Toelichting: Er wordt, voor zover mogelijk, een nieuwe TAC samengesteld. Deze TAC krijgt geen inzage in het advies van de eerdere TAC.

¹ Het waarnemingsblad en corresponderend (digitaal) beeldmateriaal.

2.4. Heraanvrager: na voorwaardelijke registratie

Te overleggen stukken:

– Aanvraagformulier NRGD;

– Verklaring behorend bij de aanvraag tot registratie in het NRGD;

– Een geüpdatet curriculum vitae (cv);

– kopieën van stukken met betrekking tot het hoogste beroepskwalificerende niveau (indien gewijzigd);

– Overzicht Deskundigheidsbevordering Toetsing aan de Wet wapens en munitie;

– Lijst van Zaaksinformatie Toetsing aan de Wet wapens en munitie;

– 2 zaaksrapporten ¹ die niet ouder zijn dan 2 jaar geselecteerd door de aanvrager zelf uit de Lijst met Zaaksinformatie.

- Deze zaaksrapporten dienen een goed en breed beeld te geven van de competenties van de aanvrager. Voor zover van toepassing en indien mogelijk dient aan de rapporten ook een verslag van het onderzoek ter zitting te worden toegevoegd;

– indien aanwezig:

• bewijs van de op het Overzicht en Deskundigheidsbevordering Toetsing aan de Wet wapens en munitie.

   
Toetsingswijze:

fase a. administratief, door het Bureau NRGD;

fase b. inhoudelijk, door een toetsingsadviescommissie (TAC) van ten minste drie personen op basis van het schriftelijke beschikbare materiaal. Deze TAC bestaat in beginsel uit een jurist en twee vakinhoudelijke toetsers;

fase c. inhoudelijk, door de in fase b vermelde TAC door middel van een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager in fase b duidelijk is gebleken;

fase d. beslissing van het College: registratie, voorwaardelijke registratie of geen registratie.

 

Toelichting:

Er wordt, voor zover mogelijk, een nieuwe TAC samengesteld. Deze TAC krijgt inzage in het advies van de eerdere TAC.

¹ Het waarnemingsblad en corresponderend (digitaal) beeldmateriaal.

Bijlage A. Relevante vragen toetsing aan de wet wapens en munitie

Wet wapens en munitie

  • Is het voorwerp een vuurwapen in de zin der wet?

  • Valt het wapen onder de vrijstelling van artikel 18 van de Regeling wapens en munitie?

  • Is het vuurwapen ontworpen / bestemd / geschikt voor het verschieten van patronen die geladen zijn met zwartkruit of met nitrocellulosekruit?

  • In welk jaar is het (vuur)wapen gefabriceerd?

  • Heeft het (vuur)wapen wijzigingen ondergaan?

  • Onder welke categorie van de Wet wapens en munitie valt het vuurwapen?

  • Wat is de oorzaak van een opgetreden storing, probleem of breuk bij een wapen?

  • Is het vuurwapen dusdanig onklaar gemaakt dat het niet meer voldoet aan de definitie van ‘vuurwapen’ in artikel 1 van de WWM?

  • Is het mes een werpmes en valt het daarom in categorie III WWM?

  • Is het mes te beschouwen als een stiletto?

  • Valt het alarmwapen onder cat. III.4 van de WWM of onder de vrijstelling van art 18 RWM?

Deze opsomming is niet uitputtend. Ook andere vragen zijn mogelijk.

Bijlage B. Begrippen en voorgestelde literatuur

Begrippen:
  • Ahlborn, R., Mahrholdt, R &Lampel, W. (1998). Waffen Lexikon. München: BLV Verlagsgesellschaft.

  • J.A.J.M. Waaijer & Zanten, M. van (2011). Meertalig verklarend woordenboek wapens en munitie. Den Haag: Sdu Uitgevers.

Een aanvrager Toetsing aan de Wet wapens en munitie dient op de hoogte te zijn van ontwikkelingen of wijzigingen van de Wet wapens en munitie.

De literatuur over het te onderzoeken wapen en de relevante naslagwerken wordt verondersteld bekend te zijn.

Voorgestelde literatuur:
  • Hatcher, J.S. (1935). Textbook of Firearms Investigation, Identification and Evidence. Plantersville: Small-Arms Technical Publishing Co.

  • Heard, B.J. (1997). Handbook of Firearms and Ballistics - Examining and Interpreting Forensic Evidence. West Sussex: John Wiley & Sons.

  • H.J.B. Sackers: Wet wapens en munitie, serie studiepockets strafrecht, nr 42. Kluwer: Deventer, 2012.

  • Sellier, K. (1982). Schusswaffen und Schusswirkungen: Ballistik, Medizin, Kriminalistik. Lübeck: Schmidt-Römhild.

  • R. E. Walker: Cartridges and Firearms identification”, CRC Press, Boca Raton, 2013.

Bijlage C. Begrippenlijst nrgd

Aanvrager

Natuurlijk persoon die bij het NRGD een aanvraag indient tot (her)inschrijving in het register.

Bureau

Het Bureau NRGD dat het College ondersteunt.

Brdis

Besluit register deskundige in strafzaken.

College

Het College gerechtelijk deskundigen is het orgaan als bedoeld in art 51k (2) Wetboek van Strafvordering en dat belast is met het beheer van het register.

Collegial review

Het beoordelen van andermans werk in het kader van een continue kwaliteitsbewaking van iemands deskundigheid. Hierbij is geen sprake van een hiërarchische maar van een horizontale verhouding tussen vakinhoudelijke collega’s. De reviewer ondertekent het rapport niet.

Deskundigheidsbevordering

Alle (scholing)activiteiten die bijdragen aan de voortdurende ontwikkeling van kennis en vaardigheden, hetgeen wenselijk en noodzakelijk is om het vak van gerechtelijk deskundige verantwoord op professionele wijze te kunnen blijven uitoefenen.

Gebruiker

Iemand die gebruik maakt van het register om een geregistreerde deskundige op te zoeken en mogelijkerwijs in te schakelen.

Geregistreerde deskundige

De deskundige die is ingeschreven in het register.

Heraanvrager

De deskundige die op het moment dat hij een heraanvraag indient al beschikt over een NRGD-registratie, al dan niet voorwaardelijk.

Initiële aanvrager

De aanvrager die een aanvraag doet om in het register ingeschreven te worden en op het moment van het indienen van de aanvraag (nog) niet beschikt over een NRGD-registratie..

Intervisie

Intervisie is een gestructureerde (interdisciplinaire) bijeenkomst tussen mensen die werkzaam of in opleiding zijn in hetzelfde vakgebied. Onderwerp van gesprek is in ieder geval de verrichte forensische werkzaamheden en de daaraan gerelateerde problemen. Oogmerk is dat de deskundigheid van de betrokkenen wordt vergroot en de kwaliteit van het werk verbetert. Anders dan bij supervisie is er geen hiërarchische verhouding tussen de deelnemers.

NRGD

Het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen, de organisatie waartoe het College en het Bureau behoren.

Rapporteur

De deskundige die een rapport uitbrengt ten behoeve van de rechtspraak en/of een verklaring aflegt ter terechtzitting.

Rapporteur geen eigen werk

Een rapporteur die niet het aantal zaaksrapporten dat voor registratie is vereist, zelfstandig heeft opgemaakt en ondertekend.

Rapporteursopleiding

Een samenhangend en gestructureerd geheel van georganiseerde scholingsactiviteiten waarmee kennis en ervaring wordt opgedaan om als gerechtelijk deskundige te leren rapporteren in de context van het strafrecht en dat afgesloten wordt met een examen.

Register

Het landelijk openbaar register als bedoeld in artikel 51 k(1) van het Wetboek van Strafvordering, waarin de door het College geschikt geachte gerechtelijk deskundigen zijn ingeschreven.

Registratie

Inschrijving in het register.

Supervisie

Het beoordelen van andermans werk, het gezamenlijk reflecteren op het werk en het begeleiden van een gesuperviseerde in het kader van een opleiding of bijscholingstraject. Supervisor en gesuperviseerde staan hierbij in een hiërarchische verhouding tot elkaar en de supervisor is de deskundige die in ieder geval wordt benoemd. De supervisor ziet het object van onderzoek (de onderzochte) zodanig dat deze het onderzoek van de gesuperviseerde kan controleren, de conclusies daarvan kan onderschrijven en voor zijn rekening kan nemen. De supervisor ondertekent het rapport in ieder geval.

Toetser

Een lid van een toetsingsadviescommissie.

Toetsingsadviescommissie

Een door het College benoemde commissie die het College adviseert over de (mate van) geschiktheid voor (her)registratie van de (her)aanvrager.

Voorwaardelijke registratie

De registratie van een deskundige voor een door het College vastgestelde periode en mogelijk onder bepaalde voorwaarden waaraan binnen die periode moet zijn voldaan. In beginsel bedraagt de door het College vast te stellen periode twee jaar.

Zelfstandig rapporteur

Een rapporteur die het vereiste aantal zaaksrapporten zelfstandig heeft opgemaakt en ondertekend.

Bijlage D. Revisieoverzicht

Versie

Datum

Doorgevoerde wijzigingen

2.0

12.12.2016

– Overleggen zaaksrapporten naar keuze aanvrager ipv selectie door NRGD

– Aanpassing zin ‘De zaaksrapporten dienen een goed en breed beeld te geven van de competenties van de aanvrager’.

– Waar mogelijk vermindering aantal te vermelden zaken op de zaakslijst.

– BOKs per deskundigheidsgebied in één taal opgesteld waar mogelijk. Op verzoek zal NRGD BOKs vertalen

– Aanpassing hardheidsclausule

– Aanpassing Brdis 4=>5 jaar, inclusief aanpassingen aantal zaaksrapporten

– Rapporteursopleiding

1.0

1.5.2011

Beoordelingskader deskundigheidsgebied Toetsing aan de Wet wapens en munitie

  • ^ [1]

    Op deze algemene regel kan een uitzondering worden gemaakt, namelijk als het gaat om een eerdere afwijzing op grond van artikel 12 lid 2 onder a Brdis, de zogenaamde opleidingseis. Rapporten die zijn geschreven vóór de datum van het eerdere afwijzingsbesluit van het College kunnen worden vermeld op de Lijst van Zaaksinformatie, mits ze zijn opgemaakt binnen de algemeen geldende periode voorafgaand aan het moment waarop de nieuwe aanvraag wordt ingediend.